Reportage

Hier woonde de familie Uslu

Een halve eeuw geleden vertrok Ata Uslu uit het Turkse Yeni Kapi om zijn geluk te beproeven in Nederland. Vandaag keren we met zijn succesvolle zoon, Corendon Travel-oprichter Atilay Uslu terug naar die plaats, zijn geboorteplaats.

Jan Heemskerk
Atilay Uslu op de markt van het Turkse stadje Emirdag in zijn geboortestreek. Beeld Cigdem Yuksel
Atilay Uslu op de markt van het Turkse stadje Emirdag in zijn geboortestreek.Beeld Cigdem Yuksel

Als je met een bijzonder iemand terugkeert naar diens geboorteplaats, stel je je onbewust bij die geboorteplaats ook iets heel bijzonders voor. Die kwalificatie gaat helaas niet op voor Yeni Kapi, de geboorteplaats van Corendon Travel-oprichter Atilay Uslu, algemeen erkend als een van de invloedrijkste Nederlanders van Turkse komaf. Het onderwerp in kwestie staat dan ook een beetje beteuterd over een schutting te turen naar de plek waar zich vroeger zijn ouderlijk huis bevond. Er is weinig meer van over. Een afgebrokkeld muurtje, dat is het wel zowat. Uit de overlevering weten we dat het een soort lemen hut moet zijn geweest, zonder keuken of badkamer. Eten kookte je op open vuur, baden in een teil met warm water. Spelen deden de kinderen Uslu op de begraafplaats aan de overkant van de straat.

Lemen hutten vind je niet meer in Yeni Kapi. Maar om nou te zeggen dat het dorp er in pittoreske zin de afgelopen vijftig jaar veel op is vooruitgegaan... Het is in deze wintermaanden vooral een troosteloze symfonie van modder, lelijkheid en leegstand. Belangrijkste bezienswaardigheden: een aantal suikertaartvilla's, waarover later meer, de voornoemde begraafplaats en de waterpomp. 'Wel het beste bronwater van de wijde omtrek', grijnst Tuncay Uslu, de oudere broer van Atilay, die vast was vooruitgestuurd om een brute Jeep te huren en de streek te verkennen, en die nu als onze gids fungeert. Wel handig, blijkt later, want hij heeft daadwerkelijk een deel van zijn jeugd in Yeni Kapi doorgebracht. Atilay was net 1 jaar oud toen hij naar Nederland verhuisde en herinnert zich hoegenaamd niets.

Atilay Uslu. Hij werd groot met betaalbare vakanties, vooral naar zijn land van herkomst, Turkije. Onlangs legde hij zijn functie als CEO van Corendon neer, om plaats te maken voor ex-TUI-topman Steven van der Heijden. Uslu doet liever aan pionieren en ontwikkelen - zijn focus ligt momenteel op het uitbouwen van de hotelportfolio en het bedenken van meer nieuwe activiteiten voor de Corendon-groep.

De reiskoning is de derde van vier kinderen uit het huwelijk van Ata en Fadime Uslu. Hij heeft een oudere zus, documentairemaakster Meral, onze reisgenoot Tuncay, en een zusje Gunay, die als enige in Nederland is geboren. Aan die namen kleeft een mooi verhaal. Hun grootmoeder van vaderszijde, toevallig ook Fadime genaamd, wilde niet dat haar kleinkinderen door het leven zouden gaan als ordinaire Ali, Abdul of Mehmet, en bedacht dat al hun namen zouden moeten eindigen op 'ay'. Vandaar Tuncay, Atilay en Gunay. En Meral dan? Atilay: 'Toen had oma het nog niet bedacht'. En hadden de ouders daar dan geen mening over? Atilay: 'Die hadden niets te vertellen. Oma besliste alles.' Maar toch niet álles: een oom van Atilay ging aangifte doen van de geboorte van zijn neefje en die oom had aan een maat uit het leger beloofd zijn nieuwe neefje naar hem te vernoemen. En dus heet Atilay Uslu officieel Erol Uslu. Kijk maar in zijn paspoort.

Reizen met de reiskoning is trouwens een ervaring op zich - hij is de vleesgeworden lastminutepassagier. Voor de vlucht op Istanbul moeten we op Schiphol met veel Turks misbaar bij de ticketverkoop van Turkish Airlines een handgeschreven instapkaart zien te bemachtigen, want de incheckbalie is al lang en breed gesloten (Uslu: 'Ik ben nog nooit zo netjes op tijd geweest'). De volgende ochtend, eenmaal in Istanbul, blijkt 'vijf minuten lopen' naar het station waar de Hizli Tren, de Turkse tgv, naar Ankara vertrekt in werkelijkheid een dollemansrit per taxi van dik twintig minuten, zodat we precies op tijd voor vertrek de trein in hijgen (Uslu: 'We hadden nog zeker een minuut over'). Maar een dikke twee uur later stappen we dan toch geheel volgens plan uit op het station van Eskisehir, met 800 duizend inwoners hoofdstad van de gelijknamige provincie. Hier wacht Tuncay Uslu met de Jeep om ons naar Yeni Kapi te brengen, een uurtje rijden verderop. We zijn nu - dit even ter oriëntatie - in Centraal-Anatolië, precies halverwege Istanbul en Ankara, de plaats die, hoewel geografisch niet helemaal terecht, als het spreekwoordelijke midden van Turkije wordt beschouwd.

Atilay Uslu in zijn geboortedorp Yeni Kapi bij de schutting van wat vroeger zijn ouderlijk huis was. Beeld Cigdem Yuksel
Atilay Uslu in zijn geboortedorp Yeni Kapi bij de schutting van wat vroeger zijn ouderlijk huis was.Beeld Cigdem Yuksel

Ata Uslu, de vader van Atilay, vertrok in 1964 uit Midden-Turkije naar Charleroi, België, om daar in de mijnen te gaan werken. Niet zo verwonderlijk, volgens Atilay: 'Op de bodem hier wilde maar eens in de drie jaar wat groeien, iedereen kreeg tien kinderen, er was gewoon niet genoeg werk en eten.' Het verhaal of misschien beter: de mythe wil dat Ata na zes weken besloot dat mijnwerken niets voor hem was en op de bonnefooi de trein naar Amsterdam nam. Onderweg viel hij in slaap en schrok wakker in Haarlem. Hij stapte uit in de veronderstelling Amsterdam te hebben bereikt en liep op het perron in de armen van Carla, die hij ter plekke heeft verleid, en met wie hij kort daarop ging samenwonen. Meral Uslu maakte de prachtige documentaire De kinderen van mijn Vader (2010) over de unieke levenswandel van Uslu senior, en met name diens onweerstaanbare aantrekkingskracht op vrouwen die een aantal buitenechtelijke kinderen tot gevolg had.

Mannen als Ata waren in het Haarlem van de jaren zestig en zeventig niets minder dan een sensatie: gesoigneerde, knappe mannen met een snor die soms aan de fabriekspoort werden opgewacht door een horde plaatselijke vrouwen op zoek naar een exotisch verzetje. En waarschijnlijk, zegt Atilay, die trouwens sprekend op zijn vader lijkt, qua uiterlijk dan, is zijn vader zo ongeveer singlehanded verantwoordelijk voor de aanwezigheid van de circa 4.500 zielen die de Turkse gemeenschap in Haarlem en omstreken tegenwoordig telt. Al snel na aankomst begon Ata, ondernemer pur sang, naast het runnen van een koffiehuis en een pension illegaal dorpsgenoten naar Nederland te smokkelen - eerst met een mini-bus, later met een volwassen touringcar. Werk was er in Nederland immers in overvloed, Turkse werknemers waren er zat in de omgeving van Yeni Kapi en het naburige stadje Emirdag. Tegen betaling nam Uslu Senior ze mee naar het Beloofde Land.

'Bij de grens tussen oost en west, van Joegoslavië en Oostenrijk, liet mijn vader iedereen uitstappen', weet Tuncay, die als kind een paar keer mee mocht. 'Dan wees hij naar een berg, daar moeten jullie overheen, we zien jullie aan de andere kant. Wij reden dan met de bagage langs de grenswegovergang - hoe we daar mee wegkwamen begrijp ik nog niet - en pikten onze passagiers aan de andere kant weer op. We zijn er wel eens een paar kwijtgeraakt. Die waren misschien verdwaald of bang geworden.'

Gezinshereniging

Moeder Fadime vond het op zeker moment wel mooi geweest met alle Carla's en de sporadische vakantie-bezoekjes van het gezinshoofd en voegde zich op 16 december 1969 met de kinderen bij haar man in Haarlem, geheel in de trend van de gezinshereniging. Al snel werden de twee oudste kinderen weer teruggestuurd naar Turkije, om door hun grootmoeder te worden grootgebracht - een gezin met vrouw en vier kinderen werd vrijbuiter Ata kennelijk net iets te veel - maar na een paar jaar mochten ook zij weer naar Haarlem komen en was het gezin eindelijk compleet. Atilay: 'We zijn daarna nog een paar keer in ons oude dorp op vakantie geweest en toen was het klaar. We hadden het daar wel gezien'.

Dat is opmerkelijk, want zo ongeveer alle andere afstammelingen van Emirdag en omgeving keren in de zomermaanden wel degelijk nog elk jaar terug naar het moederland, waar ze dus iedereen tegen het lijf lopen die ze het hele jaar in Haarlem of Beverwijk ook om zich heen hebben. Ze kopen er land en laten grote villa's bouwen om elkaar de loef af te steken en te laten zien dat ze het hebben gemaakt in het buitenland. Kom je in de zomer hier, zegt Atilay, is de bevolking verveelvoudigd en kun je op elke hoek van de straat uit de voeten met Nederlands (of Vlaams, want er is ook een smaldeel in Brussel en Gent neergestreken).

Toen ze hier nog met vakantie kwamen, werden de Uslu's, net als alle andere vakantieturken, 'Alman', Duitsers, genoemd, naar de plaats waarheen ooit de eerste gastarbeiders vertrokken. Want vergis je niet, zegt Atilay, al kwamen ze hier vandaan; ze werden hier als buitenlanders beschouwd door de 'Turkse Turken'. En thuis in Nederland ook, door de autochtone Nederlanders. Dat maakt het ook zo moeilijk, zegt Atilay, om de vraag te beantwoorden of hij zich meer Nederlander dan Turk voelt. Het is geen van beide, allebei, of van allebei een beetje, of eigenlijk een uniek mengsel van beide.

Atilay met zijn broer Tuncay. Beeld Cigdem Yuksel
Atilay met zijn broer Tuncay.Beeld Cigdem Yuksel

Atilay Uslu, in Nederland een progressieve, ruimdenkende en liberale man, is bijvoorbeeld opvallend genuanceerd over het conservatieve bewind in Ankara. 'De AKP (van de controversiële president Erdogan, red.) heeft veel betekend voor de ontwikkeling van Turkije. En de president heeft wel de steun van meer dan de helft van de Turkse bevolking, dat mag je niet negeren. Vergeet niet: in de tijd dat de progressieve seculieren het in Turkije voor het zeggen hadden, hebben ze die 'achterlijke conservatieven' altijd zeer slecht behandeld. Je kunt je ergens wel voorstellen dat de conservatieven een beetje revanche willen nemen'.

Atilay hoopt en gelooft dat de groepen uiteindelijk een manier zullen vinden om vreedzaam samen te leven. 'We zijn toch allemaal Turken', om daar meteen aan toe te voegen dat er eigenlijk niet zoiets bestaat als 'de Turk'.

'Er wordt gezegd dat de oorspronkelijke etnische Turk uit Azerbeidzjan stamt. Onze familie komt oorspronkelijk uit het gebied dat nu Syrië heet. Maar dat was destijds natuurlijk ook Turks.'

Over integratie in Nederland: 'Wat mij zo verbaast, is dat er in Nederland nauwelijks buitenlanders in raden van bestuur of op andere hoge posten zitten. Je zou toch zeggen: als je spullen aan die mensen wilt verkopen, als je samen in dit land wilt wonen, is het handig hun cultuur te leren kennen, en dat kan alleen maar als je die in huis haalt.'

Zelf is hij weliswaar trots op zijn Nederlanderschap en op Nederland, maar méér en op een dieper niveau op zijn Turkse roots en op Turkije. Zo mag Atilay graag vertellen dat Nederland niet eens had bestaan als het niet tijdens de Geuzenoorlog tegen Spanje financieel en militair was gesteund door de Turken; die ook nog eens in de Middellandse Zee een tweede front openden tegen de imperialistische Spanjaarden, én die als eersten de jonge Republiek erkenden en haar een ambassadeur in Turkije toestonden. Ook roemt Atilay de Turkse gulheid: 'Turken willen graag veel verdienen, maar geven ook graag geld uit. Dat hebben Nederlanders niet. Gelukkig hebben we bij Corendon mensen in dienst die Nederlanders het plezier van geld uitgeven kunnen bijbrengen.'

In het koffiehuis in een dorpje verderop, Adayazi. Beeld Cigdem Yuksel
In het koffiehuis in een dorpje verderop, Adayazi.Beeld Cigdem Yuksel

Uitgestorven dorp

Inmiddels hebben we in Yeni Kapi na grondig buurtonderzoek twee levende zielen weten te spotten: iemand op het balkon van een villa, kennelijk een neef, maar niet de moeite van een praatje waard, en iemand in de deuropening van de minimarkt, het enige winkeltje. Zelfs in het koffiehuis: niemand. We zoeken het een dorpje verderop, in Adayazi, de geboorteplaats van vader Ata en home of de Uslu's. Er is een koffiehuis, een vervallen keet met kantinetafeltjes en in het midden een potkachel, waaromheen een stuk of tien mannen thee zitten drinken. Op de kabeltv is een dramatische Turkse soap. Atilay en Tuncay wordt onmiddellijk gevraagd waar ze vandaan komen. Dat is gewoonte in Turkije. Iedereen komt ergens vandaan - ook binnen Turkije wordt als een dolle gemigreerd en het is eerder regel dat uitzondering dat men op enig moment in het leven de wijk neemt naar een plek waar de kansen op een beter bestaan groter lijken.

In het koffiehuis - waarvan de uitbater, een echte spijtoptant, uit Haarlem komt en dus prima Nederlands spreekt - vinden we een zoon van de broer van de grootvader van Atilay en Tuncay: onze eerste echte levende Uslu. De mannen praten een tijdje over verre familie - de oude man heeft 56 kleinkinderen - de andere mannen luisteren mee. Natuurlijk komt ter sprake dat Atilay eigenaar is van Corendon. Een beroemdheid, die iedereen de hand wil schudden. Wie hier woont, is landbouwer, herder of bewaakt de villa's van familie in het buitenland.

We sluiten ons bezoek af in Emirdag (19 duizend inwoners), het bloeiende centrum van de elf dorpjes in de buurt. Hier komt iedereen op dinsdag zijn waar verkopen en inkopen doen op de grote markt, het onbetwiste sociale hoogtepunt van de week. En inderdaad: het is een drukte van belang. Loop je over de dinsdagmarkt, dan waan je je vijftig jaar terug in de tijd: verweerde koppen, armoede en hoofddoeken, maar ook - positief blijven - verse groenten, kaas, vlees en, een hele markthal vol, yoghurt. Best leuk, dat Emirdag, om een uurtje rond te wandelen en kruidige gehaktgerechtjes ('De beste köfte!') te eten met zoete pompoen als toetje.

Als Ata Uslu niet de sprong had gewaagd, hadden zijn zoons misschien hier hun leven moeten slijten. Atilay Uslu mijmert er een momentje over. Hij wil niet dat de mensen in zijn geboortestreek ook maar een moment de indruk krijgen dat hij zich boven hen verheven voelt. Zo is het niet. Maar daar wonen en leven? 'Gelukkig niet'.

Meer over