ReconstructieDe zaak-Ans Boersma

Hoe Ans Boersma het predikaat ‘staatsgevaarlijk’ kreeg – en daar met heel veel moeite van afkwam

Ans Boersma Beeld Kiki Groot
Ans BoersmaBeeld Kiki Groot

In 2019 wordt journalist Ans Boersma Turkije uitgezet. De Nederlandse justitie beschuldigt haar van banden met een terreur­organisatie. De zaak trekt veel aandacht. Maar twee jaar later is Nederland plots bereid smartegeld te betalen. Wat is er gebeurd?

Ans Boersma heeft een spannende trip gepland, als ze op woensdagmiddag 16 januari 2019 het immigratiekantoor in Istanbul binnenstapt. De freelance correspondent wil de dag erop voor een reportage naar de Turkse legerbasis in Hatay, aan de Syrische grens. Om die trip te kunnen maken, heeft ze een reisdocument nodig.

De Turkse ambtenaar geeft haar de papieren niet. Er is ‘een blokkade in het systeem’.

Als Boersma even later beduusd door vier agenten wordt meegetroond naar het politiebureau, begrijpt de Nederlandse verslaggever dat ze staat geregistreerd als staatsgevaarlijk. Willen de Turken haar journalistieke werk dwarsbomen?

Amper 48 uur later logeert ze uit nood bij een vriendin in Utrecht. De Turkse politie heeft haar op het vliegtuig naar Nederland gezet. Turkije verklaart dat ze banden heeft met de terroristische organisatie Jabhat Al Nusra. Het Nederlandse Openbaar Ministerie bevestigt dit aan RTL Nieuws. In de Nederlandse pers is ze een ‘naiëf kipje’, een ‘jihadliefje’ en het slachtoffer van een ‘loverboy met een verborgen agenda’.

Haar Syrische ex-vriend, met wie ze jaren eerder een kortstondige relatie had, is in Nederland aangemerkt als leider van Al Nusra. Boersma zou hem onder valse voorwendselen naar Nederland hebben willen halen. Hoe precies is niet duidelijk, evenmin waarom ze Turkije halsoverkop moest verlaten. Maar het vonnis lijkt geveld. Dagblad van het Noorden kopt: ‘De Groningse journaliste Ans Boersma ging het vliegtuig in als martelaar van de persvrijheid en kwam eruit als een jihadbruid.’

De strafzaak

‘Het klinkt misschien een beetje gek, maar ik heb er zin in’, zegt Ans Boersma (32) over haar strafzaak, die donderdag dient in de rechtbank Rotterdam. Ze is blij dat ze na tweeënhalf jaar eindelijk verantwoording kan afleggen. Nadat justitie alle chats en afgeluisterde gesprekken met haar ex heeft geanalyseerd, is dit de verdenking: valsheid in geschrifte bij de aanvraag voor een toeristenvisum voor haar toenmalige vriend. Een visum dat hij nooit kreeg.

Dat ze ontspannen uitkijkt naar haar strafzaak, komt ook doordat de Nederlandse Staat bereid is een schadevergoeding te betalen. Boersma stelde de staat aansprakelijk voor onder reputatieschade, het verlies van inkomsten en immateriële schade. Over het precieze bedrag dat met de schikking is gemoeid, mag ze vanwege een geheimhoudingsclausule geen uitspraken doen. ‘Mensen in mijn omgeving vissen ernaar, zo van: ga je één, twee of drie vakanties voor ons betalen? Laat ik het zo zeggen: ik ben tevreden met het bedrag.’

Het justitieapparaat dat haar eerder in verband bracht met een terroristische organisatie, schikt nu en is bereid smartegeld te betalen. Wat is er in de tussentijd gebeurd?

Voorjaar 2014: naar Nederland

Het wordt tijd dat haar nieuwe ­Syrische liefde haar familie en land leert kennen, besluit Boersma in het voorjaar van 2014. Ze heeft de gevluchte Aziz krap een halfjaar eerder ontmoet in een bus tijdens een persreis in Turkije. Sindsdien heeft ze hem twee keer opgezocht in Istanbul, haar favoriete stad. Maar een Syriër krijgt niet zomaar een visum voor een vakantietripje. De immigratiedienst IND is beducht voor buitenlanders die onder het mom van toerisme naar Europa reizen, maar vervolgens nooit meer vertrekken.

In haar garantstelling bij de visumaanvraag schrijft Boersma dat zij Aziz wil voorstellen aan familie en vrienden. Ze overleggen hun salarisgegevens, Aziz voegt een universiteits­diploma toe en vermeldt zijn persoonsgegevens uit zijn paspoort. Het visum wordt afgewezen. Ze schrijven tevergeefs een bezwaar. Het risico dat hij niet terugkeert, is volgens de IND te groot.

In de zomer van 2014 vindt Aziz een andere manier om naar Nederland te komen: via Griekenland weet hij op een vals paspoort Amsterdam te bereiken. Het is een van de paradoxen van het vluchtelingenbeleid: wie met open vizier een visum aanvraagt, wordt geweerd; wie Europa via een smokkelroute weet te bereiken, kan een asielverzoek doen. Zo ook Aziz. In plaats van een tijdelijke status als toerist krijgt hij nu een verblijfsvergunning voor vijf jaar.

Voor Boersma is dat ‘niet ideaal’, zegt ze. ‘Van mij hoefde dat niet. Ik ben in relaties vrij onafhankelijk.’ De verhouding tussen de twee houdt in Nederland geen stand.

Herkend als IS-strijder

Drie jaar later leeft Boersma haar droom: ze heeft zich als correspondent gevestigd in Turkije. Vanuit Istanbul schrijft ze stukken voor Trouw, De Groene Amsterdammer en vooral het FD. Ze werkt eind 2017 aan een artikel over luxe appartementen in Ankara die worden gefinancierd met bitcoins, als haar aandacht wordt getrokken door een verhaal op de website van de Volkskrant. Ze leest dat haar ex-vriend Aziz door andere Syriërs in het Amsterdamse debatcentrum De Balie is herkend als IS-strijder.

Of ze schrikt? ‘Vanuit Nederlands perspectief snap ik dat een IS-strijder veel angst oproept. Maar ik heb daarbij altijd het hele plaatje gehad. Hij kwam in het nieuws als IS-verdachte, maar ik wist dat dat niet klopte. Het Kalifaat werd uitgeroepen toen hij onderweg was naar Nederland.’

Aziz heeft haar verteld wat hij in december 2017 ook tegen de Volkskrant zegt: dat hij jarenlang in de beruchte Sednaya-gevangenis heeft vastgezeten met een aantal jihadistische kopstukken. Dat hij daar afgrijselijke dingen heeft meegemaakt – drie van zijn vrienden zijn er dood­geslagen. Na zijn vrijlating in 2011 zat hij een tijdje ondergedoken bij bekenden uit de gevangenis. Het zou gaan om leden van Al Nusra of Ahrar Al Sham, hoewel het onderscheid tussen die twee terroristische groeperingen in die periode nog niet zo helder is.

Boersma snapt dat het nieuws tot ophef leidt. ‘Maar voor mij was deze relatie afgesloten. En bovendien ging het over een periode van daarvoor. Ik was daar niet bij.’

Ze heeft Aziz na het beëindigen van hun relatie nog weleens gezien en gevraagd naar een oude Nokia-telefoon die ze in zijn auto zag. Hij vertelde haar toen dat hij voor inlichtingendienst AIVD werkte, vanwege de contacten die hij in detentie had opgedaan met extremisten. Dat hij in verband wordt gebracht met terrorisme, is voor haar ook nieuw maar geen schok. ‘Ik dacht wel: mijn naam is vast bekend in dat onderzoek, ik word misschien nog wel een keer als getuige opgeroepen.’

Het idee om haar opdrachtgevers in te lichten, komt geen moment in haar op. ‘Het contact met het FD was heel zakelijk. Gemiddeld eens per week mailde ik mijn plannen, en dan kreeg ik terug van: oké, doe maar. Het was geen klimaat waarin je je exen ging bespreken. Er werden nooit persoonlijke vragen gesteld.’

Panorama van Istanbul. Beeld Joris van Gennip / HH
Panorama van Istanbul.Beeld Joris van Gennip / HH

Herfst 2018: vreemde dingen

Er is ingebroken, merkt Boersma als ze op een herfstdag in 2018 thuiskomt in haar appartement in Istanbul. ‘Heel gek: van een wasrek waren wat kledingstukken verdwenen. Mijn laptop stond open. En twee lampen waren ineens kapot.’

Er gebeuren meer vreemde dingen. Als ze met de redactie van Trouw belt, hoort haar collega het gesprek terug, alsof het is opgenomen. ‘Volgens mij word je afgeluisterd, zei die redacteur.’ En als ze in de sportschool Spotify luistert op haar telefoon, krijgt ze ineens een melding dat er muziek wordt aangezet op haar laptop, die thuis ligt. Niemand heeft de sleutel.

Ze voelt zich niet meer veilig thuis. ‘Ben ik seniel aan het worden?’, appt ze aan een vriendin. ‘Ik had het gevoel dat ik aan het doordraaien was. Dat ik dingen zag die niet echt gebeurden.’

Of is er een verband met een journalistiek onderzoek waar ze aan werkt? Naast de stroom nieuwsberichten voor het FD, probeert ze ook wat zaken uit te zoeken over de corrupte schoonzoon van de Turkse president Erdogan.

Haar opdrachtgever licht ze niet in over haar onveiligheidsgevoelens. Dat doe je niet snel als freelancer, zegt Boersma. ‘Je wilt niet zwak overkomen, dan zoeken ze misschien wel een ander.’ Er wordt volgens haar door de redactie ook niet geïnformeerd naar haar veiligheid. ‘Als ik meldde dat ik op reportage ging naar de grens of naar Syrië, kreeg ik een mail terug: prima, we zien je stuk wel verschijnen.’

Staatsgevaarlijk

De mysterieuze voorvallen spoken door haar hoofd als ze na haar arrestatie op 16 januari 2019 op het politiebureau begrijpt dat ze op een lijst met staatsgevaarlijke personen staat. ‘Ze wisten plekken te noemen waar ik de periode ervoor was geweest, met wie ik had gesproken. Ze wisten heel veel over mij.’

Op het Nederlandse consulaat in Istanbul tasten ze ’s middags in het duister over Boersma’s arrestatie, blijkt uit vrijgegeven WOB-documenten. De consul probeert haar uitzetting te voorkomen. Maar in de avond wordt de ambassadeur in Ankara naar het ministerie geroepen. Zij krijgt daar te horen dat de zaak niets te maken heeft met journalistieke ­activiteiten, maar met een informatieverzoek van Nederland aan Turkije, in verband met een terrorismeonderzoek.

Boersma appt die avond en ochtend nog met de consul, maar de nieuwe informatie wordt niet met haar gedeeld. Pas als ze op Schiphol wordt ontvangen door FD-hoofdredacteur Jan Bonjer en twee collega’s, begrijpt ze van hen dat haar deportatie te maken heeft met een Nederlandse strafzaak, zegt ze. ‘Daarop zei ik: ja, dan is het iets met mijn ex.’

In de VIP-lounge praat ze haar FD-collega’s bij over haar vroegere relatie met Aziz. Het is volgens Boersma een hectisch gesprek in ‘goede sfeer'. Ze herinnert zich dat een van de chefs opmerkt dat het toch niet de bedoeling kan zijn dat ze van iedereen op de redactie de exen gaan noteren.

Doodsbedreigingen

De publieke opinie is minder begripvol. Boersma is een terroristenliefje (GeenStijl), ­iemand die valt voor ‘stoere, gewapende rebellen’ (Telegraaf-verslag­gever Wierd Duk), een ‘christelijke, naïeve’ journaliste die ‘verliefd werd op het kwaad’ (De Telegraaf). Een dag na het vriendelijke gesprek op Schiphol zegt Jan Bonjer bij actualiteitenprogramma Nieuwsuur de samenwerking op. Hij verwijt Boersma dat ze de relatie niet heeft gemeld. ‘Als je uitgezonden wilt worden als relatief jonge journalist, met weinig ervaring, naar een heel moeilijk land, dan moet je opening van zaken geven aan degene die ook voor jouw veiligheid verantwoordelijkheid moet dragen.’

Boersma vindt niet dat ze de relatie had moeten melden, maar snapt dat het FD niet met haar verder kan. ‘Ik ben vrij rationeel en zag het als een logisch gevolg van mijn uitzetting. Ik vatte het niet persoonlijk op.’

Ze krijgt die eerste weken doodsbedreigingen. Ze moet op de ‘brandstapel’, haar hoofd moet ‘kaalgeschoren’.

Boersma: ‘Dat deed me niet zoveel. Ik kon wel begrijpen waarom Jan uit Ermelo zonder kennis van zaken boos was.’ Minder begrip heeft ze voor media die haar wegzetten als ­jihadbruid. Die de verdenking verkeerd beschrijven, haar leeftijd fout vermelden of het orthodox-christelijk milieu waar ze opgroeide erbij halen. ‘Het is het systeem: de eerste willen zijn, willen scoren, de werkdruk. Daardoor is er minder ruimte om de macht kritisch te bevragen.’

De macht bijvoorbeeld van het Openbaar Ministerie. In een eerste zitting tegen haar ex-vriend, in februari 2019, weeft de officier van justitie herhaaldelijk de naam van Boersma door haar verhaal heen. Eén citaat trekt in het bijzonder de aandacht. Aziz zou hebben gezegd dat hij aan zijn toenmalige vriendin Boersma heeft ‘gezworen niet meer te slachten. Geen man, geen vrouw, niemand.’

Het citaat komt uit een afgeluisterd gesprek tussen Aziz en twee familieleden, waarin hij herinneringen ophaalt aan wat hij Boersma twee jaar eerder zou hebben verteld. Maar de NOS schrijft het in een nieuwsbericht op alsof het een direct afgeluisterde dialoog is tussen Boersma en haar ex. De kop boven het stuk: ‘OM: journaliste Boersma wist van terroristische verleden vriend.’

Volgens haar heeft Aziz dit nooit zo tegen haar gezegd. ‘Als ik weet dat ­iemand misdaden pleegt, heb ik geen relatie met die persoon. Hij zei mij: ‘Ik heb geen bloed aan mijn handen.’’ De NOS rectificeert de kop na een klacht van Boersma’s advocaat.

Peter Plasman, de advocaat van de Syriër Aziz, de ex van Ans Boerma, arriveert bij de rechtbank van Rotterdam, in 2019. Beeld Bart Maat / ANP
Peter Plasman, de advocaat van de Syriër Aziz, de ex van Ans Boerma, arriveert bij de rechtbank van Rotterdam, in 2019.Beeld Bart Maat / ANP

Wat wist Boersma?

Welke kennis had Boersma wel over het verleden van haar ex-vriend, die inmiddels ook wordt verdacht van het vermoorden van minstens zeventien passagiers in een bus? Enerzijds verklaart ze in interviews dat ze niet wist dat hij bij een terroristische groepering zat. Later zegt ze dat hij haar wel vertelde dat hij bij Al Nusra zat. Hoe zit dat?

‘Al Nusra zat in de alliantie tegen Assad, die ook werd gesteund door het Westen’, zegt Boersma. ‘Eind 2012 zijn zij bestempeld als terroristische organisatie, maar wat hij mij vertelde ging over de periode daarvoor.’

Wist ze dat hij geweld gebruikte? ‘Als ik wist dat hij misdaden had gepleegd, hadden we geen relatie gehad.’ Had ze dat kunnen weten? ‘Hij heeft altijd gezegd dat de strijd tegen Assad was en dat hij Syrië verliet voordat Al Nusra een terroristische organisatie werd.’

Ze vindt dit soort vragen ingewikkeld. ‘Dit is precies het frame wat me zo dwarszit. Ik word gekoppeld aan terrorisme en dan ben je af. Ik moet me nu al jaren verantwoorden voor iets wat mijn ex heeft gedaan voordat ik hem kende en zonder dat ik het wist.’

Wat haar ook ergert: ‘Ik ben hartstikke onafhankelijk, ik laat me niet definiëren door mannen. Ik ben opgegroeid met vijf zussen, ben feminist en toch moet ik me nu al jaren verdedigen over een man.’

Dat is ook waarom ze uitkijkt naar de rechtszaak donderdag: eindelijk gaat het over de verwijten aan haar eigen adres. Niet over Al Nusra, maar over fouten in de aanvraag van een toeristenvisum. Justitie verwijt Boersma dat het visum voor Aziz onder valse voorwendselen is aangevraagd, omdat het niet de bedoeling zou zijn geweest dat hij zou terugkeren naar Turkije. De vraag is hoe dit te bewijzen valt, nu het visum nooit is uitgereikt. Boersma: ‘Er zit ook een bepaalde arrogantie in: alsof een Syriër niet als toerist naar Nederland kan komen.’

Bij de aanvraag zijn een vervalst paspoort en een nepdiploma van Aziz gebruikt. Justitie verwijt Boersma ook dat zij dit wist. Zo is het diploma gedateerd in 2010, terwijl Aziz in die periode in de gevangenis zat. Dat combineert toch wat moeilijk met het behalen van een bachelortitel aan de universiteit van ­Damascus. Boersma zegt dat Aziz haar pas later over zijn detentie heeft verteld. ‘Ik vertrouwde op wat hij toen vertelde. Ik zat niet als een detective in die relatie.’

Schadevergoeding

Wat de uitkomst van de strafzaak ook wordt, Boersma’s journalistieke carrière is voor altijd getekend door deze kwestie. Ze heeft voor zes jaar een inreisverbod voor Turkije, haar opdrachtgevers is ze kwijt. De maanden na haar terugkeer zette ze koffie om geld te verdienen. Inmiddels heeft ze weer wat commerciële schrijfopdrachten, journalistiek werk en ‘hier en daar een training gegeven’.

Dat haar correspondentschap is verwoest, neemt ze het Openbaar ­Ministerie kwalijk. Als justitie iets van haar had willen weten, hadden ze wat Boersma betreft gewoon kunnen bellen. ‘Ik ben gewoon bereikbaar.’ Ze was nota bene vlak voor haar arrestatie nog op kerstvakantie in ­Nederland.

Waarom deed de liaison-officier op eigen houtje een informatieverzoek in Turkije om haar gangen na te gaan, terwijl bekend is dat journalisten in dat land om de haverklap in de problemen komen met de overheid?

Het informatieverzoek blijkt bovendien geformuleerd in onhandig Turks: volgens een beëdigde vertaling kan het bericht worden geïnterpreteerd alsof Boersma op het moment van schrijven nog altijd een relatie had met iemand ‘die binnen de terroristische organisatie Jabhat al Nusra op een hoge positie werkt’, terwijl het ging om een relatie uit het verleden.

Naar aanleiding van haar zaak heeft het OM besloten zijn werkwijze aan te passen. Als justitie in het buitenland navraag wil doen naar een journalist, mag dat voortaan alleen met goedkeuring van de hoofdofficier van justitie en nadat de landelijke leiding van het OM is ingelicht.

Dat ze nu een goede schadevergoeding krijgt van de staat voor zes jaar misgelopen inkomsten, stemt Boersma tevreden. Maar haar droombaan krijgt ze er niet mee terug. Ze werkt nu aan een boek over ‘het concept van de digitale schandpaal’. ‘Het is een vrij unieke ervaring dat je als journalist ineens aan de andere kant komt te staan. Ik heb veel over mijn eigen professie geleerd.’

Meer over