AnalysePolitiek

Hoe de coronacrisis de partijprogramma’s vormt: zowel links als rechts is nu voor een sterkere overheid

Beeld Rhonald Blommestijn

Alle politieke partijen schrijven op dit moment hun verkiezingsprogramma. De worsteling is dit keer nog groter dan anders, een fundamentele herbezinning dient zich aan. Want één ding is zeker: de kleine overheid is uit de mode. ‘Met zo’n crisis begin je een beetje opnieuw.’

Eén ding is zeker: zoals bij de vorige verkiezingen zal het niet zijn. ‘Normaal. Doen.’ was toen het motto van de VVD. Bij het CDA droomden ze van het Wilhelmus in de klaslokalen en van een mooi plekje voor de Akte van Verlatinghe, de geboortepapieren van Nederland. D66 zette Pia Dijkstra groot op de campagnebus; immateriële onderwerpen – identiteit, ethiek, normen, veiligheid – zouden immers de verkiezingen beheersen.

Dat zal volgend jaar radicaal anders zijn. Wie je ook spreekt, iedereen voorspelt hetzelfde: sociaal-economische thema’s gaan de verkiezingsstrijd domineren. Hoe ernstig pakken de economische gevolgen van de coronamaatregelen uit, hoe worden de schaarsere middelen verdeeld, hoe dwingend wordt de rol die de overheid daarbij speelt, en wie gaat dat allemaal betalen? Van rechts tot links is er eenstemmigheid dat dit de grote vragen zijn.

De pandemie leverde twee breed gedeelde inzichten op. Allereerst: het virus werkt als een contrastvloeistof die zwakke plekken in de samenleving aanwijst zoals het toerisme, transport, de farmaceutische sector, de verpleeghuizen, de vleesverwerkende industrie, zzp’ers. Vervolgens: de verkiezingen zijn het moment om daar wat aan te doen; de pandemie als resetknop.

Vandaar dat van links tot rechts hetzelfde wordt gezegd: dit moeten verkiezingen worden van het grote perspectief. ‘Heerlijk, niet dat gerommel op de vierkante centimeter’, zoals Pieter Omtzigt, lid van de programmacommissie van het CDA, het verwoordt. ‘Je zult minder gerommel op de vierkante millimeter zien’, voorspelt Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau (CPB), dat bijna alle verkiezingsprogramma’s doorrekent.

De pandemie als kans om grondig te overdenken of de inrichting van de samenleving en de rol van de overheid wel zo zijn als je zou willen – het wordt door alle partijen onderschreven. Zelfs over de vervolgstap – in welke richting moet die verandering gaan – bestaat eensgezindheid. Een sterkere regiefunctie voor de overheid en een inperking van de markteconomie wordt van SP tot VVD beleden. Komt het op maatvoering aan, dan zijn de verschillen groot.

Een proces dat al enkele jaren eerder werd ingezet, wordt daarmee door de virusuitbraak versneld. ‘De staat moet meer regie krijgen’, zegt Henk Nijboer, Kamerlid en financieel adviseur van de PvdA-commissie. Uri Rosenthal, oud-minister en voorzitter van de commissie van de VVD: ‘Een goed werkende markt is wat anders dan laissez faire.’ Waar die rol van de staat zich na de kredietcrisis nog beperkte tot meer controle op de financiële sector, wordt dat nu uitgebreid naar sectoren als huisvesting, zorg en onderwijs. Rosenthal: ‘Maar voor economisch herstel blijft het creëren van bedrijvigheid en het behoud van onze exportpositie cruciaal.’

Verkiezingsprogramma’s worden nog wel eens gezien als een verplichte halte in het ritueel van de politieke cyclus. Een commissie schrijft op wat de partij eigenlijk altijd al vindt, partijtijgers komen op het congres met amendementen en moties, de lijsttrekker neemt het pakket – alweer dikker dan de vorige keer – met een vriendelijke buiging in ontvangst en je hoort er niks meer van. Zoals Ben Knapen, senator en voorzitter van de commissie die het CDA-programma schrijft, het zegt: ‘Heel belangrijk is toch dat zo’n programma de lijsttrekker straks niet in de weg zit.’

Het Klaasverhaal

Maar alle partijen bezweren dat er juist voor 2021 veel op het spel staat. Neem de VVD. Dit keer geen grote commissie als afspiegeling van alle geledingen binnen de partij, maar een compact groepje van vier sleutelfiguren. Naast Rosenthal zijn dat fractieleider Klaas Dijkhoff, staatssecretaris Bas van ’t Wout en politiek secretaris Eelco Heinen. Daar omheen een structuur met challengers en netwerken die de commissie scherp moeten houden.

Met dat groepje hoort de VVD, net als GroenLinks, tot de vroege starters. Al in de zomer van vorig jaar waren de eerste bijeenkomsten. Bijkomend voordeel: er waren al de nodige fysieke bijeenkomsten geweest toen corona dat onmogelijk maakte. Een heel andere situatie dan bij het CDA, waar de eerste vergadering voor maart gepland stond en dus meteen digitaal moest. Pas in juni konden de commissieleden elkaar voor het eerst in levenden lijve treffen.

Ongeacht wie de lijsttrekker wordt bij de VVD — Mark Rutte heeft nog niet gezegd of hij wil doorgaan —, zij of hij gaat met een sterk door Dijkhoff ingekleurd programma op stap. Diens discussiestuk van voorjaar 2019, ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’, in de partij ook wel het Klaasverhaal genoemd, kreeg Rosenthal in de hand gedrukt als belangrijke bouwsteen voor het verkiezingsprogramma. Rosenthal kwam zelf met het jubileumessay van september 2018 uit The Economist: Renewing liberalism, dat oproept tot een radicale herbezinning op het liberalisme. Daarin wordt, net als bij Dijkhoff, gesproken van ‘liberalism for the people’.

‘We hadden corona niet nodig om grondig naar de inrichting van de samenleving te willen kijken’, zegt Rosenthal. ‘Dat denken was al in gang gezet.’ Wat bij de VVD speelt, en bij alle andere partijen terugkomt, is de verschuivende balans tussen overheid en markt. ‘We komen niet met een mantra van een zo klein mogelijke overheid. We willen een krachtige, effectieve staat die, noblesse oblige, goede kwaliteit levert en daarop gecontroleerd wordt.’

Zoeken naar cohesie

‘Zo’n proces moet eigenlijk beginnen met de benen op tafel, een hapje eten, wilde ideeën lanceren’, bekent Ben Knapen. Die fase heeft het CDA nooit bereikt. Toen de commissie begon, was thuiswerken al de regel. Knapen trok wel een les uit de coronacrisis: ‘Als je kijkt waar in de wereld populisme zich manifesteert – Trump, Johnson, Bolsenaro – dan zijn dat landen die het moeilijk hebben met corona. Daar moet je misschien wat mee. Mensen waarderen betrouwbaarheid, bestuurlijke fairness. Dilemma’s delen, zoals ons kabinet dat doet: eerlijk zeggen dat je honderd procent besluiten neemt met vijftig procent van de kennis. Het laat ook zien dat je gezaghebbende kennisinstituten als het RIVM moet koesteren. En dat sociale cohesie, het bij elkaar houden van bevolkingsgroepen, cruciaal is. Dat gaat een rol spelen, ook in de klimaatdiscussie.’ Het zal geen toeval zijn dat de agrarische sector in de commissie van het CDA goed is vertegenwoordigd.

Ook Knapen kreeg een leidraad mee: zij aan zij, de onder leiding van het wetenschappelijk bureau geformuleerde partijvisie voor de lange termijn. Met hem als voorzitter zal het CDA-programma een stevig pro-Europese inslag krijgen. ‘Daar maak ik me sterk voor’, zegt Knapen. ‘Europa is de bescherming tegen aanvallen op onze privacy door Google of China.’

Rampenbijziendheid

Waar de VVD zijn programma laat schrijven door een clubje waarnaar het op de VVD-website vergeefs zoeken is, zit de PvdA aan de andere kant van het spectrum. Alles transparant, een klassieke commissie waarin alle geledingen zijn vertegenwoordigd, en een senator, hoogleraar economie Esther-Mirjam Sent, als voorzitter. Cohen, Melkert, Dijsselbloem, Samsom, Tjeenk Willink, Depla, Hamer, Scheffer – noem een partijprominent en de commissie sprak ermee.

‘Mensen waren meer beschikbaar door corona’, zegt Sent. ‘Wat een voorrecht, zoveel slimme mensen in de partij.’ Sent straalt optimisme uit. Vraag je naar steekwoorden, dan komt ze met lef, strijdbaar, hoopgevend. De PvdA denkt met aandacht voor bestaanszekerheid de wind weer in de zeilen te hebben.

Ze ziet de onzekerheid die de pandemie met zich meebrengt, niet als een bezwaar voor het schrijfproces. ‘Je benoemt je prioriteiten, als stippen aan de horizon. Die blijven staan. Wat onzeker is, is het tempo waarin je ze kan bereiken.’ Ook de PvdA ziet de pandemie als een moment voor herbezinning. ‘Als wetenschapper besef ik dat we last hebben van rampenbijziendheid; we denken dat we hierna weer snel overgaan tot de orde van de dag. Dat verwacht ik niet. Het coronavirus maakt misstanden zichtbaar, zoals de macht van de grote farmaceutische bedrijven. We leven niet duurzaam, kwetsbaren worden te weinig beschermd. Dit is het moment om de kansengelijkheid te vergroten, iets te doen aan woningnood onder jongeren.’

Het geld daarvoor moet volgens de PvdA gehaald worden bij de multinationals en de grote vermogens. Sent is een keynesiaan: als het slecht gaat, moet er geïnvesteerd worden. Het is een visie die bij meer partijen leeft. Ze krijgen bijval van het CPB. Hasekamp: ‘Investeringen kunnen de groei aanjagen. Bij voorkeur doe je dat in zaken die ook bijdragen aan het groeivermogen op lange termijn, zoals verduurzaming, onderzoek en infrastructuur.’

Strategisch onafhankelijker

De programmacommissies van PvdA en GroenLinks overleggen met elkaar, dat is een opdracht die ze van hun congres meekregen. ‘Een natuurlijk bondgenootschap’, zegt Jeroen Postma, de jonge (hij is 33) voorzitter van de GroenLinks-commissie. Postma is raadslid in Rotterdam, en was waarnemend voorzitter van de partij. ‘Toch anders dan als je een minister of, met alle respect, mastodont als voorzitter vraagt’, vindt hij. Ook bij GroenLinks begon al voor de zomer van 2019 het werk aan het verkiezingsprogramma. Toen de pandemie uitbrak, was het schrijven al een eind gevorderd. ‘Maar met zo’n crisis begin je een beetje opnieuw.’

Natuurlijk, corona maakt alles anders, zegt Postma. ‘Mensen die bij vliegvelden of snelwegen wonen, sliepen ineens beter en ademden vrijer. Werk je meer thuis, dan ontdek je dat het fijn is als er een parkje in de buurt is – heel banale dingen die door corona aan het licht zijn gebracht.’ Maar hij wijst ook naar de hitterecords van de afgelopen weken. ‘De klimaatcrisis is er, dat blijft heel belangrijk. Politiek gaat om het neerzetten van een visie op de samenleving, voorbij de omstandigheden van het moment.’

Voor Postma maken de pandemie, en de tekorten aan medische hulpmiddelen die aan het licht kwamen, duidelijk dat we strategisch onafhankelijker moeten worden. ‘Er is een vorm van industriepolitiek nodig: wat willen we in Europa produceren?’ Of het nu om het klimaatbeleid, de woningbouw of de publieke sector gaat, voor Postma is het duidelijk: er is behoefte aan een sterke overheid. ‘Het CDA kiest met Hugo de Jonge voor iemand die niet heel vast in die marktwerking zit. Ik zie kansen in die richting te bewegen.’

De enige die betwijfelt of de pandemie echt zo’n radicale verandering teweeg zal brengen, is Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en voorzitter van de programmacommissie van D66. ‘Dat virus als contrastvloeistof is mooi’, vindt hij. ‘Maar vooral omdat het scherper naar voren haalt wat je al wist.’ Hij noemt de digitalisering, door het thuiswerken de afgelopen tijd versneld. ‘We wisten al dat jongeren het door flexcontracten moeilijk hebben, dat er een tweedeling op de arbeidsmarkt dreigt – het onderzoek van de commissie Borstlap naar de arbeidsmarkt was voor de virusuitbraak klaar. Maar het is in deze fase erg ingewikkeld uitspraken te doen over werkgelegenheid of overheidsfinanciën.’

Twijfel over doorrekening CPB

Al een jaar of dertig laten vrijwel alle partijen hun programma doorrekenen door het Centraal Planbureau. Een uniek systeem, dat een disciplinerende werking heeft, en het mogelijk maakt de gevolgen van de plannen te vergelijken. Het komt bovendien van pas bij de formatie: waar zitten de overeenkomsten en verschillen?

Hoe zinnig is die doorrekening bij zoveel ongewisse factoren? De SP doet dit keer alvast niet mee. ‘Dat heeft voor ons nu geen zin’, zegt Ronald van Raak, voorzitter van de programmacommissie. Het CDA twijfelt nog: ‘Met aardverschuivingen van deze aard is het maar de vraag of het CPB zinvolle modellen heeft’, zegt Knapen. Ook de VVD is er nog niet uit. Rosenthal: ‘Doen alle anderen mee, dan wil je niet schitteren door afwezigheid.’ GroenLinks, PvdA en D66 zetten het CPB waarschijnlijk wel aan het werk.

‘We worstelen allemaal met onzekerheden’, zegt Pieter Hasekamp, sinds een half jaar directeur van het CPB. De afgelopen tijd maakte hij een oriënterend rondje langs alle partijen. Ook als de onzekerheid groot is, is een doorrekening van belang, heeft hij hen voorgehouden. ‘De ene partij zal de economie willen aanjagen, de andere de ongelijkheid willen bestrijden. Wij kunnen laten zien wat daarvan de gevolgen zijn. Het voorkomt de verkoop van gratis bier zoals in de VS gebeurt.’ Het CPB werkt voorlopig nog met twee scenario’s: een met, een zonder tweede golf. In november wordt een keus voor een van die scenario’s gemaakt. In december moet met de doorrekening worden begonnen.

Dat is aanzienlijk later dan bij andere verkiezingen. Vrijwel alle partijen willen uitstel, ook intern, voor de aanlevering van hun concept aan het partijbestuur. Bij het CDA gaat het om zes weken, de PvdA heeft het congres naar januari verschoven. D66 houdt vast aan een congres in november, maar Koolmees wil het programma kunnen aanpassen als er ontwikkelingen zijn, zoals de komst van een vaccin. Ook de VVD wil zo lang mogelijk wachten. Rosenthal: ‘Je zou je programma het liefst pas in februari uitbrengen, om van voortschrijdend inzicht te profiteren. Als er een vaccin komt, is alles anders.’