Nieuws

Hoe kan de overheid zorgen dat Nederlanders zich beter aan de coronaregels houden?

Alleen als mensen zich beter aan de gedragsregels houden, zijn strengere coronamaatregelen nog afwendbaar, stelt het OMT. Wat kan de overheid doen? Vier lessen van gedragswetenschappers.

Niels Waarlo
Drukte in de Kalverstraat in Amsterdam afgelopen zondag.  Beeld ANP
Drukte in de Kalverstraat in Amsterdam afgelopen zondag.Beeld ANP

1. Leg kraakhelder uit wat je van de burger verwacht

‘Stel dat de overheid zou zeggen: we merken dat er op sommige snelwegen meer botsingen plaatsvinden, ga allemaal alstublieft wat netter rijden’, zegt Reint Jan Renes, lector psychologie op gebied van duurzaamheid aan de Hogeschool van Amsterdam en voormalig lid van de RIVM-coronagedragsunit. Veel te vaag: dan wil je horen over snelheidsbeperkingen of flitspalen en waar die nodig zijn.

Volgens hem ging het met de oproepen die het demissionaire kabinet en het OMT deze week deden over de coronamaatregelen net zo. ‘Je krijgt alleen te horen: u doet het niet goed. Er wordt geen enkel inzicht gegeven. Waar gaat het vooral mis: thuis, in de supermarkt?’ Volgens Renes moet het demissionaire kabinet concreter zijn: welke maatregelen leven burgers precies niet goed na, waarom is dat van belang en hoe kunnen ze die beter naleven?

Daarnaast kan het geen kwaad om vaker te herhalen wat de basisregels ook alweer zijn, zegt John de Wit, hoogleraar gedragswetenschappen met specialisatie volksgezondheid (Universiteit Utrecht). ‘Ikzelf ben toch redelijk geïnformeerd, maar ik ben in sommige situaties ook kwijt wat precies de bedoeling is.’

2. Laat zien waarvoor we het doen

Toen de pandemie begon voelde besmetting voor veel Nederlanders als een persoonlijke dreiging. Nu de meerderheid is gevaccineerd, acht slechts een kleine minderheid van Nederland het waarschijnlijk dat ze de komende maanden besmet raken, volgens recent gedragsonderzoek van het RIVM. Zij houden zich vooral aan de coronaregels voor anderen. Reint Jan Renes: ‘Daar is een term voor: het zelf-andercompromis.’

Voor een deel is niet te voorkomen dat het gevoel van urgentie afzwakt, denkt hij. Toch zou de overheid volgens hem vaker kunnen tonen waar we het dan wél voor doen. Hoe precies − een spotje met zorgmedewerkers, een campagne op sociale media met jongeren die jongeren aanspreken op het belang van de maatregelen? − weet hij niet. ‘Dat wil je uittesten.’

Zulke tests zijn in de afgelopen anderhalf jaar te weinig gedaan, vindt hij. ‘Als je vermoedt dat het zelf-andercompromis een rol gaat spelen, moet je voorsorteren: hoe kun je dan de motivatie hoog houden? Dat vooruitdenken in mogelijke scenario’s mis ik al de hele coronacrisis.’

3. Maak het zo makkelijk mogelijk

Al hamer je nog zo op de dreiging van code zwart, als het moeilijk is om maatregelen na te leven, schiet het sowieso niet op, aldus Sander Hermsen, gedragswetenschapper bij OnePlanet Research Center.

Je kunt het burgers op allerlei manieren makkelijker maken, zegt hij. Weer looppaden in supermarkten aanleggen, thuisbezorging van boodschappen aanbieden voor wie in quarantaine moet of veel meer testlocaties openen, bijvoorbeeld. Dat het maken van een testafspraak bij de GGD nu moeilijk is door capaciteitsproblemen, is gedragswetenschappelijk gezien dramatisch.

Ook de RIVM-gedragsunit benadrukt dat het naleven van maatregelen zo eenvoudig mogelijk moet zijn. Neem de anderhalvemeterregel: hoe drukker het is, hoe moeilijker het is om afstand te houden en hoe minder goed mensen dit überhaupt proberen, volgens een overzichtsstudie van dit team. De drukte beperken voorkomt niet alleen besmettingen ter plekke, het helpt ook de sociale norm te bewerkstelligen dat afstand houden belangrijk is.

4. Geef niet te snel het signaal dat alles weer kan

Volgens Sander Hermsen is motivatie houden om de regels na te leven ‘voor een deel een gepasseerd station’. Daar is de communicatie van het demissionaire kabinet debet aan, vindt hij. Er was volgens hem te weinig aandacht voor het belang van basismaatregelen op momenten dat het goed ging.

Hij noemt als voorbeeld de coronamelder (waarbij hij zelf betrokken was als adviseur), de app die waarschuwt als je dichtbij een besmet persoon bent geweest. ‘Toen het aantal besmettingen dit voorjaar terugliep had die een rol kunnen spelen in de preventie van een nieuwe golf. We hebben minister De Jonge er toen niet van kunnen overtuigen om er breeduit over te communiceren. Dat paste niet in de boodschap dat het allemaal de goede kant op ging.’

Natuurlijk staat iedereen te popelen om alle maatregelen los te laten zodra dat lijkt te kunnen, zegt Reint Jan Renes. ‘Dan moet de overheid juist zeggen: wij zijn professioneel, we kijken twee, drie jaar verder en dit virus gaat er nog lange tijd zijn. Niet uitstralen dat alles weer kan, maar dat het belangrijk is dat overheid én burger alert blijven.’

Meer over