Column

Hoe Clinton wint en hoe Trump zegeviert

Amerikanen zijn dol op statistieken. Een terrein waarop die voorliefde bij uitstek wordt botgevierd, is de sport. Honkbalfans kunnen moeiteloos het slaggemiddelde van alle spelers van hun favoriete team oplepelen. Een liefhebber van American football weet gegarandeerd hoeveel yards de beste running backs het afgelopen seizoen hebben afgelegd met de bal.

null Beeld afp
Beeld afp

Het kan dan ook geen toeval zijn dat de man die de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een van de meest gezaghebbende stemmen als het gaat om het waarnemen en duiden van electorale trends, zijn sporen heeft verdiend met het opzetten van een systeem waarmee een betrouwbare prognose van het loopbaansucces van professionele honkbalspelers kan worden gegeven. Nate Silver is zijn naam en in 2008 en 2012 voorspelde hij bijna tot op de laatste kiesman nauwkeurig de uitslag van de presidentsverkiezingen. Dus wordt er extra opgelet wanneer hij iets zegt over de huidige race naar het Witte Huis.

Aan een regelrechte prognose van de uitslag heeft hij zich nog niet gewaagd, daar is het ook te vroeg voor, maar op zijn weblog FiveThirtyEight zijn wel kansberekeningen te vinden. Jongste cijfers op basis van een weging van de laatste peilingen: Hillary Clinton heeft 69 procent kans om de verkiezingen te winnen en Donald Trump 31 procent. Wat betekent dat Trump er weer iets beter voorstaat dan een maand geleden, toen hij 25 procent scoorde.

Silver is overigens niet de enige die dit soort berekeningen produceert. Ook The New York Times doet dat op gezette tijden. Kennelijk met een andere methodiek, want hier heeft Trump een grotere achterstand op Clinton. De stand van gisteren: 81 tegen 19 procent in haar voordeel.

Op het eerste gezicht is dat een enorm verschil. Maar bij een zware operatie zou ik toch wel even moeten slikken bij een kans van 19 procent op mislukking, laat staan bij 31 procent. Laten we realistisch zijn: dat The Donald aan het langste eind trekt op 8 november, is nog steeds onwaarschijnlijk, maar beslist niet uitgesloten.

Er is een plausibel script voor, dat trouwens begint met de mogelijkheid dat Trump-aanhangers systematisch ondervertegenwoordigd zijn in de peilingen, zoals in Groot-Brittannië het geval was met de voorstanders van Brexit.

De komende debatten kunnen zeer wel in het voordeel van Trump werken. Zie de verbale krachtmetingen tijdens de Republikeinse voorverkiezingen: met zijn onbeschaamdheden wist hij zijn opponenten geregeld uit hun evenwicht te brengen. Clinton is geen groots debater. Ze had het vaak moeilijk tegen Bernie Sanders, zoals ze acht jaar geleden ondanks al haar ervaring niet wist af te rekenen met nieuwkomer Barack Obama.

En laten we het onbehagen van de kiezers niet onderschatten. Zes van de tien Amerikanen zijn van oordeel dat hun land op de verkeerde weg is. De aversie tegen Washington is nog een stuk heviger dan normaal. De globalisering kent veel verliezers, vooral in oude industriestaten als Michigan, Ohio en Pennsylvania, waar grote groepen kiezers hun bestaanszekerheid en hun sociaal-culturele houvast kwijt zijn. Zij zijn bereid om de gekste capriolen van Trump door de vingers te zien.

Natuurlijk staat hier een ander scenario tegenover. Een kandidaat die zulke belangrijke kiezersgroepen (Latino's, vrouwen) schoffeert als Trump heeft gedaan, kan niet winnen. Hij boezemt als persoon te veel weerzin en wantrouwen in. Ja, veel Amerikanen zijn gebeten op het establishment, maar als vrouw is Clinton daar toch minder het prototype van en 58 procent van de kiezers wil liefst iemand met politieke ervaring in het Witte Huis.

En wat misschien wel het belangrijkste is: verkiezingen win je niet in de laatste plaats door een groot netwerk van medewerkers en vrijwilligers, die de vaste electorale achterban mobiliseren, zorgen dat kiezers zich tijdig registreren en eventueel naar het stemlokaal worden vervoerd. Qua organisatie staat Clinton veel sterker dan Trump, die in diverse staten te maken heeft met weinig toeschietelijke partijbestuurders.

Bij zijn laatste kansberekening tekent de NYT aan dat de kans op een zege van Trump nu even groot is als de kans dat bij American football van dichtbij een velddoelpunt wordt gemist. Dat laatste gebeurt inderdaad zelden - maar in Nederland weten we maar al te goed dat grote vedetten op een beslissend moment vreselijk kunnen falen bij het nemen van een strafschop. Zekerheden bestaan niet.

Meer over