Reconstructie

Hoe de historische salarisverhoging voor de basisschoolleraren tot stand kwam

Onderwijsminister Wiersma (VVD) kondigde vrijdag aan dat basisschoolleraren hetzelfde gaan verdienen als hun collega’s op de middelbare scholen. Hiermee wordt een langgekoesterde wens ingewilligd. Hoe is het de basisschoolleraren gelukt de kloof te dichten? Een reconstructie.

Rik Kuiper
Basisschoolleraren in het Zuiderpark in 2017, tijdens de demonstratie voor hetzelfde inkomen als leraren in het voortgezet onderwijs. Beeld ANP
Basisschoolleraren in het Zuiderpark in 2017, tijdens de demonstratie voor hetzelfde inkomen als leraren in het voortgezet onderwijs.Beeld ANP

Leerkracht Jan van de Ven ontving donderdag een berichtje van Thijs Roovers. Zijn oude strijdmakker van actiegroep PO in Actie, waarmee ze sinds 2017 protesteerden tegen de hoge werkdruk en de lage lonen in het basisonderwijs, vroeg in een appgroep of de anderen de volgende dag iets te doen hadden.

‘Kunnen jullie morgen om 16.00 uur in Den Haag zijn?’

‘Niet ideaal’, antwoordde Van de Ven. ‘Om dat thuis te kunnen verkopen, moet er een hele goede reden voor zijn.’

Waarop Roovers antwoordde: ‘Levenswerk voltooien?’

En een levenswerk was het. PO in Actie streed vijf jaar lang voor het dichten van de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs: leraren op basisscholen moesten evenveel verdienen als docenten in de onderbouw van de middelbare school, vond de actiegroep. Vrijdag sloten vakbonden, scholenkoepels en het ministerie van Onderwijs daarover een akkoord.

Daarmee is ‘de missie volbracht’, zegt Van de Ven. ‘Hier was het ons om te doen. De kloof is volledig overbrugd. Alles wordt gelijkgetrokken, ook de eindejaarsuitkering. Dit scheelt meer dan een slok op een borrel.’

‘Een geweldige uitkomst’, zegt Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66. ‘Het is een soort totempaal. Hiermee toont Den Haag eindelijk waardering voor het onderwijs.’

‘Historisch’ noemt voorzitter Tamar van Gelder van de Algemene Onderwijsbond (AOb) het akkoord. ‘Een beloning voor iedereen die de afgelopen jaren zo hard actie heeft gevoerd. Al is het lerarentekort hiermee natuurlijk nog lang niet opgelost.’

Appartementje kopen onmogelijk met lerarensalaris

De strijd begon toen Thijs Roovers in Amsterdam een appartementje wilde kopen. Dit bleek met zijn lerarensalaris onmogelijk. ‘Verdienen leerkrachten zó weinig?’, vroeg zijn hypotheekverstrekker zich af. Roovers schreef er een blog over.

Niet lang daarna publiceerde Jan van de Ven een opiniestuk in De Limburger, waarin hij opriep onderwijzers in het primair en voortgezet onderwijs gelijk te belonen. Het stuk werd massaal gedeeld via sociale media. Een derde leerkracht, Paul de Brouwer, richtte ondertussen de Facebookgroep PO in Actie op, waarbij zich binnen een week vijftienduizend leerkrachten aansloten.

In maart 2017 kwamen de drie bij elkaar in een café aan de Korenmarkt in Arnhem. Samen met vier anderen bedachten ze snode plannen. De cao zou binnenkort aflopen. Er kwam een nieuw kabinet. Dit was het moment om in actie te komen. Al snel presenteerde PO in Actie een manifest met twee kernpunten: een hoger salaris en minder werkdruk. Ook de vakbonden en de werkgeversorganisaties ondertekenden het document.

Daarna ging het snel. Het aantal volgers van de Facebookgroep groeide tot meer dan 40 duizend. Roovers, Van de Ven en De Brouwer wisten met hun frisse voorkomen veel media-aandacht te vergaren. De salariskloof kwam op de politieke agenda.

‘Ik heb mijn hele leven in het onderwijs rondgelopen’, zegt Paul van Meenen van D66 daar nu over. ‘Maar het was nooit bij me opgekomen dat die kloof niet uit te leggen is. Totdat zij ermee kwamen.’

‘Bij de AOb vonden we al langer dat er iets aan die salariskloof gedaan moest worden’, zegt AOb-voorzitter Van Gelder, ‘maar we voelden niet aan dat het zo breed leefde. We hadden een externe kracht nodig om ons wakker te schudden.’

De toenmalige staatssecretaris Sander Dekker (VVD, Onderwijs) gaf de beweging onbedoeld ook een extra slinger. In mei 2017 stelde hij in de Tweede Kamer dat het gelijktrekken van de lonen wat hem betreft niet nodig was, omdat een klas vol pubers zwaarder is dan een basisschoolklas.

‘Je zag dat het vuur daardoor verder oplaaide’, zegt Van Meenen. ‘Ook bij mij.’

Rebellenclub versus vakbond

Samen met bonden en werkgevers organiseerde PO in Actie in dat eerste jaar diverse acties. In juni openden de basisscholen uit protest een uur later de deuren. In het najaar staakten de scholen een hele dag, waarbij circa 60 duizend leraren naar het Zuiderpark togen.

‘Wij hebben de mannen van PO in Actie ervan moeten overtuigen dat we de stakende leraren op een veld moesten samenbrengen’, zegt Tamar van Gelder, destijds namens de AOb verantwoordelijk voor de acties. ‘Aanvankelijk wilden ze dat niet. Maar het levert een krachtig beeld op.’

PO in Actie presenteerde zich op dat moment als een jonge, snelle rebellenclub – het tegenovergestelde van de traditionele vakbond. Tegen de Volkskrant spraken ze een paar dagen voor de bijeenkomst in het Zuiderpark wat schamper over een staking uit 2012. ‘Je gaat toch niet met een fluitje staan protesteren?’, zei Roovers. ‘Dat is zo 1980.’

Jan van de Ven (links) en Thijs Roovers van PO in Actie in 2017, toen ze agendeerden dat basisschoolleraren evenveel moesten verdienen als leraren in het voortgezet onderwijs.  Beeld Freek van den Bergh
Jan van de Ven (links) en Thijs Roovers van PO in Actie in 2017, toen ze agendeerden dat basisschoolleraren evenveel moesten verdienen als leraren in het voortgezet onderwijs.Beeld Freek van den Bergh

Die opstelling leidde tot scheve blikken bij de AOb, erkent Van Gelder. ‘Wij betaalden het podium in het Zuiderpark en de bussen ernaartoe’, zegt ze. ‘Sommige mensen bij ons vonden het lastig dat wij niet de credits kregen. Ze vroegen zich af: sneeuwen wij niet onder? Later besloten we ons er niet te druk over te maken. We moesten het moment benutten om een gezamenlijk doel te bereiken.’

In het najaar van 2017 boekten de actievoerders het eerste succes. Het kabinet Rutte III trok 430 miljoen euro uit voor het verlagen van de werkdruk in het basisonderwijs en 270 miljoen voor hogere salarissen.

Onvoldoende, oordeelde PO in Actie desondanks. ‘Opgeteld is dat niet de 1,4 miljard euro die we eisen’, zei Van de Ven tegen de Volkskrant. ‘Dat kunnen kinderen in groep drie of vier zelfs uitrekenen.’ De leraren zouden snel opnieuw gaan staken, kondigde hij aan, zonder dat hij dat eerst met bonden en werkgevers had overlegd.

‘We werden nog wel eens verrast door PO in Actie’, zegt Van Gelder. ‘Zij waren een speedbootje, snel en wendbaar. Wij met onze 80 duizend leden een groot schip. Je hebt beide nodig. Zij wezen ons de weg, wij hadden de kracht, de macht en de adem om het vol te kunnen houden. Denk bijvoorbeeld aan onze stakingskas om stakers te compenseren.’

Lobby om eis in verkiezingsprogramma’s te krijgen

Nieuwe acties volgden. Een tweede landelijke staking in december 2017. Een vol Malieveld in 2019. Een tweedaagse staking in 2020, net voor de uitbraak van corona. Maar daarmee wisten de leraren de politiek niet verder in beweging te krijgen. Meer geld kregen ze bij Rutte III niet los.

‘Het is altijd lastig als zoiets niet in de formatie geregeld is’, zegt Kamerlid Van Meenen daar nu over.

‘Het ging om serieus geld dat het kabinet zou moeten verbuigen’, zegt Van de Ven. ‘Het moest ergens vandaan komen. Dat was niet te doen.’

En dus richtten leraren, bonden en werkgevers het vizier al gauw op de volgende Kamerverkiezingen in 2021. Ze probeerden druk uit te oefenen op politici om in het verkiezingsprogramma op te nemen dat de loonkloof gedicht moest worden.

‘Telkens als we een politicus tegenkwamen, brachten we het ter sprake’, zegt Van de Ven. ‘Je vergeet dit toch niet in het verkiezingsprogramma mee te nemen?’ Onder andere D66, GroenLinks, SP, PvdA en ChristenUnie deden dat.

‘Het is niet eens zo moeilijk om een onderwerp op de politieke agenda te krijgen’, zegt Van de Ven over de beweging van actievoeren naar lobbyen, ‘maar om het op de agenda te houden, is een lange adem nodig. En soms moet je dan van strategie veranderen.’

Verkiezingszege D66 ‘beslissend’

Dat D66 bij de Kamerverkiezingen vorig jaar 24 zetels haalde, was ‘beslissend’, zegt Paul van Meenen. ‘Het gaf ons aan de formatietafel een stevige positie om juist qua onderwijs eisen te kunnen stellen.’

Ook Van de Ven had er vanaf dat moment vertrouwen in. ‘Ik wist dat D66 niet in een regering zou stappen als dit niet geregeld was.’

En dat was ook zo. Het dichten van de loonkloof belandde – hoewel VVD en CDA dit niet in het verkiezingsprogramma hadden staan – in het regeerakkoord.

‘Aan de formatietafel heerste een gezamenlijk gevoel van urgentie’, zegt Van Meenen. ‘De zorgen over onder meer het lerarentekort, de kansenongelijkheid en de afnemende prestaties waren zichtbaarder geworden. Corona zal daarbij een rol hebben gespeeld. We hebben toen gezien hoe cruciaal leraren zijn in onze samenleving.’

Tekenend voor dat gevoel voor urgentie was de snelheid waarmee het nieuwe kabinet de plannen uitvoerde. Nog geen vier maanden nadat de nieuwe ministersploeg op het bordes stond, lag er vrijdag een akkoord tussen kabinet, werkgevers en bonden.

En dat met een VVD-minister aan het roer – de partij van Sander Dekker, die het nooit nodig vond de lonen gelijk te trekken. ‘Dennis Wiersma is een verademing’, zegt Van Meenen. ‘Er waait een andere wind bij de VVD. Dat merk ik ook in de debatten.’

Basisschoolleraren in het Zuiderpark, oktober 2017. Beeld ANP
Basisschoolleraren in het Zuiderpark, oktober 2017.Beeld ANP

PO inactief

Jan van de Ven twijfelde vorige week lang of hij vanuit Limburg op en neer naar Den Haag zou rijden. Enerzijds wilde hij zien hoe Thijs Roovers daar zou staan in zijn nieuwe functie als lid van het dagelijks bestuur van de AOb, de vakbond waar hij ooit zo kritisch over was. Anderzijds was er thuis genoeg te doen: hij zou zaterdagochtend op vakantie gaan.

‘Weet jij al wat je doet morgenmiddag?’, vroeg hij donderdag aan Paul de Brouwer in de appgroep PO inactief, zoals die heet sinds de oprichters het wat rustiger aan doen. ‘Als jij er niet bij bent, laat ik hem ook sowieso schieten. Anders ga ik het gevecht hier thuis nog wel even aan.’

‘Gaat me niet lukken om op tijd te komen’, antwoordde De Brouwer. ‘Je hoeft dus niet te vechten.’

De vrijdagmiddag besteedde Van de Ven vervolgens aan zijn ‘andere levenswerk’, zoals hij het noemt: het gezin dat hij in de hoogtijdagen van PO in Actie soms maar weinig zag. Samen dronken ze een drankje op een zonnig terras.