Himmlers studeerkamer in Auschwitz

DE HELLEPOORT, Dante's Inferno, Anus Mundi zijn maar enkele van de namen die verleend zijn aan het plaatsje Auschwitz in Opper-Silezië....

Dat is een van de opmerkelijke uitkomsten van het boek Auschwitz - 1270 to the Present. De auteurs, de Nederlander Robert Jan van Pelt en de Amerikaanse Debórah Dwork, lieten geen archiefstuk over de geschiedenis van het stadje ongelezen.

Van Pelt (1955) studeerde kunst- en architectuurgeschiedenis in Leiden en schreef na zijn proefschrift over de tempel van Salomo onder meer de filosofische studie Architectural Principles in the Age of Historicism over de plaats van Auschwitz in het architectonische denken, een onderwerp dat tot dan toe taboe was voor architectuurhistorici. Van Pelt doceert nu architectuurgeschiedenis aan de universiteit van Waterloo in Canada. Samen met de hoogleraar in de geschiedenis van de holocaust Debórah Dwork, auteur van het in vele talen vertaalde Children with a Star over het lot van de joodse kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog, werkte hij jarenlang aan dit boek, dat al een van de belangrijkste publicaties over Auschwitz wordt genoemd.

Behalve dat het boek uitstekend geschreven is, roept de selectie van tweehonderd illustraties een nauwkeurig visueel beeld op van dit landschap van de dood. Mede op basis van dat materiaal maakte Van Pelt de documentaire Nazi Designers of Death, die onlangs genomineerd werd voor een Emmy Award voor documentaires.

De auteurs hebben getracht een geschiedenis van Auschwitz te schrijven waarin Duitsers, Polen en joden zich kunnen herkennen. Hun boek levert tevens een belangrijke bijdrage aan het debat onder historici over de vraag of de holocaust al dan niet met voorbedachten rade is gepleegd. De zogenoemde functionalisten onderzoeken vooral de uitvoering van de holocaust, terwijl de zogenoemde intentionalisten zich richten op de besluitvorming rond het plan van de door rassenhaat vervulde Hitler.

Na het ten val komen van het communisme kreeg Van Pelt toegang tot de archieven van de architecten van Auschwitz. Uit de duizenden bouwtekeningen valt af te lezen hoe zorgvuldig de Duitsers hun megalomane plannen al hadden uitgewerkt. Tussen gedetailleerde tekeningen van de geplande 'germanisering' van het Poolse landschap treft men zelfs het ontwerp van de stoel die bestemd was voor Himmlers studeerkamer in Auschwitz. Want toen Himmler in 1939 verantwoordelijk werd voor de 'Festigung des deutschen Volkstums' zag hij zijn kans om zijn utopie te verwerkelijken.

Hij liet een half miljoen Volksduitsers terugkeren binnen de grenzen van het nieuwe Duitse rijk en verdreef er de 'minderwaardige' rassen. Auschwitz dat in 1939 was ingelijfd in het Duitse Rijk, zou het centrum van deze nieuwe Duitse kolonisatie in het oosten moeten worden.

In 1940 ging IG Farben in Auschwitz een grote fabriek bouwen voor synthetische rubber. Deze aanwezigheid van een van de grootste bedrijven in Europa stelde Himmler in staat zijn droom van een raszuivere samenleving waar te maken en bracht in Auschwitz een enorme hoeveelheid activiteiten. Door IG Farben dwangarbeiders te leveren, die werden ondergebracht in het kamp Birkenau (Auschwitz-2), kon de SS bovendien aan geld en bouwmaterialen komen.

De vernietiging van de joden was toen nog het rechtstreekse gevolg van de etnische zuivering in Polen. De auteurs benadrukken dat het vermoorden van joden in Auschwitz tot juli 1942 uit lokale anti-joodse operaties voortkwam. Dat mag de lezer in het licht van de massamoord die erop zou volgen, als muggenzifterij in de oren klinken, toch dragen de auteurs hiermee belangrijke argumenten aan in het al jaren voortslepende historische debat. Hun opvatting dat de vernietigingspolitiek pas in het voorjaar van 1942 radicaliseerde, werd bovendien onlangs bevestigd door twee jonge Duitse historici, Dieter Pohl (Nationalsozialistische Judenverfolgung in Ostgalizien) en Thomas Sandkühler ('Endlösung' in Galizien), in hun studies over het gebied ten oosten van Auschwitz, Galicië.

Van Pelt en Dwork wijzen erop dat ook in de SS een belangrijke factie bestond die dacht aan de joden als arbeidspotentieel. De architect Hans Kammler had bijvoorbeeld een groot plan gemaakt, waarin de joden als arbeidsreserve werden genoemd voor het zwaarste werk: de wegenbouw.

De auteurs hebben minder dan andere historici de neiging om te denken dat de Duitsers alles verborgen hielden en dat ze altijd in metaforen en eufemismen spraken. Tijdens de beruchte Wannsee-conferentie van januari 1942 werd weliswaar door de aanwezigen in verhullende taal gesproken over de praktische uitvoering van de deportatie en de vernietiging van de Europese joden, maar dat sluit niet uit de Duitsers tegelijkertijd meenden wat ze zeiden als ze spraken van de tewerkstelling van joden in de nieuw veroverde gebieden in het oosten, waarheen zij al 'wegenbouwend' zouden worden gevoerd.

Toch blijft het de vraag of de auteurs, door zich te concentreren op deze archieven, het belang van regionale ontwikkelingen en personen niet overschatten. De onlangs in Washington openbaar gemaakte dagrapporten van de politiebataljons achter het oostfront lijken eerder de intentionalistische opvatting te staven dat er al in 1941 een duidelijk beleid was om alle joden uit te roeien. Het kan zijn dat de auteurs gelijk hebben als zij betwijfelen of toen al het besluit viel van Auschwitz het grootschalige, industriële vernietigingskamp te maken dat het in de zomer van 1942 geworden is. Maar om op grond van dit onderzoek te concluderen dat pas na het keren van de oorlogskansen de vernietiging van de joden een doel op zichzelf was geworden, zal velen, en niet alleen de intentionalisten, te ver gaan.

Zeker is dat Van Pelt en Dwork een boek hebben geschreven dat eenieder die geïnteresseerd is in de wrede wispelturigheden van de geschiedenis, zal boeien. Verteld wordt welke vele functies Auschwitz vervulde - liquidatieplaats van de plaatselijke bevolking en van Russische krijgsgevangenen, agrarisch en industrieel centrum en werkkamp - voordat Himmler door de oorlogsomstandigheden zijn belangstelling voor Auschwitz als Germaanse modelstad verloor en het de plaats werd waar zich een van de grootste genocides uit de geschiedenis heeft voltrokken.

Dick van Galen Last

Robert Jan van Pelt & Debórah Dwork: Auschwitz - 1270 to the Present.

Yale University Press; 443 pagina's; * 75,50.

ISBN 0 300 06755 0.

Meer over