Nieuwsnaamloze oorlogsslachtoffers Loenen

Hoe de naamlozen van Loenen hun naam terugkrijgen

Bijna 75 jaar lagen ze als onbekende Nederlander begraven op het Nationaal Ereveld in Loenen maar nu heeft hun identificatie een onvermoed resultaat opgeleverd: van de 103 naamloze oorlogsslachtoffers die daar onder een eenvoudige witte steen hebben gelegen, blijkt een kwart van buitenlandse komaf.

Met haar dna kon de vader van Tiny Spoel worden geïdentificeerd en heeft zijn graf op het Nationaal Ereveld Loenen nu geen nummer meer, maar zijn naam: Martinus Spoel.Beeld Sabine van Wechem

De Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL) heeft na ruim twee jaar onderzoek in de anonieme graven twintig Belgen, vijf Polen, een Fransman, een Zwitser en een Rus ontdekt. Die vergissing is het gevolg van de administratieve chaos na de Tweede Wereldoorlog, zegt Els Schiltmans, identificatiespecialist bij de BIDKL. De buitenlanders maakten deel uit van een groep dwangarbeiders die in Duitsland waren overleden en na de bevrijding aan Nederland werden overgedragen. Ze kregen allemaal een naam en soms een woonplaats mee die, naar nu blijkt, indertijd fonetisch zijn opgeschreven. De Duitse autoriteiten noteerden wat ze dachten te horen en meenden na de oorlog dat het om Nederlanders ging. Hun gegevens bleken echter hier bij gemeenten en het Rode Kruis onbekend, waarna de overledenen in een naamloos graf terechtkwamen. Sindsdien staan ze bekend als ‘de 103 van Loenen’. Ze liggen bij elkaar op het Ereveld, waar 4.000 oorlogsslachtoffers, militairen en burgers, een laatste rustplaats hebben.

Twee jaar geleden besloot de BIDKL in samenwerking met de Oorlogsgravenstichting om de 103 van Loenen op te graven, in een ultieme poging hun identiteit te achterhalen. ‘De tijd dringt’, zegt BIDKL-commandant Geert Jonker. ‘De kinderen van al die oorlogsslachtoffers zijn nu zeventigers en tachtigers. We zijn het moreel aan ze verplicht om ons best te doen en door te zoeken.’ De dienst, met vier werknemers de kleinste eenheid van de Nederlandse krijgsmacht, heeft sinds de bevrijding al 50 duizend onbekende oorlogsslachtoffers hun naam teruggegeven. Door onderzoek in archieven en het vergelijken van biologische kenmerken van de slachtoffers met bestaande rapporten, achterhaalde de dienst dat het in Loenen in sommige gevallen om buitenlanders gaat.

De Oorlogsgravenstichting, beheerder van het Ereveld, kijkt niet op van de ontdekking. ‘We weten dat we ook na 75 jaar nog altijd voor verrassingen kunnen komen te staan’, zegt woordvoerder Hélène Briaire. De buitenlanders kunnen niet op het Ereveld blijven liggen: die plek is bestemd voor Nederlandse slachtoffers van oorlogsgeweld. Er is inmiddels contact met buitenlandse zusterorganisaties in de hoop dat de dwangarbeiders in hun land van herkomst met eerbetoon kunnen worden herbegraven.

Van de 103 van Loenen zijn dankzij het dna van verwanten ook al 17 Nederlanders geïdentificeerd. Vrijdag werden in het bijzijn van nabestaanden opnieuw drie anonieme graven van een steen met naam voorzien.

Er zijn nog altijd zo’n 6.000 (deels buitenlandse) oorlogsslachtoffers op Nederlands grondgebied van wie de identiteit onbekend is, onder wie 1.500 burgers. Zo werd dit weekend bekend dat in de Britse bommenwerper, die Defensie na 77 jaar in de Markermeer heeft geborgen, nog stoffelijke resten zitten. Ook die zullen door de Bergings- en Identificatiedienst worden onderzocht.

Lees ook:

De tijd dringt: speuren naar de identiteit van onbekende WO II-slachtoffers
Met een arsenaal aan speurtechnieken zoekt een eenheid van de Landmacht naar de namen van onbekende slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Het is een race tegen de klok, want de groep nabestaanden die kan helpen wordt met de dag kleiner.

Meer over