Analyse

Hoe kan het onderwijs veilig worden heropend?

Maandag gaan de scholen weer open. Nu het OMT een nieuwe besmettingsgolf voorspelt door de heropening, leeft de vraag: hoe kan het onderwijs weer veilig van start gaan? Vier knelpunten.

Nadia Ezzeroili en Irene de Zwaan
Koekhappen in Oud-Beijerland. Om de kinderen tijdens de lockdown in beweging te krijgen, hebben ouders in de Spuioeverwijk een straatspeeldag georganiseerd. Beeld Arie Kievit
Koekhappen in Oud-Beijerland. Om de kinderen tijdens de lockdown in beweging te krijgen, hebben ouders in de Spuioeverwijk een straatspeeldag georganiseerd.Beeld Arie Kievit

Goede ventilatie

Corona verspreidt zich ook via minuscule deeltjes in de lucht (aerosolen). Goede ventilatie helpt om deze verspreiding tegen te gaan. ‘Dat hebben meerdere wetenschappelijke publicaties aangetoond’, zegt natuurkundige Detlef Lohse, verbonden aan de Universiteit Twente. Hij verwijst naar ‘het wonder van Staphorst’. Het dorp, met een vaccinatiegraad van rond de 60 procent, stond enkele maanden geleden nog te boek als een coronabrandhaard. Maar sinds scholen eind oktober ‘air cleaners’ in de klas hebben geplaatst, een soort ventilatiezuilen die de lucht zuiveren van fijnstof en aerosolen, is het aantal besmettingen onder de basisschooljeugd drastisch gedaald.

De TU Eindhoven onderzoekt of de daling van het aantal besmettingen inderdaad kan worden toegeschreven aan de air cleaners. Immuniteit kan hierbij immers ook een rol hebben gespeeld. Ook het ministerie van Onderwijs plaatst vraagtekens bij het ‘wonder van Staphorst’. Een causaal verband kan nog niet worden aangetoond, beaamt ook Lohse, ‘maar het is wel erg waarschijnlijk.’

Een kwart van de scholen heeft de ventilatie niet op orde, bleek onlangs uit onderzoek van het ministerie. Dat veel scholen het voorbeeld van Staphorst niet volgen, heeft volgens Lohse te maken met het prijskaartje. Een luchtfilter kost al snel 4.000 euro, een volwaardig ventilatiesysteem minstens het viervoudige. ‘Het Rijk vergoedt via een subsidieregeling 30 procent’, zegt Lohse. ‘Dat is veel te weinig. Scholen zijn ondergefinancierd. Ze kunnen niet zomaar leraren ontslaan zodat er geld vrijkomt om luchtfilters te installeren.’

Ook Wouter Wijma, directeur van Ned Air, een bedrijf dat ventilatiesystemen aan onder meer scholen levert, merkt dat de kosten soms een bezwaar zijn. De subsidieregeling loopt via de gemeenten: waar rijkere gemeenten zoals Amsterdam het subsidiegat met eigen geld dichten, is dit voor veel andere gemeenten geen optie.

Het plaatsen van een ventilatiesysteem is bovendien een tijdrovend proces, waar al snel driekwart jaar overheen gaat. ‘Er moet een aanbesteding plaatsvinden, er zijn nog andere stakeholders bij betrokken. Elke school is weer anders. Het zou veel sneller kunnen, als het integraal wordt aangepakt.’

Ondanks de geringe vraag uit Nederland heeft het bedrijf over klandizie niet te klagen: uit Duitsland, waar de overheid 80 procent van de ventilatiekosten op scholen subsidieert, blijft de vraag toenemen. ‘Het gaat dus hartstikke goed’, zegt Wijma, ‘terwijl ik juist zo graag de scholen in Nederland zou voorzien.’

Als de klassen kleiner worden, kunnen kinderen beter ­afstand houden en springt het virus minder snel over. Beeld Jeroen Jumelet / ANP
Als de klassen kleiner worden, kunnen kinderen beter ­afstand houden en springt het virus minder snel over.Beeld Jeroen Jumelet / ANP

Kleinere klassen

Het verkleinen van de klassen wordt geregeld genoemd als middel om de kwaliteit van het onderwijs op te krikken. Tegelijkertijd geldt het als beproefd instrument in de strijd tegen kansenongelijkheid. De coronapandemie voegt hier nog een argument aan toe: kleinere klassen zouden de kans op verspreiding van het virus verminderen. Immers: hoe meer ruimte er is tussen de leerlingen, hoe kleiner de kans dat het virus overspringt.

Gemiddeld zitten er zo’n 23 tot 30 leerlingen in een klas. Dat klassen niet zomaar kunnen worden verkleind, heeft onder meer te maken met een praktisch bezwaar: het lerarentekort. Maar volgens Siep de Haan, wiskundedocent op een middelbare school in Utrecht, valt dit makkelijk te ondervangen door gelijktijdig fysiek én online onderwijs aan te bieden. ‘Het halveren van de klassen behoort wat mij betreft tot de structurele oplossingen in het onderwijs’, zegt hij. ‘Het gevaar van sociaal isolement is totaal afwezig als leerlingen om de dag naar school komen.’

De Haan voelt zich als zestiger onveilig voor een volle klas. Voldoende afstand houden is een onmogelijke exercitie. Volgens de regels hoeven leerlingen ook geen afstand tot elkaar en schoolmedewerkers te houden. Bovendien weet hij niet wie van zijn leerlingen wel of niet gevaccineerd zijn. ‘Het geeft hetzelfde effect als plaatsnemen in een vol vliegtuig’, zegt hij. Geregeld denkt hij erover om te stoppen als docent, een gedachte die hij bij meer oudere collega’s bespeurt. ‘Toch voelt het niet goed om zo’n beslissing te nemen. Ik weet dat er veel tekorten zijn onder docenten, zeker bij wiskunde. Iedere dag dat ik kan blijven, is er een extra voor de kinderen.’

Leerkrachten willen bij een volgende boosterronde graag met voorrang geprikt worden. Beeld Marco de Swart / ANP
Leerkrachten willen bij een volgende boosterronde graag met voorrang geprikt worden.Beeld Marco de Swart / ANP

Versnelde booster

Aan het begin van de pandemie stelde het RIVM nog dat kinderen veel minder besmettelijk waren. De laatste besmettingsgolf liet een ander beeld zien. Inmiddels gaat het OMT zelfs uit van een nieuwe besmettingspiek door het opengaan van de scholen.

In het eerste vaccinatieprogramma kreeg onderwijspersoneel, ondanks herhaalde verzoeken, geen voorrang. Voor de boostercampagne drongen de onderwijsbonden en werkgevers er bij het ministerie van Volksgezondheid op aan onderwijspersoneel, net als zorgpersoneel, ditmaal wel voorrang te geven. Daar werd wederom geen gehoor aan gegeven. Leraren, zo luidde het argument van het ministerie, genoten gezien hun leeftijd in het algemeen voldoende bescherming van de eerste twee prikken.

Maar in het licht van eerdere verkeerde inschattingen is de opstelling van het ministerie voor de PO-Raad een schop tegen het zere been. ‘Wij vinden het tijd dat het kabinet stopt met allerlei maatregelen en beslissingen die voor de korte termijn worden genomen’, zegt woordvoerder Danny Wolters. ‘In een langetermijnstrategie is ook de veiligheid van onderwijspersoneel van belang.’

Het ministerie van Volksgezondheid is nog niet bezig met een eventuele voorrangspositie bij volgende boostercampagnes, laat een woordvoerder desgevraagd weten. ‘We zitten nu midden in de eerste boosterronde, waarbij we zoveel mogelijk volwassenen voor eind januari willen vaccineren.’

Een schoolkind ondergaat thuis een preventieve zelftest.   Beeld Jeroen Jumelet / ANP
Een schoolkind ondergaat thuis een preventieve zelftest.Beeld Jeroen Jumelet / ANP

Zelftesten

Een van de opvallendste coronamaatregelen die eind november werden aangekondigd, was het dringende advies om kinderen in het basisonderwijs vanaf groep 6 tweemaal per week een preventieve zelftest te laten afnemen. Voorheen gold dat advies alleen voor docenten, middelbare scholieren en studenten. Minister Arie Slob verwees toen naar pilots van het UMC Utrecht, waaruit bleek dat een testbereidheid van 50 procent voldoende is om een besmettingsgolf te voorkomen. Volgens Slob moesten scholen zich richten op ‘maximale deelname’ aan het sneltesten.

In het hoger onderwijs werd dat beoogde percentage bij lange na niet bereikt: minder dan eenderde van de studenten bestelde de gratis zelftests. De vraag is of basisschoolleerlingen zich wel massaal aan het advies gaan houden.

Onderwijsbonden maken zich al langer zorgen over de vrijblijvendheid van de maatregel. Zo hoort Peter Althuizen, voorzitter van de vakbond Leraren In Actie, geregeld van collega’s dat leerlingen het zelftestadvies niet of nauwelijks opvolgen. ‘Waarom doen we steeds maar een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van leerlingen en ouders? Het is een kleine moeite om het verplicht te stellen.’

Als het aan Althuizen ligt, worden zelftests verplicht om de schoolomgeving veiliger te maken. Bijvoorbeeld in de vorm van een kindvriendelijke ‘lollytest’, stokjes waar basisschoolleerlingen om de dag dertig seconden aan moeten sabbelen en die vervolgens verzameld in een bak naar het laboratorium worden gestuurd. Indien corona op een van de stokjes is gedetecteerd, moet de hele klas in thuisisolatie. Leerlingen moeten zich dan individueel laten testen. Wie niet besmet is, mag weer naar school. De sabbelstokjes zouden het testen laagdrempeliger kunnen maken, denkt Althuizen, en dus de testbereidheid vergroten.

Zodra de scholen weer opengaan, zal een eerste pilot van ‘PCR-lolly’s’ op een basisschool in Elburg beginnen. Mocht de uitkomst veelbelovend zijn, dan wordt de testmethode landelijk uitgerold. Van Peter Althuizen mag het nog best een stapje verder. ‘We kunnen ook uitbraken voorkomen als kinderen na elke schoolvakantie een negatieve PCR-test moeten tonen.’ Hij wijst naar Israël, waar het verplicht testen van kinderen al onderdeel van het beleid is. ‘In Nederland zijn we te bang voor boze ouders. Terwijl ze in landen als Duitsland gewoon goede mondkapjes uitdelen, en geen genoegen nemen met een zelfgebreid lapje dat nauwelijks bescherming biedt.’

Meer over