reportage

Hoe de Themansstraat geleidelijk haar oranje gloed verloor

De Themansstraat, voormalige Oranjestraat, met rechts Hennie Meijer. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
De Themansstraat, voormalige Oranjestraat, met rechts Hennie Meijer.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Hordes Duitse toeristen, busladingen Koreanen en zelfs bondscoach Guus Hiddink kwamen kijken naar de versierde Themansstraat in Doetinchem. Jarenlang was het een van de meest oranje straten van het land. Nu hangt er hier en daar een vlaggetje. ‘De buurt is veranderd.’

Wie in de Themansstraat informeert naar de oranjeversiering, brengt bij de bewoners een maalstroom aan herinneringen op gang. Met glunderende blikken vertellen ze hoe de straat uitbundig werd opgetuigd. Kilometers vlaggetjes, spandoeken en andere oranje tierelantijntjes kwamen eraan te pas. Annet Buyl (56) zag bussen met Koreanen stapvoets door de straat rijden. ‘Najib Amhali is langsgeweest. Net als Guus Hiddink. Je had ze moeten zien: ze bléven maar foto’s maken.’

Wie nu een blik op de straat werpt, weet dat die gloriedagen voorbij zijn. Slechts de talloze spijkertjes in de gevels, waaraan vroeger de oranje slingers werden gespannen, herinneren eraan.

Ernaar gevraagd, wijzen bewoners naar nummer 39, het huis van de overleden William Slotboom. Voorafgaand aan het Europees kampioenschap van 1988 kocht hij een paar dozen oranje slingers en begon met versieren. Het gaf de straat een gezellig aanzien en, beweren ze hier, wierp ook op het voetbalveld zijn vruchten af: dat jaar won Nederland de EK-finale.

Vanaf dat moment was er volgens Slotbooms zoon Jeffrey (31) geen houden meer aan. In de aanloop naar elk voetbalkampioenschap staken de bewoners de handen uit de mouwen, zijn vader fier vooraan. Vanaf Koninginnedag verschoot de Themansstraat van kleur. Het was vader Slotboom die de sponsoring regelde, versiering inkocht en de buren opjutte. En iedereen deed mee.

Toen Slotboom in 2015 plots kwam te overlijden, was het gedaan met de oranjegekte. Ook op het voetbalveld braken magere jaren aan, waarbij het Nederlands elftal zich niet eens plaatste voor het EK of WK. Dit jaar zou de grote ommekeer zijn. Nederland mag weer aantreden, en in een poging om in de sporen van zijn vader te treden deed Jeffrey meerdere pogingen om zijn medebewoners te mobiliseren. Tevergeefs. ‘De buurt is veranderd’, zegt hij.

Koopwoningen

Ook anderen wijzen op de veranderende samenstelling in de straat. De gulle lach die volgt nadat men over nieuwe buren als ‘import’ spreekt, doet geen verdere spanning vermoeden. Maar onderhuids sluimert er wel degelijk wat, ziet Hennie Meijer (74). Hij zit op een stoel voor nummer 21, sigaar in de hand. ‘Vroeger deed iedereen mee, maar da’-is niet meer. De ouderen zijn gestorven, en nieuwe mensen hebben geen binding met de buurt.’ Hij wijst naar een overwoekerde tuin aan de overkant. ‘Die meneer is mensenschuw. En met alleen wat oudjes kun je het niet bolwerken. Het is verval.’

Dit ‘verval’ zou al in 2004 zijn intrede hebben gedaan, toen op een stukje braakliggend grond in de straat een twee-onder-eenkapwoning verrees. Het werden de eerste twee koopwoningen in een straat vol huurders. De nieuwe bewoners werden gezinnen van Turkse komaf.

Een van die nieuwkomers, een nu 22-jarige studente aardrijkskunde die niet met haar naam in de krant wil, zag dat er zich vanaf dat moment een duidelijk verschil aftekende. ‘Dit is een volkswijk met lage huurprijzen. En toen kwamen wij er wonen: twee Turkse gezinnen die overduidelijk niet in het plaatje passen. Alle kinderen deden bij ons minstens havo of vwo. Dat is hier uniek. In de straat wonen praktisch geschoolde mensen, klusjesmannen, schoonmakers.’

Wrevel

Tot noemenswaardige conflicten heeft het verschil nooit geleid – ‘we leven hier in harmonie’ – maar zodra het Nederlands elftal speelde, ontstond er wrevel. ‘Er is ons gevraagd of we mee wilden doen, maar dan bedankten we vriendelijk. Ik heb dat Nederlands nationalisme nooit begrepen.’

Verderop woont Hasibe Sener (40), ook van Turkse komaf. Twee jaar geleden is ze samen met haar man en kinderen in de straat komen wonen, en ook zij heeft de oranjetraditie nooit omarmd. ‘Als de buren slingers willen ophangen, mogen ze gerust onze gevel gebruiken.’ Maar zelf zal ze geen trappetje bestijgen om het huis te versieren, want een voorkeur voor een land heeft ze niet. ‘Behalve als Turkije tegen Nederland speelt’, klinkt een vrolijke stem vanachter haar rug. Seners dochter komt tevoorschijn en roept: ‘Dan zijn we wel voor Turkije!’

Om de oranje gloriedagen van de Themansstraat, en Slotboom in het bijzonder, niet te vergeten, hebben zijn zoons met de hulp van een jeugdvriend de schuur naast het ouderlijk huis omgebouwd tot een herdenkplek. Er hangen vlaggen, wuppies, nepbekers, slingers en vooral veel foto’s. Kijkend naar alle oranje attributen die zijn vader heeft verzameld, krijgt Jeffrey een brok in zijn keel. ‘Wat was het een gekkenhuis.’

Zondag, voor de wedstrijd tegen Tsjechië, zal hij daar, aan de toog in het kleine schuurtje, nog eens verhalen ophalen. In zijn hart leeft de hoop dat het Nederlands elftal dit jaar, net als 1988, kampioen wordt. Dan kunnen ze nog een laatste keer de straat oranje kleuren en is de cirkel rond. Maar hoe dan ook is het daarna gedaan in de Themansstraat. Geëmotioneerd: ‘Ik heb er alles aan gedaan, maar zoals vroeger, dat gaat het nooit meer worden. Ik hoop dat pa trots is.’

Meer over