Analyse

Hoe de Kamer keer op keer adviezen over corona-apps als mosterd na de maaltijd kreeg

Bezoekers laten hun QR-code zien bij de ingang van Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Beeld Arie Kievit
Bezoekers laten hun QR-code zien bij de ingang van Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.Beeld Arie Kievit

Het ministerie van Volksgezondheid stelde een commissie in die adviezen moest geven over onder meer corona-apps. En legde die tot verbazing van commissieleden steeds onder op de stapel. Terwijl het kabinet-Rutte III openheid had beloofd.

Fleur Damen

Vanaf maart 2020 krijgen Israëliërs, Taiwanezen, en Singaporezen een bericht op hun telefoon als ze in de buurt van een coronapatiënt komen. Het is op dat moment voor veel Nederlanders een ondenkbaar scenario. En ook op het ministerie van Volksgezondheid heerst scepsis over de proportionaliteit van zo’n maatregel.

De verbazing is dan ook groot als minister De Jonge op een persconferentie begin april aankondigt dat het kabinet gebruik wil gaan maken van een soortgelijke app. En De Jonge heeft haast. Drie dagen krijgen ontwikkelaars de tijd om een ontwerp voor een app in te dienen. Als de ontwikkelaars hun voorstellen presenteren, kan heel Nederland via een livestream meekijken en opbouwende kritiek leveren.

Die kritiek komt er, en niet in geringe mate. Geen van de voorstellen is goed genoeg, vindt uiteindelijk ook het ministerie. Het besluit de app dan maar zelf te ontwikkelen en vraagt haar grootste critici daarbij te helpen.

Al snel blijkt dat digitale middelen een grote rol gaan spelen in deze crisis. Dus wordt extern advies ingewonnen. Zo’n vijftien vooraanstaande juristen, privacydeskundigen en deskundigen infectieziektebestrijding worden benaderd om zitting te nemen in een begeleidingscommissie die gevraagd én ongevraagd gaat adviseren over het gebruik van apps en andere digitale middelen in de coronabestrijding.

Multidisciplinair

Mede dankzij het multidisciplinaire karakter van de commissie, waar ook een hoogleraar ‘normatieve aspecten van de geneeskunde’ in zit, variëren de onderwerpen van de veiligheid en privacy van de apps tot de morele afwegingen die een rol spelen bij het gebruik.

Maar niet alle dertig adviezen komen bij de Kamer terecht als die er nog iets mee kan, tot verbazing van sommige (oud-)leden. Hoewel de commissie advies geeft aan de minister, zijn haar bevindingen ook relevant voor de afwegingen van Kamerleden, stellen zij. De Kamer controleert immers het coronabeleid van het kabinet en stemt mee over wetgeving over digitale middelen als de CoronaMelder- en CoronaCheck-apps.

Begin september 2020, tijdens de behandeling van de CoronaMelder-wet, dienen Kamerleden een motie in om de testcapaciteit uit te breiden bij de invoering van de app, zodat gebruikers zich kunnen laten testen als zij een melding krijgen dat ze dichtbij een besmet persoon zijn geweest. In het plan van De Jonge krijgen gebruikers bij zo’n melding alleen het dringende advies tien dagen in quarantaine te gaan. Testen zijn uitsluitend voor mensen met klachten.

De Kamer verwerpt de motie, maar weet op dat moment niet dat de begeleidingscommissie kort voor het debat heeft gewaarschuwd dat de app aan effectiviteit inboet als gebruikers zonder klachten zich niet kunnen laten testen. Dat leidt er volgens de commissie toe dat mensen de app verwijderen, waarschuwt de commissie, overigens niet voor het eerst. ‘We hadden natuurlijk een stuk sterker gestaan als we dat advies toen hadden gehad’, concludeert indiener van de motie Maarten Hijink (SP).

Testcapaciteit

Daags nadat de CoronaMelder-wet is aangenomen, stuurt de commissie nog een dringender advies naar het ministerie: wacht met de lancering van de app totdat testcapaciteit op orde is. Het ministerie stuurt beide adviezen op 8 oktober naar de Kamer. Twee dagen later komt de app landelijk beschikbaar.

De vertraging leidt tot ergernis bij sommige commissieleden. ‘Het leek soms alsof het ministerie de samenleving en het parlement niet wilde laten weten wat wij ergens van vonden’, zegt een oud-commissielid.

Een woordvoerder van het ministerie ontkent dat. ‘In sommige gevallen was de timing van het advies dusdanig dat het niet lukte het mee te sturen met de updates die de minister naar de Kamer stuurt over het coronavirus.’ Ook had het ministerie soms meer tijd nodig voor een ‘inhoudelijk kwalitatieve’ reactie op het advies.

Twee adviezen komen nooit bij de Kamer terecht. Zo uit de commissie zorgen over de onduidelijke arbeidsrechtelijke gevolgen van de CoronaMelder: moet een werkgever loon doorbetalen als een werknemer na een melding van de app in quarantaine gaat? Ook adviseert de commissie zo snel mogelijk te starten met het ontkrachten van desinformatie online.

Volgens het ministerie vallen die adviezen buiten de ‘scope’ van de opdracht aan de commissie. In de toekomst zal die daarom alleen nog gevraagd advies geven dat zich beperkt tot de corona-apps, stelt het ministerie nu in een reactie aan de Volkskrant.

Als op 15 januari 2021 het kabinet-Rutte III valt over de toeslagenaffaire en de slechte informatievoorziening aan de Kamer, belooft het beterschap: de Kamer zal voortaan volledig en tijdig worden geïnformeerd. Zelfs interne nota’s van ambtenaren gaan voortaan naar de Kamer als die daarom vraagt, stelt Rutte.

Maar ook na Ruttes belofte blijven adviezen van de commissie soms lang liggen. Zo buigt de commissie zich over de omstreden CoronaCheck-app, die coronatoegangsbewijzen, zoals een negatieve testuitslag, verzamelt in een QR-code. Het ministerie stuurt het advies naar de Kamer als de wet daarover al is aangenomen.

Vaccinatiedrang

Als het kabinet in november voorstelt de QR-code ook in te voeren in niet-essentiële winkels, wil het in eerste instantie dat de Kamer dit voorstel binnen een week behandelt. Maar het ministerie stuurt een kritisch advies van de begeleidingscommissie, die het kabinet oproept de CoronaCheck-app niet te gebruiken om de vaccinatiegraad te verhogen (‘vaccinatiedrang’) niet mee met de stukken.

Het is reden voor Pieter Omtzigt en Nicki Pouw-Verweij (JA21) om afgelopen maandag Kamervragen te stellen. ‘Dit is verwijtbaar bij wetgeving die een dusdanig grote maatschappelijke impact heeft’, vindt Pouw-Verweij. ‘Het kabinet kan goede redenen hebben om een advies naast zich neer te liggen’, zegt Omtzigt. ‘Maar dat moet zij dan in alle openheid doen. Bij corona worden onwelgevallige adviezen te laat of onderop een stapel naar de Kamer gestuurd. Dat belemmert en vervuilt het debat.’

Ook de Groningse hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer is kritisch. ‘Als je zo’n advies openbaar maakt, moet je dat doen op moment dat het nog van betekenis kan zijn voor de Kamer.’ Voor het advies over de uitbreiding van de CoronaCheck-app is dat wellicht het geval: de behandeling van dat kabinetsvoorstel is inmiddels uitgesteld naar 17 januari.

Meer over