Hoe 500 woorden op papier te krijgen?

'Hoe krijg ik in vredesnaam vijfhonderd woorden op papier? Die gedachte spookte de hele tijd door mijn hoofd', vertelt Neeltje Wagenaar (16) als ze maandag aan het einde van de ochtend uit het examenlokaal stapt....

Eindexamenkandidaten voor mavo en vbo kregen gisteren het examen Nederlands schrijfvaardigheid voorgeschoteld. Ze konden kiezen voor de opdracht functioneel schrijven of voor het opstel. Leerlingen mochten hun verhaal wijden aan een van de negen onderwerpen, waaronder Nederlandstalige muziek, kant-en-klare maaltijden of roddelen.

Mavo-scholier Michel Mok (17) begon wel erg enthousiast aan zijn examen. 'Ik heb met mijn stomme kop ook de opdrachten van het vbo zitten maken. Toen het tijd was, had ik mijn opstel nog maar voor de helft af. Ik dacht al: wat is iedereen snel klaar. Ik denk dat ik het heb verpest', zegt Mok.

Roelof Dijkstra (16) kon goed uit de voeten met de titel 'Een bijzonder toeval'. 'Ik heb geschreven over mijn ervaring met paranormale krachten. Ik denk dat iedereen die heeft, al moet je ze wel ontwikkelen. Ik droom bijvoorbeeld heel vaak dingen die later uitkomen.'

Ook de havisten en vwo'ers kregen op hun eerste dag van het centraal schriftelijk examen te maken met Nederlands. Voor de havisten stond tekstverklaring op het examenrooster, de vwo'ers moesten een tekst samenvatten.

'Goed te doen', zo luidde de conclusie van de meeste havisten van de Sneeker scholengemeenschap over hun examen. Aan de hand van twee teksten, één over soap-series, de ander over het traditionele gezin uit de jaren vijftig, moesten de leerlingen 29 vragen beantwoorden.

'Ik vond de onderwerpen wel erg saai en had een beetje moeite om de vragen bondig te beantwoorden', vertelt Harry de Vries (18). Bij alle open vragen kregen de leerlingen een maximaal aantal woorden opgelegd.

De vwo-leerlingen hadden voor hun samenvatting bijna allemaal de volle drie uur nodig. De tekst, in 1994 verschenen in De Groene Amsterdammer, kwam van de hand van minister voor Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk en ging over het opnemen van migranten in Europa. 'Europa is geen middeleeuwse veste die haar poorten kan sluiten voor de buitenwereld', stelde de bewindsman.

De tekst sprak de meeste vwo'ers wel aan. 'Ik ben het wel eens met Pronk', vertelt Emko Bos (20). 'Vooral als migranten een goede opleiding volgen, ik denk dat we dan juist blij moeten zijn met ze. Ze vormen een verrijking van onze cultuur.'

Bos vermoedt dat hij wel een voldoende heeft binnengesleept met zijn samenvatting. 'Maar in mijn vrije tijd schrijf ik rapteksten. Dat doe ik toch liever.'

De meeste vwo'ers hadden genoeg aan drie uur. In tegenstelling tot Lars Perk. Als enige kreeg hij maandag drieënhalf uur de tijd voor zijn samenvatting. Perk is dyslectisch, waardoor hij meer tijd nodig heeft om een tekst te lezen. 'Het viel me eigenlijk best mee. Er stonden weinig moeilijke woorden in, gelukkig.'

Perk vervolgt: 'Bij het samenvatten probeer ik moeilijke woorden zo veel mogelijk te omzeilen. Er zijn woorden die ik nooit leer. Het gebeurt bijvoorbeeld vaak dat ik weet dat ik een woord niet goed spel, maar wat er dan precies verkeerd aan is, zie ik niet.'

Hylke Tromp, vwo-docent Nederlands: 'Als het goed is, zijn al mijn leerlingen vanmorgen met een tijdschema in hun kop aan de examens begonnen. Ik denk dat de leerlingen niet veel moeite hebben gehad met de tekst, die was vrij duidelijk. Ik hoop alleen dat ze hun energie goed hebben verdeeld.'

Ook vwo'er Jasper Verheggen (16) vond de tekst duidelijk en daardoor makkelijk samen te vatten. 'Het begin kon je zo weglaten. Dat waren alleen maar voorbeelden.'

Zijn klasgenoot Paul Weel (18) had enigszins moeite met het vinden van de hoofdvraag. 'De tekst ging over hoe we in Europa ons migratiebeleid moeten voeren. Tenminste, ik denk dat dat de hoofdvraag was.'

Alle vwo-leerlingen hebben geleerd dat ze het beste een schema kunnen maken van een tekst die ze samen moeten vatten. Weel heeft zo zijn eigen, complexe schema bedacht. Hij heeft een vel vol cijfers geschreven die corresponderen met de alinea's uit de examentekst. Tussen de cijfers staan verbindingspijlen. 'Zo maak ik voor mezelf de verbanden duidelijk', zegt hij. 'En de kernzinnen praat ik dan gelijktijdig in mijn hoofd aan elkaar.'

Jeannine Westenberg

Meer over