Hilversum zet gewone man voor gek

De opkomst van reality tv gaat ten koste van de privacy van de gefilmden. De rechter biedt volgens Herman Wigbold gewone burgers onvoldoende bescherming tegen de programmamakers....

DE Nederlandse rechter blijkt zeer laks in het beschermen van de privacy van de Nederlandse burger tegen het geweld van de televisie. Dat blijkt uit het feit dat een vrouw een bodemprocedure heeft moeten starten om te bereiken wat een grondwettelijk recht zou moeten zijn, maar wat de rechter haar heeft onthouden: dat er geen film- of foto-opname's mogen worden uitgezonden of gepubliceerd indien de betrokkene daartegen bezwaar maakt, tenzij zwaarwegende redenen van algemeen belang zich daartegen verzetten.

Dat kan zeker niet gezegd worden in het onderhavige geval. De vrouw werd door de politie aangehouden omdat ze te hard had gereden en tijdens het rijden ook aan heur haar had gefrunnikt. Ze had wel een camera gezien en de politie had ook gezegd dat ze was 'opgenomen', maar ze had geen moment gedacht dat het een televisie-opname was. Daar kwam ze pas achter toen de NCRV de opname toonde in het programma Blik op de weg en opgeschoten jongeren haar begroeten met 'He, miss Blik op de weg'.

De rechter nam zonder meer het verweer van de advocaat van onze o zo christelijke omroepvereniging over. De opname werd immers gebruikt in een programma met een 'instructief en preventief karakter'. Te hard rijden is fout en men hoort zijn handen aan het stuur te houden. Maar honderdduizenden Nederlanders rijden dagelijks te hard en even zovelen hebben wel eens een hand van het stuur. Is dat voldoende reden om een willekeurig iemand eruit te halen en vervolgens aan het kruis te nagelen?

Nog bonter maakte de rechter het toen hij toevoegde dat de opnamen op de openbare weg waren gemaakt. Alsof de privacy van een persoon ophoudt zodra hij de deur van zijn huis achter zich heeft dichtgetrokken.

De Nederlandse rechter had beter het voorbeeld van zijn Britse collega kunnen volgen die al eind jaren vijftig de grenzen duidelijk stelde. In een algemeen programma over het voorjaar kwam ook een opname voor van een terras waar een oudere man met een veel jongere vrouw was gezeten. De rechter veroordeelde de BBC wegens schending van de privacy omdat de programmamaker had kunnen vermoeden dat het, gezien het leeftijdsverschil, niet zijn eigen vrouw was en op grond van zijn verliefde houding evenmin zijn dochter.

De uitspraak in de NCRV-zaak is in lijn met het optreden van Nederlandse rechters tegenover de zogenaamde schandaalpers. De rechter wil nog wel eens een blad tot een schadevergoeding veroordelen als er onjuiste, althans onbewijsbare informatie is gegeven. Maar wie gewoon bezwaren maakt tegen publikaties die zijn privacy schenden (overspel, ongeneeslijke ziekte van echtgenoot of echtgenote, moeilijkheden met kinderen) maakt geen schijn van kans.

De rechter zou op dat gebied een voorbeeld kunnen nemen aan de serieuze Nederlandse pers. Een aantal jaren geleden kregen verschillende kranten een foto aangeboden van een zeer bekend politicus die in een bar was gesnapt in een uiterst incriminerende situatie met een vrouw. Geen van die kranten heeft die foto ooit gepubliceerd, wetende dit het einde zou betekenen van zijn carrière op gronden die niets met zijn functioneren als politicus hadden te maken.

Het is op de televisie allemaal onschuldig begonnen met straatinterviews. Daar was ik in mijn tijd al niet zo'n voorstander van, omdat ze meestal werden gebruikt om aan te tonen hoe weinig 'de gewone man' van een bepaald vraagstuk wist. Ze werden gevolgd door redelijk onschuldige programma's als Poets en Banana Split. Maar met de komst van de zogenaamde 'reality tv' is de televisiecamera steeds brutaler geworden.

Zogenaamd gaat het erom de kijker de alledaagse werkelijkheid te tonen, in werkelijkheid gaat het veelal om leedvermaak. Zelfs het hoog geprezen programma Taxi ging over de schreef toen in de taxi een bankbiljet werd neergelegd om te zien hoe klanten erop zouden reageren. Het dieptepunt was het programma Foute mannen/foute vrouwen waarbij mensen aan de schandpaal werden genageld wanneer ze zich niet hielden aan de moraal die de programmamakers hadden vastgesteld. Ook het programma De Kapper, waarin mensen worden uitgelokt bepaalde dingen te vertellen, ging herhaalde malen over de schreef.

Het argument is altijd dat men na afloop mensen om toestemming heeft gevraagd. Bij Blik op de weg beweerde men dat ook, maar de toestemming stond 'toevallig' niet op de band. Het is de vraag wat die toestemming onder de gegeven omstandigheden waard is. Mensen voelen zich geïntimideerd, willen geen spelbreker zijn, kunnen op dat moment de consequenties niet overzien. Bovendien wordt die toestemming dikwijls nonchalant en in het voorbijgaan gevraagd.

EEN goede programmamaker zal mensen tegen zichzelf beschermen. Dat gebeurt lang niet altijd. Zo herinner ik me een uitzending enkele jaren geleden waarin een man vertelde dat hij altijd een erectie kreeg als hij zijn vijfjarig dochtertje optilde. Men kan gemakkelijk raden hoe de reacties van buren en kennissen waren. Hetzelfde gebeurde in De Kapper, waarin een man vertelde dat hij altijd een zakje knikkers in zijn auto had om tegen andere auto's te gooien.

Natuurlijk moet er een onderscheid zijn tussen journalistiek en amusement, tussen autoriteiten en de gewone man. Wat in het ene geval is geoorloofd, is het nog niet in het andere. Meer methoden zijn toegestaan om misstanden te ontmaskeren, dan om de gewone man voor gek te zetten.

De Raad voor de Journalistiek oordeelde dat televisiejournalist Pieter Storms de grenzen had overschreden toen hij met draaiende camera de persvoorlichter van de Watermaatschappij Zuid-Holland had overvallen voor een betrekkelijk futiele zaak die bovendien nog liep. De raad sprak zich niet uit tegen het gebruik van een draaiende camera, maar vond in dit geval dat het middel niet in overeenstemming was met het nagestreefde doel.

Hoe arrogant Hilversum soms oordeelt, bleek toen de Ombudsman er bij de politie op aandrong de privacy van mensen in politieseries als Bureau Bijlmer beter te waarborgen. De politie verstrekt aan kranten geen namen van verdachten, maar laat wel toe dat verdachten met hun hele hebben en houwen in beeld verschijnen. Nog dezelfde avond verscheen er een of andere televisieknul op het scherm die hooghartig beweerde dat er geen overleg moest zijn met de politie, maar met de programmamakers.

Alsof de bescherming van de privacy alleen aan programmamakers kan worden overgelaten. Het bewijst nog eens hoe nodig het is dat de rechter, als zijn mening wordt gevraagd, de privacy van de burger dient te waarborgen.

Herman Wigbold is freelancer en voormalig tv-journalist.

Meer over