Column

Hoe is het nú met die twee versmolten zwarte gaten?

Het heelal rilt soms als een plumpudding. Niet zo erg dat de koffie uit je kopje klotst, maar het rilt. Dat dachten we al en Albert Einstein had het voorspeld, maar nu is het bewezen. Nu vaststaat dat zwaartekrachttrillingen bestaan, kijken we voortaan anders naar het heelal. Zelf ben ik overigens nog niet zo ver, ik kijk nog gewoon hetzelfde, maar voor wie de crux van de ruimterimpels doorgrondt is de werkelijkheid sinds donderdag niet meer hetzelfde.

Bert Wagendorp
null Beeld reuters
Beeld reuters

Het is allemaal behoorlijk verbazingwekkend. Anderhalf miljard jaar geleden versmolten twee enorme zwarte gaten en dat leidde tot gravitatiegolven. Die reisden door de oneindigheid, tot ze op 14 september 2015 hier aankwamen, juist op het moment dat de mens iets had gebouwd waarmee ze konden worden waargenomen. Voor de allereerste keer was de versmelting van twee zwarte gaten niet voor niks.

Niet iedereen beschikt over het onbekommerde enthousiasme van onze Govert Schilling. Sommige mensen, onder wie ikzelf, voelen bij dit soort nieuws ook iets van paniek. De oneindigheid van het heelal, oneindig in ruimte, tijd en vooral ondoorgrondelijkheid, en dan ook nog die rillingen. Daar zitten wij dus middenin, we kunnen geen kant op.

Hoe is het nú eigenlijk met die twee versmolten zwarte gaten? Weet iemand dat misschien?

Het supergenie Albert Einstein voorspelde de rillingen, maar ook dat de mens er nooit in zou slagen die waar te nemen. Die voorspelling is weerlegd en dat zet de grootsheid van de ontdekking in perspectief. Einsteins superieure geest doorzag het heelal, maar niet de oneindige ruimte van het menselijk vernuft.

Hoe kan het dat je een tunnel van vier kilometer bouwt en daarin meet dat de spiegels aan de twee uiteinden gedurende 0,2 seconde een miljoenste van een miljardste millimeter dichter bij elkaar komen door een ruimterilling?

Als we zoiets kunnen, waarom lossen we dan al die andere veel eenvoudiger problemen niet meteen ook even op?

Er is met natuurkundige kennis net zo iets aan de hand als met geld. Er is een Piketty-achtige kloof ontstaan. Aan de ene kant een steeds kleinere groep die steeds meer weet, aan de andere kant een enorme groep onnozele alfa's die alleen maar in verbijstering kan toekijken. Dat gaat allemaal nog veel erger worden. Martijn van Calmthout schreef bijvoorbeeld dat de natuurkundige Erik Verlinde bezig is met een theorie die 'ver voorbij Einsteins relativiteitstheorie gaat'.

Nu we gravitatiegolven kunnen detecteren openen zich talloze nieuwe mogelijkheden. We gaan onze werkelijkheid anders waarnemen. Het staat vast dat de nieuwe kennis ons begrip van het heelal zal vergroten, maar ook dat het aantal op te lossen vragen niet zal verminderen, maar juist zal toenemen. Dat is het vervelende met de natuurkunde: elk antwoord zorgt voor tien nieuwe vragen. Toen we hier nog in Donar en Wodan geloofden was het simpel en duidelijk, sindsdien is het een stuk gecompliceerder geworden.

Er zijn rillingen in de ruimtetijd, volgens NewScientist.nl 'het vierdimensionale grafiekpapier waarop onze werkelijkheid is getekend'. Het is de nieuwe werkelijkheid van het heelal. We kunnen ook naar binnen kijken, naar de materie. Steeds dieper, oneindig diep, tot alle bekende werkelijkheden hun geldigheid verliezen. Wat weten we dan?

Wagendorps Algemene Paradoxtheorie zegt hierover het volgende: Hoe dichter we naderen tot de werkelijkheid, des te verder raken we ervan verwijderd.

Meer over