Reportage

Hoe gereformeerd Opheusden (coronaproof) de Here in ere houdt

Ook in het gereformeerde Betuwse dorp Opheusden zijn de kerkgangers trouw en talrijk. Maar de kerken volproppen? Nee, de kerken zijn gewoon groot. Zelfs met anderhalve meter afstand kan er nog ruim 600 man in. ‘Ik voel me veiliger in de kerk dan in de supermarkt.’

null Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Met een zweem van trots laat diaken Klaas Ruitenberg de enorme kerkzaal van de Gereformeerde Gemeente in Nederland (GGiN) in Opheusden zien: 2.850 zitplaatsen. In normale tijden zit de zaal, die oogt als een immens halfrond theater met galerijen, ’s zondags bijna helemaal vol. Nu wonen elke zondag ‘rond 500’ mensen de diensten bij, al maandenlang.

De GGiN-kerk in Opheusden, een dorp van boom- en fruitkwekers in de Betuwe, is gemeten in zitplaatsen de grootste kerk van Nederland. ‘Maar in volume is onze kerk nog iets groter’, zegt ouderling Teunis Bunt van de Gereformeerde Gemeente (GG) in Opheusden, op enkele honderden meters van de GGiN-kolos. ‘Wij hebben 2.000 zitplaatsen, waarvan we er nu 425 gebruiken.’

Klaas Ruitenberg, diaken van de Gereformeerde Gemeente in Nederland (GGiN) in Opheusden. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Klaas Ruitenberg, diaken van de Gereformeerde Gemeente in Nederland (GGiN) in Opheusden.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De massale kerkgang in sommige orthodox-protestantse kringen, ondanks de coronacrisis, leidt tot heftige discussies in de samenleving. Bij de Mieraskerk in Krimpen aan de IJssel en de Sionkerk in Urk kwam het tot schermutselingen tussen kerkgangers en journalisten. Demissionair premier Mark Rutte noemde het gedrag van de kerken ‘heel egoïstisch en volstrekt onverantwoord’. Daardoor komt de toch al moeizame relatie tussen seculier Nederland en het reformatorische smaldeel opnieuw onder hoogspanning te staan.

Reformatorisch bolwerk

In Opheusden, niet ver van Dodewaard (bekend van de inmiddels gesloten kerncentrale), is het tot dusver rustig gebleven. Het Gelderse dorp aan de Rijn – met ruim 6.000 inwoners – is zwaar christelijk. Bij de verkiezingen vorige maand stemde 43 procent SGP – nummer 2 VVD bleef steken op een schamele 12 procent. Naast de GG- en GGiN-kerk staan er nog twee kerken in het kleine dorp: de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente (HHG) en de Molukse kerk.

‘Opheusden geldt natuurlijk als een reformatorisch bolwerk’, zegt diaken Ruitenberg, die bestuurder is in de gehandicaptenzorg en namens de SGP ook in Provinciale Staten van Gelderland zit. ‘Maar we moeten ons niet afsluiten van de boze buitenwereld, we moeten met elkaar in gesprek blijven en ons in elkaar verdiepen. Anders wordt de kloof tussen beide werelden alleen maar groter.’

Net als Bunt wil Ruitenberg dus graag uitleggen hoe de ‘mannenbroeders’ de kritiek van de samenleving ervaren. Hij betreurt de gebeurtenissen in Urk en Krimpen, ook de agressie van sommige kerkgangers. En hij begrijpt ook wel de kritiek van de buitenwereld.

‘Ik snap best dat als je in de seculiere wereld leeft, denkt: ik mag niet naar het voetbal, maar zij wel naar de kerk’, aldus Ruitenberg. ‘Maar ik kan ook niet naar de plaatselijke visclub of de postduivenvereniging. Wij doen niet anders dan andere mensen. Het enige specifieke is dat we naar de kerk gaan. Dat is niet zomaar een hobby, de kerk is iets dat je leven doordrenkt. Het belangrijkste element van een christelijke gemeente is het samenzijn, het elkander liefhebben, de eredienst te vieren, ter ere van de Here. Op een voetbaltribune zitten is echt iets anders.’

Ouderling Teunis Bunt van de Gereformeerde Gemeente (GG)  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Ouderling Teunis Bunt van de Gereformeerde Gemeente (GG)Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Primaire levensbehoefte

In de kerk van de Gereformeerde Gemeente verderop zegt ouderling Bunt, die een organisatie-adviesbureau leidt: ‘We mogen ook naar de Albert Heijn voor onze primaire levensbehoeften, wij zien onze geloofsbeleving als primaire levensbehoefte. Als God je vader is, is de kerk je moeder. We overtreden geen wet. Er is nu eenmaal een scheiding van kerk en staat, dat is een politieke keuze. Zelfs als we de kerk elke zondag helemaal volstouwen, kan de overheid ons nog niets doen. Maar dat doen we niet, we doen het veilig en houden ons verder aan de regels, zoals afstand houden.’

Want dat zij hun kerken zomaar volproppen, is absoluut niet aan de orde, verzekeren de twee. Ze gaan ’s zondags weliswaar ruim over de 30 kerkgangers heen die de regering aan de kerken heeft geadviseerd. ‘Maar je moet ook kijken hoe groot de kerk is’, zegt diaken Ruitenberg, gestoken in zwart pak en grijze das. ‘In deze zaal kunnen we met 500 mensen ruimschoots voldoen aan de RIVM-regels. Grote gezinnen bij elkaar, op voldoende afstand van andere gezinnen, steeds met een lege bank ertussen. Ik voel me veiliger in de kerk dan in de supermarkt.’

‘We hebben onderzocht dat met anderhalve meter afstand er wel 650 kerkgangers in kunnen’, beweert ouderling Bunt in zijn kerk. ‘Maar dat risico nemen we niet. Mensen kunnen zich aanmelden, op alfabetische volgorde, bijvoorbeeld voor de komende dienst de groep A tot G wat betreft achternaam. Wij gaan tot 425.’

Bont gezelschap aan stromingen

De Gereformeerde Gemeenten in Nederland vormen een bevindelijk kerkgenootschap dat zich in 1953 afsplitste van de Gereformeerde Gemeenten na een dispuut over de ‘alwetendheid’ en ‘voorzienigheid’ van God. De GGiN telt 48 kerken met 24 duizend leden. De GG, ontstaan in 1907 door een samengaan van de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis en de Ledeboeriaanse gemeenten, hebben ruim 100 duizend doopleden.

Beide kerken maken deel uit van een bont gezelschap aan orthodox-protestantse stromingen in Nederland, naast de grote PKN (Protestantse Kerk in Nederland). Want de versnippering binnen het protestantisme, veelal na hoog oplopende disputen over bijbelteksten, is duizelingwekkend. Heeft de slang nu wel of niet gesproken tegen Eva in het paradijs? Of hoorde Biliam de ezel wel of niet praten? Zelfs in 1944, tijdens de oorlog, was er een afsplitsing vanwege een dispuut over de doop: is een gedoopt kind nu wel of niet wedergeboren?

Nederland telt enkele honderdduizenden orthodox-protestantse gelovigen, vooral woonachtig in de zogenaamde ‘Biblebelt’ die zich uitstrekt van Zeeland via Midden-Nederland tot in Overijssel. ‘Ze zitten vaak in geïsoleerde plaatsen, zoals Urk en Staphorst, voelen zich niet altijd gebonden aan landelijke afspraken en hebben vooral contact binnen de eigen kerkelijke omgeving’, zeg Hans Schaeffer, hoogleraar praktische theologie aan de Theologische Universiteit Kampen en oud-predikant bij de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. ‘Ze hebben ook vaak een stukje wantrouwen jegens de overheid – ze stellen God boven de overheid. Ze zijn wel gezagsgetrouw en gehoorzaam, maar gaan niet met alle maatregelen mee.’

Ze stemmen SGP, lezen het Reformatorisch Dagblad en kopen hun kleding in winkels van geloofsgenoten. De zondagsrust is heilig, indachtig één van de tien geboden: ‘Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.’ Alleen de kerkgang is dan toegestaan, de ambtsdragers in zwart pak, de vrouwen in rok en met hoedje op, sommigen met een schare kinderen achter zich aan.

Opheusden: Kerkgebouw Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN). Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Opheusden: Kerkgebouw Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN).Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het rijke reformatorische leven

Voor ongelovigen of anders-gelovigen is dat ‘rijke reformatorische leven’ een buitenissig fenomeen waarmee ze bijna nooit in aanraking komen. Het zijn twee werelden die langs elkaar heen lijken te leven. Maar eens in de zoveel tijd botst het. Dat gebeurde enkele jaren geleden met de discussies over wel of niet verplichte vaccinatie voor kinderen in de dagopvang – veel orthodoxe christenen laten hun kinderen niet inenten omdat ze vertrouwen op God. En nu dus over de massaal bezochte kerkdiensten in diverse dorpen van de Biblebelt.

‘De samenleving is de afgelopen vijftig, zestig jaar in rap tempo veranderd, maar deze reformatorische groepen zijn al die tijd hetzelfde gebleven’, aldus hoogleraar Schaeffer. ‘Het is niet zo dat zij ineens zulke rare ideeën hebben. Zo denken en leven ze al decennialang. Het is niet alleen het geloof, het is een way of life. Maar ze ervaren wel dat de samenleving hen steeds minder begrijpt, waardoor ze de neiging hebben zich steeds meer in hun eigen bubbel op te sluiten.’

Ook ouderling Bunt ervaart dat de kloof steeds groter wordt. ‘Er is zeker minder begrip, minder tolerantie’, zegt hij in de consistoriekamer van de kerk. ‘En onbekend maakt onbemind. Ik lees op sociale media reacties als: laat ze elkaar lekker besmetten, dan zijn ze eerder bij de Here boven. Maar wij zijn elkaar helemaal niet aan het besmetten.’

Scheldpartijen

Hij kan zich soms ook wel ergeren aan de regelrechte scheldpartijen op sociale media. ‘Er worden soms dingen over ons gezegd, dat wil je niet weten’, aldus Bunt. ‘Dan hebben ze het weer over ‘die christenhonden’ en zo. Als ze zoiets over mensen met een andere geaardheid of huidskleur zouden zeggen, waren ze al lang opgepakt wegens discriminatie.’

CDA-burgemeester Jan Kottelenberg van Neder-Betuwe heeft deze week alle veertien kerken in zijn gemeente (waartoe ook Opheusden behoort) nog eens op het hart gedrukt zich aan de coronaregels te houden. ‘Wees terughoudend met het houden van fysieke kerkdiensten. Beperk het aantal bezoekers, vermijd samenzang’, schrijft hij in de aanloop naar Pasen. ‘Mijn zorgen zijn groot, niet in de laatste plaats ook omdat kerkgang met velen niet uit te leggen is aan diegenen die zich alle moeite getroosten om thuis te blijven, thuis te werken en elke dag zo min mogelijk contacten te hebben.’

Die oproep zeggen ouderling Bunt en diaken Ruitenberg zich ter harte te nemen. ‘We beperken het aantal kerkgangers al sinds de eerste lockdown, maar de geestelijke nood is hoog', aldus Bunt. In het Paasweekend worden vier erediensten gevierd, te beginnen met Goede Vrijdag.

‘De kerkenraad zit op de plekken waar die Bijbels liggen, ver uit elkaar’, wijst Ruitenberg naar de bankjes vlak voor de kansel in de grootste kerk van Nederland. De koster voegt eraan toe: ‘De mensen worden per rij de kerk in- en uitgeleid. Er wordt niet gepraat, geschreeuwd of gejoeld zoals op een tribune. Er wordt wel gedempt gezongen.’

Kerk Gereformeerde Gemeente Opheusden. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Kerk Gereformeerde Gemeente Opheusden.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een stam met vele vertakkingen

Het protestantisme is een van de drie hoofdstromingen in het christendom (naast het rooms-katholicisme en de oosters-orthodoxe kerken). Het was, beginnend bij de 95 stellingen van Maarten Luther in 1517, een reactie op de geloofsprakrijk van de rooms-katholieke kerk. Het protestantisme in Nederland kwam meer onder invloed te staan van de kerkhervormer Johannes Calvijn dan van Maarten Luther.

In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was de Nederduits Gereformeerde Kerk feitelijk de staatskerk. Daarvan scheidden de meer vrijzinnige Remonstranten zich in 1619 af. Na de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden, in 1815, werd de Nederlands Hervormde Kerk gesticht, een brede volkskerk die theologische scherpslijperij vermeed. Orthodoxe calvinisten hadden juist om die reden bezwaar tegen die kerk. In 1834 scheidde een aantal van hen zich van de ‘liberale’ staatskerk af. Zo ontstond de gereformeerde tak van het protestantisme, waar zich vervolgens – vaak na een verbitterde richtingenstrijd – weer talrijke kerkgenootschappen van afscheidden. Van deze afscheidingen waren de Doleantie van Abraham Kuyper (in 1886) en de Vrijmaking (1944) de bekendste.

In 2004 gingen de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk op in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Een groot aantal (orthodoxe) kerkgenootschappen heeft niet aan deze kerkenfusie willen deelnemen.

Meer over