Hij spint hier altijd garen bij

Woensdag begint de strafzaak tegen Geert Wilders. De PVV-leider staat terecht voor haatzaaien, groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie...

Twee uur lang spraken Wim Anker en zijn team met Geert Wilders, nadat de PVV-leider het Friese advocatenkantoor had benaderd om hem bij te staan in zijn verdediging. ‘We hebben hem ons strijdplan ontvouwd, dat was juridisch heel goed onderbouwd’, vertelt Anker.

Gek is het niet dat Wilders ver van huis bij het kantoor van de gebroeders Anker & Anker aanklopte. Begin jaren negentig stonden de raadslieden het extreem-rechtse CP’86 bij, dat werd veroordeeld voor onder andere haatzaaien. De broers hebben kortom ervaring in het verdedigen van politici die worden vervolgd vanwege hun uitlatingen. Anker: ‘We zitten goed in de materie, kennen de nationale en internationale jurisprudentie.’

Maar de rechtskundige strategie van de nuchtere Friezen kon de PVV-voorman niet behagen. ‘Hij wilde zoveel mogelijk procedures en zittingsdagen’, zegt Anker. ‘Hij gaf aan dat enige toeters en bellen wel wenselijk waren. Onze kantoorcultuur is: geen publiciteit zolang de zaak onder de rechter is.’ Ook op een ander punt waren Anker & Anker helder: ‘Wij hebben de regie, niet de cliënt.’

Wilders antwoord was eveneens duidelijk. Anker: ‘Hij zei direct: “Ik ga naar een ander kantoor”.’

Dat is het kantoor van Bram Moszkowicz geworden, de strafpleiter die niet vies is van een beetje show en media-aandacht. Inmiddels heeft Moszkowicz – tevergeefs – een paar procedures gevoerd om vervolging te voorkomen of de dagvaarding deels van tafel te krijgen. Woensdag gaat het ‘proces van de eeuw’, zoals Wilders het zelf noemt, van start met een regiezitting.

Politiek podium
Beide procespartijen mogen hun onderzoekswensen kenbaar maken, waarover de rechtbank zal beslissen. De contouren van de zaak tekenen zich dan af.

Wat Wilders’ aanpak zal zijn, laat zich goeddeels raden. Hij zal de openbare rechtszaal als politiek podium willen gebruiken om zijn anti-islamstandpunten te onderbouwen. Moszkowicz gaf al aan dat hij zo’n 25 getuigen wil oproepen: van deskundigen en ex-moslims tot radicale imams. Wilders zei in De Telegraaf dat hij Mohammed B. als getuige wil, om te bewijzen dat de ‘islam een inspiratiebron voor geweld’ is.

‘De relevantie van Mohammed B. als getuige is nihil’, zegt Gerard Spong, een van de advocaten die aangifte tegen de PVV-voorman deed. ‘Wilders visie van de islam, of die van Mohammed B., zijn maar individuele interpretaties. Er zijn 1,4 miljard moslims die er veel vredelievender tegen aan kijken.’ Bovendien doet niet ter zake of Wilders gelijk heeft, maar of zijn uitlatingen strafbaar zijn. Getuigen die daarover iets kunnen vertellen, zijn wel relevant.

Toch is Spong er voorstander van dat de rechters Wilders ‘ruim baan geven’ en veel getuigen toewijzen. ‘Anders komt al snel het verwijt dat het een oneerlijk en politiek proces is.’

Ook aan de kant van de klagers is er lichte vrees voor partijdigheid. Paul Velleman, de officier van justitie die de in 2008 de zaak tegen Wilders seponeerde, is dezelfde officier die de politicus nu vervolgt. Destijds vond Velleman dat ‘beledigende uitlatingen die kwetsend en schokkend zijn voor bepaalde groepen’ in het politieke debat gedaan kunnen worden. ‘Die context ontneemt in dit geval de strafbaarheid aan de uitlatingen’, zo luidde het sepotbesluit toentertijd.

Degenen die aangifte hadden gedaan tegen Wilders, waren het er niet mee eens en stapten naar het gerechtshof in Amsterdam. Dat gelastte het OM Wilders alsnog te vervolgen wegens het aanzetten tot haat en discriminatie, en voor groepsbelediging (maar alleen voor die uitspraken waarin hij een vergelijking maakt tussen de islam en het nazisme). De wet schrijft voor dat het OM in het geval van een ‘vervolgingsopdracht’ die loyaal moet uitvoeren.

Advocaat Haroon Raza, die ook aangifte deed, vindt dat het OM niet handig opereert. ‘Degene die eerst beweerde ‘dit is een kansloze zaak’, zegt nu vol overtuiging ‘Wilders is strafbaar’. Dat baart mij zorgen.’ Ook Spong meent dat het OM de ‘schijn van partijdigheid’ had kunnen vermijden door een andere officier op de zaak te zetten. Vooral wanneer het OM vrijspraak zou vragen, kan dat punt opspelen, vermoedt hij.

Een woordvoerder van het OM wijst erop dat Velleman wordt bijgestaan door een tweede officier, Birgit van Roessel. Verder is de zaak de afgelopen maanden ‘zeer kritisch tegen het licht gehouden’, is advies ingewonnen van deskundigen, en is het ‘eigen standpunt heroverwogen’.

Bovendien had het OM ‘geen alternatieven’. Velleman hoort – net als Van Roessel – bij het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD). Hij is dé landelijke specialist van het OM op het terrein van uitingsdelicten. Eerder seponeerde hij zaken tegen Gretta Duisenberg en de fundamentalistische El Tawheed moskee in Amsterdam. Hij is ook de officier die opdracht gaf voor de arrestatie van cartoonist Gregorius Nekschot.

Sociale spanningen
Spong denkt dat Wilders de dans sowieso niet kan ontspringen. Hij wijst op een arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vorig jaar juli. Het EHRM oordeelde dat de Belgische politicus Daniël Féret terecht was veroordeeld wegens haatzaaien (in België kreeg hij een taakstraf en werd hij tien jaar uit zijn kiesrecht ontzet). Féret, die ageerde tegen de ‘islamisering van België’, had zich bij het Hof beklaagd dat België zijn vrijheid van meninguiting had geschonden. Dat was volgens de Europese rechters niet het geval. Féret ondermijnde ‘het vertrouwen in democratische instellingen’ en bevorderde ‘waarschijnlijk sociale spanningen’. Er was, aldus het Hof, een ‘maatschappelijke noodzaak de belangen van de immigrantengemeenschap te beschermen’. Spong: ‘Daar is geen woord Spaans bij.’

De beschuldiging groepsbelediging stelt de rechter voor een moeilijke beslissing, zegt Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht. Maart vorig jaar oordeelde de Hoge Raad in een andere zaak dat het beledigen van een religie niet automatisch betekent dat ook de gelovigen worden beledigd. Over haatzaaien is de rechtspraak veel minder duidelijk, zegt hij. ‘Op dat punt zullen de rechters meer kijken naar de opeenstapeling van zijn uitingen en naar de context. Dan komt de vraag: hoe ver mag een politicus gaan in het publieke debat? Moet hij alles kunnen zeggen? Daar is de Europese jurisprudentie de afgelopen jaren steeds duidelijker over geworden: een politicus mag door de nationale rechter worden veroordeeld wegens haatzaaiende uitingen.’ Zo keurde het EHRM de veroordeling goed van een Engelse politicus vanwege de poster: ‘Islam out of Britain.’

Op Europees niveau is een trend ingezet ‘waarbij we ons gaan afvragen of we met elkaar niet zijn doorgeslagen in de vrijheid van meningsuiting en meer nadruk moeten gaan leggen op de maatschappelijke verantwoordelijkheid’, zegt Fokko Oldenhuis, bijzonder hoogleraar religie en recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Grondrechten komen pas tot hun recht als aan rechten ook grenzen worden gesteld.’

Die maatschappelijke verantwoordelijkheid speelt volgens Oldenhuis extra mee als een volksvertegenwoordiger een groot blok vormt, zoals de PVV nu met negen zetels in het parlement en met een constante hoge score in de peilingen. ‘Dat telt zwaarder dan bijvoorbeeld een SGP.’

Advocaat Wim Anker vindt die Europese ontwikkeling kwalijk. Het strafrecht moet als allerlaatste middel worden ingezet, stelt hij. ‘Wilders moet primair in de politieke arena worden bestreden. Wat levert het strafrecht nou op? Als hij wordt vrijgesproken, trekt hij een lange neus. Als hij wordt veroordeeld, wint hij meer zetels.’

Wilders’ mantra – ‘dit is een politiek proces’ – zal als een donderwolk boven de zaak blijven hangen. De PVV-leider heeft zijn aanhangers al opgeroepen woensdag voor de rechtbank te komen demonstreren. ‘Het proces van de eeuw’ blijft – zeker in de aanloop naar de verkiezingen – ook dankbaar columnistenvoer. Maar uiteindelijk zullen de rechters boven alle gehakketak moeten gaan staan.

Buruma vertrouwt erop dat de magistraten zich niet gek laten maken. ‘Rechters krijgen vaak het verwijt dat ze zich teveel distantiëren van het publieke debat. Hier zie je het voordeel van die distantie: het is maar goed dat ze zich niet meteen al twitterend, zoals de minister van Buitenlandse Zaken, in het debat mengen.’

Meer over