Hoe erg zou cohabitation zijn?

MET HET beleefdheidsbezoek van bondskanselier Kohl, dinsdag aan het Elysée, is de Franse verkiezingscampagne in een stroomversnelling geraakt. Officieel houdt zowel Kohl als president Chirac zich buiten het strijdperk....

Maar de beelden van twee bevriende staatslieden die elkaar zo hartelijk bejegenen, deden hun werk. Voor wie het nog niet begrepen had, spraken de bondskanselier en de president enkele woorden. Kohl 'zag niet in waarom men het hier weer over de euro heeft', waar hij formeel gelijk in heeft omdat de Fransen zich in 1992 per referendum vóór EMU en euro hebben uitgesproken.

De steek onder water was voor de socialistische leider Lionel Jospin, die in verband met zijn eigen campagne nieuwe voorwaarden voor de Franse deelname aan de euro op tafel had gelegd. Italië en Spanje moeten meteen mogen meedoen, er moet een politiek tegenwicht komen tegenover de Europese Centrale Bank, en de euro moet niet te duur worden ten opzichte van de dollar.

Allemaal gepasseerde stations, als het aan Kohl ligt. Niet dat hij een stemadvies wilde geven, dat liet hij 'aan de wijsheid van de Fransen over'.

Zo niet president Chirac. Die nam de gelegenheid te baat om Frankrijk te waarschuwen voor een cohabitation tussen hemzelf en een eventuele linkse regering, die er per 1 juni zal komen na een verkiezingsoverwinning van de socialisten. 'Laten we nooit vergeten dat Frankrijk zijn belangen alleen kan verdedigen wanneer het met één stem spreekt, een krachtige stem.' En daarmee lag het discussiepunt 'cohabitation' op tafel.

Hoe erg zou het zijn, een rechtse president die het moet rooien met de socialisten? Zou het de bestuurskracht van Frankrijk verlammen? Lopen de ideeën over Europa zover uiteen? Hoe erg was het in het verleden met de vijandige samenwoning tussen Mitterrand en rechts?

De gedachten lopen uiteen. Volgens premier Juppé 'wordt het dan met Europa een knoeiboel'. En loopt Frankrijk 'recht tegen de muur'. De socialisten zien daarentegen weinig bezwaren. Het ging onder Mitterrand toch mooi, luidt de samenvatting van de gedachten die de laatste dagen worden ontvouwd door Jospin, die er zichtbaar zin in begint te krijgen. 'De cohabitation zal zich op normale wijze ontrollen.'

Daar weet Chirac alles van. Hij woonde zelf tussen 1986 en 1988 met wijlen de president samen. Dat wilde nog wel eens tot lachwekkende situaties leiden, wanneer de heren hun territoriumstrijd in het openbaar uitvochten. Zo gingen ze allebei in 1986 naar de bijeenkomst van de G7 in Tokyo, de ene als staatshoofd, de ander als regeringsleider. Ofschoon hun standpunten niet verschilden, leidde het protocol tot conflicten. Wie zou de afsluitende persconferentie geven? Mitterrand, uiteraard. Chirac ging ernaast zitten en demonstreerde zijn desinteresse door een sigaret op te steken.

Verder ontwikkelde de cohabitation zich vooral tijdens de regering-Balladur (1993-'95) betrekkelijk vreedzaam. De buitenlandse politiek en de defensie, van oudsher voorbehouden aan het Elysée, werden gaandeweg meer gedeeld met de regering.

De standpunten over Europa liepen weinig uiteen; zowel het Quay d'Orsay (Buitenlandse Zaken), Matignon (zetel van de premier) als het Elysée (president) waren warme voorstanders. En zowel bij de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1988 als bij het referendum over de EMU in 1992 stonden de socialisten en de RPR aan dezelfde kant. Vóór Europa.

Eigenlijk is Frankrijk altijd een warm pleitbezorger van Europa geweest, alle nationalistische retoriek ten spijt. Dat geldt voor Chirac, ongeacht de bokkensprongen die hij zich veroorloofde tijdens en kort na zijn campagne voor de presidentsverkiezingen van 1995.

Het geldt ook voor Jospin, over wie een kenner zei 'dat hij heel goed weet dat hij op zo'n manier niet met onze partners kan omspringen, door weer te beginnen over datgene wat al uitonderhandeld en ondertekend is'. Maar een verkiezingscampagne stelt nu eenmaal zijn eigen wetten.

De binnenlandse politiek zal onder een samenwoning vermoedelijk meer spanningen opleveren. Niet omdat de regerende socialisten hun banenplannen gaan uitvoeren of de werkweek terugbrengen tot 35 uur; die ideeën ontmoeten weinig geloof. Wel omdat ze de liberalisering van de arbeidsmarkt (weer eens bepleit in het nieuwe OESO-rapport) vermoedelijk zullen vertragen.

Air France, dat volgens het verkiezingsprogramma van de Socialistische Partij niet zal worden geprivatiseerd, lijdt deze week weer eens onder een staking. De piloten willen niet dat jongere collega's worden aangenomen voor een lager loon. Air France, dat tegenwoordig een benauwd winstje maakt, heeft al vier jaar geen nieuwe vliegeniers in dienst kunnen nemen. Die zitten dus thuis, met ww of minder.

Air France-directeur Christian Blanc, een uitgesproken socialist, heeft geopenbaard dat hij deze keer rechts gaat stemmen. Volgens hem is de overheid een incompetente aandeelhouder met een 'volstrekt catastrofale' luchtvaartpolitiek. En dat commentaar kreeg weliswaar minder zendtijd dan Chirac en Kohl, maar is voor de socialisten veel vernietigender.

Martin Sommer

Meer over