nieuws

Historisch lage opkomst, lokalen stomen door: de belangrijkste conclusies van de verkiezingen

Behalve een gevoelig verlies voor het CDA bleven grote verschuivingen uit na de gemeenteraadsverkiezingen. En in Amsterdam herpakt de PvdA zich dankzij het ‘Moorman-effect’. Dit zijn de zes belangrijkste conclusies.

Jurre van den Berg en Pieter Hotse Smit
Hart voor Den Haag-lijsttrekker Richard de Mos reageert met Rita Verdonk op de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen.  Beeld ANP
Hart voor Den Haag-lijsttrekker Richard de Mos reageert met Rita Verdonk op de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen.Beeld ANP

1. Opkomst: een gezapig feest van de democratie

‘Democratie is overál in de wereld belangrijk’, verwees premier Mark Rutte de laatste dagen in het VVD-campagnespotje naar de situatie in Oekraïne. Meerdere landelijke en lokale politici probeerden met de inval van Rusland als contrapunt de kiezer naar de stembus te lokken. Ondanks drie verkiezingsdagen en het aangename lenteweer lukte dat niet. De opkomst bleef steken op krap 50 procent, ten opzichte van 55 procent in 2018. In Rotterdam nam slechts 38,9 procent van de kiesgerechtigden de moeite om een stem uit te brengen, 7 procent lager dan vorig jaar. ‘Teleurstellend’, aldus burgemeester Aboutaleb. In Almere (40 procent) was het amper beter.

Minister Bruins Slot (Binnenlandse Zaken) durfde zich niet te wagen aan een verklaring. Maar duidelijk is dat de campagne ondersneeuwde door de oorlog in Oekraïne. Niet overal viel het tegen, overigens. In de Overijsselse hoofdstad Zwolle steeg de opkomst tot 64,4 procent.

2. De lokalen stomen door

Dat lokale partijen de grote winnaar zouden worden was van tevoren al geen vraag meer, alleen nog in welke mate. In 2018 haalden ze samen al ruim 28 procent van de stemmen; twee keer zo veel als de VVD. Nu is hun aandeel 36 procent, van het aantal zetels zelfs ruim 40 procent.

In plattelandsgemeenten, van Groningen tot Limburg, scoorden de lokalen traditiegetrouw goed. In Rotterdam werd Leefbaar Rotterdam opnieuw de grootste, in Den Haag had Richard de Mos geen last van de verdenking van corruptie tegen hem: zijn partij Hart voor Den Haag kreeg er zelfs een zetel bij.

In Barendrecht haalde de lokale partij Echt voor Barendrecht zelfs bijna 60 procent van de stemmen binnen en zou dus alleen het gemeentebestuur kunnen gaan vormen. In 2018 werd de partij ook al veruit de grootste (14 van de 29 zetels), maar andere partijen weigerden samen te werken. Een dergelijke boycot is nu uitgesloten.

3. Tik voor het CDA

Niet alleen van de traditionele boerenachterban in het buitengebied, maar ook in een katholieke stad als Breda kreeg het CDA forse tikken. Het maakt de christen-democraten de grootste zetelverliezer van deze verkiezingen. De VVD verloor ook (van 13 procent vier jaar geleden naar 11,5 procent), maar net iets minder en is nu de grootste landelijke partij in de gemeenteraden. Zuur voor een partij als het CDA (van 13,4 naar 11,2 procent), dat actief is in het grootst aantal gemeenten en lokale invloed ziet als het fundament onder de partij.

Ondanks het verwachte verlies kreeg partijleider Wopke Hoekstra woensdagavond gelijk na de eerste exitpoll: het CDA stond er ‘beter dan verwacht’ voor. ‘Ik had natuurlijk dolgraag al onze zetels willen behouden. Dat zit er vermoedelijk niet in.’ Met de lage opkomst heeft de doorgaans trouwe achterban van het CDA de klap mogelijk gedempt.

Een greep uit de grotere verliezen: in Breda gehalveerd, Winterswijk ruim 40 procent eraf. In het Twentse Tubbergen, waar vanwege de populaire regiogenoot Pieter Omtzigt in 2018 nog ruim 60 procent van de stemmen naar het CDA ging, knalde die absolute meerderheid naar minder dan 30 procent voor de inmiddels Omtzigt-loze partij. Niet overal had de teleurstelling gevolgen. In tal van gemeenten verloor het CDA stemmen, maar bleef wel de grootste. In het Friese Smallingerland werd de partij met een kleine groei zelfs verrassend de grootste ten koste van de brutale winnaar van vier jaar geleden: de Eérste Lokale Partij.

4. Verdere versnippering

Voor de overige landelijke partijen bleven grote verschuivingen uit, al leed de SP gevoelige nederlagen in wat ooit partijbastions waren: Oss en Heerlen. Nieuwkomers zoals Volt (ondanks de affaire rond Kamerlid Gündoğan), Forum voor Democratie en BIJ1 wisten in veel gemeenten waar ze voor het eerst meededen ten minste een zetel te bemachtigen.

Dat leidt tot verdere versnippering. Het toch al grote aantal van dertien fracties in de gemeenteraad nam in Rotterdam nog verder toe: veertien partijen weten zich na woensdag vertegenwoordigd. In Almere en Lelystad zitten straks dertien fracties in de raad, in Almelo zelfs vijftien. De versplintering zal het lastig maken coalities te vormen. In zo’n vijftig gemeenten werd na de vorige gemeenteraadsverkiezing (toen de fragmentatie ook al een feit was) mede daardoor gekozen voor een ‘raadsakkoord’ in plaats van een collegeakkoord. De verwachting is dat deze trend doorzet.

5. Moorman-effect in Amsterdam

De Partij van de Arbeid maakt een comeback in Amsterdam, na jarenlang een bijrol te hebben gespeeld. Onderwijswethouder Marjolein Moorman gaf de sociaal-democraten in de stad van Wibaut en Schaefer nieuw elan door zich te profileren als bestrijder van ongelijkheid, met name in het onderwijs. De PvdA groeit van vijf naar negen zetels in de 45-koppige raad. De partij wordt weer de grootste in de hoofdstad, ten koste van GroenLinks.

6. GroenLinks en D66 wisselen weer stuivertje

‘Meetups’ klinken inmiddels als een relikwie uit een ander tijdperk, toch betekenden de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 een doorbraak voor GroenLinks. Niet alleen op bekend terrein, zoals in traditioneel linkse (studenten)steden zoals Groningen, Utrecht, Nijmegen en Amsterdam, maar ook in Helmond en Arnhem werd de partij de grootste. In veel van die steden loste GroenLinks toen D66 af.

Vorig jaar, tijdens de Tweede Kamerverkiezingen, wisselden de partijen in nagenoeg al die steden weer stuivertje. Deze verkiezingen waren de rollen weer eens omgekeerd; van een regeer- of Kaag-bonus is voor D66 geen sprake. In Groningen verloren beide partijen iets, maar bleef GroenLinks de grootste, net als in Nijmegen, Leiden en Zutphen. In Zwolle is sprake van een nek-aan-nekrace tussen GroenLinks en de ChristenUnie.

Meer over