Heuvels boezemen Roodhuid geen angst in

Op de derde maandag van april, op Patriot's Day, wordt voor de honderdste maal de marathon van Boston gehouden. In 1897 gingen achttien lopers van start, overmorgen beginnen veertigduizend deelnemers aan hun 42195 meter in Massachusetts....

ROLF BOS

BOSTON BILLY rent maandag ook weer mee. Bill Rodgers is inmiddels 48 jaar en hij denkt 2 uur en 45 minuten nodig te hebben om de marathon van Boston te voltooien. Een nette tijd, maar lang niet zo snel als de 2.09.27 die hij in 1979 gebruikte om het ruim 42 kilometer lange traject tussen voorstad Hopkinton en de Prudential Tower in de hoofdstad van Massachusetts af te leggen.

Rodgers begint op 'Patriot's Day' aan zijn zestiende marathon van Boston (hij won in de jaren zeventig vier keer), maar was eigenlijk al gestopt, vertelde hij onlangs aan The New York Times. 'Ik was gepensioneerd loper. Maar mensen bleven maar vragen: wanneer loop je weer mee, zodat ik het maar weer eens wilde proberen.' In zijn hoogtijdagen trainde hij soms 320 (!) kilometer per week, nu 'beperkt' hij zich tot 130 kilometer.

Rodgers is maandag bij lange na niet de oudste atleet die aan de start verschijnt van de 42.195 meter van Boston. Liefst 104 deelnemers zijn ouder dan zeventig jaar, vijf van hen zijn zelfs over de tachtig. Marathon-man Alfred Gibson uit Ascot, Engeland, is 89 jaar.

Dat is echter nog niet zo oud als de marathon van Boston zelf. Maandag wordt voor de honderdste maal langs de boorden van de rivier de Charles gedraafd. Daarmee is 'Boston' de oudste stadsmarathon; alleen de Olympische marathon (Athene; 1896) is ouder - in tegenstelling tot een wijdverbreid misverstand liepen de klassieke Grieken zelf nooit een 'marathon'. Op de Spelen van Olympia stond geen 42 kilometer op het programma, hoogstens werd er gespurt over 24 stadia, zo'n vijfduizend meter.

Het waren leden van de Boston Athletic Association die in 1897 de allereerste Boston-marathon organiseerden. Een aantal van hen had het jaar daarvoor de eerste marathon van de Spelen van Athene meegemaakt. Ze zagen een overeenkomst in de mythische (en hoogstwaarschijnlijk verzonnen) loop van Pheidippides en de tocht van hun 'eigen' Paul Revere.

Pheidippides zou gedraafd hebben tussen het plaatsje Marathon - waar de Grieken in 490 voor Christus de Perzen versloegen - en Athene: Verheugt U, wij hebben gewonnen. Revere waarschuwde de Bostonians vele eeuwen later ten tijde van de Amerikaanse vrijheidsoorlog - per paard! - dat de dekselse Engelsen onderweg waren.

De marathon is een bedenksel van de Fransman Michel Breal, zelf helemaal geen loper maar een bedaarde hoogleraar geschiedenis aan de Parijse Sorbonne, met een grote interesse voor de klassieke oudheid. Hij wist Baron Pierre de Coubertin over te halen de lange-afstandsloop op het programma te zetten van de eerste moderne Olympische Spelen in Athene, nu precies honderd jaar geleden.

Op 10 april 1896 stonden bij deze eerste Olympische marathon twaalf Grieken en vier buitenlanders gereed in het plaatsje Marathon voor hun historische loop. Na 2 uur, 58 minuten en 50 seconden kwam postbesteller Spiros Louis het Atheense Panathinakou-stadion binnen, dat speciaal voor eerste moderne Spelen was gebouwd - en waar op 12 september 1982 Gerard Nijboer Europees kampioen werd.

Oude kronieken beschrijven de binnenkomst van Spiros Louis: 'Een Griek! Een Griek! Daar kwam hij het stadion binnen - alléén, vuil van het stof, met een van inspanning vertrokken gezicht.' Louis was op slag een held, en meteen prof: Een Atheense kapper bood hem voor het leven vrij scheren aan, daarnaast was er duizend kilo chocolade, èn een paard en wagen van de Griekse koning. Een mooie parallel met moderne, zegevierende atleten, die niet zelden een auto krijgen.

De atleten van de Boston Athletic Association waren onder de indruk. Precies een jaar en negen dagen na de wedstrijd in Athene, op 19 april 1897, gingen in Boston achttien atleten van start, 'in rundlederen schoenen met onbuigzame zolen', aldus Runner's World, dat vervolgt: 'Een eeuw geleden beschouwde men een marathon niet zozeer als een atletiekwedstrijd, maar veeleer als een zaak van leven of dood: lichaam en geest werden danig op de proef gesteld. De meeste toeschouwers verwachten dan ook op z'n minst dat een van de atleten aan de inspanning zou bezwijken.'

Dat laatste gebeurde niet. Er werden door de vele toeschouwers wel flinke weddenschappen afgesloten, vele rijtuigen probeerden de atleten te volgen. Koploper John McDermott had soms last van het publiek, moest zelfs een keer stoppen vanwege kramp, maar werd weer op de been geholpen door zijn begeleider, die zijn linkerbeen masseerde. Met bloedende voeten kwam hij over de streep, in 2.55.10, op een parkoers dat toentertijd overigens nog 'slechts' 39.7 kilometer mat.

Sindsdien in 'Boston' elk jaar gehouden, vanaf de jaren twintig wel degelijk over de correcte 42.195 meter. Economische crises noch wereldoorlogen konden het evenement stoppen - alleen in 1918 werd een teamwedstrijd voor militairen gelopen. Het parkoers is ook altijd min of meer hetzelfde gebleven. In tegenstelling tot veel andere marathons wordt in Massachusetts van 'point to point' gelopen, het is een race zonder keerpunt. Een officieel wereldrecord kan er dan ook niet gevestigd worden.

Het is een snel parkoers, dat buiten de slopende klim naar Heartbreak Hill, voornamelijk heuvelafwaarts loopt. Vaak ook geeft een vriendelijke westenwind de atleten een duwtje in de rug. In 1975 werd voor het eerst (door Bill Rodgers) onder de 2 uur en tien minuten gelopen, daarna volgden vele beroemde atleten die hetzelfde presteerden - Robert de Castella, Alberto Salazar, Gelindo Bordin en de winnaar van 1993, '94 èn '95, de Kenyaan Cosmas N'Deti, met een beste tijd van 2.07.15.

N'Deti won driemaal, Rodgers viermaal, maar dat aantal valt in het niet bij de prestaties van Clarence DeMar, die al in 1911 won, en daarna, in 1922 op 33-jarige leeftijd opnieuw aan de start verscheen. Hij was al gestopt met rennen, maar een sneeuwstorm dwong hem naar zijn werk te lopen, in plaats van met de auto te gaan. Dat beviel goed - weer zo'n rare aanleiding om marathons te gaan lopen.

De Boston Globe had DeMar al afgeschreven: 'Hij was een groot loper in zijn tijd.' DeMar lachtte erom, en won. Het kunststukje herhaalde hij in 1923, '24, '27, '28 en '30. Een fraaie bijnaam viel hem ten deel: mister DeMarathon.

In de statige stad waar ooit met het in zee gooien van bundels thee de Amerikaanse revolutie een aanvang nam, staat traditie hoog in het vaandel geschreven. Heel lang werden er geen startgelden betaald. Pas in de jaren tachtig werd dat 'verzuim' (heel) goed gemaakt: Robert de Castella incasseerde in 1986 liefst 250 duizend dollar aan prijzengeld. Op andere fronten is de organisatie vasthoudender: De wens van televisiezenders om de wedstrijd van de maandag naar de interessantere zondag te verplaatsen, is nooit gehonoreerd.

Vrouwen mochten pas in 1972 officieel aan de start verschijnen. In 1966 rende Roberta Gibb al officieus mee, heur haar in een capuchon verborgen. Een jaar later deed Katherine Switzer hetzelfde - een beroemde foto toont hoe een boze official haar van de weg probeert te halen.

De laatste jaren zijn het - net als elders in de wereld - niet-westerse lopers die in Boston bij de mannen-wedstrijd domineren: atleten uit Kenya en Ethiopië. Lang voorbij zijn ook de tijden dat locale indianen aan de oostkust van New England zegevierden. In 1936 en '39 ging Ellison 'Tarzan' Brown, een Narragaset-indiaan, als rapste over het parkoers.

En Tarzan was niet de eerste Indiaan die won. Al in 1907 was Tom Longboat, een Onondaga-indiaan, de snelste. Sommige zaken veranderen niet: Later verklaarde Longboat dat hij 'had genoten van de uitzinnige mensenmassa, maar dat hij bijna was geveld door de uitlaatgassen van de vele auto's en motoren. . .'

Andere zaken veranderen wèl. De Boston Globe gebruikte de dag na de winnende race van Longboat een kopregel die anno 1996 ongetwijfeld niet langer als 'politiek correct' zal worden beschouwd: Heuvels boezemen Roodhuid geen angst in.

Rolf Bos

Meer over