Hijgend de trap op voor duet met striptease

'Als dat vrijdag bij de première niet in orde is, leg ik persoonlijk een drol op al die stoelen. Want dat zijn dus vijftig plaatsen waar je niks kunt zien, die kunnen we zo niet verkopen.'..

Spanga goes Zwolle. En regiseusse Corina van Eijk maakt zich druk op het fraaie Van Nahuysplein, waar Opera Spanga vanavond een tournee begint met Stravinsky's korte komische opera Mavra. 'Zo lastig dat je zo afhankelijk bent van anderen', verzucht Van Eijk die bij ontstentenis van de vertrouwde weilanden in het Friese Spanga niet alleen de opera regisseert, maar ook alles er omheen.

De lindenboom voor nummer 9, bijvoorbeeld. 'Ik vind het vreselijk om een boom te moeten snoeien', verklaart de specialiste in 'openluchtopera' woensdag vlak voor de repetitie begint. Maar dan had de organisatie van het Zwolse zomerfestival 'De stad als theater' de tribune ook niet zo hoog moeten bouwen. Want nu ontneemt het lindengebladerte precies het zicht op één van de hoogtepunten: het duet van Parasja en haar huzaar, in de regie van Van Eijk zó voor het zolderraam met striptease en vrijscène met klaarkomen en al.

'Eén vierkante meter', zegt tenor Wil van der Meer. Hij en sopraan Jasmin Besig hebben exact één vierkante meter ruimte voor dit muzikaal-erotisch precisiewerkje en één maat de tijd om de twee trappen op te hollen van de woonkamer waar ze net het kwartet hebben gezongen, naar de zolder om daar nog nahijgend een paar vocale hoogstandjes te doen.

Dat is nou Spanga, ook als de operacompagnie noodgedwongen elders opereert. In heel Spanga staan er namelijk geen twee huizen direct naast elkaar en hoe maak je dan een opera over een nieuwsgierige buurvrouw en haar ondeugende buurmeisje? In een theater bouw je een decor, maar Opera Spanga pakt z'n spullen en gaat 'op locatie': in Leeuwarden, Wolvega, Almere, Groningen, Ens (op Schokland) en hier in Zwolle, waar het echtpaar Steenbergen en de buren op nummer 10 zich vrijwillig uit hun woonkamers hebben laten verbannen. Die buren moesten nog wel even slikken, maar mevrouw Steenbergen vond het meteen een 'enig' idee.

'We zijn een eigen stijl aan het ontwikkelen', erkent Van Eijk die in 1987 de eerste opera in haar eigen achtertuin in Spanga deed. Dat gaat dan in de eerste plaats over het acteren. 'Natuurlijk acteren', noemt ze dat en zoiets is bij opera niet bepaald vanzelfsprekend. Zo'n tenor die met moeite van de ene naar de andere brulpositie te bewegen is, heeft bij haar niks te zoeken.

Nee, dan Van der Meer, opgeleid aan de kleinkunstacademie, doorkneed in het musicalvak en ondertussen niet benauwd voor Stravinsky's verraderlijke maatwisselingen. 'Ik word wel eens gek van wat er in tien seconden allemaal niet meehelpt', vertelt de gemoedelijke tenor met een grote grijns. Moet hij op een oud Puchje aan komen brommeren. Is er geen monitor op de plek waar hij staat, blijkt de orkestinzet superzacht en onhoorbaar door de herrie van dat ding, moet hij stoppen en schakelen en slaat de motor natuurlijk af. En dat dus precies bij een ingewikkelde overgang van een drie-achtste naar een vierkwartsmaat met een moeilijke overbinding. 'Dat zijn dan nog maar de eerste tien seconden.'

En toch geen kwaad woord over Van Eijk. Ze is veeleisend, zeker. 'Maar het is heel prettig om met iemand te werken die zo goed weet wat ze wil en dat ook ergens op baseert', vinden Van der Meer en mezzosopraan 'buurvrouw' Klara Uleman. Ze horen tot de vaste Spanga-zangers. Deden mee in Aida en doen mee met de filmproductie van Rigoletto (volgend jaar in première). Van Eijk mag dan veel willen: ze weet ook heel goed wat iemand wel of niet kan. Van der Meer: 'Ze heeft echt aandacht.' Uleman: 'Ze doet nooit iets zomaar.'

Ook zo'n klein operaatje van een half uur, - 'een stukje zeebanket', zegt Van Eijk - vergt minutieuze voorbereiding. Maanden geleden is ze er al aan begonnen. Partituur voor de neus, walkman op de oren. 'Je moet er de tijd voor nemen', zegt ze fel. 'Die grote jongens doen dat niet. Die moeten van Salzburg, naar München, naar Amsterdam. Het publiek pikt het, maar ik snap niet dat wanneer je zo'n mooi beroep hebt, je er zo slordig mee omgaat.'

De zangers, dat vloeit vanzelf uit die opvatting voort, repeteren dus ook al een maand. Niks even invliegen en een half uurtje met de dirigent aan de piano moeilijke plekjes doornemen. Niet alleen daarin verschilt Spanga met de traditionele operahuizen. Zangers moeten het opnemen tegen geoefende merels en gillende sirenes. Dirigent David Levi moet in Wolvega de voorstelling precies tussen twee stoptreinen en de daarbij tinkelende spoorwegbomen in plannen. Om over het risico van een stortbui nog maar te zwijgen.

'Spanga beantwoordt aan het beeld dat ik had toen ik nog niets van theater wist', zegt Wil van der Meer. 'Een romantisch beeld: met z'n allen op reis en samen iets maken. Maar je moet die romantiek wel kunnen dragen. In een tent wonen, in een weiland optreden, het lijkt allemaal heel leuk, tot je echt met je voeten in de koeienvla staat en denkt: maar wie gaat dit opruimen?'

Meer over