Hincapie blijkt ineens een alleskunner

Het was maar een gekscherende opmerking geweest: George Hincapie die volgend jaar de Tour de France wint. Maar na diens dagzege in de koninginnenrit op Pla d’Adet werd hij door zijn eigen ploeg zomaar naar voren geschoven als de mogelijke opvolger van Lance Armstrong...

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Een aantal jaar geleden zou er om worden gelachen, maar zo vreemd is die gedachte ineens niet meer. Een maand geleden bleek Hincapie in de Dauphiné Libéré plotseling te kunnen tijdrijden. En in de etappe over de Menté, Portillon, Peyresourde, Val Louron en Pla d’Adet had hij geen enkele moeite om met aardige klimmers als Pereiro, Boogerd, Caucchioli en Sevilla af te rekenen.

Vijf kilometer onder de top probeerde assistent-ploegleider Dirk Demol Hincapie nog een hart onder de riem te steken. ‘Je ziet af, dat weet ik, maar je zou eens achter je moeten kunnen kijken.’ Hincapie had de Belg eens aangekeken. ‘Ik? Afzien? Ik niet?’

Tijdens de verkenning van de etappes in de Pyreneeën, een maand geleden, had hij niet eens geweten hoe hij nog boven kon komen, zo uitgeput was hij geweest. Maar zondag dwong hij zich veel te eten en te drinken dat hij energie overhield, dit in tegenstelling tot Ullrich die zijn tijdverlies in de laatste kilometer weet aan het feit dat hij was vergeten te eten.

De Amerikaan had zich lang kunnen sparen omdat hij als adjudant van Armstrong niet werd geacht mee te werken met zijn dertien medevluchters. Maar dan nog leverde Hincapie (32), de enige ploegmaat die Armstrong bij alle zes Tourzeges ter zijde stond, een meer dan opmerkelijke prestatie.

Renners gaan normaal gesproken met de jaren niet beter klimmen, maar zijn baas zei totaal niet verrast te zijn door de eerste etappezege van zijn ploegmaat en beste vriend. Armstrong: ‘Als je ziet wat hij in het wielrennen doet. Hij wint Kuurne-Brussel-Kuurne, wordt tweede in Parijs-Roubaix, rijdt met alle favorieten over de Galibier en hij is de beste op Pla d’Adet. Sinds Eddy Merckx en Bernard Hinault heeft niemand dat meer gedaan.’

Het was niet verwonderlijk dat Armstrong grote woorden gebruikte. Zijn ploegmaat stelde hem in staat rustig de zwaarste Tourdag door te komen. Zaterdag liet hij de zege al aan Totschnig en een dag later had hij zich geen betere winnaar kunnen wensen.

Het is Armstrong al lang niet meer om de ritzeges te doen in de Tour. In de Pyreneeën bekommerde hij zich alleen om de tijdwinst die hij wilde boeken op Basso, Rasmussen en Ullrich. De eerste twee deden wat in hun vermogen lag. Ullrich kon op beide dagen niet afrekenen met zijn critici.

Zaterdag had de Duitse kopman nog van zich afgebeten: ‘Ik heb er genoeg van te horen dat mentaal een wrak ben en dat ik niet op mijn tanden kan bijten. Ik ben twee keer gevallen en ben hier nog altijd. Dat is genoeg bewijs voor mijn mentale kracht.’

Godefroot, manager bij T-Mobile, weigerde nochtans in te gaan op de prestaties van zijn kopman. ‘Ik had me het anders voorgesteld. Ik dacht dat we waren gekomen om de Tour te winnen. Maar ik zeg niets over Jan. Ik wil afscheid nemen in schoonheid (Godefroot is aan zijn laatste jaar bezig, red).’

Zaterdag was de Duitse formatie er zowaar in geslaagd de stevige Amerikaanse defensie van Armstrong neer te halen. Vinokoerov en Ullrich bestookten de geletruidrager om beurten op de Port de Pailhères. Maar het enige dat daarmee uiteindelijk werd aangetoond, was dat Armstrong geen ploegmaats nodig heeft om de Tour te winnen.

De zesvoudig winnaar bekommerde zich zondag voor het eerst uitdrukkelijk om zijn opvolging. Veel namen werden al genoemd, maar de laatste dagen had Armstrong daar ook die van Hincapie bijgevoegd. ‘Waarom niet? Ik ga er met hem over praten.’

Hincapie, die vooral naam maakte als klassiekerrenner, wilde van de suggestie dat hij volgend jaar in de Tour Discovery Channel zal aanvoeren, in eerste instantie niets weten. ‘Hé, laat me eerst hier even van genieten. Ik heb zojuist de grootste zege uit mijn carrière geboekt. Ik wil alleen aan vandaag denken.’

Om daar na enige bedenktijd aan toe te voegen: ‘Kijk, als Lance en Johan (ploegleider Bruyneel, red.) zoiets zeggen, dan betekent dat wel iets. Als ze zo in mij geloven, dan zal ik proberen ze niet te teleurstellen.’

Meer over