Hoe de Britse kosmopoliet zijn hand overspeelde

Te lang hebben hoogopgeleide, eurogezinde Britten de scepter willen zwaaien op het eiland. De Brexit biedt kans op een nieuw evenwicht, stelt journalist David Goodhart.

Journalist David Goodhart: 'Anywheres zweren bij persoonlijke vrijheid, maar de gemeenschapszin van de Somewheres is ook wat waard.' Beeld Els Zweerink
Journalist David Goodhart: 'Anywheres zweren bij persoonlijke vrijheid, maar de gemeenschapszin van de Somewheres is ook wat waard.'Beeld Els Zweerink

In de jaren dertig van de vorige eeuw verruilde George Orwell de chique Londense wijk Hampstead tijdelijk voor een mijnwerkersbuurt in Wigan. Het resultaat was The Road to Wigan Pier, waarin hij de armoede beschrijft en de spot drijft met de intelligentsia. Acht decennia later doet de journalist David Goodhart (Londen, 1956) iets dergelijks: een geestelijke reis door Brexitland, weg van de Global Village die Londen heet. 'De progressieve individualisten in Londen en andere steden hebben hun wereldbeeld proberen op te leggen aan de rest van het land', zegt de schrijver van The Road to Somewhere. 'Daarbij hebben ze hun hand overspeeld. Dat is met de Brexit duidelijk geworden.'

Cultuurstrijd

Zijn boek handelt over de cultuurstrijd tussen twee stammen die hij aanduidt met 'Anywheres' en 'Somewheres'. De benamingen zijn nieuw, maar de waarden die ze vertegenwoordigen komen regelrecht uit The British Social Attitudes Survey, een jaarlijkse sociologische studie. Tevens baseert hij zich in The Road to Somewhere op veldwerk voor eerdere boeken. De 'Overals' zijn hoogopgeleide, progressieve en overwegend eurogezinde burgers in de grote steden. Ze hebben goede banen, kunnen overal wonen en hechten weinig waarde aan tradities. 'Ze hebben geprofiteerd van twee belangrijke wendingen: de neoliberale zege van rechts in het economische debat en de sociaal-liberale overwinning van links in het culturele.'

Onder Tony Blair kende de Republiek van Anywhere haar gloriedagen.

Fatsoenlijk populisme

Goodhart schat dat een kwart van de Britten tot deze categorie behoort, terwijl de helft in Somewhere woont. De rest noemt hij de 'Tussenins'. Naar Somewhere gaat zijn interesse uit, getuige ook de titel van het boek, die doet denken aan News from Somewhere van de conservatieve filosoof, wagneriaan en vossenjager Roger Scruton. Somewhere is een coalitie tussen de welvarende conservatieven uit de graafschappen en de arbeidersklasse in de oude industriesteden. 'Somewheres hechten aan familiebanden, zijn geworteld in de eigen gemeenschap en gaan langzaam mee met verandering. Hun visie zou ik willen omschrijven als 'fatsoenlijk populisme'.

Het boek bereikte de toptien van de non-fictiebestsellerlijst in The Sunday Times. 'Het kwam op het juiste moment. Ik was er vorig voorjaar mee begonnen en zowel de Brexit als Trump sloten aan bij mijn these. Bovendien houden wij Britten, gewend aan de klassenmaatschappij, ervan te kijken tot welke categorie we behoren.'

Afvallige

Goodhart heeft van zichzelf gezegd dat hij een Anywhere-afvallige is. Het heeft hem niet populair gemaakt in Hampstead, de Anywhere-speeltuin waar Filipijnse nanny's met baby's van Franse bankiers over de Heath wandelen, waar Polen villa's renoveren, Roemenen pakjes bezorgen, rijke dames bij Franse bistro's met vriendinnen praten over hun in het buitenland studerende kinderen, om 's avonds te eten bij de Argentijn.

Voor grootstedelingen heeft de globalisering prima uitgepakt. Ze hebben, zo zegt hij, hun macht misbruikt. 'Niet eens bewust. Ze hadden niet in de gaten dat ze zijn opgekomen voor hun eigen belangen omdat ze zichzelf niet als een groep zien, terwijl ze dat wel zijn. Jonge Anywheres ontmoeten elkaar op de campussen van de universiteiten en gaan vaak wonen in het almachtige Londen. Daardoor leven ze vanaf hun 17de min of meer gescheiden van de provincie. Het brengt met zich mee dat ze weinig kunnen met mensen die een ander wereldbeeld koesteren, of daar zelfs vijandig op reageren.' Anywheres zijn heel tolerant, is zijn ervaring, maar lang niet altijd op politiek gebied.

Kanttekeningen bij multiculturele samenleving

Het is niet voor het eerst dat Goodhart, oud-leerling van de fameuze kostschool Eton, nestbevuiling is verweten. Dertien jaar geleden veroorzaakte hij opschudding door in Prospect, een progressief maandblad waarvan hij toen hoofdredacteur was, het essay Too Diverse? te publiceren. Daarin beweerde hij dat massa-immigratie en de nadruk op diversiteit een sociaal-democratische waarde als solidariteit ondermijnt, en daarmee ook de traditionele verzorgingsstaat. Hij deed daarmee hetzelfde als wat Paul Scheffer enkele jaren eerder in Nederland had gedaan: kanttekeningen plaatsen bij de veronderstelde zegeningen van de multiculturele samenleving.

Oude vrienden noemden hem een 'progressieve Powellite', een verwijzing naar de Conservatieve politicus en classicus Enoch Powell die eind jaren zestig met de nodige retoriek had gewaarschuwd dat massa-immigratie zou leiden tot 'rivieren van bloed'. Het leidde er vooral toe dat Powells politieke carrière zo goed als voorbij was en dat praten over immigratie en integratie decennialang een taboe zou blijven. Goodhart gaf extra gas en publiceerde in 2013 The British Dream, waarin hij als zelfuitgeroepen post-progressief 'de linkse mythevorming over immigratie' aanvalt en een ogenschijnlijk tegenstrijdig concept als progressief nationalisme introduceert.

null Beeld Foto Els zZweerink / Illustratie Gees Voorhees
Beeld Foto Els zZweerink / Illustratie Gees Voorhees

Zorgen over sociaaldemocratie

In zijn studeerkamer, waar een exemplaar van The British Dream dienstdoet als steun onder een te korte tafelpoot van zijn bureau, vertelt Goodhart dat hij zich zorgen maakt over de staat van de sociaaldemocratie. Het verlies van de PvdA heeft hem geshockeerd. 'Hoe gaat het met René Cuperus', vraagt hij, 'en met Wouter Bos? Toen hij deel uitmaakte van een coalitie liep het toch niet zo slecht af met de partij?' Het brengt hem op de aanstaande verkiezingen in eigen land. 'Onze arbeiderspartij wacht ook een afstraffing. De partij is totaal gespleten, recht door het midden. Hoe wil je je thee, trouwens, sterk met melk?'

Uitkijkend over de hoogvlakte van Hampstead vertelt hij dat de zogeheten as Hampstead-Hartlepool gebroken is, de coalitie tussen de salonsocialisten in Londen en de arbeidersklasse in het noorden. 'Onder Tony Blair is bewust de keuze gemaakt zich te richten op de progressieve middenklasse en de stem van de oude arbeiders voor lief te nemen. Ik merkte het toen ik indertijd plaatselijke partijbijeenkomsten bezocht. Er was een postbode aanwezig, de rest waren professionals. Ik vermoed dat de postbode inmiddels ook weg is. Er wordt gesproken over zaken als gender, diversiteit, niet meer over sociaal-economische ongelijkheid, huisvesting en andere traditioneel linkse onderwerpen.'

Massa-immigratie

Het EU-referendum heeft de breuk blootgelegd. In Hampstead stemde 75 procent ervoor in de EU te blijven en de plaatselijke afgevaardigde Tulip Siddiq is een luidruchtige anti-Brexiteer. In Hartlepool stemde bijna 70 procent voor een Brexit. Een van de belangrijke drijfveren daarvoor was de afkeer van massa-immigratie, een gevolg van Blairs beslissing in 2004, het jaar van Goodharts baanbrekende essay, de deuren open te zetten voor migranten uit de tien Oost-Europese landen die zich net bij de EU hadden aangesloten. De regering had indertijd 12 duizend nieuwkomers verwacht, het werden er een miljoen. Enkele jaren later leidde de eurocrisis tot een nieuwe stroom uit Zuid-Europa.

Volgens Goodhart, die zelf met frisse tegenzin 'Remain' heeft gestemd, heeft de EU een fout gemaakt door de vrijheid van vestiging van werkenden in 1992 te vervangen door de vrijheid van vestiging voor burgers. 'Het streven om elke EU-burger gelijke rechten te geven is nooit populair geweest in dit land. Iemand die hier geboren en getogen is moest opeens concurreren met nieuwkomers, bijvoorbeeld als het gaat om sociale huisvesting en op de arbeidsmarkt. Ooit is Labour opgericht om concurrentie op de arbeidsmarkt te reduceren, nu werkt ze die concurrentie juist in de hand door massa-immigratie toe te staan. Dan is het niet gek dat de Somewhere-vleugel van de partij alle kanten op holt.'

Cultuuroorlog

Anywheres bezitten, vervolgt Goodhart met zijn diepe stem en lange klinkers, het bijna libertaire idee dat de maatschappij een willekeurige verzameling individuen is. 'Dat brengt onder meer met zich mee dat ze denken dat de komst van vele duizenden immigranten geen culturele problemen met zich meebrengt, simpelweg omdat er in hun ogen geen nationale cultuur bestaat om te ontwrichten. Links is nog wel collectivistisch waar het gaat om economie, maar niet waar het gaat om cultuur en maatschappij. Het ironische is dat het aan Thatcher toegeschreven en door neoliberale denkers omarmde 'er bestaat niet zoiets als een maatschappij' naadloos aansluit bij het culturele individualisme van links.'

Immigratie is maar een deel van het verhaal in deze cultuuroorlog. Die is een vreedzame variant op de burgeroorlog van halverwege de 17de eeuw, met de Brexiteers gemodelleerd naar de koningsgezinde troepen en de Remainers naar de revolutionaire, uit de gegoede middenklasse afkomstige parlementariërs. Nog steeds weten Engelse steden aan 'welke kant' ze indertijd stonden, al is dat onderscheid puur folklore. Tegenwoordig luidt de vraag eerder 'aan welke kant stond je op 23 juni 2016?'. Zo staat de vissersplaats Skegness nu bekend als Brexit-bolwerk, wat ertoe leidde dat de inwoners ervan door het weekblad The New European zijn bespot in een cartoon.

Onderwijs

Goodhart haalt in zijn boek de cultuurbeschouwer Stuart Hall aan, die stelde dat sociaal-liberalisme 'stupid' is als het gaat om culturele tradities. Hij voert aan dat die domheid ook kan gelden voor de menselijke natuur. 'Somewheres geven om cultuur en gemeenschap, om wat ze zijn. Voor Anywheres is belangrijker wat ze hebben bereikt, het maatschappelijk succes waarnaar ze streven. Die verworven identiteit is niet aan een bepaalde plek gekoppeld. Tegen deze achtergrond vinden Anywheres het dom dat Nissan-arbeiders in Sunderland mogelijk tegen hun materiële belangen hebben gestemd. Dat is vreemd, eigenlijk. Je zou het ook kunnen zien als idealisme.'

Goodhart ziet de Brexit als een correctie op de macht van de Anywheres. Hij wijst op het onderwijs. 'De afgelopen decennia is de nadruk gelegd op academisch onderwijs ten koste van beroepsopleidingen. Toen ik jong was, ging 15 procent van de jongeren naar de universiteit en was het geen schande als je dat niet deed. Nu gaat meer dan de helft naar de universiteit. De Anywheres vinden dat hoge percentage geweldig, maar vergeten de andere helft, de vernederde achterblijvers. Hetzelfde geldt voor de meritocratie. Geweldig voor de winnaars, maar wie denkt er aan de verliezers? Binnen de klassenmaatschappij had je in ieder geval nog bescherming van mensen uit dezelfde klasse.'

Traditionele huishoudens

Dat de afname van het aantal beroepsopleidingen en leerlingplaatsen geen probleem vormde voor de economie, had te maken met de open grenzen. 'Het continent vormde een oneindig reserveleger aan goedopgeleide arbeidskrachten. Met een beetje overdrijving kun je stellen dat andere Europese landen, zeker die in het oosten, mensen hebben opgeleid om hier te kunnen werken. Dat scheelde onze overheid en het bedrijfsleven veel geld, vandaar dat de werkgeversbond zo eurogezind is. Om dezelfde reden verwacht ik dat Oost-Europese landen, die nu lijden onder een braindrain, niet per se tegen een beperking van het vrij verkeer van personen zullen zijn.'

Controverse veroorzaakte Goodharts visie op het gezinsleven. Volgens hem is alles afgestemd op de behoeften van de Anywheres. 'Nog steeds kiezen veel vrouwen voor het opvoeden van de kinderen in plaats van een carrière, maar het beleid is gericht op tweeverdieners. Kijk naar de enorme uitgaven voor kinderopvang. In de meeste Europese landen is er een fiscaal voordeel voor traditionele huishoudens, ik pleit daarvoor. Natuurlijk wil ik niet terug naar de jaren vijftig, maar als vrouwen ervoor kiezen thuis te blijven en voor de kinderen te zorgen, moet dat worden geaccepteerd. Het roept weerstand op bij een luidruchtige minderheid, maar zal in de smaak vallen bij een zwijgzame meerderheid.'

Positieve voorbeelden uit Duitsland

Tijdens het interview wijst hij regelmatig op positieve voorbeelden uit andere Europese landen, met name Duitsland. Goodhart prijst de industriële politiek in dat land, waar bedrijven veel meer dan in het Verenigd Koninkrijk werknemers opleiden en zeggenschap geven over het beleid. Op het eiland hebben aandeelhouders volgens hem onevenredig veel invloed, wat een langetermijnbeleid lastig maakt. In zijn boek beschrijft hij hoe goed de Duitsers zijn omgegaan met arbeiders die hun baan verloren bij het sluiten van mijnen en fabrieken, terwijl ontslagen arbeiders in Groot-Brittannië indertijd geen alternatief kregen. 'Ik heb kritiek op de EU als een Anywhere-project, maar Europa kan inspiratie bieden.'

Wie The Road to Somewhere naast de toespraken van Theresa May legt, ziet overeenkomsten. Dat berust niet helemaal op toeval. Voor een integratieproject van zijn progressieve denktank Demos heeft Goodhart enkele jaren terug samengewerkt met Nick Timothy, toen Mays adviseur op Binnenlandse Zaken en nu haar politieke goeroe. Diens stem was hoorbaar toen May een halfjaar geleden zei dat een 'burger van de wereld een burger van nergens is'. 'Dat was wel gunstig voor me. Ik was bang dat The Road to Somewhere een te obscure titel was, maar toen zij over nowhere sprak, was meteen duidelijk waar somewhere voor stond. Sterker, ik gebruikte aanvankelijk de term 'Nowhere' in plaats van 'Anywhere'.

Gezond verstand

Waar May laatdunkend sprak over kosmopolieten, wil Goodhart benadrukken dat zijn boek geen afrekening is, maar de analyse van een jarenlange trend. 'Tot een paar decennia geleden was het 'gezond verstand' van de Somewheres de norm, maar het aantal Anywheres is sterk gegroeid en hun waardenstelsel is bepalend geworden, te bepalend. Somewheres worden snel afgeserveerd als nationalisten, terwijl er iets bestaat als een goedaardig nationalisme. De natiestaat is niet verkeerd en er zijn genoeg landen in de wereld waar men schreeuwt om sterke nationale instellingen. Dat is iets waar Somewheres aan hechten, vertrouwd terrein, hun natie, hun club, hun groep, hun familie.'

Die behoudende reflex is door de Londense wereldburgers onderschat. Een klein jaar geleden hebben de Somewheres, zo redeneert Goodhart, de kans gegrepen eindelijk hun stem te laten horen. Anywheres zweren bij persoonlijke vrijheid, maar de gemeenschapszin van de Somewheres is ook wat waard. Wat hem betreft is er nu behoefte aan een nieuw sociaal contract, een politiek die recht doet aan beide wereldvisies. 'Hoopgevend vond ik vijf jaar terug Danny Boyles openingsceremonie van de Olympische Spelen. Die belichtte de geschiedenis van de Britse natie, waar voor iedereen ruim plaats was, ongeacht sekse, afkomst of klasse. Dit oversteeg het onderscheid tussen Anywhere en Somewhere.'

Meer over