virologie

Hoe Coronamelder er snel kwam, maar het daarna stil bleef rond de app

Het kabinet zag een app als belangrijk wapen tegen het virus. Coronamelder kwam er snel en werkte volgens experts goed, maar kreeg na de lancering weinig aandacht. Een reconstructie.

Pieter Sabel
null Beeld Eline van Strien
Beeld Eline van Strien

7 april 2020: De geboorte van een virus-app

Hij is er niet blij mee, maar je kunt zeggen dat de wereldwijde covid-19-pandemie Henri ter Hofte in de schoot werd geworpen. Ter Hofte wilde op zijn hogeschool Windesheim in Zwolle, waar hij associate lector is, testen of smartphones kunnen helpen bij het in kaart brengen en afremmen van infectieziekten. En toen was er opeens een echt virus en was er echt een app nodig.

Die app kondigt Hugo de Jonge, dan minister van Volksgezondheid, op 7 april 2020 vol vertrouwen aan. Nederland maakte twee weken eerder kennis met de ‘intelligente lockdown’. Vaccins zijn er nog niet en het verraderlijke van sars cov-2 is dat mensen anderen ook blijken te besmetten als ze zelf nog geen klachten hebben. Om zicht te houden op de verspreiding van het virus en te voorkomen dat de ziekenhuizen vol stromen met patiënten is daarom testen ‘cruciaal’, legt De Jonge de ruim 5,6 miljoen televisiekijkers uit. Technologie kan daarbij helpen.

De Jonge wil een app die de GGD kan helpen bij bron- en contactonderzoek, want, zegt hij, ‘testen alleen heeft niet gek veel zin als je er vervolgens niets mee doet’. De minister heeft er haast bij: tien dagen later al is er een ‘appathon’ met ontwerpvoorstellen van appbouwers, eind april moet er een app ‘productierijp’ zijn. Ambtenaren op zijn eigen ministerie en de GGD’s zijn verrast over de stelligheid waarmee die app wordt aangekondigd en de snelheid waarmee hij er moet komen.

De voorstellen draaien op niets uit. De apps die worden voorgesteld in de appathon raken bedolven onder de kritiek. Het wordt te veel een haastklus, er is niet goed nagedacht over nut, noodzaak en werking van zo’n app. Het is vragen om ellende, schrijven bijvoorbeeld zestig vooraanstaande academici op het vlak van ethiek, recht en computerwetenschappen in een brandbrief, een week na de persconferentie van De Jonge.

Dan gebeurt er iets bijzonders: het ministerie van Volksgezondheid nodigt critici uit, onder wie onderzoeker Henri ter Hofte, om mee te helpen bouwen aan een app. Belangrijkste eis, in het kort: de app moet een signaal geven als een telefoon in de buurt was van het toestel van iemand die besmet is met het coronavirus.

Meteen zijn er zorgen over de privacy. Weet de overheid straks waar mijn telefoon was, wie bij wie in de buurt is geweest en wie besmet is?

Hulp komt van buitenaf: Apple en Google, met iOS en Android eigenaren van wereldwijd de meest gebruikte besturingssystemen voor smartphones, slaan de handen ineen en bouwen Google Apple Exposure Notification, of GAEN: een manier waarop telefoons ‘weten’ hoelang ze in de buurt van een andere telefoon waren zonder dat precieze gegevens over gebruikers worden vastgelegd.

Coronamelder maakt gebruik van deze technologie. De app slaat willekeurige codes op van apps op toestellen die in de buurt zijn geweest. De app weet niet waar of wie je bent. Als een gebruiker in de app meldt besmet te zijn, wordt de opgeslagen code geüpload naar een server, zodat andere apps weten welke code van een besmet persoon is, legt de architect van de app, Ivo Jansch, uit.

Eigenlijk, zegt Henri ter Hofte terugblikkend, werkt de app op privacygebied irritant goed. Waarmee hij bedoelt: er wordt zo weinig opgeslagen over de bezitter van een smartphone dat Coronamelder niet of nauwelijks achteraf is te gebruiken voor analyses over hoe covid-19 zich door Nederland heeft verspreid. Ook dat was een van de beloften van De Jonge in april: een app waarmee de verspreiding van het virus in kaart kon worden gebracht.

null Beeld Eline van Strien
Beeld Eline van Strien

6 augustus 2020: de app werkt, maar wat te doen bij een melding?

Er zijn in het leven een paar wetmatigheden en een ervan is dat ict-projecten bij de Rijksoverheid vertraagd worden opgeleverd en veel te duur zijn. De ontwikkeling van Coronamelder lijkt veel minder last te hebben van stroperige procedures en vertragend polderen. Een paar weken na de mislukte appathon gaan de bouwers terug naar de tekentafel. Vier maanden later valt de naam van de app voor het eerst in een persconferentie. Najaar 2020 moet het zover zijn: iedereen die dat wil kan de app downloaden en op de achtergrond actief laten zijn.

Nog steeds geldt: er zijn geen vaccins, het is belangrijk om te blijven testen, zegt minister De Jonge. Dat is ook het advies van de ingestelde Begeleidingscommissie Digitale Ondersteuning Bestrijding Covid-19, een groep externe deskundigen die gevraagd en ongevraagd adviseert over technologische hulpmiddelen bij de bestrijding van de pandemie. Die commissie stelt wel: leg heel goed uit wat de bedoeling is en zorg dat de testcapaciteit op orde is, zodat mensen die een melding krijgen zich direct kunnen laten testen.

Dat lukt niet. Bij lancering van de app is lang niet iedereen duidelijk hoe hij werkt. Een melding alleen is niet genoeg om je te laten testen. Dat kan pas bij klachten. Het grote potentiële pluspunt van de app ontbreekt daardoor bij lancering op 10 oktober 2020. De begeleidingscommissie schrijft eind augustus in een advies nogmaals aan het ministerie: zorg dat de testcapaciteit op orde is. Bied mensen die een melding krijgen zo snel mogelijk een handelingsperspectief, schrijft de groep epidemiologen, virologen en experts op het gebied van ethiek, technologie en privacy.

12 januari 2021: een nieuwe mijlpaal

Wie een melding krijgt, kan zich vanaf nu ook laten testen.

En nog meer goed nieuws – althans in theorie. Onderzoeken tonen aan dat contact-tracingapps als Coronamelder een waardevol wapen kunnen zijn in de strijd tegen het virus. Geen wondermiddel, maar het kan wel degelijk wat van de R afsnoepen, het beruchte getal dat aangeeft hoeveel andere mensen een besmet persoon infecteert.

De onderzoekers merken wel op dat een app als Coronamelder beter werkt naarmate meer mensen hem gebruiken. En daar gaat het mis. Sinds de lancering van de app in oktober 2020 is hij 5,8 miljoen keer gedownload. Minder dan de helft van die mensen gebruikt de app: 2,41 miljoen. Iets meer dan 360 duizend waarschuwingen werden verstuurd, 288 duizend tests zijn gedaan na een notificatie. Bijna 32 duizend daarvan zijn positief. Dat is sinds de lancering, over een periode van anderhalf jaar. Inmiddels ligt alleen al het gemiddelde aantal positieve tests rond de 35 duizend. Per dag.

Dat de app inderdaad nuttig kan zijn bij ondersteuning van de GGD’s, bewijst een andere statistiek. Meer dan de helft, 63 procent, van de mensen die een test lieten doen na een notificatie, waren nog niet benaderd voor het bron- en contactonderzoek van de GGD. Die waren in de nabijheid van een besmet persoon, misschien al voordat die besmette persoon zelf wist dat hij of zij corona had. De app is in dat geval de GGD voor.

Dat onderschrijft wat Erik Buskens betreft het nut van de app. Buskens is hoogleraar gezondheidstechnologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en nu covoorzitter van de begeleidingscommissie die het ministerie adviseert (minister Kuipers van Volksgezondheid heft die commissie overigens binnenkort op). Dat deze app er kwam, noemt hij een technisch en organisatorisch huzarenstukje. ‘Maar er volgde een korte publiekscampagne, daarna sneeuwde de app onder. Het ministerie en het kabinet brachten het belang van de app veel te weinig onder de aandacht. Ze hebben veel kansen laten liggen.’

Wie op internet zijn testuitslag opzoekt, ziet alleen ergens onderin een verwijzing naar de app staan. In die andere corona-app, Coronacheck, ontbrak een verwijzing bijna een jaar lang. En bij test- of vaccinatielocaties van de GGD is nergens een bord te vinden met een enthousiaste aanbeveling voor Coronamelder. Wel soms een aanmaning om je bluetooth uit te zetten, zodat de app niet op tilt slaat van al die mensen om je heen in het testcentrum.

Het ministerie van Volksgezondheid laat weten dat het inderdaad kan dat sommige Nederlanders communicatie over Coronamelder niet zagen of hoorden. Lange tijd was die communicatie gericht op groepen die de app relatief weinig gebruikten, zoals jongeren, aldus een woordvoerder.

Het punt is dat mensen niet meteen voordelen zien voor zichzelf om Coronamelder te gebruiken, zegt hoogleraar gezondheidscommunicatie Bas van den Putte, althans niet op langere termijn. Ben je besmet, dan moet je dat zelf in de app invoeren zodat de app toestellen waarschuwt die in de buurt waren. Dat doe je vooral zodat die mensen zich kunnen laten testen – en de samenleving op termijn weer echt open kan. Op korte termijn levert het een gebruiker niets op. Dat belang had meer benadrukt moeten worden, denkt Van den Putte. ‘Je kunt niet iets nieuws in het supermarktschap leggen en dan denken dat mensen het vanzelf wel gaan kopen.’

De adviescommissie adviseert op 19 maart vorig jaar nog: neem juist nu de regie over de app en de verspreiding ervan. Het tegenovergestelde gebeurde. Sinds november 2020 werd het woord Coronamelder niet één keer meer uitgesproken door premier Rutte of minister De Jonge tijdens een persconferentie.

25 juni 2021: advies om je altijd te laten testen na een melding in de app vervalt

Laat je testen, haal je vaccin, installeer Coronacheck. Nederlanders kregen tijdens de coronapandemie een informatiebombardement op zich af. En alle aandacht ging naar de nieuwe app, de Coronacheck. ‘De gedachte en hoop was in juni vorig jaar dat, in plaats van traceren en testen, massale vaccinatie ons uit de pandemie zou loodsen en uit lockdowns zou halen’, zegt Carl Moons, klinisch epidemioloog van het UMC Utrecht en en oud-voorzitter van de begeleidingscommissie. Niemand heeft het nog over Coronamelder.

Het RIVM concludeert een krappe maand eerder, eind mei 2021, in een modelstudie naar de effectiviteit van Coronamelder dat hij werkt en effect heeft gehad – al is het een klein effect. En, schrijven de auteurs van de studie: als de coronamaatregelen worden versoepeld, zal dat leiden tot meer contacten. Het reguliere bron- en contactonderzoek wordt daarmee minder effectief. De Coronamelder kan dat voor een deel opvangen, maar dan is het belangrijk dat veel meer mensen de app gebruiken dan nu.

Nederland gaat weer verder van het slot, de anderhalvemetermaatregel verdwijnt. Evenementen zonder vaste zitplaats mogen weer doorgaan met een maximum van vijfhonderd bezoekers. Dat hoeft niet per se de dood te betekenen van Coronamelder, denkt epidemioloog Moons, integendeel: ‘Toen de deltavariant besmettelijker bleek, heeft de commissie herhaaldelijk geadviseerd: dit is hét moment om de Coronamelder overal en bij herhaling onder de aandacht te brengen. Dat vind ik eerlijk gezegd nog steeds, met omikron en wie weet welke volgende besmettelijke variant eraan komt. Juist bij een virus dat zo snel om zich heen grijpt, zou een melding van de app een goed middel zijn om ons te helpen. Bovendien is gebleken dat als er veel besmettingen in korte tijd zijn het reguliere bron- en contactonderzoek niet haalbaar is.’

De app is een (extra) middel waarmee sommige van de lockdowns misschien niet zo hard hadden hoeven zijn, of misschien zelfs voorkomen hadden kunnen worden, zegt onderzoeker Henri ter Hofte. ‘En ik besef dat ik graag wil dat de app goed zou werken. Ik heb nu het gevoel dat we het uit onze handen hebben laten glippen.’

Meer over