Hoe bang mijn besnijdenis mij maakte

Said El Haji komt erachter dat de angst die hij voor mensen heeft, is terug te voeren op zijn besnijdenis. 'Met dezelfde gebeurtenis die mij zou moeten helpen om in de groep te worden opgenomen, ben ik de groep gaan vrezen.' En voor masturbatie moet je ook al inventief zijn.

SAID EL HAJI

We namen een stuk cactus, verwijderden de naalden en maakten er een gat in. Het sap van de cactus is namelijk slijmerig en daarmee zeer geschikt. Door de cactus op en neer te bewegen, maakten we onszelf klaar.

In Portnoy's klacht, de beroemde roman van Philip Roth, gebruikt de joodse hoofdpersoon Alexander Portnoy een stuk lever om zich te bevredigen. Logisch, want lekker zacht en vlezig. Maar het kan dus inventiever. Wij, mijn Marokkaanse vrienden en ik, gebruikten vroeger de cactus als vagina. Later ontdekten we shampoo, en zeep. Soms gingen we, met een man of vijf masturberen. Dat deden we bijna dagelijks. Op het ommuurde dakterras. We zonderden ons af in een verlaten huis, opdat we door niemand gestoord konden worden. We waren jong, tussen 12 en 15 jaar, lieten de shampoo rondgaan en... rukken maar. 'Pagga' noemden we dat, naar het Spaanse 'hacer una paja', wat 'seksueel bevredigen' betekent.

Vanwaar deze openhartigheid?

Begin dit jaar stelde ik in een opiniestuk in de Volkskrant ('Waarom ik mijn zoon niet laat besnijden') dat het besnijdenisritueel geen betekenis meer heeft, slechts door een mechanische geloofspraktijk in stand wordt gehouden, en dat het mij ertoe heeft doen besluiten om mijn eigen ¿ inmiddels bijna 3-jarige ¿ zoon niet te laten besnijden. Ik schreef ook dat ik persoonlijk geen schade heb overgehouden aan mijn besnijdenis. Waar ik nog steeds achter het besluit sta om mijn zoon niet te laten besnijden, opdat hij dat later zelf mag beslissen, moet ik mijn woorden over uitgebleven schade reviseren.

Het blijkt dat ik wel degelijk schade heb overgehouden. Die schade ondervind ik tot op de dag van vandaag, ik heb alleen nooit geweten dat het door mijn besnijdenis komt. Dankzij een verhaal dat mijn moeder recent aan mij vertelde, weet ik dat het wél daardoor komt. Zij vroeg mij waarom ik schrijver ben geworden. Ik antwoordde, ietwat lacherig, dat het is omdat ik een individualist ben. Schrijvers zijn individualisten die zich afzonderen om andere mensen te kunnen observeren, zei ik. Mijn moeder geloofde er niets van. Volgens haar ben ik niet individualistisch om mensen te kunnen observeren, maar omdat ik bang voor ze ben. En dat het een angst is die teruggaat tot mijn besnijdenis. Ze zei dat ze nog heel goed wist wat de besnijdenis met mij gedaan heeft. Dat ik als kind van 2 jaar vanaf die dag panisch begon te huilen zodra ik mensen zag, omdat ik hen associeerde met de pijn die mij was aangedaan.

Pijn? Een traditionele besnijdenis is een feestelijke aangelegenheid waarbij allerlei familieleden, vrienden en kennissen worden uitgenodigd. Het is een duizenden jaren oud ritueel waarbij het individu symbolisch wordt opgenomen in de gemeenschap.

Hoezo pijn? Omdat het in mijn geval het tegengestelde heeft bereikt. Met dezelfde gebeurtenis die mij zou moeten helpen om in de groep te worden opgenomen, ben ik de groep gaan vrezen.

Eindelijk begrijp ik waarom de mensenmassa die zich tijdens de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka om de Ka'ba verzamelt, bij mij afkeer wekt. Mij zul je niet snel tegenkomen op manifestaties waar al te grote groepen mensen aanwezig zijn. Dat komt door mijn besnijdenis.

En het wrange is dat die angst bij mij is aangewakkerd uit angst bij anderen. Ik ben besneden uit angst voor zogenaamde abnormale lusten, die onze verre voorouders meenden te moeten onderdrukken via het pijnigen van kinderen.

Primitiever tijd

Sommige joden gaan er prat op de 'uitvinders' van het besnijdenisritueel te zijn, zijn trots dat aartsvader Abraham de eerste mens op aarde zou zijn geweest die het deed om zijn verbond met God gestand te doen. Waarschijnlijker is dat het teruggaat naar een primitievere tijd. Immers, rituelen hebben hun voedingsbodem in oeroude, onbegrepen instincten en komen bij allerlei culturen terug in verschillende vormen. Het hygiënische voordeel dat besnijdenis zou hebben, is een rationalisatie achteraf. Ook de symbolische betekenis, opname van het individu in de gemeenschap, is een rationalisatie. Aan de basis van het besnijden ligt de heilige vrees voor de schepping. Vruchtbaarheid was, misschien nog veel meer dan nu, van levensbelang. Zegt een gebod van God niet dat we ons moeten vermenigvuldigen, opdat vele volkeren de wereld bewonen? Om dat doel te bereiken, moest onanie worden tegengegaan. Homoseksualiteit isom die reden eenzelfde lot beschoren.

Zaadverspilling, of de religieuze angst daarvoor, moet dus aan de basis hebben gelegen van het ritueel. Zelfbevrediging is nog altijd een zonde, vinden alle drie grote abrahamitische godsdiensten: jodendom, christendom en islam. Het zou een verspilling zijn van de goddelijke energie, die ons is geschonken om ons voort te planten. Beroemde geleerden als Moses Maimonides en Immanuel Kant stelden het gelijk aan moord en suïcide. Een uitgesproken hater van wellust is de 19de-eeuwse Amerikaanse arts en zevendedagsadventist John Harvey Kellogg. In Plain facts for old and young: embracing the natural history and hygiene of organic life (1877) schrijft hij: 'Een remedie tegen masturbatie die bij jongens vrijwel altijd succes boekt, is de besnijdenis. De operatie dient uitgevoerd te worden door een chirurg en zonder het toedienen van verdovingsmiddelen, opdat de kortstondige pijn een reinigende werking op de geest zal hebben. Dit laatste met name als de hele gebeurtenis verbonden wordt met het idee van een bestraffing.' Zo is het gekomen dat een aanzienlijk deel van christelijk Amerika toch aan het besnijden sloeg, ondanks het doopsel dat de vroege christenen invoerden om de voorhuid intact te laten. (Overigens is het aantal besnijdenissen in de VS alweer dalende.)

Behalve de neurologische associatie met pijn en bestraffing, werpt besnijdenis nog een praktische belemmering op. Waar je als onbesneden jongen of man bij wijze van spreken te pas en te onpas zou kunnen masturberen, is het met een besneden penis niet zo makkelijk gedaan. Zonder voorhuid is aftrekken maar een stroeve, aseksuele bedoening.

Dat is dus buiten de vindingrijkheid van mensen gerekend. Jongens en mannen zoeken naar alternatieven. Is er geen zeep, shampoo of cactus voorhanden, dan is er nog altijd het eigen speeksel. Iedere besneden vader die zijn zoontje wil besnijden, zou zich in alle eerlijkheid moeten afvragen: in hoeverre ben ik door mijn besneden pik ooit ervan afgehouden mijzelf te bevredigen?

Toegegeven, in de islam doet men iets minder moeilijk over wellust. Masturbatie is in sommige gevallen (zoals eenzaamheid, bij dreiging van overspel of homoseksualiteit) zelfs een verplichting, zo leren de leerscholen van Aboe Hanifa en Ibn Hanbal. Maar in het geval van zelfopgewekte wellust blijft masturbatie haram. Daarmee sluit de jongste van de drie monotheïstische godsdiensten zich aan bij dezelfde - oeroude ¿ traditie. Niet voor niets wordt besnijdenis gezien als een manier om in de voetsporen te treden van aartsvader Abraham, die zich rond zijn 90-ste levensjaar zou hebben laten besnijden.

Totale overgave

Ach, een bejaard man die zich op zijn 90-tigste nog laat besnijden, waarom eigenlijk? Kwestie van totale overgave, van niet vragen, maar doen. Moslims zien Abraham als een 'vriend van God', een ware moslim, omdat hij zich volledig onderwerpt aan de goddelijke wil. Die arme oude man is zelfs bereid zijn zoon op te offeren wanneer God dat van hem vraagt.

Niet vragen, maar doen. Steeds komen de voorvechters van niet medisch noodzakelijke circumcisie met nieuwe argumenten om het ritueel in stand te houden. Sommigen koesteren de hoop dat het urineweginfecties kan voorkomen, anderen beweren dat het goed is tegen prostaatkanker. Waarmee gesuggereerd wordt dat besnijdenis een rationele aangelegenheid met welomschreven medische voordelen is. Je zou haast vergeten dat rituelen dienen om instincten te kanaliseren. Niets rationeels. Onder nabestaanden van de Holocaust wordt voorhuidbesnijdenis zelfs gezien als wraak op Hitlers poging om de joden uit te moorden.

Maar wie anno 2012 denkt dat je de voorhuidbesnijdenis kunt verbieden, heeft het evenmin begrepen. Dat wakkert de behoefte alleen maar aan om de gewoonte in stand te houden, omdat verboden een bevestigende uitwerking hebben op de gedeelde identiteit van de betreffende groepen, in dit geval moslims en joden. Een door godsdienst bestendigde traditie verandert alleen ongezien en over lange tijd, omdat het om een groep mensen gaat die juist kracht put uit het feit dat ze een collectieve eenheid vormt. Ziehier een zoveelste rationalisatie voor het dwangmatig in stand houden van voorhuidbesnijdenis: cultivering van groepsidentiteit. Of zoals Maimonides het in The guide to the perplexed verwoordt: 'Een fysiek teken ter vereniging van de mensen die in de eenheid van God geloven en daarom bij elkaar horen, zodat een vreemdeling niet zal kunnen eisen ook van de gemeenschap te zijn'. In de islam is voorhuidbesnijdenis bijvoorbeeld geen religieuze verplichting. Er staat nergens in de Koran dat jongetjes besneden moeten worden. Toch is de sociale druk groot. Een moslimman heet geen 'echte' moslim als hij niet besneden is. Maar is het niet hardvochtig en treurig om een groepsidentiteit te baseren op een traditie van ijdel gebleken hoop en nodeloze pijn?

Soms denk ik nog terug aan de tijd dat ik als ontluikende puber met mijn vrienden ging masturberen. Mooi was die tijd! Alsof ik een nieuw universum betrad, dat vol was van mysterie en belofte. Ik had geen idee waar dat orgastische gevoel vandaan kwam. Ook was ik onwetend over mijn angst voor grote groepen mensen, van schrijverschap droomde ik nog niet en ik nam het voor vanzelfsprekend aan dat ik ooit naar Mekka zou gaan om een hadji te worden. Al geloofde ik ergens dat we allemaal naar de hel zouden gaan om zoveel onbeschaamde 'pagga', het mocht de pret niet drukken. Over mijn Marokkaanse vrienden zou ik later in een verhaal, 'Van de eenzaamheid en de trots, en andere taboes' (gepubliceerd in 25 onder de 35, 2006), het volgende schrijven: 'Nu dragen ze allemaal snorren, ze zijn getrouwd en hebben kinderen, ze hebben hun zaad niet aan de betonnen vloer maar aan hun vrouw geschonken en ooit willen ze naar Mekka, als God het wil.'

Said El Haji (1976, Marokko) is schrijver en publicist.

undefined

Meer over