Hightech-krijgsmacht kan Afghanistan aan

Een militaire missie naar zuidelijk Afghanistan is gevaarlijk. Maar niet gaan bevestigt een tendens van politiek provincialisme,zegt Rob de Wijk....

Eind vorig jaar zette D66 de besluitvorming over de Nederlandse bijdrageaan de NAVO-operatie in het zuiden van Afghanistan op scherp. Nadat defractie op het ministerie van Defensie een briefing over de missie hadgekregen, stapte fractievoorzitter Boris Dittrich onmiddellijk naar depers. Hij zag geen brood in de uitzending van Nederlandse militairen. Tegevaarlijk en te weinig haalbare resultaten.

Als Dittrichs briefing in lijn was met de brief die de regering op22december aan het parlement schreef, dan valt de reactie van D66 tebegrijpen.

De brief is opmerkelijk eerlijk en doorwrocht. De regering somt tal vanredenen op om juist niet naar het zuiden van Afghanistan te gaan. Deveiligheidssituatie wordt ronduit als slecht omschreven. In het gebiedzijn, naast de Hezb-i-Islami Gulbaddin, restanten Al Qa'ida en Talibanactief en er dreigen conflicten tussen etnische groepen.

Bovendien is de veiligheidssituatie de afgelopen tijd verslechterd.Milities voeren hun aanvallen op tegen de troepen van Enduring Freedom, dieTaliban en Al Qa'ida onschadelijk moeten maken. Ook vallen zevertegenwoordigers van internationale organisaties en niet-gouvernementeleorganisaties aan, die in het gebied nauwelijks meer actief zijn.

Het bestuur van de provincie Uruzgan stelt weinig voor en corruptie,drugshandel en andere vormen van criminaliteit tieren welig. Nog ernstigeris dat Enduring Freedom, lees de Amerikanen, in de ogen van de lokalebevolking meer fout dan goed heeft gedaan. Door hun harde, in feiteonverantwoordelijke optreden, hebben zij elke sympathie verspeeld en zijnze in de ogen van de lokale bevolking niet meer dan een bezettingsmacht.Als brengers van vrijheid en democratie, de favoriete missie van presidentBush, worden ze in ieder geval niet gezien.

Het getuigt van veel realisme dat de regering concludeert dat nietgerekend mag worden op veel vooruitgang in de twee jaar die Nederland inhet gebied actief zal zijn. Ik voeg daaraan toe dat vooruitgang in depraktijk bijna uitgesloten is met een Provinciaal Reconstructie Team (PRT)op twee locaties in het zuiden (Tarin Kowt en Deh Rawod) van een provinciedie driekwart van het oppervlak van Nederland beslaat.

In totaal zullen er 1200 militairen in Afghanistan zijn, waarvan 250 terondersteuning in Kandahar, maar in Uruzgan aangevuld met 200 Australiërs,als die zich althans over hun ergernis over de trage Nederlandsebesluitvorming kunnen zetten. Het grootste deel van de troepensterkte ister bescherming van een klein team voor bestuurlijke, sociale eneconomische opbouw.

Waarom moet Nederland dan toch meedoen? Volgens de regering omdat hetPRT-model in het noorden en westen redelijk succesvol is gebleken, hetpolitieke proces dat in Afghanistan op gang lijkt te zijn gekomen metbehoorlijk verlopen presidents- en parlementsverkiezingen niet mag wordenafgebroken en Taliban enAl Qa'ida zich in het zuiden en oosten niet verdermogen versterken. De vraag waarom juist Nederland hieraan moet blijvenbijdragen, beantwoordt de regering niet. De reden is dat slechts weiniglanden deze klus kunnen klaren. Als een van de weinige landen beschiktNederland over een goed geoefende hightech-krijgsmacht, waarmee het ditsoort stabilisatie-operaties - een complexe mix van economische en socialeopbouw, vredesbewaring en gevechtsoperaties - onder uiteenlopendeomstandigheden kan uitvoeren.

Ook beschikken de Nederlandse militairen over de mind set voor eendergelijke missie. Het winnen van de hearts and minds van de lokalebevolking gaat de Nederlanders goed af. In tegenstelling tot de Amerikanenzijn ze terughoudend met geweld, stellen ze zich open op, maar laten zetoch niet over zich lopen. De combinatie van de juiste instelling envoldoende militair vermogen, maakt dat de kans dat het uit de hand looptminder groot is, zo leert de ervaring. Als stabilisatiemacht heeftNederland een reputatie opgebouwd.

Mogelijk nog belangrijker is dat deze missie in de lijn past die HenkKamp, minister van Defensie, heeft uitgezet: deelname aan meer risicovollemissies, zonodig in het hogere deel van het geweldsspectrum. Feitelijk isKamp bezig een scheef gegroeide situatie recht te zetten.

Nederland heeft een professionele en geavanceerde krijgsmacht voorgevechtstaken, die in de praktijk vooral voor vredesmissies is ingezet. Enals er een keer geweld moest worden gebruikt, dan werd de luchtmachtingezet, waardoor de risico's voor onze militairen beperkt bleven. Deaanschaf van kruisvluchtwapens voor fregatten en de huidige inzet vanNederlandse commando's in Kandahar passen in hetzelfde patroon: meedoen methet serieuze werk.

Dit maakt het besluit over de deelname aan de stabilisatiemacht in hetzuiden, die nu feitelijk in handen van het parlement is gelegd, zobetekenisvol.

'Nee' betekent dat Nederland de beschikking houdt over een voorvredesoperaties over-gedimensioneerde krijgsmacht.

'Nee' levert grote internationale politieke schade op. Er zijninternationaal verwachtingen gewekt toen de regering de haalbaarheid vande missie ging onderzoeken. Die is meer dan een half jaar voorbereid en erzijn talloze garanties van de NAVO, van bondgenoten en van de Afghaanseregering voor ondersteuning van het militaire en politieke deel van demissie.

'Nee' bevestigt het provinciaalse karakter dat zich van de politiek inNederland meester heeft gemaakt.

'Ja' betekent dat de krijgsmacht wordt ingezet voor missies die bij destatuur van Nederland passen. Het is een poging van het typischeNederlandse calimerocomplex af te komen. Wij zijn geen klein land, maar eenmiddelgrote, rijke, geïndustrialiseerde natie in broekzakformaat metmondiale verantwoordelijkheden en belangen. Daarbij past een krijgsmachtdie voor risicovolle operaties wordt ingezet.

Dit alles maakt van het besluit een politiek besluit bij uitstek. Hetpolitieke gewin van deelname schuilt niet in het boeken van succes inAfghanistan, hooguit in het leggen van een basis waarop volgendetroepenleveranciers kunnen voortbouwen. Het politieke gewin zit vooral inde nieuwe fase die de buitenlandse politiek en daarmee de Nederlandsekrijgsmacht ingaat.

Meer over