Hoe de politiek uit Amsterdam verdween

Het is 25 jaar geleden dat de Amsterdamse gemeenteraad voor het eerst in de Stopera vergaderde. De Volkskrant grijpt dit 'jubileum' aan om de raadsleden in een enquête en interviews te vragen naar de eigen macht en onmacht. Naar de letter van de wet is de raad het hoogste orgaan. Voelen raadsleden zich de machtigsten? Wat zijn de grootste problemen in de stad? Zou het goed zijn als de eeuwige dominantie van de PvdA wordt doorbroken? In twee afleveringen portretteert de Volkskrant de gemeenteraad van Amsterdam.

MARCEL VAN LIESHOUT EN JAAP STAM

'Kremlin aan de Amstel' en 'Partijbureau van de PvdA'. Het zijn twee van de niet vleiend bedoelde etiketten die de Stopera de afgelopen kwart eeuw kreeg opgeplakt. Nog veel langer dan 25 jaar is de PvdA in Amsterdam de 'baas'. Sinds de oprichting (1946) is die partij de grootste in Amsterdam en is de burgemeester van PvdA-huize.

Dat moet haast wel tot nepotisme en zelfgenoegzaamheid hebben geleid. Tot groeiende irritatie bij andere partijen. Die de aanhoudende PvdA-dominantie, nu 15 van de 45 zetels, ongetwijfeld als een van de grootste problemen van de stad zien.

Welnee, zegt de huidige raad, ook niet-PvdA'ers, vrijwel in koor.

Die onvoorziene uitkomst van een enquête van de gemeentelijke dienst Onderzoek en Statistiek, in opdracht van de Volkskrant, verklaart meteen waarom het er in de Stopera doorgaans braaf aan toe gaat.

Polemiseren is in de Amsterdamse politiek een vrijwel uitgestorven fenomeen, met aanschurken tegen de PvdA is meer te bereiken. Grote ideologische botsingen zijn zeldzaam. Amsterdam heeft geen PVV of een vergelijkbare partij die vindt dat er van alles mis gaat. Raadsleden zijn vooral elkaars collegae. Het is alsof de geest van Job Cohen ('de boel bij elkaar houden') nog altijd door de Stopera waait.

Ruim 80 procent van de raadsleden vindt dat de PvdA de Amsterdamse politiek domineert. Zowel uit de enquête als uit interviews met elf raadsleden rijst het beeld op dat de PvdA-overheersing als een natuurwet wordt beschouwd. Bovendien iets wat de stad geen ernstige schade berokkent. Al blijft er voor raadsleden van andere signatuur genoeg te mopperen. PvdA'ers geven je niks, vinden zij.

Johnas van Lammeren (Partij voor de Dieren): 'Je kunt niet om ze heen. Zo gedragen ze zich ook. Arrogant is niet het juiste woord. Ze weten donders goed dat ze makkelijk aan een meerderheid kunnen komen, en die macht gebruiken ze altijd.'

Ivar Manuel (D66): 'De PvdA is een pure machtspartij. Toen wij nog onderhandelden over een college met PvdA, GroenLinks en D66, wilde fractievoorzitter Frank de Wolf waarborgen hebben voor het geval het 2 tegen 1 was. Hij was bang dat D66 en GroenLinks zouden samenspannen. Cameratoezicht, preventief fouilleren - de PvdA wilde dat goed vastleggen. Met een zetelverdeling van 3-2-2 in het college zouden ze kunnen worden weggestemd.'

Marijke Shahsavari (CDA) vindt de twee boegbeelden van de Amsterdamse PvdA, wethouder Lodewijk Asscher en burgemeester Eberhard van der Laan, charmant. Maar: 'Ze geven je het gevoel dat ze naar je luisteren en doen vervolgens hun eigen ding. Als Asscher kritiek krijgt, schaart de PvdA zich als één man achter hem. Kom niet aan koning Lodewijk.'

Remine Alberts (SP): 'Ze praten wel, die PvdA'ers, maar ze trekken hun eigen plan. De PvdA heeft er moeite mee genereus te zijn. Als wij een idee aandragen, zeggen zij: die kant zaten wij ook al op te denken. Zeggen wij: doe dan mee. Maar dat kan niet, wij moeten bij hen op de bagagedrager springen.'

Het pregnantste voorbeeld vindt Alberts het slavernijmonument. 'Daar kwamen wij mee. De PvdA gaat dan voordringen, passeert je over de vluchtstrook en kaapt het idee. Als partij van de migranten gunde de PvdA ons dat niet.'

'Ik word er wel eens gek van, ze zitten overal', zegt Marijke Shahsavari (CDA). 'In het ambtenarenapparaat, de musea, de welzijnswereld. Corporaties, de kunstraad.'

Op de woningmarkt zie je de gevolgen van de PvdA-dominantie, klaagt VVD-raadslid Bas van 't Wout. 'Eenderde móet sociale huur zijn, dat veranderen is voor de PvdA onbespreekbaar.'

REMINE ALBERTS van de SP, het langstzittende raadslid, verpakt kritiek in een compliment: 'De PvdA is zo slim om reldossiers altijd aan anderen te geven. Dat is ze nu weer gelukt: VVD-wethouder Eric Wiebes kreeg de Noord-Zuidlijn én ICT.' De ICT-infrastructuur is in de hele stad zo krakkemikkig dat er voor 100 miljoen euro aan moet worden verspijkerd.

Minder dan 12 raadszetels heeft de Amsterdamse PvdA nooit gehad. In 2006 werden het er zelfs 20 en vorig jaar maart, in een ongunstig klimaat met stormachtige wind van rechts, altijd nog 15. Uit de enquête blijkt dat alleen PvdA'ers zelf niet vinden dat hun partij de hoofdstedelijke politiek domineert.

GroenLinksers, sinds 1990 met enkele onderbrekingen coalitiegenoot, vinden de dominantie reuze meevallen, raadsleden van andere partijen twijfelen niet: zonder steun van de PvdA valt er niets te regelen.

Marijn Ornstein (VVD): 'Ik houd bij het opstellen van een motie rekening met de PvdA. Wij hebben de PvdA nodig, of de rest van de raad. Het is ingewikkelder om zeven partijen achter je plannen te krijgen.'

Ivar Manuel (D66): 'De andere partijen leveren zich met huid en haar uit. Het hoogst haalbare is meedoen met de PvdA.'

Juist omdat het altijd dezelfde partij is die het voor het zeggen heeft, ontbreekt het aan verantwoording. Langdurig en gelijktijdig gesloten musea, de voortetterende taxi-ellende, enorme kostenoverschrijdingen bij grote werken als de Noord-Zuidlijn, het debacle met de automatisering - tot heftige taferelen in de raadzaal leidt het niet.

'Wij verwoorden onze kritiek omfloerst, we willen de linkse partijen niet schofferen - wij zijn van hen afhankelijk, zij moeten het ons gunnen', zegt Bas van 't Wout van de VVD. De vorige periode voerde de VVD oppositie tegen de PvdA-GroenLinks-coalitie, deze periode zijn de liberalen aangeschoven. Gevraagd naar een voorbeeld, kijkt Van 't Wout gepijnigd, de essentie van deze gijzeling is nu juist dat hij geen daarover niks kan zeggen.

VVD-wethouder Eric Wiebes, een nieuwkomer in de Amsterdamse politiek, draait in rap tempo de maatregelen terug die GroenLinks-wethouder Marijke Vos in het vorige college nam ter bestrijding van de luchtvervuiling. Vos was één grote linkse hobby, vindt de VVD. Maar dat kunnen de liberalen niet meer zeggen, nu ze met GroenLinks in het college zitten. Bedoelt Van 't Wout dat? Hij zwijgt veel betekenend.

Jan Paternotte (D66): 'In een normale democratie wordt af en toe een ruk aan het stuur gegeven. In Amsterdam zal het altijd omzichtig toegaan. Er is altijd een belang om niet volledig verantwoording af te leggen.'

Ook de gigantische kostenoverschrijding van de Noord-Zuidlijn werd uiteindelijk met de mantel der liefde bedekt. Nagenoeg de hele raad stemde in met de aanleg, vertrouwde op de cijfers en moest achteraf, na een enquête, concluderen dat het aan eigen kritisch vermogen had ontbroken. Daarmee geconfronteerd, trekken raadsleden met graagte het boetekleed aan. Het mag allemaal scherper en kritischer.

Van 't Wout heeft toch een pikant voorbeeld: 'Ik wilde een nummer maken van Cohen die, burgemeester af, tegen een lage huur in de ambtswoning bleef wonen. Ik heb een hekel aan sociaal-democraten die niet volgens hun eigen leer leven. Vanwege onze belangen in de coalitie heb ik mijn mond gehouden.'

PvdA-fractievoorzitter Frank de Wolf herkent zich niet in het verwijt dat er te weinig achterom wordt gekeken. 'De PvdA is een meester in het benoemen van wat er allemaal is fout gegaan. Wij kastijden onszelf tot gek makens toe. Hele vergaderingen meppen we ons zelf met een karwats op de rug.'

Een cosmetische ingreep moet de raadsleden scherper maken. Met ingang van dit seizoen moeten ze staand hun inbreng in het debat over het voetlicht brengen. Met heuse interruptiemicrofoons. Naar het voorbeeld van de Tweede Kamer. Veelbetekenend is dat in het presidium van de raad de PvdA er aanvankelijk niets voor zou hebben gevoeld.

Genadebrood

In Amsterdam krijgt de PvdA te weinig weerwerk, vindt de Rotterdamse hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen. Hij is betrokken geweest bij het formeren van colleges in Rotterdam, waar het er veel heftiger aan toe gaat. Waar de PvdA wél een serieuze tegenspeler heeft.

Van Schendelen: 'De overige partijen in Amsterdam kunnen hooguit genadebrood eten. Dit is slecht voor de kwaliteit van bestuur, dus voor de burgers. Georganiseerde tegenspraak is de kracht van democratie. En dan heb ik het niet over inspraak.'

Zelf vinden de Amsterdamse raadsleden dat hun macht beperkt is. Formeel is de raad het hoogste orgaan van de gemeente. De raad heeft budgetrecht, 'maar uiteindelijk verschuiven we zo'n 12 miljoen', zegt Marco de Goede, financieel woordvoerder van GroenLinks. 'En daar praten we dan heel lang over.'

De werkelijke macht rust bij het college en de ambtenarij, beseffen de raadsleden. Twintigduizend ambtenaren heeft Amsterdam. Vooral uitvoerders van regels die de stad niet zelf heeft bedacht. De Amsterdamse begroting omvat 5,8 miljard euro. Rijksbeleid bepaalt dat 80 procent van de besteding vast ligt. Een ruime meerderheid van de raadsleden erkent dat het college van B en W de 'baas' is.

Ook in interviews beklemtonen raadsleden dat zij moeten opereren vanuit een grote informatieachterstand. Niettemin vindt 70 procent dat de functie geen voltijdse baan hoort te zijn. Controleren op afstand, dat is de hoofdtaak. Driekwart vindt dat die raad een afspiegeling van de bevolking hoort te zijn, maar moet toegeven dat daarvan geen sprake is. Hooguit als het om de sekse gaat. Afspiegeling? 'Ze kletsen evenveel als de gemiddelde Amsterdammer, en ze hebben even weinig kennis van de afgelegen, boeiende plekjes in de stad', antwoordt een raadslid.

Gevraagd naar wat raadsleden als eerste zouden aanpakken als zij het voor het zeggen hadden, is het populairste antwoord: het bestuur en de bureaucratie. Dat verrast politicoloog Van Schendelen allerminst. 'Met elk van de vier grote gemeenten in ons land heb ik mijn ervaringen. Zonder te willen zeggen dat er een excellente gemeente bestaat - geenszins -, de gemeente Amsterdam komt toch wel het dichtst bij een anarchie die met zichzelf bezig is, duur voor de burgers en weinig effectief.'

Een enkel raadslid brengt het probleem van 'het bestuur' terug tot de PvdA, de partij die tenslotte altijd aan de knoppen zit. 'Stoppen met politiek die vooral bestuurders helpt, en geen mensen: dus geen miljoenen investeren in een project dat prostitutie wegdrukt van de straat naar hotelkamers en kelders, terwijl de miljoenen terechtkomen bij criminelen.' (Verwijzing naar het beleid van PvdA-wethouder Lodewijk Asscher, die de Wallen wil zuiveren van vrouwenhandelaren en andere criminelen door 'ramen' op te kopen.)

Op de vraag naar de meest onderschatte problemen in Amsterdam: 'Dat er in deze stad veel goed gaat ondanks het stadsbestuur, niet dankzij; deze organisatie heeft moeite met kritiek.' Het zijn abstracties waarover raadsleden zich het meest druk maken: 'het' bestuur, 'de' organisatie.

Uit hun antwoorden spreekt geen politieke visie, vergezichten ontbreken. Geen prikkelende stellingen, geen gedurfde plannen. Niet één raadslid dat de komende tien jaar alles op alles wil zetten op Amsterdam als trekker van de randstedelijke economie, om een voorbeeld te noemen. De ambities die uit de enquête opborrelen, zouden van raadsleden van Noordwijk aan Zee of Nunspeet kunnen zijn.

Controverses verdampt

Op zoek naar een verklaring voor het kabbelende politieke klimaat, beklemtonen waarnemers dat het Amsterdam de laatste vijftien, twintig jaar voor de wind is gegaan. Vooral in economische zin. De controverses uit de jaren zeventig en tachtig, toen de stadsvernieuwing tot grote botsingen leidde, zijn verdampt. De 'republiek Amsterdam' (een koosnaam sinds de jaren zestig) lijkt niet meer bevattelijk voor grote woelingen. Het integratiedebat wordt op beschaafde toon gevoerd.

De demografische component speelt daarbij een grote rol. De potentiële PVV-aanhang is naar randgemeenten verhuisd, Amsterdam is meer en meer een conglomeraat van gestudeerde, 'linksige' types. De verschillen tussen de PvdA en de VVD zijn in Amsterdam klein. VVD-raadslid Bas van 't Wout: 'Vanuit Den Haag bezien, zijn lokale VVD'ers in Amsterdam cryptocommunisten.'

Zal de PvdA in lengte van jaren de grootste partij blijven in Amsterdam? D66, een van de winnaars van de laatste gemeenteraadsverkiezingen en beoogd coalitiepartner, probeerde vorig jaar aan de macht te knagen. Lokaal leidster Ageeth Telleman koos wel een heel onschuldige uiting van die macht: waarom moest de Amsterdamse PvdA-leider en wethouder Lodewijk Asscher, na het vertrek van Job Cohen naar het Binnenhof, zo nodig waarnemend burgemeester zijn?

'Ageeth bleef maar doormeppen', kijkt partijgenoot en raadslid Ivar Manuel terug. Macht kun je alleen uitoefenen als je in het college zit, verzucht hij. 'Nu zit D66 achter aan de lijn. VVD en GroenLinks krijgen kluifjes toegeworpen. Wij zitten buiten de kennel en krijgen soms een afgekloven botje.'

ON-AMSTERDAMSE VOORTVARENDHEID

'Rust, ernst en kracht' moest de Amsterdamse gemeenteraadsleden begeleiden bij de overgang naar het nieuwe stadhuis, beter bekend als de Stopera. Het zijn de woorden van toenmalig burgemeester Ed. van Thijn. Op woensdag 8 september 1986, deze maand een kwart eeuw geleden,kwam de raad voor het eerst in de Stopera bijeen.

Amsterdam wilde al voor de Tweede Wereldoorlog een ander stadhuis betrekken. Een terugkeer naar de Dam (het oude stadhuis werd in 1813 door koning Willem I tot paleis gepromoveerd) werd niet uitgesloten. Vervolgens leek het Frederiksplein de gedroomde locatie, maar ten slotte kwam een ander troosteloos plein in beeld.

Op het Waterlooplein konden twee ambities worden gerealiseerd: een nieuw stadhuis én een operagebouw. 'Met on-Amsterdamse voortvarendheid vonden de stadsbestuurders een oplossing voor beide kwesties', staat in de Geschiedenis van Amsterdam. Eerdere ontwerpen voor een apart stadhuis en een aparte opera werden simpelweg ineengeschoven.

In augustus 1982 begon de bouw, ruim vier jaar later werd het operagebouw plechtig in gebruik genomen door koningin Beatrix.

De door burgemeester Van Thijn gewenste 'rust' bleek te zijn overgewaaid: de Stopera was anderhalf keer zo duur geworden als begroot, maar daar maakte niemand een punt van. Vier jaar later moest PvdA-voorman Walter Etty alsnog het veld ruimen, mede vanwege die budgetoverschrijding.

VAN DER LAAN: AMSTERDAM IS LIEVE STAD

Burgemeester Eberhard van der Laan is niet verbaasd over de consensus die uit de enquête spreekt. Hij kent de gemeenteraad als raadslid voor de PvdA (1990-1998). Sinds juli vorig jaar zit hij de raad voor.

'Amsterdam is een van de liefste en meest geïntegreerde steden die ooit zijn gemaakt. We bouwen niet alleen dure woningen, we mengen wijken altijd. Daarom is integratie een kleiner probleem dan elders. Een stad geeft zijn kleur aan politieke partijen. Dat maakt dat de verschillen tussen de partijen in Amsterdam daarover veel kleiner zijn. Ook over veel andere zaken zijn de partijen redelijk eensgezind.

'In Rotterdam staan al negen jaar twee kampen tegenover elkaar. Dat hebben wij niet. Dat hoeft niet eens een verdienste van de politieke partijen te zijn, dat is vooral een verdienste van de stad, die dat geruzie niet zou pikken. Die zegt tegen zijn politici: wij zijn al vierhonderd jaar gebouwd op vrijheid van meningsuiting, doen jullie een beetje relaxt.

'Toch zijn er wel degelijk heftige discussies geweest. In de jaren zeventig was Amsterdam verdeeld over de stadsvernieuwing. Moest je voor de buurt bouwen of voor de overloop? Bouwde je voor de buurt, dan was het zo min mogelijk slopen, lage huren, hoge dichtheid. Bouwde je voor de overloop, dan kregen parken en dure woningen de nadruk, de rest ging toch wel naar Purmerend, Lelystad of Almere.

'Wow, wat was de stad verdeeld, maar dat we elkaar de tent uitvochten... daarvoor is deze stad ons toch te heilig. Zou dat het zijn? Dat zou de mooiste verklaring zijn.

'Amsterdammers hebben een grote mond, maar willen uiteindelijk dat de problemen worden opgelost. Zo lang Amsterdammers recht wordt gedaan, zijn het lieve mensen. En let wel, de partijen in de raad mogen dan netjes met elkaar omgaan, ze weten verdomd goed wat er leeft in de stad.'

'VERBIJSTEREND LAGE RESPONS PVDA'

Van de 45 raadsleden hebben er 27 de enquête ingevuld. Die respons van 60 procent is voldoende om conclusies te kunnen trekken, zegt Jeroen Slot, directeur van het gemeentelijk onderzoekbureau O+S, dat het onderzoek heeft uitgevoerd.

Opvallend is de lage deelname van de PvdA. Slechts 4 van de 15 PvdA'ers hebben de vragen beantwoord. Arrogantie? Gemakzucht? Het idee dat ze er niks mee te winnen hebben? Rinus van Schendelen, hoogleraar politicologie: 'De respons van de PvdA is verbijsterend. Of zouden die 11 PvdA-raadsleden drie weken lang, de tijd die ze kregen om te reageren, ziek zijn geweest? Dan is er intern iets ernstig mis. Anders getuigt deze lage respons van weinig bereidheid tot openbaarheid aan burgers.'

Ook D66 scoorde onder het gemiddelde: 3 van de 7 raadsleden deden mee. Van de andere partijen heeft meer dan de helft de vragenlijst ingevuld, onder wie alle 8 leden van de VVD en alle 3 van SP.

KWART RAADSLEDEN WELEENS BEDREIGD

Een kwart van de raadsleden is weleens bedreigd: 'Bijvoorbeeld doodsbedreigingen via internet.' Meerdere raadsleden spreken van bedreigingen per mail of telefoon. Soms blijft het niet bij woorden. 'Huis licht gemolesteerd', meldt een raadslid.

Ook met bedreigingen door collega-politici hebben raadsleden ervaring. 'Bedreigingen vanuit het college dat mijn herverkiezing in gevaar zou komen als ik tegen een voorstel zou stemmen.'

Een raadslid geeft aan dat er ooit een poging is gedaan tot omkoping: 'ondernemers' die 'reisjes, gunsten of functies in het vooruitzicht stellen' als het raadslid voor of tegen stemt.

Een risico van een andere orde dat raadsleden lopen is een korte politieke loopbaan. Gemiddeld zitten ze vijf jaar in de raad. 70 procent van de raadsleden vindt dat te kort.

undefined

Meer over