Hindoetradities op z'n Hollands

De ceremonie in het Sanskriet is voor de meeste aanwezigen onverstaanbaar. Toch luistert iedereen geduldig naar de in doeken gehulde goeroe.

Er is weinig verbeelding voor nodig om je ver van hier te wanen. De geur van basmati rijst mengt zich met die van wierook, vrouwen dragen felgekleurde sari’s en hebben hun oren, halzen en polsen behangen met goud. Vanaf de straat klinkt het geluid van koperen bellen.

Maar het gemompel is in het Nederlands. ‘Hij komt er aan’, zegt een vrouw tegen haar dochtertje, dat direct haar nek uitstrekt om beter te kunnen zien wie er binnenloopt. En dan stapt uit de Haagse regen een man met een lange grijze baard, gekleed in dunne doeken, de tempel in.

De goeroe is op bezoek bij zijn volgeling Surindre Tewarie, die weer de pandit (priester) is van deze Hindoetempel in het Laakkwartier. ‘Hij logeert bij ons’, legt schoondochter Geeta Tewarie uit. ‘Maar ‘s avonds geeft hij lezingen.’

En daar komt een hoop volk op af. Normaal gesproken is de tempel alleen op zondag open, maar op deze doordeweekse avond staan er zeker vierhonderd mensen te dringen om een plekje. Boven in de gebedszaal, waar goden glimlachend vanuit zilverkleurige pagode’s op het publiek uitkijken, zijn de houten banken vol en worden er kussens aangesleept, zodat mensen ook op de grond kunnen zitten.

Op het podium, naast de goden, zit de goeroe. Hij spreekt in het Sanskriet en dat zullen de meeste mensen hier niet verstaan. Toch luistert iedereen aandachtig.

‘Dat is onze kracht’, zegt pandit Tewarie later. ‘We zijn ons bewust van onze eigen identiteit en koesteren onze religie en tradities. Maar we zijn tegelijkertijd Nederlanders – niet alleen buiten de tempel, maar ook hierbinnen.’

Als voorbeeld noemt de priester het feest Diwali, nog het best vergelijkbaar als een combinatie van kerst en nieuwjaar, als gevierd wordt dat het goede het kwade verslaat en de godin Lakhsmi een bezoek aan huis brengt om voorspoed voor het komende jaar te brengen.

Tijdens dat feest zijn de huizen verlicht en wordt er de hele nacht vuurwerk afgestoken. ‘Maar dat laatste mag niet van de Nederlandse wet’, zegt Tewarie. ‘En daar gaan we dan geen punt van maken; dat doen we gewoon niet.’

‘Nou ja¿ succesvol¿’ Er zit een trek van twijfel rond de mond van Cynthia Kishoendajar (30), presentatrice bij het Hindoestaanse station Haagstad Radio. ‘We doen het goed hoor, daar niet van, maar ik zie weinig échte rolmodellen. Een Hindoestaanse popster, een politicus¿ Nee, ik kan me er niet een bedenken.’

Cynthia zit samen met haar vader Hein Soekhlal en haar zoontje in de ontvangstruimte van het radiostation waar de muziek op dit moment niet door een dj, maar door een computer wordt gedraaid. ‘Bollywoodmuziek’, grijnst Soekhlal. ‘Onvermijdelijk populair.’

Wat dat betreft blijft de identiteit van de hindoestanen een vreemde mix. Ze komen oorspronkelijk uit India, hebben een paar generaties in Suriname gewoond en zijn nu Nederlanders.

‘We voelen ons ook Nederlands’, zegt Cynthia. ‘Je ziet dat mensen die in Suriname geboren zijn, nog wel iets bij dat land voelen, terwijl mijn generatie voor haar culturele wortels weer naar India kijkt.’

Maar behalve muziek biedt Haagstad Radio ook interviews en achtergronden. Daarbij zijn ze volgens Cynthia soms ‘best controversieel’.

‘We hebben openlijk over seks, er is een jongen geweest die zichzelf tot vrouw had laten ombouwen en we hebben het een keer over aids gehad. Na de uitzending kregen we direct boze brieven, want hindoes kunnen helemaal geen aids krijgen!’

Ze lacht. ‘Wat dat betreft zit je hier niet bij een stelletje doorsnee Hindoestanen. Bij mijn vriendinnen thuis was het altijd: je moét dit en je moét dat en waren hun ouders niet alleen conservatief, maar ook nog eens prestatiegericht. Dus hup de zweep erover, en zorg maar dat je dokter of advocaat wordt. Terwijl mijn ouders daarentegen heel modern waren en erop vertrouwden dat ik mijn eigen weg wel zou vinden.’

Ze vertelt met een knipoog dat ze bijvoorbeeld niet eens u tegen haar vader hoefde te zeggen. Vader Soekhlal trekt direct een quasi-boos gezicht. ‘Oh pa!’, klinkt het grinnikend. ‘Die discussie gaan we echt niet nog een keer voeren.’

Meer over