Reportage

High Afghanistan: de duistere drugswereld van de Taliban

De Taliban claimen een einde te willen maken aan de Afghaanse drugseconomie. Talibanleider Hibatullah Akhundzada zei afgelopen weekeinde dat alle drugshandel en -productie nu verboden zijn. Met het oppakken en verplicht afkicken van verslaafden wekken ze de indruk dat het hun menens is. Maar dat is schijn, ziet Rob Vreeken.

Rob Vreeken
Een groep verslaafden gebruiken drugs in de Afghaanse hoofdstad Kabul.  Beeld Bülent Kiliç / AFP
Een groep verslaafden gebruiken drugs in de Afghaanse hoofdstad Kabul.Beeld Bülent Kiliç / AFP

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Op het eerste gezicht… nee, van het eerste gezicht is eigenlijk geen sprake. Aanvankelijk vallen ze gewoon niet op in het straatbeeld van Kabul, waar alles nu eenmaal een beetje rafelig en rommelig is en waar de meeste mannen er niet deftig uitzien.

Pas in tweede instantie wordt duidelijk dat er iets vreemds is. Mannen zitten gehurkt in de berm, of in de verhoogde groenstrook tussen de twee rijbanen van een weg. Alleen of in groepjes, de koppen bij elkaar gebogen. Sommigen liggen te slapen of zitten met de armen op de knieën gevouwen, het hoofd op de armen rustend. En dan, na nog een keer kijken, valt het kwartje. Drugs.

Er worden hier, terwijl auto’s en brommers passeren, aan weerskanten van de weg het gewone leven doorgaat en winkeliers hun spullen hebben uitgestald op het trottoir, verdovende middelen gebruikt. De mannen, met doffe en tegelijkertijd schichtige blik, zijn steels in de weer met lepels, aanstekers, zilverfolie, rietjes. Meestal wordt er gerookt, niet gespoten.

Wanneer je het eenmaal weet, zie je ze op heel veel plekken in de stad. Er zijn ook locaties waar gebruikers – en dealers – in groteren getale bijeenkomen. Onder de brug bij Pul-e-Sukhta is er zo een, en de begraafplaats Saraj Shamali in district Badan Bagh (Amandeltuin). De graven liggen verspreid op een kale heuvel, tegenover een openluchtmarkt voor auto-onderdelen.

Vele tientallen junks, misschien 150, hangen op en rond de graven. Slapen doen ze ’s nachts onder de containers naast de heuvel, daar waar ook het afval komt aanwaaien. Vrouwen zijn niet te zien, wat niet betekent dat er geen verslaafde vrouwen zijn in Afghanistan. Ze houden zich onzichtbaar voor de buitenwereld, zoals vrouwen nu eenmaal geacht worden te doen in dit land.

In het Ibn Sina-ziekenhuis

Afghanistan is niet alleen ’s werelds voornaamste producent van heroïne, het heeft ook zelf een enorm drugsprobleem. Het gebruik van opiaten ‘behoort tot de hoogste ter wereld’, schrijft het VN-drugsbureau Unodc in zijn laatste jaarverslag. Het aantal gebruikers in Kabul wordt geschat op enkele honderdduizenden (met een kern van 50 duizend zwaar verslaafden), en het probleem blijft niet beperkt tot de hoofdstad.

Heroïne en het halffabrikaat opium zijn spotgoedkoop in Afghanistan. De papaver waarvan het wordt gemaakt groeit immers (net als cannabis) in eigen land, vooral in de zuidelijke provincies. Het grote geld wordt pas verdiend op tussenstops langs de route naar Europa, de VS en andere afzetgebieden.

Afghanistan telt zo’n tachtig klinieken voor verslavingszorg. De grootste daarvan is het Ibn Sina-ziekenhuis in Kabul, gevestigd in een complex waar ooit internationale troepen gelegerd waren. Kamp Phoenix, heette het tot 2014. Het lijkt ook op een kazerne, een verzameling losse gebouwen. Een slaapvleugel met per zaal tientallen stapelbedden, een grote kantine, een fitnessruimte, een zwembad, een kapper. Buiten veldjes voor voetbal en volleybal, bewegingstoestellen, een tuin met prieeltjes. Het ziet er fatsoenlijk uit.

Patiënten in groene en grijze overalls hangen rond, op het terrein en in de slaapzalen. Sommigen sporten in een grijs trainingspak. Veel lijken ze verder niet te doen te hebben. Allen hebben het hoofd kaalgeschoren. ‘Voor de hygiëne’, zegt een staflid dat anoniem moet blijven om redenen die nog zullen blijken, laten we hem Najib noemen.

Het basisprogramma omvat 45 dagen, waarvan de eerste twee weken detox – snel afkicken, zo nodig met methadon. ‘Ze gebruiken alles door elkaar’, zegt Najib. ‘Opium, hasj, heroïne, crystal meth.’ Daarna begint de echte behandeling, met voorlichting, sport, leren omgaan met boosheid, gesprekstherapie.

Sommige patiënten blijven drie tot zes maanden, afhankelijk van de progressie. En die hangt vaak af van de vraag: is het verblijf vrijwillig of gedwongen? Die laatste categorie is sinds augustus enorm in omvang toegenomen, want de Taliban treden hard op tegen gebruikers. Geregeld gaan patrouilles langs bij de verzamelplaatsen om verslaafden op te pakken en af te leveren bij het Ibn Sina of een van de andere tachtig klinieken in het land.

Voorheen hield het ziekenhuis het maximum van duizend patiënten aan, de capaciteit van de instelling, maar nu zijn het er volgens Najib wel drieduizend. Velen slapen dus op matjes, ook op de gangen. Tegelijkertijd verloor het ziekenhuis door het dichtdraaien van de buitenlandse hulpkraan voor Afghanistan het grootste deel van zijn inkomsten. Het personeel heeft al vier maanden geen salaris gehad.

Het hoofd van een drugsverslaafde wordt kaalgeschoren in het Avicenna-ziekenhuis in Kabul. De man is door de Taliban opgepakt om in 45 dagen verplicht af te kicken.  Beeld Bülent Kiliç / AFP
Het hoofd van een drugsverslaafde wordt kaalgeschoren in het Avicenna-ziekenhuis in Kabul. De man is door de Taliban opgepakt om in 45 dagen verplicht af te kicken.Beeld Bülent Kiliç / AFP

Dubbele houding van Taliban

Het oppakken op straat van gebruikers kan de indruk wekken dat het de Taliban menens was, toen ze na hun machtsovername zeiden een eind te willen maken aan de drugsproductie in Afghanistan. Afgelopen weekend zei Talibanleider Hibatullah Akhundzada dat alle productie van en handel in drugs zijn verboden. Het is echter maar de vraag hoe serieus dat verbod is. De Taliban hebben wat betreft drugs een dubbelzinnige staat van dienst.

Aan het eind van hun eerste regeerperiode, in 2000, hadden ze grotendeels een eind gemaakt aan de verbouw van papaver in Afghanistan. Snel na de machtswisseling kwam die echter weer op gang, in een gestaag stijgende lijn, met 2017 als absolute topjaar. Afghanistan voorziet al jaren in bijna 85 procent van alle heroïne op de wereld.

De pogingen van de VS de papavervelden vanuit de lucht te vernietigen, hebben geen enkele invloed gehad op de productie. Het gevolg was alleen dat getroffen boeren in de armen van de Taliban werden gejaagd. President Barack Obama stopte er daarom mee in 2009. Hetzelfde geldt voor het bombarderen van drugslaboratoria, in 2017 bevolen door Obama's opvolger Donald Trump.

De Taliban verdienden goed aan de drugs (net als vele anderen in Afghanistan, ook in het kamp van de regering), door belasting te heffen op verbouw en handel. Dat het grootste deel van hun inkomsten uit narcotica kwam, is echter een fabeltje, zegt David Mansfield van de London School of Economics, een drugsexpert met 23 jaar ervaring in Afghanistan. Minstens zoveel kwam van hun belastingheffing op legale goederen.

Intussen heeft een nieuw middel zich aangediend op de Afghaanse drugsmarkt, voor gebruikers zowel als voor de export: crystal meth. Voor deze zwaar verslavende amfetaminesoort wordt als grondstof ook een inheemse plant gebruikt, de ephedra. Het is min of meer een Afghaanse uitvinding, in laboratoria elders gaat alles chemisch. De plant gedijt ook op plekken die te koud zijn voor papaver.

In het zuidwesten van het land zijn de afgelopen vier jaar honderden fabriekjes geopend, waar op eenvoudige wijze crystal meth wordt gemaakt voor een prijs ver onder wat internationaal gangbaar is. De Zuidoost-Aziatische maffia heeft er een geduchte concurrent bij. Afghanistan echter heeft er een probleem bij: massale verslaving aan opnieuw een simpel verkrijgbare harddrug, en een nieuwe instroom in de centra voor zorg aan verslaafden, zoals het Ibn Sina-ziekenhuis.

De 38-jarige Najibullah Nur Korga is daar sinds 26 dagen. Hij lijkt een modelpatiënt, die ook nog eens uitstekend Engels spreekt (hij is leraar Engels). Het gaat ‘godzijdank’ goed met hem, zegt hij, vol goede moed dat hij binnenkort het normale leven kan herpakken, met zijn vrouw en vijf dochters.

Zijn verleden echter is zo zwart als dat van alle verslaafden. Baan kwijt, gezin verwaarloosd, uitvallende tanden, hosselen om aan dope te komen, schulden maken bij vrienden (80 duizend afghani’s moet hij terugbetalen), het pensioen opgerookt.

Najibullah Nur Korga probeert van zijn drugsverslaving af te komen in het Ibn Sina-ziekenhuis. Beeld Rob Vreeken
Najibullah Nur Korga probeert van zijn drugsverslaving af te komen in het Ibn Sina-ziekenhuis.Beeld Rob Vreeken

Tien jaar geleden was Korga webdesigner op het ministerie van Justitie, toen daar een bom ontplofte van de Taliban. In Pakistan werd hij behandeld voor zware PTSS, maar hasj bleek beter te werken tegen de demonen, de beelden van doden en gewonden. Hasj werd heroïne en al snel was hij verslaafd. Hij kickte af, maar ‘als ik op straat gebruikers zag, begonnen mijn handen te trillen’. Na twee jaar bezweek hij opnieuw. Ook crystal meth behoorde sindsdien tot zijn repertoire.

Wat hem over de streep trok weer naar de kliniek te gaan, was Maleka, zijn oudste dochter, die huilend vertelde dat ze op school werd gepest vanwege haar gekke, verslaafde vader. ‘Mij omhelzen deed ze niet meer, ik was te vies. Ik wil dat niet nog een keer meemaken.’

Op een markt in een buitenwijk van Kandahar wordt onderhandeld over de verkoop van heroïne en hasj. De drugs zijn in zakken verpakt, september 2021.  Beeld Bülent Kiliç / AFP
Op een markt in een buitenwijk van Kandahar wordt onderhandeld over de verkoop van heroïne en hasj. De drugs zijn in zakken verpakt, september 2021.Beeld Bülent Kiliç / AFP

Zwembaden vol

Wat moeten de Taliban aan met de drugs nu ze de macht hebben veroverd? Volgens deskundigen is het nauwelijks denkbaar dat de nieuwe machthebbers daadwerkelijk een eind zullen maken aan de drugseconomie. Ze zouden een groot deel van de plattelandsbevolking tegen zich in het harnas jagen. Dit nog los van de vraag of ze het zich financieel kunnen veroorloven, zeker nu Afghanistan in een economische crisis is gestort. Voor honderdduizenden mensen zijn papaver en ephedra voor de hand liggende alternatieven voor werkloosheid en diepe armoede.

‘Papaver is perfect geschikt voor het huidige economische en politieke klimaat’, zegt Mansfield van de London School of Economics. ‘Er zijn al tekenen van toenemende verbouw van papaver. In de Arghandab-vallei in het zuiden zijn onlangs granaatappelbomen gekapt om plaats te maken voor papaver. Er is potentieel voor een veel hogere papaveroogst in 2022.’

De prijs van opium schoot even omhoog na de aankondiging in augustus dat de drugshandel aangepakt zou worden, maar zakte weer toen boeren en inkopers merkten dat van dat voornemen geen werk werd gemaakt.

Drugsverslaafden in Kabul, september 2021. Beeld Bülent Kiliç / AFP
Drugsverslaafden in Kabul, september 2021.Beeld Bülent Kiliç / AFP

Merkwaardig ook is het Talibanbeleid ten aanzien van ephedra. Begin december werd (zonder veel ruchtbaarheid) de oogst van het gewas in vier provincies verboden. Maar dat was toen het oogstseizoen net was afgelopen. De boeren hadden zojuist een recordoogst binnengehaald. In Abdul Wadood, het centrum van de ephedrahandel, zag Mansfield enorme voorraden gedroogde ephedra, ‘vier olympische zwembaden vol’. Het was op dat moment ‘de grootste drugsbazaar ter wereld’.

Door dat ruime aanbod was echter de prijs flink gedaald. Toen kwam het verbod, en de prijs schoot omhoog naar vier keer wat het was. ‘Cynici kunnen het marktmanipulatie noemen’, aldus Mansfield. De Taliban hadden immers de belasting op verbouw van ephedra en smokkel van crystal meth vervijfvoudigd. De echte test voor wat de Taliban willen komt in juli, als het oogstseizoen begint. Mansfield: ‘Zijn de Taliban bereid hun eigen inkomsten en die van anderen te reduceren?’

Noodkreet van Najib

Een paar weken later, als we weg zijn uit Afghanistan, komt via Whatsapp een noodkreet uit het Ibn Sina-ziekenhuis. ‘Het gaat helemaal niet goed’, meldt staflid Najib. ‘We zijn wanhopig. De toestand wordt met de dag slechter.’ Hij heeft het over schending van de mensenrechten, over ‘drugsmaffia en Taliban’. Helemaal duidelijk wordt het verhaal niet, zijn Engels hapert.

Najib stuurt filmpjes. Een patiënt in een smerige grijze overall met een dichtgeslagen oog, omringd door andere mannen in smerige overalls, zegt dat hij doktersbehandeling nodig heeft. Op een later gemaakte foto is te duidelijk te zien dat het oog voorgoed blind is. ‘Gestraft door de Taliban’, schrijft Najib.

Op een ander filmpje wordt een op de grond liggende, kermende man met zwepen geslagen door twee mannen. Ook Taliban, volgens de toelichting. Andere patiënten kijken toe. Derde filmpje: een ontblote rug met striemen. Ten slotte een foto van een ruimte, afgeladen met mannen met ontbloot bovenlijf en kortgeschoren hoofden. Ze liggen hutje mutje onder kleurige wollen dekens.

De directeur, zegt Najib, is opgepakt door de Taliban omdat hij zich op de Afghaanse tv had beklaagd over het tekort aan voedsel in het ziekenhuis en over de afranselingen. Hij werd 24 uur opgesloten. De vraag blijft hangen: waarom dit onbesuisde optreden?

‘De kwaliteit van de verslavingszorg in Afghanistan is laag’, zei Vanda Felbab-Brown, onderzoeker van het Brookings Institute, ruim een jaar geleden op een hoorzitting van het Britse parlement. Terwijl de VS miljarden uitgaven – zonder enig resultaat – aan vernietiging van papavervelden en laboratoria, werd ‘vermindering van de vraag ernstig verwaarloosd’.

De toenmalige Afghaanse regering schatte dat 99 procent van de gebruikers geen hulp kreeg. Van degenen die wel werden behandeld, viel 92 procent terug in gebruik. Nazorg schoot ernstig tekort, volgens Felbab-Brown. In het Ibn Sina-ziekenhuis is nabehandeling twee jaar geleden afgeschaft, zegt Najib. Te duur.

Eén ding is duidelijk: de verslavingszorg is er sinds de komst van de Taliban niet beter op geworden.

Meer over