Reportage

Hoe burgers een boekwinkel redden en hun buurt leefbaar houden

De Boekhandel in de Reinkenstraat in Den Haag die door vrijwilligers is overgenomen. Beeld Raymond Rutting
De Boekhandel in de Reinkenstraat in Den Haag die door vrijwilligers is overgenomen.Beeld Raymond Rutting

De leegstand in Nederlandse winkelstraten neemt toe. Burgerinitiatieven proberen daar iets aan te doen.

Jean-Pierre Geelen

Het affiche op de winkelruit van de Haagse winkelstraat trof me dit voorjaar als de onverwachte overlijdensadvertentie van een vage bekende. ‘Overname gezocht’, stond er met onvaste hand gestift op een vel wit papier. Het was dus zover: de 80-jarige eigenaar van het heerlijk rommelige antiquariaat Colette in mijn woonbuurt in de statige Reinkenstraat (in een buurt vol artnouveaugevels en ietwat gegoede burgerij) dreigde te verdwijnen. Het zoveelste eigenzinnige zaakje, slechts te betreden door met gevaar voor eigen leven te slalommen langs de torens van opgestapelde boeken. Een doolhof – klanten moeten met elkaar afspreken welk nauw gangetje ze nemen om eruit te kunnen – én een goudmijn voor de liefhebber. De enige die er feilloos de weg kent is de oude Jogchum, een goedlachse en belezen Fries die je bij je aankoop met gemak een uurtje onderhoudt over je favoriete schrijver – bij voorkeur een obscure.

Sinds ik dertig jaar geleden in de hofstad kwam wonen, warmde ik me aan de vele winkeltjes met oude boeken. Nadat ik eens in zo’n muffig zaakje een hele ochtend met de eigenaar – een vrije geest, bezeten van boeken en handel – had gesproken, ontvlamde in mij een romantische droom: ooit, na m’n pensioen misschien, wilde ik zo’n boekwinkeltje. En dat is zo gebleven. Helemaal Notting Hill, of 84 Charing Cross Road van Helene Hanff.

Dat was toen. Dertig jaar later zijn er alleen maar (boek)winkels omgevallen – en anders hun eigenaren wel. Internet roofde de klanten, vastgoedbazen hangen de laatste zelfstandige schoenmaker, kaasboer en bakker op aan huizenhoge huursommen. Ook de oude Jogchum zag zo de ineenstorting opdoemen van zijn levenswerk, opgebouwd met het geld dat hij meer dan 25 jaar geleden bij een vervroegde pensionering van het verzekeringswezen had meegekregen om zijn hoogstpersoonlijke droom te verwezenlijken.

Wat rest is leegstand, een zoveelste AH-to-go, vage koffietentjes die over vijf maanden weer gesloten zijn, en filialen van ‘flitsbezorgdiensten’. Daarover straks meer.

Die mooie morgen van afgelopen voorjaar fotografeerde ik de winkelruit met de onheilstijding, twitterde de romantiek van me af, en liep door. ‘Ik heb even geaarzeld, maar ik hoop toch vooral dat iemand anders dit mooie zaakje overneemt’, had ik geschreven.

Niet veel later was ik boekhandelaar.

Dankzij de dynamiek van sociale media. Want al snel na mijn tweet meldden zich los van elkaar acht buurtgenoten en boekenliefhebbers, om te proberen of we de winkel niet konden behouden. Samen, als collectief. Zonder winstoogmerk, want wij hadden ieder al mooi werk.

Quote500

We hadden natuurlijk een startkapitaaltje nodig, om de oude eigenaar uit te kopen. En om een tijdje te voldoen aan de eisen van de geslepen vastgoedboer die uit sympathie voor dit burgerinitiatief meteen na de eerste berichten 500 euro bovenop de toch al forse maandhuur gooide – niet voor niets staat de hork op nummer 17 in de Quote500. Hoe kwamen we aan geld? Crowdfunden natuurlijk, het manna uit de hedendaagse hemel.

Collectief, crowdfunden, geen winst: de jaren zeventig waren nooit zo dichtbij geweest.

Met 20 duizend euro zou het lukken, hadden we berekend. Nee, dat is niet waar: we hadden meer nodig, maar dat durfden we niet te vragen. Wanneer je een te hoog doel niet haalt op platform Voordekunst.nl, is de hele actie mislukt en krijgen donateurs hun geld terug.

We bleken te bescheiden: die 20 duizend euro waren al na twee dagen binnen. Toegegeven, de ruime media-aandacht die ons clubje mediamensen wist te generen voor de actie Red Colette, was een stevige duw in de rug. We verlegden ons doel, naar 30 mille. Aan het einde van de maand stokte de teller op een riante 38.500 euro, bijeengebracht door bijna 700 sympathisanten uit de buurt en ver daarbuiten. Als bijvangst meldden zich spontaan 137 vrijwilligers die vanuit de meest onverwachte disciplines hun diensten aanboden.

Goodwill alom. Voorbijgangers houden stil bij de kermisattractie die de iconische boekentorens voor sommigen zijn. Toen de glazen voordeur voor meer dan 600 euro vernieuwd moest worden, was de slotenmaker zo getroffen door de prettige janboel, dat hij zijn werk gratis verrichtte. We betaalden hem terug in stripboeken.

Er stond een mecenas op die had gehoord van de nukken van de Rotterdamse vastgoedmiljardair. Een jaar lang neemt hij de huurverhoging voor zijn rekening.

Het initiatief raakte dus duidelijk een snaar. Bij buurtbewoners en cultuurliefhebbers die de ontwikkelingen in de winkelstraat met lede ogen aanzien.

Die zien zij allang, en overal. De binnensteden worden ontwricht door leegstand in winkelstraten, die de sociale cohesie ondermijnt. Er ontstaan ongure, kale spookbuurten in het ooit zo kloppende hart van een stad of dorp.

Neem ‘mijn’ stad alleen al. In heel Den Haag stonden in juni afgelopen jaar 441 winkelpanden leeg. 6,3 procent van het totaal, zo liet wethouder Saskia Bruines (wethouder Economie) de gemeenteraad afgelopen zomer weten. Koploper was de MegaStores – een tamelijk troosteloze ‘meubelboulevard’ bij station Hollands Spoor – waar 32 winkelpanden (met in totaal een oppervlakte van 35 duizend vierkante meter) leegstonden, gevolgd door de grote winkelstraten in het centrum (Grote Markt en Spuistraat/Vlamingstraat). Zelfs op het ooit zo koninklijke Noordeinde, werkdomein van Willem Alexander, worden ramen dichtgeplakt of heeft de etalage enkel nog een stoffige leegte in de aanbieding. In juni dit jaar ging het daar om 21 leegstaande panden.

De Haagse wethouder verwacht veel van ‘herontwikkeling’ van de winkelgebieden, zei ze. De vraag is hoe terecht dat is: menig winkelier vecht tegen aanlokkelijke internetkoopjes, terwijl de vastgoedbazen stoïcijns toezien hoe hun patiënten met hangen en wurgen de torenhoge huren opbrengen. Intussen slurpte het megawinkelcomplex Mall of the Netherlands in Leidschendam klanten en personeel uit de binnenstad op.

null Beeld Raymond Rutting
Beeld Raymond Rutting

Pop-up

Landelijk is de trend niet anders. In 2021 waren er in Nederland 14 procent minder winkels dan in 2010. En ja: in diezelfde tijd is het aantal internetwinkels verviervoudigd. In het centrum van Eindhoven stond in juni 9,3 procent van het aantal winkelmeters leeg, waar dat twee jaar eerder nog 6,1 procent was, zo berichtte Het Financieele Dagblad dit jaar op gezag van onderzoeksbureau Locatus. In Amsterdam steeg de leegstand in diezelfde periode van 1,4 naar 4,8 procent. Het landelijke gemiddelde lag op 7,5 procent.

De gemeente Utrecht verstrekt subsidies aan nieuwe huurders van winkelpanden, andere steden proberen wanhopig de creatieve sector van pop-upwinkeltjes naar de panden te halen. Het houdt niet op, niet vanzelf: de leegstand in winkelstraten zal in 2022 met 40 procent toenemen, verwacht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Vooral in de binnensteden blijft het bal. De coronacrisis, waardoor winkels eerder of soms tijdelijk helemaal moesten sluiten, heeft die trend alleen maar aangewakkerd.

Natuurlijk dienden zich ook bij de oude Jogchum andere gegadigden aan voor de overname. Het ging hen alleen niet om de romantiek van een boekwinkeltje, maar om de harde pegels van een zoveelste horecatentje of telefoonshop. Zo zou zijn levenswerk alsnog bezwijken.

Hoe centraal ook: winkelstraten liggen meestal in het wilde westen. Ze worden geregeerd door (steeds vaker buitenlandse) investeerders, vastgoedbazen en speculanten die maling hebben aan buurtgevoel of sociale cohesie. Als panden niet al gewoon troosteloos lang leegstaan, verschijnen er voorspelbare ketens (wat leuk: nóg een Etos-filiaaltje!) of avondwinkeltjes die zonder zichtbare klanten vooral fungeren als witwasserette van besmeurd geld. In elke stad kunnen inwoners moeiteloos de straten en buurten aanwijzen waar die beweging gaande is.

‘Leegstand zorgt voor ongezellige straten, onveiligheid en een eenzijdig winkelaanbod’, schreef de Rotterdamse wethouder Economie, Roos Vermeij, eerder dit jaar aan haar gemeenteraad. ‘Aan een winkelstraat met vijftien belwinkels maar geen groenteboer heb je als bewoner niks.’

Burgers maken zich zorgen over die ontwikkeling, maar lijken onmachtig het tij te keren. Sterker: deels is het de tol van hun eigen bestelgedrag op internet. Toch lijkt er een tegenbeweging op gang. De steun aan Colette was meer dan het overeind helpen van een aandoenlijk boekwinkeltje door een handvol welgestelden: je kunt er met gemak een krachtig protest in lezen tegen de gevolgen van de neoliberale ontwikkelingen die de huidige winkelstraten tekenen. Nu de politiek te lang de middenstand (en daarmee de leefbaarheid) in de uitverkoop heeft gedaan, moeten burgers de handen maar uit de mouwen steken. Tegen de afbraak en de verloedering.

Vrijwilligers

Wij van ‘club Colette’ waren beslist niet de eersten, ook niet de enigen die opstonden tegen de teloorgang. In de Amsterdamse wijk Bos en Lommer was De Nieuwe Boekhandel het sprekende voorbeeld. Toen eigenaar Monique Burger twee jaar geleden de winkel wilde verkopen, ontfermden buurtbewoners zich over de zaak. Het werd een coöperatie die aandelen verkocht aan meer dan tweehonderd nieuwe ‘eigenaren’. Zes medewerkers staan er in de winkel, bijgestaan door een groep vrijwilligers uit de buurt.

In de Arnhemse Bakkerstraat gebeurde hetzelfde met boekhandel Het Colofon, nadat de winkel dreigde te sneuvelen door corona. Zoals vaker bleek aankloppen bij de bank ‘een hopeloos verhaal in crisistijd’, dus brachten bevlogen particulieren uitkomst.

In het Gelderse Bemmel trokken vorig jaar acht boekenliefhebbers de portemonnee om De toren van Bemmel overeind te houden. In Lochem staat sinds 2018 een stichting garant voor eventuele financiële problemen rond boekhandel Lovink.

Zo’n tien boekwinkels in Nederland kennen een soortgelijke constructie. Maar de trend strekt zich uit tot ver buiten de boekenwereld. Toen in het Overijsselse dorp Lettele de enige buurtsuper dreigde te verdwijnen, namen inwoners eind vorig jaar het heft in handen. Een groep vermogende (oud-)Lettelenaren kocht het pand en verhuurt het tegen een schappelijke prijs aan de nieuwe eigenaren. Veertig vrijwilligers gingen er belangeloos aan de slag als vakkenvuller of achter de kassa. Personeelskosten nul, saamhorigheid en buurtgevoel gered, want de dorpswinkel was altijd al meer ontmoetingsplek dan een pure een nering. ‘Met recht kun je zeggen dat de winkel de ziel van het dorp is’, zei bestuurder Victor Munster dan ook in Nieuwsuur.

In het Brabantse Esbeek namen dorpsbewoners gezamenlijk café Schuttershof over, om te voorkomen dat het laatste café uit het dorp zou verdwijnen. Verkoop van certificaten en een welwillende lening van de lokale bank leverden zelfs geld genoeg op voor een verbouwing. Sinds 1 juni 2020 wordt Schuttershof bestierd door Coöperatie Esbeek.

Wij deden het weer iets anders. Omdat we er niet van hoeven te leven, maar ook niet persoonlijk aansprakelijk wilden zijn, richtten we een stichting op. Zonder winstoogmerk dus, eventuele winst vloeit terug naar de winkel of naar culturele en leesbevorderende projecten in de buurt of de stad.

Sinds 1 november staan we zelf dagdelen in de winkel (eens per week of om de twee, drie weken) en samen met een groep vrijwilligers draaien we een dienstrooster. We vergaderen per app-groep, waarin we ook dagelijks ideetjes uitwisselen (K. Schippers overleden! Adriaan van Dis 75! Yvonne Keuls 90! Hebben we wat voor in de etalage?)

Valt er dan nog droog brood te verdienen met ouwe boekies? Ze liggen tegenwoordig op elke straathoek voor niks in minibiebs. Op de laatste boekenmarkten doen romans van de meest gerenommeerde schrijvers hooguit een paar euro. Hoeveel vergeelde Maigretjes moet je niet slijten om een huur van meer dan 1.600 euro te betalen?

Jean Pierre Geelen midden tussen de boeken. Beeld Raymond Rutting
Jean Pierre Geelen midden tussen de boeken.Beeld Raymond Rutting

Vestdijk

De werkelijkheid bleek stukken rooskleuriger dan verwacht. In de eerste maand als officiële eigenaars haalden we de huur met gemak. We draaiden dagen van wel 600 euro. Toegegeven: dat was na een TikTok-filmpje over een opruimingsactie (‘Alle geselecteerde boeken 1 euro’), dat dankzij de ondoorgrondelijke wonderen van het algoritme in korte tijd tienduizenden keren was bekeken. Het gevolg: rijen voor de winkel, meiden van 16 met blauwgeverfd haar (‘Hebt u ook boeken over gevoelens?’) liepen naar buiten met een Vestdijk of Dostojevski onder de arm. Wie zei daar dat jongeren niet meer lezen?

Natuurlijk: wij hebben makkelijk praten, met onze idealistische dromerijtjes over cultuurbehoud en leesbevordering. Ja, een deel van de media-aandacht (van Nieuwsuur tot MAX Nieuwsweekend op Radio 1) dankten wij aan ons netwerk en overige goede contacten; noem het keepersgeluk – het gemiddelde wolwinkeltje zal de krant minder snel halen. En inderdaad: als we hier zoals elke middenstander van hadden moeten leven, waren we er met die riante omzet bij lange na nog niet. Maar dat wij dat niet hoeven, vormt juist de kracht van dit succes. Het is de romantiek die ons drijft. Liefde, voor de boeken, voor de buurt, voor de verbeelding. Een trefpunt willen we worden, een opvang voor boeklozen en belezen buurtbewoners.

Ja, soms stemt de chaos ook ons even moedeloos. Wanneer we een dag lang hebben opgeruimd, en geen enkel resultaat zichtbaar is. Achter stapels boeken treffen we nieuwe stapels. Waar Jogchum zijn voorraad op zo’n 50 duizend boeken schatte, houden wij het op minstens 70 duizend. In onze ontdekkingsreis door het labyrint boren we per ongeluk steeds nieuwe bronnen aan: een achterkamer dichtgemetseld met bananendozen vol boeken. Uit het donker visten we exemplaren van Mein Kampf. In een plastic tasje troffen we stapels jarenzeventigporno die onze dochters van in de 20 ronduit schokten (en die op de markt verrassend veel waard blijken, als we ze niet in de papiercontainer zouden mikken). Het wachten is op een lijk uit een kast. De kelder, waar minstens zoveel ligt opgeslagen als in de winkel zelf, met een vloertapijt van drie lagen boeken.

Colette bestond nog niet online. ‘Internet zit in mijn hoofd’, zei Jogchum altijd, de boekenbaas zonder computer of smartphone. Daar was niets aan gelogen, maar verkopen doe je er niet mee. We openden een website en doen verwoede pogingen de eerste van onze 70 duizend parels op Boekwinkeltjes.nl te krijgen. Leve de vooruitgang: sinds kort kunnen klanten zelfs pinnen.

De energie die in de club Colette vrijkomt is meer dan de som der delen. We lieten burgemeester Jan van Zanen een eigen etalage inrichten met zijn favoriete schrijvers. Nadat hij de mini-expositie zelf was komen ‘openen’ (voor ons een dankbaar persmomentje. Aandacht!), leerden we hem kennen als een burgemeester die léést. W.F Hermans, Sandor Marai, Tom Wolfe. Wat moeten we met die vermaledijde Black Friday? Alle Zwarte Beertjes van Bruna in de etalage! Sluiten wegens corona? Tijd voor de actie Click & Colette.

Tussen die bedrijven door proberen wij de chaos van Colette om te zetten in prettige rommeligheid. We ruimen boeken op, delen uit en bieden aan. (Afgelopen Kerst boekenpakketten bezorgd bij instellingen voor ouderen.) De wankele toren ‘Fryslan’ laten we zeker staan, uit eerbetoon aan onze Friese roerganger. Evenals zijn collectie Indonesië, de verzameling Franse pockets van Colette – zijn favoriet die de winkelnaam verklaart – en niet te vergeten de afdeling Russisch. Verder de vertrouwde rubrieken WOII, Koningshuis, en natuurlijk ieders eigen favoriete afdelingen (in mijn geval: poëzie, Nederlandse literatuur, natuur, denksport en muziek).

Tegentijds

Onlangs dwarrelde het eerste verfomfaaide vijfguldenbiljet uit een oude Jan Cremer; we hopen nog op een oude snip. We verkneukelen ons over de veelbetekenende opdrachten uit vervlogen jaren, liefdes lang geleden. We negeren de zilvervisjes en niesen het huisstof uit onze opgeheven hoofden. Want wij zijn boekhandelaar geworden. Dromers en doeners in een tijd waarin dat zomaar kan.

Natuurlijk waande ik me al even Jeremy Mercer, de Canadese misdaadjournalist die in Parijs de wonderlijke boekwinkel Shakespeare & Co ontdekte (en beschreef in Een bed tussen de boeken, 2009). We houden onze belevenissen bij in een logboek, voorlopig voor onszelf.

Zo vond ik mijzelf op zaterdagmorgen terug in de winkel. Een vrouw vroeg of we ook ‘de Mei’ van Herman Gorter hadden. Omdat ik een uur eerder de kast poëzie onder handen had genomen, kon ik haar feilloos door het labyrint loodsen, om quasi achteloos Mei uit de kast te pakken. De vrouw uitte haar bewondering. Zelf vond ik me ook even een echte boekhandelaar.

Bij de oliebollen kijken wij elkaar – op afstand – tevreden aan. We verwonderen ons over elkaars verschillen, we namen hobbels en denken lang niet overal hetzelfde over. Maar zo kunnen wij het nieuwe jaar aan. Er zullen vast nieuwe hobbels komen (corona moet niet eindeloos duren), maar alle pijlen wijzen opwaarts. En dus heffen wij met stralende glimlach het glas, en scanderen we met instemming de leuze onder aan ons logo van schrijver Colette: ‘Faites des bêtises, mais faites-les avec enthousiasme.’

Dat is de les van Colette en van de andere hartverwarmende, tegentijdse initiatieven: doe eens iets stoms. Neem komend jaar eens een winkeltje over. Verdienen doe je er niet mee, maar iedereen wordt er beter van.

Meer over