Reportage

Hoe het tropeninstituut zichzelf redde

Sinds het kabinet Rutte I de subsidie stopzette, probeert het tropeninstituut in Amsterdam op eigen benen te staan. Dat lukt. Van het monumentale gebouw is nu 90 procent verhuurd.

Carlijne Vos
Studenten uit 21 verschillende landen volgen een cursus binnen hun mastersopleiding bij het KIT. Beeld raymond rutting
Studenten uit 21 verschillende landen volgen een cursus binnen hun mastersopleiding bij het KIT.Beeld raymond rutting

Op het prikbord met de afbeelding van een wereldkaart hangen de visitekaartjes van de experts die op hun laptops aan de lange tafels zitten te werken in de monumentale ruimte van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Het is een bonte verzameling ondernemers op het gebied van innovatieve landbouw, gezondheidszorg, duurzame energie of afvalverwerking die zich, gezien de concentratie op het prikbord, vooral richt op Afrika.

De deskundigen zijn de kersverse huurders van Global Grounds. Deze nieuwe bedrijfsverzamelplek is het sluitstuk van de metamorfose die het KIT heeft ondergaan, nadat in 2013 de subsidiekraan werd dichtgedraaid. 'We zijn nu het WTC voor de tropen', zegt directeur Mark Schneiders met zichtbare trots als hij vertelt dat 90 procent van het gebouw al is verhuurd.

Schneiders, die twintig jaar voor onder meer ING in ontwikkelingslanden werkte, werd anderhalf jaar geleden als directeur aangesteld om het KIT vanaf 2016 op eigen benen te laten staan. Drie jaar eerder besloot het gedoogkabinet Rutte I de subsidie van 20 miljoen euro per jaar stop te zetten, waarmee het tropenmuseum en de eeuwenoude bibliotheek verloren dreigden te gaan.

Het museum werd alsnog gered door een fusie met het Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrikamuseum in Berg en Dal, de zeldzame boekencollectie verdween niet in de papierversnipperaar maar werd op de valreep verscheept naar de bibliotheek van Alexandrië en naar de Universiteit Leiden. Het kolossale gebouw uit 1926 zelf, ten slotte, moest commercieel worden uitgebaat.

Ontwikkelingswerk nieuwe stijl

Het nieuwe KIT werd huisbaas van het tropenmuseum, eigende zichzelf de exploitatie van het aangrenzende Tropen Hotel toe en ging voortvarend aan de slag met de rest van het destijds half leegstaande gebouw. De talloze tussenwandjes die er in de loop der decennia in waren getimmerd, werden verwijderd om de hoge ruimtes in oude luister te herstellen en zo aantrekkelijk te maken voor potentiële huurders. De kantine is nu een grand café met terras en ingang naar het aangrenzende Oosterpark.

In het gebouw zetelen nu bekende namen zoals het in mensenrechten gespecialiseerde advocatenkantoor Prakken d'Oliveira, innovatieve bedrijfjes als de Groene Grachten of de Access to Seeds Foundation & Index Initiative. Een plan van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) om zich in het gebouw te vestigen, is 'gelukkig gesneuveld', zegt Schneiders, terwijl hij enthousiast door de marmeren gangen beent. 'Nu kunnen we bedrijven bij elkaar brengen die elkaar kunnen inspireren.'

En dat werkt, vertelt Joost Zuidberg van TCX, het enige bedrijf ter wereld dat zich heeft toegelegd op het afdekken van risico's van valutaschommelingen voor ondernemers in ontwikkelingslanden. 'Het KIT is er heel erg trots op dat zij ons als harde kern hebben binnengehaald. Wij zijn met onze financiële dienstverlening een exponent van ontwikkelingswerk nieuwe stijl', vertelt hij bij het espressoapparaat dat hij met andere bedrijfjes deelt.

Verderop in de gang werken jonge techneuten van Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) aan duurzame oplossingen voor stedelijke problematiek als afvalverwerking of waterhuishouding. 'Ze testen hun systemen nu nog vooral in Amsterdam, maar ik stel me voor dat ze door de dynamiek in dit gebouw al snel in ontwikkelingslanden aan de slag zijn', zegt Schneiders. 'De problematiek groeit daar snel vanwege de snelle urbanisatie.'

Ongeëvenaard kennisinstituut

Het KIT werd in 1910 opgericht als kennisvereniging voor ondernemers, beleidsmakers en anderen die in de koloniën actief waren en geïnteresseerd waren in de cultuur. Tegen de tijd dat het gebouw klaar was in 1926 was die geschiedenis al bijna herschreven. Twee wereldoorlogen later was het afgelopen met de koloniën en in 1950 werd de vereniging herdoopt tot kennisinstituut voor ontwikkelingssamenwerking. In het directiekantoor liggen de oude albums met foto's van de eerste besnorde mannen in wijde spijkerbroeken van SNV die in de 'seventies' als ontwikkelingswerker na een training op het KIT naar Afrika werden gestuurd.

In deze rol is het KIT in decennia uitgegroeid tot een van de belangrijkste kennisinstituten ter wereld. Jaarlijks komen honderden studenten vanuit de hele wereld naar Amsterdam voor een eenjarige mastersopleiding 'public health' en voor andere opleidingen. Ook op het gebied van landbouw, economische ontwikkeling en cultuurstudies is de reputatie van het KIT als onderwijsinstituut ongeëvenaard. 'Niemand die het weet', zegt Schneiders, 'maar wij hebben over de hele wereld duizenden alumni rondlopen.'

Onder de schuine balken op de zolderetage buigt een groep Afrikaanse, Aziatische en Europese studenten zich deze morgen over een enorme matrix die is uitgerold op de vloer. Ze moeten data groeperen en analyseren die ze eerder hebben verzameld. De studenten uit 21 verschillende landen volgen een cursus kwalitatief onderzoek in het kader van hun eenjarige mastersopleiding bij het KIT. 'Onze studenten hebben vaak al jarenlang werkervaring in de gezondheidszorg, maar geen kennis van data-analyse', vertelt hun opleidster Maryse Kok. 'Zij leren veel, maar wij ook omdat zij veel praktische veldervaring meenemen die onze lesprogramma's en kennis weer voedt.'

Meer over