analyse

Hoe denken CDA’ers hun partij er weer bovenop te krijgen? ‘De landelijke jongens moeten verantwoording afleggen’

CDA-lijsttrekker Wopke Hoekstra trapt eind januari de verkiezingscampagne af in Eindhoven. Beeld Robin Utrecht
CDA-lijsttrekker Wopke Hoekstra trapt eind januari de verkiezingscampagne af in Eindhoven.Beeld Robin Utrecht

Het gedoe met de lijsttrekker (toch Hoekstra), de verloren verkiezingen, Pieter Omtzigt en vele andere affaires (Sywert van Lienden): hoe denkt het ernstig verdeelde CDA de eenheid te hervinden en zichzelf weer op te richten?

In een mokkabruine cabriolet reed partijvoorzitter Rutger Ploum door het Hollandse landschap. De zon scheen en op de passagiersstoel had hij manshoog het cijfer 1, waarmee hij poseerde op de Maaskade in Rotterdam, op de Dijk van Volendam en bij het ministerie van Financiën. Met Hugo de Jonge, Mona Keijzer en Wopke Hoekstra had de partij een jaloersmakend rijtje potentiële lijsttrekkers. Voor hen was die 1 bedoeld. Er was ook achterliggende symboliek: het CDA zelf zou weleens op 1 kunnen eindigen. Hier werd een handschoen naar de VVD geworpen.

Dat was in het late voorjaar van 2020. Nu, een jaar later, weten we hoe het verder ging. De Jonge bleef haken als coronaminister, Keijzer kreeg nooit vlieghoogte. En Hoekstra? Die trok zich terug, trad veel later alsnog aan en bracht zo de partij in verwarring, terwijl Kamerlid Pieter Omtzigt, de onverwachte tegenkandidaat, uitgroeide tot geweten van het CDA en hoeder van het gedachtengoed, om alsnog te worden gemangeld. Ploum is achter de horizon verdwenen en er volgde nog een hele reeks andere drama’s – Sywert van Lienden, campagnefinanciering, digitale debacles, het vertrek van partijcoryfee Dries van Agt vanwege de Palestijnse kwestie, de samenwerking met Forum voor Democratie in Brabant, integriteitskwesties in Limburg – die alleen door de omvang van de crisis over de partijkoers van ondergeschikt belang lijken.

Hoe heeft het zover kunnen komen? En vooral, hoe kan het CDA zich weer oprichten en eenstemmigheid bereiken, nu de interne twijfel zo groot is?

Wie verder terug wil kijken, komt uit in 2010, toen de partij twijfelde over regeringsdeelname met gedoogsteun van de PVV, waarna een congres vol drama bijna tot een schisma leidde. Er volgde een reeks slechte verkiezingsuitslagen, die stuk voor stuk grondig werden geëvalueerd. Probleem was dat er door een gebrek aan koersvastheid met die evaluaties doorgaans weinig gebeurde.

Hinken op twee gedachten

Sindsdien hinkt het CDA ruwweg op twee gedachten. Er is de bestuurlijke lijn, die onder de impuls van Sybrand Buma een conservatieve inkleuring kreeg. Hoekstra wordt nu gezien als de belichaming daarvan. En er is de sociaal-christelijke lijn, waarbij het gaat om de rol van de overheid, om fatsoenlijk bestuur, om macht en tegenmacht. Omtzigt is daarvan een vertegenwoordiger. Overigens, en dat is typisch CDA: zo zwart-wit liggen die tegenstellingen niet. Het zijn eerder denkrichtingen dan kampen die tegenover elkaar staan.

Nu komt er weer zo’n evaluatie. Een commissie onder leiding van partijprominent Liesbeth Spies onderzoekt wat er misging bij de lijsttrekkersverkiezing en in de campagne voor de verkiezingen van maart van dit jaar. Het rapport wordt vrijdag 9 juli bij het bestuur verwacht.

Wat niet eerder gebeurde: de legitimiteit van die commissie wordt door CDA’ers openlijk in twijfel getrokken. ‘De commissie-Spies, die de handelswijze van het bestuur moet evalueren, is door datzelfde bestuur samengesteld en op pad gestuurd. Dit klinkt als de slager die zijn eigen vlees keurt’, vindt Henriëtte van Hedel. Zij is woordvoerder van de Stichting Sociale Christendemocratie, die de vijfhonderd handtekeningen van leden inzamelde, nodig om het bestuur te dwingen snel een congres uit te schrijven. Ze kwam in actie na het openbaar worden van de memo van Omtzigt, waarin veel misstanden bij het CDA werden benoemd.

Wat geldt voor de commissie-Spies, geldt wat haar betreft ook voor het congres. ‘Degenen die verantwoordelijk waren voor wat het afgelopen jaar misging, zijn nu verantwoordelijk voor de organisatie daarvan’, zegt ze. ‘Dat vind ik niet kunnen.’ Het congres, dat 11 september wordt gehouden, moet volgens haar worden voorbereid door leden met meer afstand tot het bestuur, zoals degenen die met hun handtekening om een congres vroegen.

Van Hedel: ‘Ik heb vijf kinderen en een eigen zaak. Maar als niemand opstaat, ben ik bereid er tijd in te steken. We hebben de mond vol over de omgangsvormen in de Kamer, maar als je de memo van Omtzigt leest, en hoe hij door partijgenoten werd beschimpt, moeten we hoognodig ook naar onze eigen omgangsvormen kijken.’

Ze laat van het congres afhangen of ze CDA-lid blijft. Een rondgang door de partij wijst uit dat meer partijgenoten er zo over denken. Een van hen is Welmoed Vlieger. Ze is filosoof en Trouw-columnist, interviewde Omtzigt voor zijn boek Een nieuw sociaal contract en hielp hem bij het schrijven. Ook zij heeft twijfels bij de invulling die het bestuur aan het congres wil geven. ‘Het mag niet, zoals de partijtop wil, vooral gebruikt worden om vooruit te kijken. Hoe ga je met elkaar om in de partij, dat moet daar besproken worden. Er moet verantwoording worden afgelegd. Om de observaties over de misstanden in de partij in de uitgelekte notitie van Pieter kun je niet heen. Wees als partijleiding bescheiden.’

Ze denkt dat het boek van Omtzigt kan helpen de juiste stappen te zetten. ‘Het CDA kan zich profileren met waardegedreven politiek, die raakt aan zelfreflectie, dienstbaarheid, rechtvaardigheid.’

Hoe bereik je een dergelijk profiel wanneer je als partij juist verwikkeld bent in een reeks schandalen en ruzies die daar haaks op staan? Daar is een mentaliteitsverandering voor nodig, zegt ze. Of dat met Hoekstra als leider kan? ‘Dat is de impasse waarin we verkeren. Buiten Hoekstra is er niemand die voor de hand ligt. Maar dat mag je niet van de verantwoordelijkheid afhouden grondig te evalueren.’ Haar hoop: dat iemand opstaat die als Luther zegt: hier sta ik, ik kan niet anders. Of dat alsnog Omtzigt kan zijn, daarover wil ze niet speculeren.

Wil het CDA uit deze crisis komen, dan zal het zich achter Wopke Hoekstra moeten scharen, zegt een invloedrijke CDA-prominent die anoniem wil blijven. Andere mogelijkheden ziet hij niet. De kans dat Omtzigt terugkomt acht hij nihil. En de beeldvorming rond De Jonge mag dan aan het kantelen zijn, als minister heeft hij de coronatijd als ongewisse nasleep.

Geldschieters

Maar hoe moet Hoekstra, die als partijleider een wankele indruk maakt, de harten voor zich winnen? Ook daar heeft de prominent een antwoord op: laat hem drie inhoudelijk sterke verhalen houden en de kansen kunnen keren. Dat heeft hij eerder gedaan, bij Bilderberg, in Berlijn, met de Schoo-lezing: een man die de marktwerking aan banden wil leggen, maar ook het cultuurrelativisme wil bestrijden. Dat verhaal moet dan wel aansluiten bij Zij aan zij, de in 2019 gepresenteerde toekomstvisie, die een sterk sociaal-christelijk stempel draagt. Toch, echt optimistisch is de prominent niet: Hoekstra had in de campagne alle kansen dat inhoudelijke verhaal te brengen, maar koos vooral een economische invalshoek.

De demissionair minister van Financiën worstelt nog steeds met zijn rol als partijleider. Verwijten dat hij het verkiezingsprogramma aanpaste om rijke geldschieters tegemoet te komen wijst hij verontwaardigd van de hand. Toch heeft Hoekstra wat uit te leggen. Na zijn aantreden ontpopte de fondsenwerver van de partij, schoolboekenmiljonair Hans van der Wind, zich tot belangrijkste donateur. Tevens bleef hij lid van het campagneteam.

De schenking van Van der Wind werd pas openbaar na de uitgelekte memo van Omtzigt, hoewel het ministerie van Binnenlandse Zaken had gevraagd om voor de verkiezingen transparant te zijn over dergelijke donaties, ook al was dat formeel niet nodig. Het CDA koos ervoor de melding een jaar uit te stellen.

Op de achtergrond werkten na het aantreden van Hoekstra ook zakenmensen als Bavaria-topman Peer Swinkels en Essent-ceo Patrick Lammers mee aan de campagne, maar nooit is duidelijk gemaakt wat hun functie of invloed precies was. Swinkels zegt vanaf medio december alleen te hebben meegewerkt aan ‘de creatie van de tv- en radiocommercials’. Lammers noemt zijn werk voor het CDA ‘een privéaangelegenheid’.

Het CDA heeft ook nooit publiek gemaakt dat Robert Carsouw, een voormalige McKinsey-collega van Hoekstra, optrad als adviseur voor de socialemediacampagne van het CDA. Later werd hij benoemd tot financiële topman van Schiphol, waar het ministerie van Financiën grootaandeelhouder is. In een reactie laat Carsouw weten dat hij zijn onbezoldigde werkzaamheden voor het CDA meteen heeft stilgelegd toen hij werd voorgedragen voor de post bij Schiphol.

‘Toen Hoekstra aantrad, werd ook het campagneteam gewijzigd’, concludeert Gabriëlle Heine, raadslid uit Maastricht. ‘Daar is op zich niks mis mee, maar communiceer daar dan duidelijk over. Nu is het allemaal heel vaag gebleven.’

Imagoprobleem

Niet alle CDA-leden willen een congres op stel en sprong. Hielke Onnink, een paar weken geleden afgetreden als voorzitter van jongerenafdeling CDJA, vindt dat het bestuur de tijd moet worden gegund met zorgvuldige voorstellen te komen. Onnink schreef met Niels Honkoop in CDA-tijdschrift Christen Democratische Verkenningen een analyse van de crisis in de partij. Ze benoemen langjarige ontwikkelingen, zoals de ontzuiling en secularisering, maar ook een imagoprobleem. Jongeren onder de 30 willen niets van het CDA weten. Een CDA-lid is gemiddeld 69 jaar, in een jongerenverkiezing had het CDA bij de laatste verkiezingen zeven zetels gehaald. De christen-democratie moet weer sexy worden gemaakt, schrijven Onnink en Honkoop. Ze nemen als voorbeeld de Oostenrijkse premier Sebastian Kurz, leider van zusterpartij ÖVP, die met de slogan Schwarz macht geil succesvol campagne voerde.

‘Het CDA is issue owner op het gebied van waarden en normen en betrouwbare overheid’, zegt Onnink. ‘Met de inbreng van Omtzigt in de toeslagenaffaire en met zijn boek is dat versterkt. Daar is in de campagne niets mee gedaan.’ Toch heeft hij over Omtzigt gemengde gevoelens. ‘Omtzigt is geslaagd in waar het CDA allang naar zocht: het CDA-verhaal vangen in nieuwe taal en beelden.’ Tegelijk vindt Onnink de observaties van Omtzigt over het campagneteam – zijn notitie bevat screenshots van apps van medewerkers die hem uitschelden – erg unfair. ‘Ik werkte een paar avonden in de warroom waar Omtzigt over schrijft. Hij werd daar op handen gedragen.’

Het CDA toonde zich de afgelopen decennia al vaker veerkrachtig. Bij de oprichting van de partij in 1980 werd smalend gesproken over ‘een laatste opflakkering van de Middeleeuwen’, maar confessionele leiders als Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende wisten daarna lang hun stempel op het land te drukken.

Veel tijd om de wonden te likken is er dit keer niet. In maart wachten de gemeenteraadsverkiezingen en voor het CDA staat veel op het spel. Landelijk mag de partij zijn overvleugeld door de VVD, lokaal is het CDA nog altijd een grootmacht. Geen andere landelijke partij doet in zo veel gemeenten mee aan verkiezingen en levert zo veel wethouders.

Juist die lokale spreiding en de constante aanwas van bestuurlijk talent vormt de levensader van de partij, maar de oude rivaal PvdA bewees eerder dat zo’n netwerk snel kan verschrompelen. De PvdA werd in 2014 en 2018 gemarginaliseerd bij de gemeenteraadsverkiezingen. Gevolg: lokaal talent verdwijnt, de zichtbaarheid neemt af en de lijsten komen steeds moeilijker vol.

CDA Lokaal

CDA’ers in de regio vrezen bij de gemeenteraadsverkiezingen een vergelijkbaar lot nu de landelijke peilingen richting een historisch dieptepunt wijzen. ‘Sommige afdelingen spelen met het idee om verder te gaan als CDA Lokaal’, zegt Erwin Debie, fractievoorzitter in het Limburgse Eijsden-Margraten. ‘Ik weet niet of dat kan en wat de gevolgen zouden zijn, maar ik snap de gedachte erachter. Ik kan ook niet uitsluiten dat wij die route kiezen. We moeten richting 16 maart aan kiezers duidelijk maken dat we niet samenvallen met de bestuurlijke chaos op landelijk en – in ons geval – provinciaal niveau. We hebben dezelfde beginselen, maar organisatorisch en bestuurlijk zijn we zelfstandig.’

Ook Debie worstelt met de weg voorwaarts. Aan de ene kant is de partij gebaat bij rust, aan de andere kant is er onvrede over het beleid vanuit de top. ‘Als fractievoorzitter die zich voorbereidt op de gemeenteraadsverkiezingen zeg ik: hoe kalmer, hoe beter. Als lid vind ik toch dat er een congres moet komen. Er moet verantwoording worden afgelegd door de landelijke jongens.’

De partijtop is vooral beducht dat een congres het beeld van interne verdeeldheid en richtingloosheid versterkt. Vanuit Twente, de uitvalsbasis van Omtzigt, zullen in elk geval heel wat leden hun zegje willen doen, voorspelt Hennie Maartens, CDA-nestor in de gemeenteraad van Oldenzaal. ‘We zijn van plan er met een grote groep naar toe te gaan. Ik ben niet van de doofpot. Er zijn te veel incidenten geweest en die hadden zich niet mogen voordoen. Er moet een duidelijk, open en eerlijk verhaal komen.’

Toch denkt Maartens dat het CDA zich nog een keer kan oprichten. ‘Vind ik het leuk om op dit moment bij het CDA te horen? Nou, nee. Vind ik het tijd om afscheid te nemen? Nee. Als straks alles wordt uitgesproken, kan het bij de gemeenteraadsverkiezingen nog goed komen.’

Podcast De kamer van Klok

Sigrid Kaag legt de lat hoog, maar komt er zelf ook niet altijd overheen. Hoe terecht is de felle kritiek op de leider van D66? Luister onze politieke podcast met columnist Sheila Sitalsing, hoofdredacteur Pieter Klok, chef politiek Raoul du Pré, politiek verslaggever Natalie Righton en presentator Gijs Groenteman.