Hiv? Nog weinig kans op vaste baan

In een campagne wordt hiv op de werkvloer onder de aandacht gebracht. Ook onder werkgevers blijven vooroordelen wijdverbreid.

Yvonne Doorduyn
© THINKSTOCK Beeld
© THINKSTOCK

'Zou je ook nog aan m'n lippen hangen als ik hiv-positief zou zijn?' Jeroen Pauw, dezer dagen op tv met een reclamespotje over hiv op de werkplek, heeft - hoe goed bedoeld ook - makkelijk praten. Hij is een bekende Nederlander, heeft een baan zonder veel fysiek contact en het antwoord op zijn vraag is vermoedelijk ja. Echte seropositieven hebben het op hun werk vaak stukken moeilijker. Als ze tenminste nog werk hebben.

Hoewel je met hiv - het virus dat aids veroorzaakt - inmiddels oud kunt worden, zijn de vooroordelen wijdverbreid. En niet in de laatste plaats onder werkgevers. TNS Nipo deed, in opdracht van het Aids Fonds, onderzoek en kwam tot ernstige conclusies. Acht van de tien leidinggevenden vinden dat een werknemer met hiv dit in een sollicitatiegesprek moet melden. De kans op een vast contract is dan echter zo goed als verkeken: bijna de helft (47 procent) van de werkgevers ziet het niet zitten om iemand met hiv in vaste dienst te nemen. Ze denken dat er een grotere kans is op ziekteverzuim (36 procent) en zijn bang voor besmetting van andere collega's (22 procent).

Hoewel twijfels over de inzetbaarheid begrijpelijk zijn - het is nog steeds een ernstige ziekte - zijn de bezwaren van leidinggevenden bij andere chronische ziekten, zoals bijvoorbeeld diabetes, veel geringer. Terwijl het ziekteverzuim van hiv-patiënten doorgaans niet hoger is.

De angst voor besmetting is in veel gevallen onzinnig. Zo denkt 42 procent van de leidinggevenden dat er bij bedrijfshulpverlening een risico op hiv-infectie bestaat. Wonden moeten welhaast bloedend op elkaar worden gedrukt, wil er een kans op besmetting zijn. Ook naar dezelfde wc gaan (17 procent), uit hetzelfde glas drinken (17 procent) en fysiek contact (13 procent) worden als risicovol beschouwd. Bijna de helft (43 procent) van de leidinggevenden wil niet dat iemand met hiv in de bedrijfskantine werkt.

Een bedrijfsarts moet zich aan zijn beroepsgeheim houden en sollicitanten noch werknemers zijn verplicht iets over hun ziekte aan de baas te melden. Toch vinden vrijwel alle werkgevers dat zowel personeelszaken, de direct leidinggevende als de directie op de hoogte moeten zijn. Eenderde wil bovendien niet dat een werknemer met hiv in contact komt met klanten. Ze zijn bang dat afnemers afhaken (13 procent). De helft (52 procent) verbiedt de werknemer ronduit zijn gezondheidstoestand met klanten te delen.

Hiv-patiënten ervaren zonder uitzondering negatieve reacties: verwijten, meer fysieke afstand, vermijding, buitengewone hygiënische maatregelen, onverschilligheid en uitsluiting. De PvdA heeft Kamervragen gesteld. De partij vindt het onaanvaardbaar dat werkgevers bij gelijke geschiktheid de voorkeur geven aan een kandidaat zonder hiv.

Niet alles is kommer en kwel. Acht op de tien leidinggevenden voelen vooral medeleven als ze aan een collega of medewerker met hiv denken. Eenvijfde heeft zelfs bewondering voor die collega. Ook zijn werkgevers veelal minder negatief over hiv dan de gemiddelde Nederlander.

'In vijftien jaar één keer uitgenodigd voor een gesprek'
Michiel (54) uit Amsterdam:
'Ik heb al twintig jaar hiv. In het begin heb ik zelfs aids gehad, ik was op sterven na dood. Maar in 1996 kwamen de medicijnen, en sindsdien ben ik weer aan het werk. Met moeite wist ik me uit de WAO los te maken. Ik ben zzp'er geworden, omdat een andere baan toen nog onmogelijk leek. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik werk als tekstschrijver en theatermaker, ik ben onder meer notulist bij de gemeente en de provincie.

'Het gaat eigenlijk prima. Ik ben 40 uur per week lekker bezig. Het enige probleem is dat ik al vijftien jaar een vaste baan zoek. Ik wil bestaanszekerheid voor mijn oude dag. Ik kan nu nergens op terugvallen. Het liefst zou ik op een redactie werken of op een beleidspositie in de cultuursector. Voorheen had ik projecten in het theater en bij De Balie (debatcentrum in Amsterdam, red.), maar inmiddels zou ik zelfs een functie als telefonist aannemen. Ik schrijf nog steeds elke twee maanden een sollicitatiebrief. 'In vijftien jaar ben ik slechts één keer uitgenodigd voor een gesprek. Ik ben bestuurslid bij de Hiv Vereniging, dat zie je als je me googlet. Werkgevers nemen tegenwoordig geen mensen meer aan met een smetje, en hiv is natuurlijk nog veel erger dan een smetje. Al zullen ze de werkelijke reden nooit zeggen. Ik krijg gewoon een standaard afwijzingsbrief.

'Het is een fuik waar ik niet meer uitkom. De jonge generatie met hiv houdt zijn mond. Dat begrijp ik heel goed. Maar het zou niet moeten hoeven. Hiv is niets om je voor te schamen. Mensen met hiv vormen geen bedrijfsrisico meer. Dat bewijs ik al vijftien jaar.'

'Ik vormde een risico voor de afdeling, vond de teamleider'
Roy (32) uit Limburg:
'Het slechte nieuws kwam in de zomer van 2009: hiv. Ik was van de kaart en heb drie weken vrij genomen om het te verwerken. Mijn teamleider in de verpleegkliniek reageerde toen nog heel meelevend. Ik kon een vroegbehandeling krijgen en met de bedrijfsarts zette ik een plan van aanpak in elkaar. Ik kon gewoon blijven werken. Alleen geen avond- en nachtdiensten, vanwege het verwerkingsproces en omdat mijn lichaam moest wennen aan de medicijnen.

'Toen kwam het gedonder. Mijn teamleider vond dat het werk er niet onder mocht lijden, en dat ik mijn medicijnen maar buiten werktijd moest nemen. Ze wilde de directie en personeelszaken inlichten, maar dat is tegen de privacywet.

'Ik vormde een risico voor de afdeling, vond ze, en ze wilde alles in het werk stellen om het personeel en de patiënten te beschermen. Ik moest tijdens het werk altijd handschoenen gaan dragen. Ik heb haar nog een boekje gegeven van de Hiv Vereniging Nederland, Positief werkt, maar dat kreeg ik na twee dagen ongelezen terug.

'Ik heb zelf de keuze gemaakt weg te gaan. Interne sollicitaties bij andere vestigingen van de stichting - het is een grote organisatie - liepen op niets uit. M'n attitude was niet goed en ik was ziek, zeiden ze.

'Inmiddels werk ik bij een andere stichting en kan ik gelukkig ook een positief verhaal vertellen. Ik draai weer alle diensten, heb werk in overvloed. Mijn teamleider staat helemaal achter me en ook collega's maken er geen punt van. Ze willen helpen en zijn eigenlijk vooral nieuwsgierig. Die interesse vind ik alleen maar prettig, ik beantwoord heel graag alle vragen. 'Mijn ziekte heeft nu geen invloed op mijn dagelijkse werk. Ik ben bijna nooit ziek. Ja, het afgelopen jaar een keelontsteking, maar dat kan iedereen overkomen.

'Er zullen altijd mensen blijven die het dom vinden dat je hiv oploopt. Als je rookt en je krijgt longkanker, vinden ze je wél zielig. Dat vind ik zo oneerlijk.' (Tekst Yvonne Doorduyn, foto thinkstock)

Meer over