Hoe lang zal het beursfeest nog duren?

Elke week kruipt de Nederlandse beurs een stukje hoger, al twee jaar lang. Dankzij een lage rente en een wereldeconomie die draait als een tierelier....

Door Douwe Douwes

De eerste bommen op Bagdad zouden pas anderhalve week later vallen. Maar in de ogen van de financiële markten werd de teerling al op 11 maart 2003 geworpen. Op die datum besloot het gros van de beleggers dat de oorlog onafwendbaar was geworden. Massaal begonnen ze aandelen in te kopen, in de hoop en verwachting dat het conflict snel beslecht zou zijn. De aandelenkoersen begonnen te stijgen, eerst op Wall Street, een dag later op de markten van West-Europa.

Op de beurs brandde Bagdad al, maar de rest van de wereld was nog niet zo ver. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell had net zijn presentatie voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gehouden, er werden nog laatste bemiddelingspogingen ondernomen. Eind maart pas vielen de eerste Amerikanen raketten op Bagdad.

De aandelenmarkten hadden het dieptepunt toen allang achter zich gelaten. Eerder, in de aanloop naar de oorlog hadden de beurskoersen, die sinds het voorjaar van 2000 in rap tempo waren gekelderd, nog een extra duw naar beneden gekregen. Maar op het moment dat de echte ellende in het Midden-Oosten begon, richtten de financiële markten fier het vizier omhoog. Daarop volgde een stijging van de beurs die - toegegeven, met horten en stoten - inmiddels bijna twee jaar aanhoudt.

De hoogtepunten die de beurzen in jubeljaar 2000 bereikten, zijn nog lang niet in zicht. Maar met kleine stapjes zijn de koersen de laatste twee jaar aanzienlijk gestegen. De MSCI Wereldindex, graadmeter van 's werelds grootste beursgenoteerde bedrijven, staat nu bijna tweederde hoger dan op het dieptepunt in maart 2003. De Amerikaanse S & P 500 noteert de helft hoger.

De Nederlandse AEX-index spant de kroon. De graadmeter van de Amsterdamse beurs staat nu boven de 370 punten. Dat is 73 procent hoger dan twee jaar geleden, een gemiddeld jaarrendement van ruim 35 procent. Er zijn niet veel jaren geweest waarin de beurs zo hard is gestegen.

Maandag bereikte de AEX-index alweer een hoogtepunt. In de ochtenduren noteerde de AEX even boven de 377 punten, om later weer wat in te zakken. En het wordt nog mooier: in de categorie net onder de 25 grote AEX-fondsen, bij de middelgrote en kleine beursgenoteerde bedrijven, zijn nog grotere stijgingen gerealiseerd. Waarom dit optimisme?

'Van het stimulerende beleid van de Amerikaanse overheid en de Amerikaanse centrale bank', meent Léon Cornelissen, hoofd strategie bij Iris, het onderzoeksbureau van Rabo en Robeco. 'En vergeet de groei van de Chinese economie niet. Die heeft een enorme impuls gebracht.'

De beleggerswereld is in twee jaar tijd radicaal veranderd. Begin 2003 stond de oorlog in Irak op het punt van uitbreken en meldden zich nog geregeld bedrijven die met de boeken hadden gesjoemeld. 'Die schandalen zie ik als een nawee van de jaren negentig', zegt Bert Burger, directeur beleggingen bij Effectenbank Stroeve. 'Er zat in die dagen een heel grote risicopremie in de aandelenmarkt.' Daarmee bedoelt Burger dat beleggen als zo riskant gold, dat beleggers flink beloond wilden worden voor hun moed als ze een aandeel kochten. Het gevolg: lage koersen. 'De waarderingen waren een beetje te ver naar beneden doorgeschoten', zegt Burger nu.

Maar de wereldeconomie, de motor achter de beurs, stond er goed voor. In 2003 en 2004 draaide die als een tierelier. Vorig jaar nam de totale wereldproductie - en derhalve de welvaart - met 5 procent toe, volgens de jongste ramingen van het Internationaal Monetair Fonds. Vooral dankzij de Chinezen en Amerikanen.

Zo'n sterke groei van de wereldeconomie is in geen jaren vertoond. 'Je zou het in Nederland niet zeggen, maar de wereldeconomie heeft echt een uitstekend jaar achter de rug', zegt Cornelissen van Iris. De beurshausse is wel degelijk ergens op gebaseerd.

Een hogere economische groei leidt in de regel al snel tot een hogere rente. Want naarmate de groei versnelt, loopt de vraag naar grondstoffen en arbeid op. Hogere prijzen zijn het gevolg. Op de grondstoffenmarkten is dat al te zien: mijnbouwers en staalconcerns schroeven hun prijzen op, de oliekoers breekt record na record. Dat leidt op termijn tot inflatie, gevolgd door een stijging van de prijs van geld, de rente. Dat laatste is een gegarandeerde rem op de aandelenkoersen. Geld stroomt dan massaal vanuit aandelen naar risicolozere spaarrekeningen.

In de financiële wereld heerst verbazing over het feit dat de aanzwellende groei de rente nog niet heeft opgejaagd. Alan Greenspan, de voorzitter van het stelsel van Amerikaanse centrale banken, liet onlangs weten dat hij het evenmin begrijpt. Greenspan heeft de Amerikaanse kortlopende rente inmiddels wel wat verhoogd, maar de lange rente blijft laag. In Nederland is de vergoeding momenteel circa 3,7 procent per jaar op een staatsobligatie met een looptijd van tien jaar.

Zolang de rente laag blijft, lijkt de belangrijkste voorwaarde voor feest op de aandelenmarkten vervuld. Beleggers zijn inmiddels gewend aan meer spanning in de wereldpolitiek, dus ook op dat vlak zien analisten geen grote bedreiging voor de beurs.

Het laatste grote bedrijfsschandaal - de grootschalige diefstal bij het Italiaanse Parmalat - ligt meer dan een jaar achter ons. Met name in de Verenigde Staten is draconische regelgeving van kracht geworden, die een herhaling van de vloed aan boekhoudraudes moet voorkomen. De eerste verdachten zijn al achter de tralies verdwenen en de vrees voor meer lijken uit de boekhoudkast is sterk afgenomen.

Maar dat wil nog niet zeggen dat de koersen onbelemmerd blijven stijgen. De experts zijn verdeeld. Volgens Cornelissen van Iris blijft het tij meezitten. 'Het beursherstel is een weerspiegeling van de groei. De koersen waren heel diep gevallen.' Bovendien geldt voor Nederland: 'Er leven in de financiële sector fantasieën over overnames. ABN Amro heeft zich min of meer te koop gezet. Ook Fortis lijkt een kandidaat te zijn.'

Maar Bert Burger van Effectenbank Stroeve denkt dat het feest op de markten bijna over is. 'De lange rente is de afgelopen weken fors opgelopen. Aandelen zijn niet langer goedkoop, zeker niet in Amerika. De belangrijkste vraag is wat de centrale banken in het Verre Oosten gaan doen.'

De centrale banken van Japan en China waren tot dusver bereid om het Amerikaanse tekort op de betalingsbalans te financieren door massaal Amerikaanse staatsobligaties op te kopen. Dat hield de Amerikaanse rente laag. Maar de signalen dat de Aziaten het zat zijn, worden sterker. Vorige week kondigde de centrale bank van Zuid-Korea al aan dat zij minder dollars in reserve wil hebben. De bankiers trokken de aankondiging snel in, geschrokken als ze waren nadat de koersen overal ter wereld rake klappen opliepen. Maar de actie van de Koreanen zou weleens de voorbode van hogere rentes kunnen zijn en daarmee van stagnerende aandelenkoersen, waarschuwt Burger van Stroeve. Dan is het een stuk minder plezierig toeven op de beurs.

Meer over