Interviews

Hoe drie vrijetijdssectoren maandenlang lobbyden voor versoepelingen

De versoepelingen kwamen niet zomaar tot stand. Achter de schermen lobbyden sectoren zich suf, al was het voor een vermelding in de persconferentie. De Volkskrant keek vier maanden mee over de schouders van voormannen in de sport-, cultuur- en reiswereld.

Frank Oostdam, voorzitter van de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR). Beeld Ivo van der Bent
Frank Oostdam, voorzitter van de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR).Beeld Ivo van der Bent

1. De mail aan premier Mark Rutte

Frank Oostdam heeft geen oog dichtgedaan. De voorzitter van de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR) probeert al een jaar lang iedereen tevreden te houden – de vakantiegangers, de reisondernemingen en het kabinet – maar zelf raakt hij steeds meer in de knel. Hij heeft er halverwege maart 2021 buikpijn van.

De 60-jarige Oostdam – een energieke, vlot sprekende man met een vriendelijk gezicht – solliciteerde in 2007 op de ‘prachtbaan’ in de reisbranche. Zijn verwachtingen werden overtroffen, zo leuk was het. Tot corona kwam.

‘Zou u zich niet willen ophangen?’, mailde een man hem deze week.

De consumenten die na de uitbraak van corona in maart 2020 een reisvoucher kregen, vrezen een jaar later hun geld kwijt te raken. Het door het kabinet aangekondigde fonds, waarmee reisondernemingen klanten kunnen compenseren die na twaalf maanden nog steeds niet op reis zijn geweest, laat maar op zich wachten. En dat terwijl Oostdam eerder op tv heeft bezworen dat alles goed komt. Nota bene op verzoek van politici. Om paniek te voorkomen.

Hij heeft zijn Facebook-account verwijderd en kijkt niet meer op Twitter, omdat het ‘grimmig’ is geworden. ‘Laatst dacht ik: ik moet vanavond de deur goed dichtdoen. Straks staat hier ineens iemand’, zegt hij in een videogesprek vanuit zijn woonboerderij in Bathmen.

Toen hij op tv zijn beloften deed, was hij er nog blind van uitgegaan dat het kabinet zijn toezeggingen zou waarmaken. Inmiddels heeft hij daar spijt van. ‘Ik heb het gevoel dat de boel in de fik staat, terwijl ik ernaar zit te kijken. Het kabinet moet in actie komen, maar mijn geloofwaardigheid staat op het spel.’

Ten einde raad heeft hij minister-president Mark Rutte gevraagd op zijn komende persconferentie iets positiefs te zeggen over de reissector. Hij kreeg netjes een mailtje terug: ‘Beste Frank, heldere uiteenzetting. Dank voor het inzicht. We nemen het mee in de overwegingen.’

Oostdam: ‘Daar moet je het dan mee doen.’

Jan Zoet, directeur van het Zuiderstrandtheater in Den Haag. Beeld Ivo van der Bent
Jan Zoet, directeur van het Zuiderstrandtheater in Den Haag.Beeld Ivo van der Bent

2. De drie hoofdrolspelers van de vrijetijdslobby

Vier maanden lang volgde de Volkskrant drie hoofdrolspelers tijdens hun strijd voor het heropenen van de samenleving: Frank Oostdam namens de reisbranche, NOCNSF-directeur Gerard Dielessen als voorman van de sport en theaterdirecteur Jan Zoet uit naam van de cultuur. Ze vertegenwoordigen 437 reisondernemingen met vaak meerdere vestigingen, 5,2 miljoen georganiseerde sporters en 400 organisaties uit de culturele en creatieve sector.

Nadat ze in 2020 al alle zeilen hadden moeten bijzetten om hun sector overeind te houden en perspectief aan hun onzekere achterban te bieden, bracht de derde coronagolf hen terug bij af. Versoepelingen leken dit voorjaar verder weg dan ooit.

Wie het over lobbyen heeft, denkt al snel aan de tabaksindustrie en de luchtvaartbranche, die honderdduizenden euro’s uitgeven aan professionele lobbykantoren, met hun nauwe contacten diep in de Haagse politiek. Zij proberen ambtenaren te bespelen om hun opdrachtgevers zo goed mogelijk te dienen. Het algemeen belang is daar vaak aan ondergeschikt.

Oostdam, Dielessen en Zoet werden door corona meer lobbyist dan hun lief was. Toch wilden ze dat werk niet uitbesteden aan de Haagse lobbykantoren. Ze vonden dat ze hun eigen verantwoordelijkheid niet konden ontlopen.

Hun sectoren hebben één ding gemeen: ze vertegenwoordigen de vrijetijdsbesteding. Het is meteen ook hun manco. Velen houden van sport en cultuur, maar een eerste levensbehoefte ziet het kabinet er niet in. De reiswereld zit vanwege de verspreiding van het virus al helemaal in het verdomhoekje.

In meer dan dertig gesprekken, vanwege corona vrijwel altijd via een videoverbinding, vertelden de drie voormannen over hun frustraties, zorgen en worstelingen. Hun stemming werd daarbij grotendeels bepaald door wat premier Rutte en minister De Jonge van Volksgezondheid bij hun persconferentie zouden zeggen. Vaak hielden ze hun adem in over wat er nu weer komen ging – en hoe hun achterban daar weer op zou reageren.

Want het mag dan vrijetijdsbesteding zijn, het water stond de sportverenigingen, reisondernemingen, theaters en orkesten aan de lippen. Als de lobbyisten geen concrete resultaten boekten in Den Haag, volgde de kritiek vrijwel meteen. Soms dreigden ze verscheurd te raken tussen achterban en kabinet. Dan weer vroegen ze zich af of zij wel degenen waren die lobbyden, of dat ze juist door het kabinet werden ‘belobbyd’.

Het was aan hen om alle ‘kikkers in de kruiwagen’ te houden. Maar hoe brutaal durf je te zijn als de intensive cares volstromen en de artsen waarschuwen voor code zwart? En hoe vertegenwoordig je een steeds ongeduldigere achterban zonder daarbij je eigen principes te schenden?

Gerard Dielessen , directeur sportkoepel NOCNSF. Beeld Ivo van der Bent
Gerard Dielessen , directeur sportkoepel NOCNSF.Beeld Ivo van der Bent

3. De brandbrief als lobbymiddel

Het voordeel dat NOCNSF-directeur Gerard Dielessen (66) heeft ten opzichte van Frank Oostdam (reizen) en Jan Zoet (cultuur), is dat hij altijd kan wijzen op de positieve gezondheidseffecten van sport. Door de sport aan banden te leggen, zegt hij steeds, kan het middel weleens erger zijn dan de kwaal. De sport wil hij daarom positioneren als ‘onderdeel van de oplossing’, in plaats van als het probleem.

Bij de sportkoepel zien ze hoe maand na maand steeds meer mensen afhaken bij hun clubs door de strenge coronamaatregelen, en dan vooral kinderen. ‘Zo komen we in een situatie waarbij we als samenleving steeds ongezonder worden’, waarschuwt Dielessen. Toch komt die boodschap onvoldoende aan bij de ministers en ambtenaren met wie hij doorlopend in gesprek is. ‘Als je elkaar elke dag spreekt, gaat dat tot inflatie leiden’, zegt hij.

Daarom grijpt hij op 15 maart naar een erkend middel in lobbykringen: de brandbrief. Samen met dertig sportbonden stuurt hij de ‘brief op hoge poten’ naar Den Haag én geeft hij er ruchtbaarheid aan in de media. ‘Dat zijn de instrumenten die je dan nog ter beschikking hebt’, zegt Dielessen. ‘Met zo’n brief kun je de urgentie onderstrepen en hoop je dat je de zaak versnelt.’ Het is bovendien een goede manier om de sportbonden wat meer te betrekken bij de lobby en aan de buitenwereld ‘te laten zien wat je doet’.

Voor de buitenwereld lijkt het door de brief alsof er scheurtjes ontstaan in de relatie tussen de sportkoepel en het ministerie van VWS. Maar op de achtergrond heeft Dielessen al wat voorwerk verricht bij minister Tamara van Ark om een zachte landing te verzorgen. ‘Ik heb haar gebeld, zodat ze niet verrast zou zijn door de brief. Ik heb om haar begrip gevraagd. Dat had ze, zoals ik ook begrip heb voor de moeilijke keuzen die zij soms moet maken.’

Het probleem zit vooral bij de binnensporten. Kan er bijvoorbeeld geen onderscheid tussen sporten worden gemaakt, of meer ruimte komen voor kinderen? ‘Telkens als ik zoiets voorstelde’, zegt hij, ‘kreeg ik gek genoeg te horen dat het niet kon, omdat dan ook de buitenschoolse opvang (bso) weer open zou moeten. Daarmee zouden er te veel verplaatsingen komen.’

Hoewel de brandbrief het onderwerp terug op de agenda brengt, verandert er niet meteen iets. Sterker nog: ineens krijgt Dielessen signalen dat de bso’s wél zullen opengaan, maar de binnensporten niet. ‘Daar word ik wel schijtziek van, hoor. Verdomme, denk ik dan.’

Een lege zaal van theater Bellevue in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent
Een lege zaal van theater Bellevue in Amsterdam.Beeld Ivo van der Bent

4. Het nut van persoonlijke contacten

Al twee keer sinds de uitbraak van corona heeft Gerard Dielessen flink gebaald. Hij weet hoe belangrijk persoonlijke contacten met bewindspersonen kunnen zijn. Dus nadat minister Bruno Bruins op 19 maart 2020 wegens oververmoeidheid was gestopt en in juli ook zijn opvolger Martin van Rijn vertrok, hoopte hij dat Tamara van Ark ten minste tot de verkiezingen zou blijven zitten.

Hij koestert hun ‘goede relatie’, en dat zit in kleine dingen. Nadat Dielessen op Wereldkankerdag een blog had geschreven over zijn 33-jarige zoon Mattis, bij wie kort daarvoor acute leukemie was vastgesteld, was Van Ark een van de eersten die reageerden: ‘Ik wens je zoon en jullie hele gezin heel veel sterkte en kracht toe.’ Toen de VVD een paar weken later de verkiezingen won, feliciteerde hij Van Ark met de uitslag.

Van Ark is degene die het bij de wekelijkse ministerraad in de Trêveszaal voor de sportsector moet opnemen. Het contact tussen Dielessen en haar is volgens hem ‘uitstekend’.

Op 25 maart verandert de situatie ineens compleet. Van Ark is gevraagd om als verkenner een brand te blussen, na de blunder van Kajsa Ollongren met de zichtbare notulen van de ministerraad.

De gevolgen zijn meteen merkbaar. Terwijl Dielessen en zijn team het meestal vrij snel voor elkaar krijgen om een afspraak met Van Ark in te plannen, lukt dat niet meer. Het verkennerswerk slokt de tijd van de minister van Medische Zorg op.

‘Alles kwam tot stilstand’, zegt Dielessen. ‘Tamara was een tijdlang lastig bereikbaar voor ons, maar ook voor haar eigen ambtenaren. Daar werden wij niet blij van. We kregen geen grip op wat er binnenskamers gebeurde en konden ons punt niet meer maken.’

Hoewel Van Ark begin april alweer stopt als verkenner, duurt het even voor de lobby van de sportsector weer op gang komt. In de tussentijd lijkt die van de horeca wel succes te hebben. Het bericht lekt uit dat het kabinet later in april de terrassen wil heropenen.

Voor Dielessen is het een tamelijk bizar vooruitzicht. Meteen zet hij de tegenaanval in. In gesprekken met ambtenaren en Van Ark zegt hij: ‘Wat voor beeld geven jullie als we wel bier mogen drinken en bitterballen mogen eten op het terras, maar niet mogen sporten? Is dat écht wat jullie willen uitstralen?’

Een kogelstootring op Sportcentrum Papendal. Beeld Ivo van der Bent
Een kogelstootring op Sportcentrum Papendal.Beeld Ivo van der Bent

5. De kwetsbaarheid van persoonlijk contact

Hoe kwetsbaar een lobby via persoonlijke contacten is, maakte Jan Zoet (63) van de andere kant mee. De directeur van het Haagse Zuiderstrandtheater is voorzitter van Kunsten ’92, de belangenorganisatie voor de culturele en creatieve sector. Hij zit bovendien in de coronataskforce waarin allerlei stromingen uit de culturele wereld zijn verenigd.

Anders dan tien jaar geleden, toen de cultuursector met een Mars der Beschaving de bezuinigingen te lijf wilde gaan, is er in de coronacrisis voor gekozen meteen een lobbyclub op te richten. Hun strategie is ook anders: niet meer benadrukken dat cultuur belangrijk is voor het leven, een benadering die volgens Zoet ‘bij sommige mensen juist averechts werkt’, maar vooral inzetten op het economische belang van de sector, die werk biedt aan honderdduizenden mensen. Velen van hen zijn zzp’ers, die tussen wal en schip dreigen te belanden.

Een van de belangrijkste leden van de taskforce is Mirjam Moll (54). De directeur van de Museumvereniging komt als een leeuwin op voor de cultuursector. Als iets haar niet zint, belt ze desnoods rechtstreeks met premier Rutte. Omgekeerd kan ze ook de directeur van een museum op zijn nummer zetten, als ze vindt dat die niet moet zeuren. ‘De beste netwerker van ons allemaal’, noemt Zoet haar.

Mede dankzij de sociale gaven van Moll en de nieuwe benadering zijn het afgelopen jaar grote steunpakketten voor de cultuur bewerkstelligd. Er wordt gewerkt aan een routekaart, om de sector zo snel mogelijk te heropenen. De vraag daarbij is of sneltests dat kunnen bespoedigen.

Het is een cruciale fase, omdat het ongeduld binnen de sector toeneemt en er veel moet worden geregeld om open te kunnen zodra dat weer mag. Maar van de ene op de andere dag krijgt Zoet geen contact meer met Moll, die normaal gesproken altijd bereikbaar is. Een paar dagen later blijkt het onvoorstelbare gebeurd: Mirjam Moll is in haar slaap overleden. Een enorme klap voor iedereen die haar kende.

En voor de lobby van de cultuursector. Nog vaak zullen Zoet en zijn collega’s uit de taskforce zich afvragen: wat zou Mirjam nu hebben gedaan?

Een rondvaartboot in Deventer. Beeld Ivo van der Bent
Een rondvaartboot in Deventer.Beeld Ivo van der Bent

6. De grote mond van de horeca

Je hebt sectoren die in het publieke debat nauwelijks hun stem laten horen en kiezen voor stille diplomatie, en er zijn sectoren die niet uit de media zijn weg te slaan. De horeca behoort onmiskenbaar tot de laatste categorie.

Directeur Dirk Beljaarts en voorzitter Robèr Willemsen van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) wisselen elkaar af met steeds extremere commentaren op het kabinetsbeleid. ‘Intelligent erin, dom eruit’, zegt Beljaarts bijvoorbeeld over de lockdown. Volgens Willemsen lijdt het kabinet aan ‘een tunnelvisie’ en wordt er maar ‘halsstarrig vastgehouden aan de epidemiologische situatie, terwijl de horeca naar de kloten gaat’.

Vol verwondering kijken Oostdam, Dielessen en Zoet naar de krachttermen die vanuit de horeca veelvuldig over tafel gaan. Maar het zet ze ook aan het denken: moeten zijzelf ook niet meer lef tonen en harder ingaan tegen de maatregelen? En valt dat te rijmen met hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, die ze toch ook alle drie voelen?

Het lastige is dat er vanuit hun eigen achterban druk ontstaat om dezelfde aanvallende houding aan te nemen. Sommige sportbonden blijven volgens Dielessen ‘maar duwen, duwen, duwen’. Oostdam: ‘Mijn achterban zegt: ‘die horeca heeft tenminste een grote mond. We zien de horeca, maar ook de retail, veel vaker in de krant staan.’’ Zoet: ‘Soms denk ik weleens: we worden gestraft voor het feit dat we een minder grote mond hebben.’

Toch passen ze hun strategie niet echt aan, vooral omdat het niet valt te rijmen met hun persoonlijkheid. ‘Ik probeer mijn eigen ethische weging mee te geven aan de mensen om mij heen’, zegt Dielessen. ‘Toen die discussie over code zwart kwam, hoorde je mensen roepen: de boel moet open. Dan raak ik in verwarring. Is dat nou passend? Denk eens na, zeg ik dan tegen een boze bondsdirecteur. Die begrijpt dat dan wel, maar heeft ook weer met zijn eigen achterban te maken.’

Zelf wil Oostdam zich niet wereldvreemd voordoen. Zolang de besmettingen oplopen en de mensen in groten getale sterven op de intensive care, zal hij er niet voor pleiten de reiswereld ruim baan te geven. ‘Soms dacht ik wel: er zijn belangrijkere dingen dan terrassen, net zoals er belangrijkere dingen zijn dan op vakantie gaan.’ Het zal na de heropening van de terrassen nog vijf weken duren voordat Oostdam het kan opbrengen om er zelf op een te gaan zitten.

7. Hoe houd je de achterban bijeen?

Doordat de voormannen weigeren hun lobby agressiever te maken, blijven niet alle kikkers in de kruiwagen. Steeds vaker merken ze dat mensen uit hun achterban achter hun rug om contact zoeken met gezagsdragers, ambtenaren en Kamerleden.

Op zich is dat hun goed recht, vinden Zoet, Dielessen en Oostdam. Maar het brengt ze soms wel in een lastige positie. Hun machtsbasis valt of staat met het draagvlak vanuit hun eigen sector. Als hun branche niet meer met één mond praat, is het risico op verdere verdeeldheid groot en verliest de lobby aan kracht. Bovendien kunnen ministers en ambtenaren zich dan gaan afvragen of zij nog wel met de juiste personen om de tafel zitten.

Achteraf had Dielessen de bonden eerder meer moeten betrekken bij de lobby, zegt hij. Naarmate het jaar vorderde, heeft hij sommige bondsdirecteuren vaker uitgenodigd bij zijn gesprekken met de minister. Zo konden zij zelf zien hoe moeilijk de afwegingen soms waren en hun kritiek rechtstreeks met de minister delen.

Een van de meest uitgesproken stemmen is directeur Guido Davio van de volleybalbond. Bij een overleg met Tamara van Ark over financiële steun, waarbij Davio ook aanwezig is, geeft Dielessen hem het woord. ‘Jij had ook nog een opmerking, Guido?’ Eerder had Davio na een op zich positieve brief van het kabinet gezegd dat ‘er vast wel weer maanden gepraat zou worden zonder resultaat’. Nu wordt hij uitgedaagd dit zélf in het gezicht van de minister te zeggen. ‘Ik kan veel hebben hoor’, zegt Van Ark, waarna Davio zijn kritiek uit.

Ook Oostdam krijgt vanuit Den Haag te horen dat steeds meer reisondernemers politici en bewindspersonen rechtstreeks benaderen. Hij heeft er begrip voor. Het lucht op, zo kunnen ze hun boosheid en frustratie kwijt. ‘Maar het is net als ’s winters in je broek plassen: het is even lekker warm, maar het leidt tot niks.’

8. Genoemd op de persconferentie

Hoewel de gemiddelde kijker er geen erg in zal hebben, zijn de coronapersconferenties van premier Rutte en minister De Jonge voor een deel het resultaat van wekenlange lobby’s.

Zeker in de maanden waarin het aantal besmettingen en de druk op de ziekenhuizen hoog zijn, vallen er voor de sectoren weinig concrete versoepelingen te verwachten. Daarom richt de lobby zich in die tijd op iets anders: genoemd worden in de persconferenties, waar per keer miljoenen mensen naar kijken.

In hun praatjes delen Rutte en De Jonge af en toe cadeautjes uit, in de vorm van zo’n vermelding. In februari heeft Rutte het bijvoorbeeld over ‘horecaondernemers en winkeliers die het water aan de lippen staat – of daar al overheen’. In april benoemt De Jonge dat het ‘afzien is’ voor de restauranteigenaren, de sportscholen en de musici.

‘Ik voel me af en toe een puber die om aandacht verlegen zit’, zegt Frank Oostdam. Ondanks al zijn waarschuwingen heeft het kabinet nog steeds geen beeld geschetst van de zomervakantie. Daardoor blijven boekingen uit. Reisorganisaties worden met de dag onrustiger.

Oostdam is daarom maar weer in de pen geklommen en heeft een van Ruttes raadsadviseurs gemaild. We begrijpen best dat we als reisbranche in de wachtstand moeten, schrijft hij, maar koppel het op de persconferentie alsjeblieft aan een positieve boodschap.

En dat gebeurt. Bij de persconferentie van eind maart zegt Rutte ‘goede hoop’ te hebben dat er in de zomervakantie ‘weer meer kan’. Rutte: ‘En dat is belangrijk. Voor de mensen die op vakantie willen, maar ook voor de hele reisbranche, die klaarstaat om ons een zorgeloze tijd te geven.’

Tevreden zijn dat je wordt genoemd. ‘Zo triest is het’, verzucht Oostdam. ‘Voor de achterban is het zo belangrijk, dus voor mij dan ook. Ik begrijp het, maar word er ook weleens moe van. Je moet in het riedeltje zitten: horeca, retail, cultuur. Laatst had Rutte het zelfs over bowlingbanen.’

Dat die praatjes tot in het kleinste detail worden voorbereid, is niet zonder reden. Een verkeerde opmerking kan leiden tot veel woede. Dat blijkt maar weer eens als De Jonge op 11 mei freestylet na een vraag over de culturele sector. ‘We zijn allemaal kunstliefhebber tot en met en we gaan graag naar een theater en graag naar een museum. Maar stel je voor dat je een dag zonder zou moeten, dan kan dat’, zegt hij, terwijl de musea en theaters dan al vijf maanden dicht zijn. Omdat hij in de Tweede Kamer ook al heeft geopperd dat theaterliefhebbers ‘ook naar een mooie dvd’ kunnen kijken, ontploft de sector zo ongeveer.

Met zijn opmerkingen raakt De Jonge een open zenuw, merkt Zoet meteen. Theatermakers, schrijvers en podiumbouwers: allemaal zijn ze bang te worden teruggeschopt naar de tijd waarin VVD-minister Halbe Zijlstra het mes diep in de sector zette.

Twee weken later is er een nieuwe persconferentie en probeert De Jonge de schade te herstellen. ‘Cabaretiers, toneelspelers, musici, mensen voor en achter de schermen, allemaal zetten ze een schijnwerper op wat het leven kleur geeft’, zegt hij. ‘Ze hebben keihard gewerkt om ons tijdens de lockdown toch van hun essentiële werk te laten genieten.’

9. Lobbyen en belobbyd worden

Er zijn momenten waarop Frank Oostdam zich afvraagt: ben ik nu degene die aan het lobbyen is, of word ik belobbyd?

In het krachtenveld om iets gedaan te krijgen, zijn de rollen ook weleens omgekeerd. Oostdam is eraan gewend. ‘Het is normaal dat wij door het ministerie worden gebruikt om dingen te vertalen naar onze achterban. Dat kan helpen om de emoties een beetje te dempen. Maar je moet wel oppassen dat je geen ambassadeur van het ministerie wordt.’

Diezelfde gedachte schoot Gerard Dielessen door het hoofd toen het ministerie van VWS hem vroeg toe te treden tot de ‘Taskforce gedragsbeïnvloeding’. ‘Word ik hier nu ergens ingetrokken waar ik niet in wil?’, vroeg hij zich af. Werd hij niet gebruikt of gecompromitteerd? Achteraf was die vrees volgens hem ongegrond. In de taskforce worden alleen best practices uitgewisseld.

Wat het kabinet volgens ingewijden wel doet om sectoren niet tegen zich in het harnas te jagen, is de ‘good cop/bad cop’-strategie toepassen. Dat wil zeggen: de ene minister of staatssecretaris schaart zich naast een sector en belooft er alles aan te doen om een bepaalde wens erdoor te krijgen, de ander gooit vervolgens roet in het eten. Die tactiek voorkomt dat sectoren afstand nemen van het kabinet als geheel.

Oostdam heeft regelmatig contact met Stef Blok, eerder minister van Buitenlandse Zaken en nu minister van Economische Zaken en Klimaat. ‘Als hij zegt dat hij een goed woordje voor ons gaat doen, neem ik aan dat hij dat ook doet’, zegt Oostdam. ‘Al heb ik nooit gemerkt dat het iets heeft veranderd. VWS wil het niet, werd dan altijd gezegd.’

10. Pilots als zoethoudertje

Het is halverwege april als op Schiphol 188 ‘uitverkorenen’ inchecken voor hun ‘bubbelreis’ naar Rhodos. Ze zijn geselecteerd uit een groep van ruim 25 duizend gegadigden. De komende week verblijven ze op het Griekse eiland in een resort waar ze niet uit mogen en waar ook geen andere toeristen zijn. Doel van het kabinet: het verkrijgen van ‘gedragsinzichten in een levensechte situatie’.

De bubbelreis past in een rij van experimenten, ook wel fieldlabs genoemd, waarbij gedragsanalyse centraal staat. De ene keer is het een voetbalwedstrijd, dan weer een theatervoorstelling. Steeds met iets meer publiek. ‘Bloedserieus onderzoek’, noemt staatssecretaris van Economische Zaken Mona Keijzer het.

Maar wetenschappers zijn kritisch. De fieldlabs zouden geen duidelijk, openbaar onderzoeksplan hebben en niet aan wetenschappelijke standaarden voldoen. Bovendien, vinden ze, zeggen de uitkomsten alleen iets over de situatie nu, met een hoge besmettingsgraad. Tegen de tijd dat de conclusies bekend zijn, ziet de wereld er alweer heel anders uit.

Vanuit zijn functie moet Oostdam eigenlijk enthousiast zijn over de reis naar Rhodos, om de stemming er een beetje in te houden, maar het kost hem zichtbaar moeite. Ja, als het december of januari was geweest, had hij gezegd: dit heeft nut. We kunnen hiervan leren en het voorjaar gebruiken voor meer reizen. Maar nu, zo vlak voor de zomer waarin iedereen – als het goed is – gevaccineerd kan zijn, heeft hij zijn twijfels.

Het is ook best vreemd dat het zo lang heeft geduurd, aangezien een aantal pilots al in het najaar van 2020 in de steigers stond. Volgens ingewijden komt die vertraging doordat er binnen het kabinet verwoede discussies worden gevoerd over de wenselijkheid ervan. Welk signaal geeft het kabinet af als er bij wijze van experiment vakanties en festivals plaatsvinden, terwijl de besmettingscijfers oplopen? En wat doet dat met het imago van het kabinet?

Dat het er in april alsnog van komt, voelt voor betrokkenen een beetje als een zoethoudertje. ‘Als sector’, zegt Oostdam, ‘willen wij gewoon een succesvolle zomervakantie.’ De besmettingscijfers moeten volgens hem omlaag en de risicotolerantie omhoog. ‘Wij leren hier verder niks van. Het kabinet moet straks gewoon accepteren dat er ook op reis soms iemand besmet kan raken.’

11. Het grootste lobbysucces: vaccinaties voor sporters

Een van de concreetste en gevoeligste lobbysuccessen behaalt Gerard Dielessen na een maandenlang diplomatiek spel. Al sinds januari breekt hij zich het hoofd over het vaccineren van de Nederlandse sporters die in juli en augustus meedoen aan de Zomerspelen van Tokio. Het is een uitdrukkelijk verzoek van gastland Japan, waar een hevige discussie is ontstaan over de vraag hoe veilig zo’n internationaal sporttoernooi is.

Omdat de Nederlandse sporters vanwege de voorbereidingen op de Spelen al in april hun eerste prik moeten krijgen, dreigt een moreel dilemma. Hoe valt het uit te leggen dat kerngezonde, jonge sporters voorrang zouden krijgen op ouderen en kwetsbare mensen, die kans hebben door het virus te overlijden? Dielessen: ‘Topsporters zijn ook nog eens rolmodellen. Moet je dit dan wel willen?’

Hij betrekt daarom al vroeg minister Tamara van Ark en haar ambtenaren van VWS bij zijn worsteling. Dielessen benadrukt meteen dat hij niemand wil duperen. ‘Laat de zwakkeren, de ouderen en het zorgpersoneel eerst gaan’, appt hij haar. ‘Schuif ons zo veel mogelijk naar achteren. Maar weet dat dit voor ons in het voorjaar gaat spelen.’

Ook houdt hij het kabinet voor dat de Nederlandse overheid miljoenen steekt in de topsport. En iedereen wil toch kunnen genieten van medailles in Tokio?

In de daaropvolgende maanden doet zich nog een ander probleem voor: Nederlandse atleten krijgen bij internationale toernooien vaccins aangeboden van Chinese en Russische makelij. Vaccins die in Nederland helemaal niet zijn goedgekeurd. ‘Zoiets wil je toch niet?’, zegt Dielessen tegen het ministerie. ‘Laten wij het alsjeblieft door de voordeur regelen.’

Op dinsdag 13 april volgt het groene licht. De sportwereld reageert ingetogen op het goede nieuws. Zo had Dielessen het maanden geleden al met Van Ark afgesproken. Het is een van de pijlers onder zijn manier van lobby voeren. ‘Wees bescheiden als iets je toekomt.’ Zo krijgen de begeleiders van de sporters geen voorrang, omdat Dielessen daar bewust niet om heeft gevraagd. ‘Je moet geen rupsje-nooitgenoeg willen zijn.’

12. Met de zon lonkt pas de bevrijding

Maandenlang hebben ze zich de blaren op de tong gepraat. Nu is het koude voorjaar verruild voor de zon en lonkt zowaar de bevrijding. Vandaag, zaterdag 26 juni, gaat zo goed als alles weer open, zelfs het thuiswerkadvies (na anderhalf jaar) en de mondkapjesplicht komen – sneller dan verwacht – te vervallen.

Met het EK voetbal, de Tour de France en de Olympische Spelen wordt het een van de drukste sportzomers ooit. In de theaters zijn sommige voorstellingen al tot eind dit jaar uitverkocht. De reiswereld maakt zich op voor een drukke zomer, met vakanties door heel Europa.

Maar terwijl de economische vooruitzichten voor Nederland volgens het Centraal Planbureau met de maand beter worden, zien de vrijetijdssectoren vooral ook nog de brokstukken. De zelfstandigen in de culturele wereld die financieel aan de grond zitten, de organisatoren van verre reizen die nog steeds niks mogen doen, de sportclubs die duizenden leden en vrijwilligers verloren.

Wat rest is de vraag: heeft de lobby eigenlijk zin gehad, of zijn de versoepelingen de uitkomst van een simpele optelsom van een stijgende vaccinatiegraad en dalende besmettingscijfers? Hebben de lobbyisten het verschil kunnen maken, of werden ze door het kabinet vooral gebruikt om hun eigen achterban koest te houden?

Het doel was niet alleen om als cultuursector zo snel mogelijk open te gaan, zegt Zoet. ‘We wilden er vooral voor zorgen dat we er nog zouden zijn tegen de tijd dat er weer wat mogelijk was. Dat is, volgens mij mede door onze lobby, grotendeels gelukt.’

‘Ik wil mijn eigen rol niet overschatten’, zegt Dielessen. Veel versoepelingen zijn volgens hem inderdaad het gevolg van het stijgende priktempo. Wel denkt hij dat hij concrete veranderingen heeft kunnen bewerkstelligen, zoals de groepsgrootten voor het buitensporten (van twee naar vier) en het vaccineren van de olympische sporters.

‘Ik heb een heel kleine bijdrage kunnen leveren aan het proces’, zegt Oostdam. ‘Maar we hebben ons als reisbranche wel een betrouwbare gesprekspartner getoond. Ik heb altijd gezegd: we moeten niet in de hoek van de tabakslobby belanden. Je moet ook het maatschappelijk belang laten meewegen en niet alleen aan jezelf denken. Dat levert op de lange termijn meer op.’

Er waren weken, in februari en maart, waarin ze dachten dat de heropening er dit jaar niet meer van zou komen. Waarin ze gefrustreerd raakten door het voortdurende ‘nee’ vanuit Den Haag. Nu is het toch zover, en bekruipt hen een ander onheilspellend gevoel: gaat het niet te snel? Betalen we straks niet de prijs voor al dat enthousiasme, terwijl de deltavariant oprukt?

Een vreemde gewaarwording: anderhalf jaar strijden voor vrijheden. En nu die mijlpaal is bereikt, niet echt van het uitzicht kunnen genieten.

Meer over