'Hiervoor wist ik niet wat eenzaamheid was'

De grootste strijd die Marnix van Rij het afgelopen jaar als net benoemd CDA-partijvoorzitter moest voeren, was die met zichzelf....

tekst Jan Hoedeman fotografie Tessa Posthuma de Boer

Met een dreun komt de kolossale Statenbijbel neer op het roze geschilderde salontafeltje. Eeuwenoude papiersnippers dwarrelen naar het vloerkleed als Marnix van Rij (39) door de Heilige Schrift bladert. Voorin liggen ordonantiën van de Staten van Zeeland, aangetast door de tand des tijds. De tekening van de reis van de apostel Paulus heeft hij laten inlijsten en hangt ergens in huis.

'Je ziet er nog pijp- en pruimtabak tussen zitten - om het papier goed te houden. Het is de bijbel waaruit mijn Zeeuwse moeder dagelijks werd voorgelezen, en veel geslachten voor haar. Ik stel me daar van die eenvoudige boertjes bij voor, die eruit lazen na een dag werken van twaalf uur. Ik wil het niet laten inbinden, dan is het niet echt meer. Van mij mag het op termijn helemaal uit elkaar vallen.'

Hij kreeg het boek, dat werd gedrukt na de Dordtse Synode van 1618-1619, van zijn moeder. Een dag eerder was Van Rij bij de CDA-afdeling Vriezenveen, waar hij op zijn verjaardag een spreekbeurt hield. 'De afdelingsvoorzitter las daar uit de Statenvertaling, dat hoor je niet vaak meer.'

Ze hadden in Vriezenveen een taart voor de partijvoorzitter gebakken en 75 man sterk Lang zal hij leven gezongen. 'Ik word daar altijd wat verlegen van. Ik ben niet zo'n verjaardagstype. Normaal gesproken was ik thuisgebleven, maar het partijbureau had toegezegd dat ik zou komen.'

Marnix van Rij komt uit een anti-revolutionair gezin, twee oudere broers en een zus. Zijn ouders trouwden kort na de bevrijding. De vier kinderen kregen thuis veel verhalen over de oorlog te horen.

'Het verhaal van het bombardement op Rotterdam heeft mijn moeder tienduizend keer verteld. En in de hongerwinter fietste ze met anti-klapbanden naar Barneveld om eten te halen.

'Vader zat bij de cavalerie, daar was hij erg trots op. Hier vlakbij, in het Haagse Bos, heeft hij in mei 1940 een hevig vuurgevecht meegemaakt. Twee uur lang werd er geschoten, totdat ze ontdekten dat Nederlanders op elkaar vuurden. Met de paarden heen en weer naar Katwijk door de duinen. Totale desorganisatie.'

Zijn interesse voor de oorlog leverde hem thuis de bijnaam Lou de Jong op. 'Als je die verhalen steeds terughoort, begrijp je wat een enorme impact die gebeurtenissen hebben gehad op die jonge levens. Ik heb er altijd met respect naar geluisterd, ook als het me verveelde.'

Hij gaat koffie halen en loopt door de hal, waar een vleugel staat. De muren van de woonkamer zijn oranje geverfd. In het midden hangt een enorme Italiaanse kroonluchter met een zwart armatuur. In de erker van de Wassenaarse villa staat een beeldje van Marilyn Monroe, het versteende shot van de opwaaiende jurk boven het metrorooster. In een hoek staat een beschilderd borstbeeld van Jezus Christus naast een portret van koningin Beatrix.

Van Rij pakt een knalrode metalen pot van de vensterbank. 'Die heb ik net meegenomen uit China. De Chinezen moesten erg lachen dat ik er belangstelling voor had. Het bleek een pispot voor kleine kinderen te zijn.'

Het gereformeerde gezin Van Rij was niet scheutig met het tonen van emoties. Hij noemt twee voorbeelden over zijn ouders. Zijn vader, ooit journalist bij Trouw en later werkzaam bij de Rijksvoorlichtingsdienst, nam hem in 1970 mee naar de wereldcupfinale Feyenoord - Estudiantes.

'Ik weet nog heel goed hoe Joop van Daele scoorde en zijn bril brak. Maar vooral dat mijn vader mij na afloop een hand gaf. Dat deed hij niet vaak. Hij noemde me ook nooit bij mijn naam. Hij zei: "Kleine, dit maak je maar één keer mee in je leven".'

In dezelfde periode overleed zijn oma, het confronteerde hem voor het eerst met de dood. 'Ze lag opgebaard in een vreselijk soort barak. Het had gevroren, de lucht was strak blauw. Ik vond het heel opvallend dat mijn moeder niet huilde. Zoals ze dat ook niet deed toen mijn vader stierf.

'Emoties toonde je niet. Je moest het zelf maar zien te klaren. Dat heeft iets blokkerends, ik ben ook lang gesloten geweest. Gaande het leven moet je dat zelf ontwikkelen, je moet de juiste mensen tegenkomen. Margot heeft daar een zeer belangrijke rol in vervuld. Ze heeft me laten zien dat het soms juist goed is emoties te tonen. Om er eerlijk mee om te gaan. Het kan je sterker maken als mens.'

Margot, zijn ex-echtgenote, komt binnen. Klein, fier, halflang blond haar, grote expressieve ogen. Ze gaat naast Marnix op de bank zitten.

Hoe sprong Marnix met zijn emoties om toen je hem leerde kennen?

'Hij was heel romantisch. Hij schreef me gepassioneerde brieven. Ik vond ze bijzonder, literair. Maar als hij in het leven ergens tegen aanliep, verstrakte hij. Zelfs bij vrienden. Als die hier verhaal kwamen doen, liep hij weg. Hij kon dat niet handelen. Je kon de rolluiken naar beneden zien gaan.'

Marnix: 'Een van mijn beste vrienden stond hier een keer op de stoep. Zijn hond Rinkie was overleden, daar jogden we mee. Het dier had van die ontzettend trouwe ogen. Ik zag dus wel wat hij in die hond zag. Maar het voelde anders. Hij stond hier als een kleine jongen aan de deur.'

Margot: 'Te huilen.'

Marnix: 'Ik heb toen niet helemaal goed gereageerd, zullen we het zo maar uitdrukken? Ik zag de teleurstelling in zijn ogen. Daar leer je van, daar wees Margot op.'

Margot: 'Het heeft kennelijk met zijn emoties te maken. Marnix is niet iemand die snel huilt. Ja, toen zijn vader stierf. Daarna heb ik je ook vaker zien huilen.'

Marnix: 'Zijn dood kwam heel onverwacht. Dat bracht bij mij weer allerlei dingen terug, net voor mijn afstuderen. Vanaf het gymnasium zat ik middenin een rationele periode. Alles moest verklaarbaar zijn. Zo niet, dan bestond het ook niet. Daar heb ik het de dominee hier erg lastig mee gemaakt. De man gaf de verkeerde antwoorden, ik ging dan ook niet meer naar catechesatie.

'In zo'n rouwproces word je helemaal op jezelf terug geworpen. Dan doemen existentiële vragen op. Wat betekent dit leven hier op aarde? Wat betekent de relatie vader-zoon? Waarom ben ik hier eigenlijk? De vragen waarop sinds mensenheugenis het antwoord wordt gezocht. Het geloof gaf me rust en zette me aan tot verder denken.

'In die tijd leerde ik jou kennen, we hebben samen allerlei kerken bezocht in de zoektocht naar het geloof. We zijn allebei gereformeerd gedoopt, maar we vonden daar niet wat we zochten. Dat hoeft trouwens niet per se in de kerk, iedereen gaat daar op zijn eigen wijze mee om.

'Ooit ben ik met Margot naar een katholieke kerk in Maastricht geweest. Daar was een heel mooie Latijnse mis gaande. Ik had daar wel wat mee en zij duidelijk niet. Zij vond het poespas en imiteerde de voorganger.'

Margot valt in met onverstaanbare prevelementen in golvende toonhoogten.

Marnix: 'Zij heeft natuurlijk geen Latijn gehad!'

Margot staat op. Voordat ze vertrekt, zegt ze: 'Dan loopt er zo'n man langs met van die toestanden... Maar die rituelen hebben ook wel wat.'

Marnix: 'Daar hadden we even een cultureel breukje!'

Wat betekent God voor de partijvoorzitter van het CDA?

'Als kleine jongen werd ik op school ontzettend geraakt door psalmen. Daar kon ik tranen van in mijn ogen krijgen. Ik had een heel kinderlijk beeld. Dat er meer is, dat er een God bestaat, een soort vaderfiguur. Maar de kindernevendienst, dat vond ik helemaal niks. Van die preken voor de volwassenen begreep ik geen donder, maar het trok me.

'Nu is God de leidraad. Toen ik van het rationele pad weer op het religieuze kwam, heb ik me ermee verzoend dat ik niet terug moest grijpen op dat voor mij kinderlijke beeld. Er is voor mij geen persoon meer die hoog in de hemel zit. Misschien zit God in iedere mens. Misschien is het de kunst om God in andere mensen te zoeken. Of je dat ook vindt is niet aan ons. Het kan voor mij ook in ervaringen zitten, of in de natuur.

'God is voor mij absoluut een anker. Het begin en het einde van het leven. Het geeft het gevoel dat het leven niet voor niets is, dat je op weg bent naar een eindpunt, terwijl we daar niets van weten en ook niet hoe we daar komen.'

Van Rij gelooft niet dat een bepaald geloof het zaligmakende is. Alle religies hebben overeenkomsten. Hij merkte het op zijn reis door China ook weer.

'Geloof staat daar niet prominent nummer één. Maar als je wat langer met Chinezen praat, kom je op Boeddha en Confucius uit. Het zijn eigenlijk heel vaste universele waarden, die religies waar ter wereld ook verbinden. Allemaal met de bedoeling de mens van de positieve kant te bekijken en beter te maken. Dat fascineert me en het denken daarover is zeker niet afgelopen. Dat loopt nooit af.

'Het maakt me altijd wat kopschuw als mensen uit sommige tradities over geloof zo gelijkhebberig praten. Ook in de strenge gereformeerde omgeving waar mijn moeder vandaan komt: daar legt men zich maatstaven op, die bijna een onbegonnen zaak zijn. Als je daar mensen op gaat beoordelen... Mijn moeder deed dat niet, maar het is erg lastig als mensen vanuit een christelijk geloof het gelijk aan hun kant denken te hebben.

'Van katholieken heb ik geleerd dat je, of je nu rijk bent of arm, in Zuid-Amerika woont of hier, ze altijd bereid zijn de dialoog aan te gaan en willen verzoenen. Niet de tegenstellingen opzoeken, aanscherpen en in het schuttersputje blijven zitten, maar bruggen slaan.'

Verklaart dat de weerstand in het CDA tegen de oprichting van het religieuze politieke spirituele centrum?

'Ja, en het heeft ook te maken met de positionering daarvan. Als je als CDA pretendeert iets te hebben met het geloof, moet je niet alleen zeggen: we hebben een program ma van uitgangspunten, en nu over tot de orde van de dag. Dan redt het CDA het niet op langere termijn en onderscheidt het zich niks van andere partijen.

'Het CDA heeft een inspiratiebron. Daardoor maak je het jezelf moeilijk, want het heeft iets heel idealistisch. Maar vanuit die inspiratiebron vind ik het onze opdracht de dialoog aan te gaan met andere christenen uit andere partijen, of met mensen die gevoel hebben voor religie en spiritualiteit. Als mensen mij daarop aanvallen, vrezen ze misschien dat de c van het CDA wordt bedreigd. Mijn benadering is: juist omdat je die C hebt, moet je de dialoog aangaan. Dan verdiep je juist die C. Want je moet wel weten waar je voor staat als CDA als je het gesprek met andersgelovigen aangaat. Er is weer behoefte aan gesprekken over immateriële vraagstukken. Door het saneren van de economie en het herstel daarvan is dat de afgelopen twintig jaar minder aan de orde geweest. Er is sprake van een kentering.

'Politiek is nu verworden tot een soort day to day-management. Het idee is: het gaat goed in Nederland en laten we het met zijn allen oppervlakkig houden. We doen net alsof het land af is, met hier en daar een onsje meer of minder. We hebben geen ministers, geen politici, we hebben managers. Zo sukkelen we de 21ste eeuw in. Voor mensen die iets met het geloof hebben, is de wereld nooit af. Sterker, de wereld moet beter worden.

Van Rij ontkent dat het plan dat hij afgelopen zomer lanceerde is ingegeven om de electorale afkalving van het CDA te stoppen.

'Nee, het idee is veel meer dat je zo mensen kunt bereiken die nu niets met de politiek hebben, terwijl ze wel maatschappelijk ge*nspireerd zijn. Stel dat het enorm aan slaat, dan is de volgende vraag: blijft dat bij het CDA, gaat het zich verspreiden over andere partijen, of vloeit er een nieuwe partij uit voort? Of wordt het een fusie met anderen? Dat zien we dan wel.'

Van Rij steekt een sigaar op. Vorig jaar november verbaasde hij met zijn kandidatuur voor het partijvoorzitterschap. Als raadslid, wethouder en fractievoorzitter in de Wassenaarse gemeenteraad liep hij zich de afgelopen twaalf jaar warm.

De fiscaal jurist ging korter werken om het partijvoorzitterschap er parttime bij te kunnen doen. Hij verbeet zich toen het CDA in 1994 twinitg zetels verloor.

'Ik kon niet leven met de gedachte, en nog steeds niet, dat het CDA zou worden afgeschreven. In de vvd zijn er die denken dat het CDA het niet redt op termijn. Dat we naar vijftien zetels zouden gaan. Dat er van iedere twee Neder landers die doodgaan er een CDA 'er is. Dergelijke teksten wekken een enorme vechtlust in me op.'

Van Rij studeerde in Leiden Nederlands recht. Hij was zo snel klaar dat hij er in de avonduren nog een studie bij deed, fiscaal recht. Hij werd actief in Minerva. Hij studeerde nog toen hij raadslid werd voor het CDA.

'Een potentiële schoonmoeder heeft wel eens tegen me gezegd: "Jongen, leef je niet te snel, te intensief?'' Het is een soort levensdrift. Iedere dag brengt weer iets nieuws, mooie dingen en soms ook verdriet. Ze heeft over mij ook gezegd: "Dat kaarsje brandt aan twee kanten op.'' Dat zie ik ook wel, maar zo ben ik.

'Mijn broers vonden het niks dat ik lid werd van Minerva, maar je zag eind jaren zeventig een omslag. Het was geen corps meer, het werd gemengd. Ik was niet het type dat er een groot genoegen in schiep iedere donderdagavond dronken van de trap te glijden. Ik had ook vrij snel een vriendinnetje. Een heel bijzondere dame. Ze studeerde kunstgeschiedenis, zag er ook niet onaantrekkelijk uit. Als alternatief voor drie keer dronken worden per week... dat was niet zo moeilijk.'

Het type van de muurbloem spreekt hem niet aan. Hij schiet in de lach.

'Nou nee, muurbloem... Laat ik het zo zeggen. Ik heb iets meer met vrouwen dan met mannen. Ik vind vrouwen over het algemeen wat intelligenter, gevoeliger, sterker. Zeker sterker. Mannen kunnen iets boyish hebben. Dat heb ik ook, want uiteindelijk ben ik ook een man. Wat ik heel positief vind is dat vrouwen hun borstkas niet zo vooruit hebben staan, die mannelijke ego's...

'Als een vrouw artistiek is, begin ik op te letten. Dat trekt me op een geweldige manier. Ik kan ook veel beter met vrouwen praten als het om de diepte gaat. Artistiek, en ook nog een beetje complex, lastig en wars van het gareel... Een vrouw die bruist, waar leven in zit.

'Ik maak het mezelf op dat punt niet makkelijk. Het klinkt vreemd, maar het houdt je heel erg scherp en levend. Dat kan ook gepaard gaan met diepe dalen.'

Twee dagen later. Een van de vier kinderen is jarig. De taart staat op het salontafeltje, Margot steekt de kaarsjes aan en Sarah blaast ze uit, gefotografeerd door haar moeder. De volwassenen staan hun moorkoppen af, in ruil voor taartpunten. De kinderen trekken zich elders in huis terug. Afgelopen zomer maakten Marnix en Margot bekend dat ze na twaalf jaar huwelijk gaan scheiden omdat Margot verliefd is geworden op een vrouw. Het nieuws werd door het CDA in een persbericht gepresenteerd.

Hoe reageerde de buitenwereld op jullie voorgenomen echtscheiding?

Marnix: 'Zal ik eerst? Over het algemeen is er met respect op gereageerd. Voor het besluit en de manier waarop we dat samen naar buiten hebben gebracht. We hebben brieven gehad, telefoontjes, en reacties van mensen die je ontmoet. Wat ik als positief neveneffect helemaal niet voor ogen heb gehad is dat het bespreekbaar is geworden voor anderen. Het taboe verdween door gewoon de naakte waarheid op tafel te leggen.'

Margot: 'Ik heb het natuurlijk wel anders ervaren, omdat ik word beschouwd als de veroorzaker. Ik ben van nature wat achterdochtig. Het zegt mij niets dat mensen respect hebben voor het feit dat we dit zo doen. Het brengt je niet tot de kern van waar het om gaat.

'Mensen ontlopen mij, ik moet het makkelijk voor ze maken. Ze beginnen erover in het Frans of Engels als de kinderen erbij zijn. Praat maar gewoon, zeg ik dan, ze weten het. Veel vrienden waren geschokt, verdrietig, en dat is hun goed recht. Voor veel mensen waren wij, ik zal niet zeggen een droomstel, maar wel een bijzondere combinatie.'

Marnix: 'We zijn nu al weer een fase verder. Het was ook belangrijk hoe ik ermee om ben gegaan. Er waren natuurlijk mensen die dachten: er is een dader en een slachtoffer en daar gaan wij maar eens een veroordeling op plakken. Daar heb ik misverstanden kunnen rechtzetten.'

Margot: 'Het was heel opvallend dat mensen in de leeftijd van Norbert Schmelzer heel ver mee konden gaan. En juist mensen van onze leeftijd hebben er ongelooflijke moeite mee. Misschien omdat het appelleert aan hun eigen angsten, hun eigen huwelijksperikelen. Daar horen we nu heel veel over. Trek een deur open en je weet niet wat je hoort.'

Marnix: 'Mensen die door het leven getekend zijn en wijsheid hebben opgedaan, zijn er veel genuanceerder en volwassener mee omgegaan. Ze wilden ook vaak de diepere achtergrond weten. Mensen die niet zo veel hebben meegemaakt hadden er veel meer moeite mee.'

Margot vertelt dat ze tweeënhalf jaar rond heeft gelopen met haar grote geheim.

Marnix: 'Dan heb je in zo'n proces een geweldige achterstand. Ik heb het moeilijk gevonden dat het me is ontgaan. Dat iemand van wie je zielsveel houdt kennelijk in zo'n proces zit. Eind vorig jaar hoorde ik het van haar. Je realiseert je het nog niet, maar dat blijkt dan een definitieve achterstand. Onherroepelijk, onvermijdelijk, als in een Griek se trage die. Voorafgegaan door ontkenning, opstandigheid, en dat in een enorm snel tempo. Dan volgt de acceptatie, de berusting.'

Margot: 'Mijn liefde voor Marnix is niet veranderd. Die is altijd geweest zoals-ie is geweest. Alleen was het voor mijn gevoel nooit genoeg, maar ik wist niet waar dat aan lag. Het ergste is nu achter de rug. We hebben een niveau bereikt waarop we verder kunnen. Dat komt omdat tijdens dat proces niemand van ons uit huis is vertrokken. Mensen hebben de neiging elkaar in de moeilijkste periode de deur uit te schoppen, al was het maar omdat anderen dat suggereren. Wij hebben het gewoon hier samen in dit huis gedaan. Als 's nachts een van de kinderen naar beneden kwam, dachten ze dat we steeds over het CDA spraken.'

Marnix: 'Ze hebben een heel mooi beeld over de politiek gekregen. We zijn gezamenlijk door de diepste diepten gegaan. Dan leer je wat eenzaamheid is, voor die tijd wist ik dat niet. Helemaal op jezelf teruggeworpen worden. Om me daar doorheen te slepen, zoek ik intens naar God. Of ik vind weet ik niet, maar ik zoek.

'De week voor Pasen voelde ik aan alles dat ik afscheid aan het nemen was. Van Margot, maar ook van de Wasse naarse gemeenteraad en van mijn moeder. Ik had haar aan de telefoon, het laatste jaar ging het haar niet goed en de laatste maanden zeker niet. Ze had al twee hersenattaques gehad. Ze zei: "Het zal moeilijk voor je zijn om uit de raad te gaan.'' Terwijl ze niet wist wat er gaande was tussen Margot en mij zei ze ook: "Denk aan je huwelijk en aan je kin deren.'' Ik had haar niets gezegd, maar ze voelde het. Later die week overleed ze plotseling.'

Margot: 'We hielden ontzettend van haar, maar tegelijkertijd liep het tussen ons hoog op. We hebben een time- out genomen om haar goed te kunnen begraven. We moesten een eenheid zijn, dat hebben we in één nacht voor elkaar gekregen. Niemand wist van onze crisis. Ook zijn broers niet.'

Marnix: 'Ik was net begonnen als voorzitter van het CDA. Die inspiratie hield me ook overeind, daar heb ik veel uitgehaald. Stel dat ik die twee banen niet zou hebben gehad, dan was de kans aanwezig geweest dat ik er aan onderdoor was gegaan. Je karakter wordt op zo'n moment echt getest en gevormd. Dan moet ik toch denken aan de lijfspreuk van de provincie Zeeland. Luctor et emergo, ik worstel en kom boven.

'Liefde, dat klink heel gek, is ook afscheid van elkaar kunnen en durven nemen. Dat heb jij vaak gezegd. Er is een soort rust in Margot gekomen, en rust in onze relatie. We hebben een heel grote verantwoordelijkheid voor de kinderen, dat weten we. De kinderen voelen dat en daardoor gaat het goed.'

Margot: 'Ze zien dat we veel van elkaar houden, wat het ook verwarrend maakt. Liefde geef je automatisch, maar ze voelen zich veilig bij ons. Daar twijfel ik niet meer aan.'

Marnix: 'Ik ook niet. Kijk, het mooie ideaalbeeld is het gezin: man, vrouw en kinderen. Maar er zijn gezinnen waar kinderen zich helemaal niet veilig voelen. Het gaat nu om hun veiligheid, dat blijft onze grote opdracht.'

Meer over