Hoe het Surinaamse bos betoverd raakte

Voor haar boek Medicinale en rituele planten van Suriname speurde de Leidse etnobotanicus Tinde van Andel maandenlang de binnenlanden van Suriname af, op zoek naar de verhalen achter de vegetatie die daar groeit. Ze ontdekte hoe het Surinaamse verleden is vastgelegd in toverplanten en magische kruiden.

MAARTEN KEULEMANS

'De wintidokter die ons die dag meenam het bos in was niet de eerste de beste. Een powerful guy die men alom vreesde en respecteerde, gespecialiseerd in hardcore antigeweldsmagie en andere magische smeerseltjes. En nu zaten we bij hem in een boot, op weg naar een stuk bos waar we eigenlijk niet mochten komen, op zoek naar de planten die hij altijd gebruikte.

'Toen we er aankwamen, stapte hij als eerste uit. Weg was hij, het bos in. Toen ik na een tijdje ging kijken, zag ik hem staan. Hij was tegen een boom aan het praten. De tovenaar stond aan die boom uit te leggen wat we in Suriname kwamen doen. 'Het zijn best goede mensen, ze willen graag planten verzamelen... Nee, ze hakken de bomen niet om, ze maken niks kapot. Soms nemen ze alleen maar een takje. Het liefst met een bloempje eraan. Die stoppen ze in hun zak, om over te schrijven. En dan leg ik ze uit waarvoor het is.' Die tovenaar had het doel van ons onderzoek begrepen. En de winti's wisten het nu ook.

'Ik ben geen echte taxonoom, een bioloog die alleen maar geïnteresseerd is in: welke plantensoort is dit, waarvan stamt hij af? Maar ik vind het wel ontzettend leuk om met mensen door een bos te lopen, en van hen de verhalen te horen over de planten die er staan. Wat voor medicinale en rituele waarde men eraan toekent, hoe ze zo'n plant zelf herkennen. Ik hang daarmee een beetje in tussen de botanie en de antropologie. De magische verhalen van het bos fascineren me. De hele religie zit verstopt in zo'n bos. Want dat is wat hen omgeeft.

Vleermuisgeest

'Kijk, zo'n tropisch regenwoud zit vol belachelijke planten en dieren. Wij maken dat verklaarbaar met de ecologie, zij ontsluiten het met hun religie. En het ene systeem doet heus niet onder voor het andere. Ook in die religie zit veel gedegen ecologische kennis.

'Neem vleermuizen. Ecologen weten dat vleermuizen een belangrijke schakel in het ecosysteem vormen. Ze bestuiven bloemen en eten de vruchten van bepaalde bomen, waarna ze de zaadjes uitstrooien boven het woud. Maar in het binnenland van Suriname spreekt men van de vleermuisgeest, die 's nachts die boom bezoekt. Daar zeggen ze: deze boom mag je niet omhakken, want dan wordt de vleermuisgeest kwaad. En ze hebben gelijk, dat zou het hele ecosysteem schaden.

'Dat die mensen, zonder ooit naar school geweest te zijn, zonder te kunnen lezen of schrijven, op een religieuze manier dat ecologische netwerk verklaren, en dat het dan ook nog klopt - waanzinnig vind ik dat. Fascinerend. Daarom vind ik magische planten wetenschappelijk gezien ook boeiender dan medicinale planten. Het verhaal van een medicinale plant kan heel eendimensionaal zijn: er zit iets in de plant dat werkt tegen bacteriën, dus als je een wond hebt, dan moet je die plant erop smeren. Maar zo'n magische plant... Daar zit altijd een heel complex achter van plant-dierrelaties, van menselijke opvattingen over de natuur. En van het slavernijverleden. Dat is ook zeer sterk aanwezig in Suriname.

'Neem de bos-ananas, een epifiet. Die groeit op takken, hoog in de boom, en binnenin hebben ze een soort holte, waarin soms wel 5 tot 10 liter water zit. Dat is nou een van die heilige planten. Surinamers zeggen: het water dat erin zit is zuiver. Men gebruikt het om te baden, het heeft een magische functie. Je kunt het kopen op de markt, voor een euro of 4. Dan krijg je een colaflesje met wat troebel water erin.

'Maar wat erachter zit, is dat deze plant vroeger een van de geheime waterbronnen was van ontsnapte slaven. Daarmee kon je overleven, als je met soldaten op je hielen door het droge bos moest vluchten. Tegenwoordig is men dat vergeten. Niemand drinkt nog uit een bromelia. Maar het water is heilig en van de goden. De plant vangt kracht uit de lucht, van de luchtgoden, zeggen ze in Suriname.

'In Ghana bezocht ik een fort waar de slaven werden bijeengebracht voordat ze per boot werden verscheept naar Suriname. Daar zag ik, op een herinneringsaltaar, een platgedrukte plant liggen. Het was Momordica charantia, ook in Suriname een belangrijke medicinale plant. Prachtig vind ik dat: dat men in Ghana nu, driehonderd jaar later, die planten nog altijd op dat altaar drukt. Dat betekent dat ze nog weten hoe ze die slaven ooit die magische plant meegaven. 'We weten niet wat er met jullie gaat gebeuren, neem in elk geval deze plant mee, die zal jullie beschermen.' Dus ging zo'n magische plant mee in het slavenschip, als zaadje, verstopt in kleding, zonder dat een botanicus er ooit op lette. Dat zijn mooie wetenschappelijke aha-momenten.

Slavenkennis

'Afrikanen die als slaaf in Suriname werden gedumpt, moesten daar maar zien te overleven. Ze hadden geen gezondheidszorg, kregen nauwelijks te eten, maar moesten wel heel hard werken. In een bos dat ze niet kenden. Zij die dat bos hebben leren kennen, die leerden welke vruchten je kunt eten, welke medicinale planten je moet gebruiken en hoe je aan water komt als je vlucht, zijn degenen die het kunnen navertellen. En hun herinnering is vastgelegd in het wintigeloof. Planten die in die tijd belangrijk waren, spelen nog steeds een rol in Suriname, vaak op heel symbolische wijze.

'Neem Canna indica, de beroemde weglopershagel. Dat is een plant met zaden waarmee, de naam zegt het al, de weggelopen slaven op de Nederlanders schoten. Het is nu in Nederland een sierplant, en in Suriname is het onkruid; maar Rolander, een student van Carolus Linnaeus die in de 18de eeuw op stage was in Suriname, zag in 1755 dat weggelopen slaven er hele velden van aanlegden, om genoeg kogels te hebben. Vandaag de dag worden die dingen nog verkocht, voor gebruik in magische kruidenbaden die je moeten beschermen tegen geweld en tegen je vijanden. De plant heeft een magische symboolfunctie gekregen. Ook in Nederland: ik heb wel eens een zakje te koop gezien op het Kwakoefestival.

GGD-project

'Uit interviews die we hielden in Amsterdam en Den Haag bleek dat ook in ons land iets van 75 procent van de geïnterviewde Surinamers weleens traditionele, medicinale planten gebruikt. Het heeft geen zin om die medicinale planten en kruiden in ons land te verbieden of te reguleren. Migranten gebruiken het toch, en controleurs weten vaak niet hoe ze die planten moeten herkennen. In Den Haag had de GGD een project kruiden en kwalen: toen kwám er toch een lading aan plantennamen die migranten bleken te gebruiken. Tja, daarna kwamen ze bij ons: we hebben hier een lijst Somalische planten en kruiden, kunnen jullie helpen?

'Artsen die veel migranten behandelen weten ook wel dat er een ongrijpbare wereld achter de reguliere zorg zit. Maar men heeft geen idee hoe die wereld eruitziet. Weet zo'n arts veel dat een patiënt de hele dag kruiden gebruikt die zijn zus vanuit Suriname heeft opgestuurd?

'Ik denk dat informatie het beste is. Als arts moet je weten: is dit een giftige plant? Wat zit er in zo'n plant, wat is de werking, versterkt het de medicijnen die ik voorschrijf? Dat is mijn eerste stap: welke plant zit er achter al die Surinaamse namen? O, de pankuku wiri, dat is de Nymphaea ampla. Dan kun je het opzoeken in een farmacologische database. Want hoe goed de reguliere zorg ook is, dit blijft er altijd naast bestaan.'

FRAGMENT UIT MEDICINALE EN RITUELE PLANTEN VAN SURINAME

Gebruik: Deze liaan is vooral bekend om zijn grote bruine zaden, die wel op een koeienoog lijken. Om gezwollen ledematen door filariawormen te behandelen, maalt men de zaden tot poeder, mengt ze met slaolie en smeert men ze op de pijnlijke plekken, vooral in de liezen. (...)

Surinaamse kinderen spelen met de zaden het spelletje 'fayaston'. De deelnemers zitten in een kring en wrijven een zaad krachtig over de grond, waardoor het heet wordt. Men pakt het hete zaad op en legt het snel voor zijn buurman neer. Wanneer iemand een zaad krijgt terwijl het vorige er nog ligt, krijgt hij een klap op zijn vingers. (...) Het doorgeefspelletje heeft een zeer wrede oorsprong. Opzichters van suikerplantages straften hun slaven door ze een gloeiende steen in hun hand te leggen, die ze zo lang mogelijk moesten vasthouden. (...) Het geloof dat je iemand ongeluk toebrengt als je hem brandt met een warm gewreven Mucuna-zaad heeft ook zijn oorsprong in die wrede strafmethode.

Commercieel gebruik: Mucuna-zaden worden op diverse markten en wintiwinekls in Paramaribo in glazen potten te koop aangeboden. (...) Ook Surinaamse winkels in Nederland verkopen ze. Extracten worden op internet onder de naam 'velvet bean' verkocht als afrodisiacum, diureticum, kalmerend middel en medicijn tegen diabetes.

Tinde van Andel

1967 Geboren in Sorengo, Zwitserland. Dochter van fysicus en uitvinder Noor van Andel

1995-2000 Promotieonderzoek etnobotanie in Guyana, Universiteit Utrecht

2001-2004 Veldwerk Kameroen, diverse functies, onder meer als fundraiser

2005-2008 Postdoc Universiteit Utrecht: medicinale planten van Suriname

2009 Werkzaam voor NCB Naturalis, Nationaal Herbarium

2010-2015 NWO-vidibeurs: 'Plantgebruik uit moeder Afrika'

2011 Medicinale en rituele planten van Suriname, met Sofie Ruysschaert

undefined

Meer over