Analyse

Hoe gaan we de vergrijzing in 2050 betalen?

Nederland wacht de komende decennia een flinke uitdaging om de ingrijpende, demografische veranderingen in goede banen te leiden. Het demografisch instituut Nidi onderzocht de gevolgen voor het onderwijs, de zorg, de arbeids- en de woningmarkt. Drie conclusies belicht.

Dat een groter deel van de beroepsbevolking in de zorg moet gaan werken, is volgens het Nidi onvermijdelijk. Beeld ANP
Dat een groter deel van de beroepsbevolking in de zorg moet gaan werken, is volgens het Nidi onvermijdelijk.Beeld ANP

In 2050 zal de bevolkingssamenstelling in Nederland ingrijpend anders zijn dan nu. De totale bevolking groeit aanzienlijk, het aandeel van mensen met een niet-Nederlandse achtergrond neemt toe en de vergrijzing zet door. De titel van het rapport Drukker, diverser en dubbelgrijs dat het demografisch instituut Nidi vorige zomer hierover opstelde, gaf ontegenzeggelijk aan waar het naartoe gaat.

Om de consequenties van deze veranderingen te onderzoeken, nam het Nidi het onderwijs, de zorg, de arbeids- en de woningmarkt onder de loep. De conclusies presenteerde het dinsdag. Drie bevindingen over het Nederland van 2050 belicht.

1 | Het aantal hoogopgeleiden neemt toe, het aantal laagopgeleiden af

Op dit moment is volgens het Nidi 35 procent van de bevolking tussen de 25 en 65 jaar hoogopgeleid. De komende drie decennia zal dit toenemen tot ongeveer 44 procent. Tegelijkertijd daalt het percentage laagopgeleiden van 23 naar 16 procent.

Aan deze tendens ligt een onvermijdelijk fenomeen ten grondslag: het verstrijken van de tijd. Jongere generaties zijn op dit moment hoger opgeleid dan oudere. Omdat de jongeren van nu de ouderen van 2050 zijn, stijgt als vanzelf het opleidingsniveau van de bevolking. Vooral onder vrouwen stijgt het aantal hoogopgeleiden flink.

Hier ziet Jan Latten, bijzonder hoogleraar Sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam, een kloof in de samenleving ontstaan. Eigenlijk ontstaat die op de huwelijksmarkt. ‘Een bovenlaag van hoogopgeleide ‘powerkoppels’ heeft zo’n beetje alles mee. Niet alleen de opleiding, maar ook banen met vrijheid. Ze wonen behoorlijk gesegregeerd in koophuizen in mooie buurten.’

De onderkant staat er in Lattens optiek steeds slechter voor. ‘Twee laagopgeleiden vormen samen een weinig verdienend koppel, dat op de woningmarkt alleen in de sociale huur terecht kan. De anderen zonderen zich, bewust of onbewust, af.’

2 | De beroepsbevolking blijft verhoudingsgewijs enkel op peil als ouderen, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond meer gaan werken

Van het stereotype van de man als kostwinner moet Nederland de komende dertig jaar definitief afscheid nemen. Zonder hulp van ouderen, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond dreigt de beroepsbevolking – het aantal mensen dat op de arbeidsmarkt actief is – met ruim een miljoen af te nemen.

Ook als er veel migranten naar Nederland komen, neemt de beroepsbevolking ten opzichte van de totale bevolking af, becijferde het Nidi. De kinderen van migranten behoren bijvoorbeeld niet tot de beroepsbevolking. Daarom moet vooral de ‘arbeidsdeelname’ omhoog: een groter deel van de migranten moet actief worden op de arbeidsmarkt.

Hetzelfde geldt voor ouderen en vrouwen. De koppeling van de AOW-gerechtigde leeftijd aan de stijging van de levensverwachting is wat dat betreft nuttig: zij zal naar verwachting tot meer werkende ouderen leiden. Als vrouwen net zoveel gaan werken als mannen, doet dat de beroepsbevolking eveneens goed. Betaalbare kinderopvang is daarbij eerder een vereiste dan een luxe.

Van hoogopgeleiden verwacht Latten wel dat ze vaker en langer zullen blijven werken. ‘Vanwege het enthousiasme voor hun baan: hun identiteit is vaak hun beroep.’ Aan de onderkant zullen mensen juist uit geldgebrek blijven werken. ‘Bijverdienen zal voor sommigen nodig zijn. Kleine pensioentjes staan onder druk. Als ze kunnen blijven werken, doen ze dat waarschijnlijk ook – zij het noodgedwongen.’

3 | Een groter deel van de werkenden zal in de zorg moeten gaan werken

Door de vergrijzing, met name de sterke toename van het aantal 80-plussers, zal de zorgvraag de komende dertig jaar groter en groter worden. Gezondheidszorg wordt meer en meer ouderenzorg. Bovendien verwacht het Nidi dat meer mensen met een migratieachtergrond gebruik zullen maken van de zorg.

Dat een groter deel van de beroepsbevolking daarom in de zorg moet gaan werken, is volgens het Nidi daarom onvermijdelijk. In 2019 werkte 11 procent in de gezondheidszorg en verpleeghuizen. In 2050 moet dit zijn toegenomen tot 18 procent, tenzij de arbeidsdeelname onder ouderen en vrouwen toeneemt.

In dat laatste liggen volgens Latten inderdaad kansen. ‘Veel mensen in de zorg werken parttime. Misschien hoeven er niet meer mensen in de zorg te gaan werken, maar kunnen parttimers meer uren aangeboden krijgen.’

Deze zorgvraag kan ons ook dwingen tot nieuwe denkrichtingen, zegt Latten. ‘Uit dit soort analyses wordt altijd duidelijk hoezeer alles met elkaar samenhangt. We moeten ook zoeken naar andere oplossingen. Meer collectief wonen bijvoorbeeld. Zorg is ook een beetje aandacht geven aan elkaar. En het kost niks.’

Meer over