Hetzelfde en toch anders

Het is nauwelijks voor te stellen, maar de aula van de nieuwe begraafplaats Zwaanshoek is ontworpen door Gerrit Rietveld. Een opnieuw gebouwd monument, als kopie van 'de oude aula' in Hoofddorp....

Door Machteld van Hulten

Normaal kan dit alleen maar in een film of boek: je staat voor een gebouw en even later, op een totaal andere plek, sta je wéér voor precies dat gebouw. Hetzelfde!

Sindskort kan het ook in het echt. Voor zolang het duurt. In de Haarlemmermeerpolder. Architect Bertus Mulder laat het zien. 'Dit is dus de oude aula', zegt hij terwijl hij rondloopt in de ontvangstruimte op Begraafplaats Wilgenhof in Hoofddorp. Het grotendeels glazen gebouw is een originele Rietveld uit de jaren zestig, en staat op de lijst om gesloopt te worden. De reden: laag overscherende vliegtuigen verstoren sinds de aanleg van de vijfde Schipholbaan de rust; de begraafplaats raakt langzaam buiten gebruik.

Even later stapt de architect in zijn auto. Hemelsbreed vijf kilometer schat hij de tussenliggende afstand. Hij gaat rechtsaf, de N201 op richting Hoofddorp Overbos, en dan linksaf bij Zwaanshoek, de Spieringweg in. Na twee minuten geeft hij een stoot met zijn elleboog: kijk, daar heb je hem, 'de nieuwe aula'.

Zoals ie daar ligt, midden in de polder op de nieuwe begraafplaats Zwaanshoek, is het moeilijk voor te stellen dat dit het ontwerp is van een van Nederlands grootste architecten uit de vorige eeuw. Zo strak en modern. Binnenkort wordt de nieuwe Rietveld officieel in gebruik genomen. 'Het is precies hetzelfde gebouw en toch lijkt het totaal anders', zegt Mulder, verantwoordelijk voor de herbouw. Groot verschil: destijds kostte de aula 230 duizend gulden, nu is dat 'ongeveer acht keer zoveel'.

Het komt weinig voor, een monument dat wordt herbouwd. Mulder herinnert zich twee gevallen: het Sonsbeekpaviljoen van Rietveld uit Arnhem, dat werd verplaatst naar het Kröller Müller Museum, en het wereldtentoonstellingspaviljoen van Mies van der Rohe in Barcelona, dat op de originele plek werd herbouwd. Het unieke in Hoofddorp is nu nog dat de twee versies naast elkaar bestaan. Leuk spel: zoek de verschillen.

'Het gebouw volgt de route van de begrafenisplechtigheid', legt Mulder uit. Via een laagbouw worden de nabestaanden binnengeleid in een door glazen wanden omgeven ruimte die worden doorkruist door de horizontale en verticale houten kozijnen. De langwerpige zaal waar de begrafenisplechtigheid plaatsvindt, ligt ingesloten tussen twee verticale, bakstenen 'blokken' van acht meter hoog. Zijdeuren geven toegang tot de begraafplaats; de kist verlaat het gebouw via de laagbouw aan de achterkant. Een overkapt pad leidt ten slotte terug naar de ingang, waar ook de koffiekamer annex condoléanceruimte is gelegen.

Het is gek: een 'Rietveld' die met geen vinger door de meester zelf is aangeraakt. Bertus Mulder (74), die de beroemde Utrechtse architect Gerrit Thomas Rietveld (1888-1964) goed heeft gekend, maakt het niets uit: 'Als architect moet je het werk altijd overlaten aan bouwvakkers. Het oude gebouw heeft Rietveld ook nooit gezien; hij overleed nog voor de oplevering.

'De herbouw is op basis van dezelfde tekeningen gebouwd, maar dan beter en mooier. Dit is meer een Rietveld dan de oude aula in de huidige staat.'

Dat het oude gebouw moet worden afgebroken, vindt Mulder dan ook niet meer dan normaal. Zonder één zweempje nostalgie: 'Rietveld bouwde niet voor de eeuwigheid. Hij ging ervanuit dat de behoefte van de mens veranderde. Bovendien: wanneer je een monument herbouwt, moet het oude weg. Anders boet het aan waarde in.'

Een belangrijker argument is dat de oude aula in de loop van de jaren erg 'pokdalig' is geworden, verloederd. 'Die muur van geglazuurd baksteen is overal aan het afbladderen. Vroeger werden bakstenen twee keer gebakken, eerst zonder en daarna mét glazuur. De nieuwe bakstenen zijn gemaakt volgens het éénbaksysteem - ze gaan meteen met glazuur en al de oven in. Afbladderen gebeurt nu niet meer.'

Tijdens een rondgang door het oude gebouw wijst Mulder op de vele 'ongerechtigheden': blauwe kozijnen die eigenlijk grijs hadden moeten zijn, een overkapping van asbestcement ('mag nu niet meer'), metselwerk waaraan je kunt afzien hoe hoog de steiger van de metselaar reikte, zinken randen aangebracht tegen lekkage, spierwitte bakstenen in een verder zachtgrijze buitenmuur, gescheurde voegen, een verstevigingsbalk in het onderraam die het lijnenspel van de kozijnen verstoort.

Mulder: 'Aan de gebouwen van Rietveld ligt altijd een maatsysteem ten grondslag; daardoor krijgen alle onderdelen een logische plek in de ruimte. Dit gebouw is gemaakt in een stramien van 3,30 bij 3,30 meter. De ramen hebben die maat, de kozijnen staan niet haaks maar schuin op de gevel in de richting van dat raster, enzovoorts. In de oorspronkelijke versie lag hier grijs linoleum met witte stroken die precies de dwarslijnen van het stramien volgen. Dat zal je zo in de nieuwe aula wel zien.'

Tevreden loopt Mulder door de nieuwe zaal. De vorige keer dat hij hier was, stond de bank in de hal nog niet op de juiste plaats. En er was nog iets aan te merken op het meubilair dat opnieuw is geschilderd en gestoffeerd. Nu is alles klaar voor de oplevering. Alleen over het Nooduitgang-bordje achter het spreekgestoelte is Mulder nog in gesprek met de brandweer. 'Dat is geen gezicht zo.'

'Het bijzondere is dat dit soort gebouwen tegenwoordig niet meer wordt gebouwd. Zo elementair, zo simpel van opzet. Vorm is tegenwoordig veel gecompliceerder. Eigenlijk gaat het hier vooral om het licht.'

Zo'n twee jaar geleden werd Mulder door de gemeente Haarlemmermeer gevraagd voor dit project. 'Ik had toen net in Badhoevedorp, ook gemeente Haarlemmermeer, een school van Rietveld gerestaureerd.'

Als jonge architect eind jaren vijftig kwam Mulder vaak bij Rietveld over de vloer. In zijn huis staat nog steeds Rietveldmeubilair. In het boek Gerrit Thomas Rietveld, Leven denken werken memoreert hij hoe hij een tijd in het huis woonde aan het Vredenburg in Utrecht, dat 'van de klerenhangers tot de beroemde meubels' door Rietveld was ontworpen. Bij de betrekking van het huis zei de architect: 'Wat je kunt gebruiken, dat gebruik je maar, en de rest donder je maar weg.'

Een aantal jaren hielp Mulder Rietveld bij de technische uitwerking en realisering van zijn bouwwerken. Maar hij hield ook afstand: 'Ik heb Rietveld altijd heel erg bewonderd. Ik heb vóór zijn bureau gewerkt maar wilde nooit ín zijn bureau werken. Ik moest mijn eigen weg gaan. Ik wilde geen kleine Rietveld worden.'

Meer dan in directe zin, op zijn bouwen, is Rietveld van invloed geweest op Mulders mentaliteit, op zijn 'mens zijn'. 'Rietveld was altijd op zoek naar de vreugde van het bestaan, hij kon heel bewust genieten, van zo'n mooie dag als vandaag, van die mooie witte wolken daar.'

Na de dood van Rietveld richtte Mulder zich naast zijn eigen werk op de restauratie van diens werk; hij renoveerde een aantal woonhuizen in Den Haag, Blaricum en Petten, scholen, en niet te vergeten het wereldberoemde Rietveld-Schröderhuis - het woonhuis van Truus Schröder, geliefde en muze bij wie Rietveld na de dood van zijn eerste vrouw introk.

In zijn boek herinnert hij zich Rietveld als een 'oorspronkelijk en vrij mens, totaal vervuld van zijn werk, die door zijn intuïtie, creativiteit en vakmanschap zeker was van wat hij wilde maken'. 'De dagelijkse beslommeringen trad hij zo tegemoet dat ze hem zo min mogelijk van zijn wezenlijke passie afhielden', waardoor hij op mensen vaak ''een wat wereldvreemde indruk'' maakte.

'Wat ik van Rietveld heb geleerd is vooral de helderheid van vorm, de duidelijkheid, het zoeken naar eenvoud in oplossingen. Bij problemen zoek ik net zo lang totdat ik iets vindt wat er vanzelfsprekend uitziet; dat geldt ook voor dit gebouw. Rietveld hoefde niet te zoeken, die zag het meteen.'

Bij de herbouw van de aula had Mulder twee dingen voor ogen. Hij wilde het nieuwe gebouw geheel 'in de geest van Rietveld herbouwen' én hij wilde het bouwtechnisch en constructief aanpassen 'zodat het de komende eeuwen kan trotseren'.

Cruciaal in het hele project was de ligging. Het nieuwe gebouw moest en zou in dezelfde richting ten opzichte van de zon worden gebouwd als het oude. 'Licht speelt in deze aula, en in het hele oeuvre van Rietveld, een zeer belangrijke rol', aldus Mulder. 'Als je de ligging verandert, krijg je een andere lichtval, en dus een heel ander gebouw.'

Mulders aanpassingen zijn voor het blote oog vrijwel onzichtbaar. Neem de isolatie langs de glazen wanden. H-balken zijn vervangen door twee U-balken die met hun rug naar elkaar toe staan. In de ruimte ertussenin zit nu een goede isolatielaag; de vorm is hetzelfde gebleven. Vocht en tocht worden verder tegengehouden door dubbele beglazing en luchtdichte hefschuifdeuren.

'Rietveld was wat argeloos met die constructies. Hij werkte met de materialen die er waren en dacht niet na wat er op den duur mee zou gebeuren. Alle metalen steunbalken in de oude aula zijn in het metselwerk ingewerkt. Die zijn nu allemaal verroest.'

Alleen een scherp oog ziet de verschillen. Het zeepbakje in de wc? 'Ja, die worden niet meer gemaakt. We hebben het er proberen uit te hakken maar dat is niet gelukt.' De grootste verandering is wel de opening in de muur naar de koffiekeuken, een soort bar. 'Dat is gewoon makkelijk in het gebruik.' Ook heeft Mulder, op verzoek van de begrafenisondernemer, het 'Spartaanse meubilair' in de condoleanceruimte vervangen door iets comfortabelers. Hij hoefde aan niemand verantwoording af te leggen. 'Ik weet meer van zijn werk dan de erven Rietveld', verklaart hij.

Voor de rest is tot in de details geprobeerd het gebouw te kopiëren. De handgrepen van de schuifdeuren in de hal zijn overgeplaatst. De lampjes in het plafond van de koffiekamer zijn zo nagebouwd dat het licht identiek is en toch wordt voldaan aan de huidige veiligheidsvoorschriften. Zelfs het plafond van zachtboardplaten is nagemaakt; de hoekprofielen zijn van staal. 'Dit is echt Rietveld', zegt Mulder in de deurpost van de wc. 'Dat wordt tegenwoordig niet meer zo gemaakt.'

En dat is het interessante aan het gebouw: de combinatie van nieuwe technische toepassingen met oud ambachtelijk werk. Mulder: 'Ik ben elke week langsgeweest. Voor die bouwers is het allemaal anders, de constructies zijn heel anders dan ze gewend zijn.'

Een staaltje van vakmanschap is het egale metselwerk: geen spoor van steigers meer te bekennen. 'Weinig metselaars van nu kunnen zo'n kalkzandstenen muur netjes zetten, omdat die tegenwoordig alleen nog maar dient als ondergrond om overheen te stucadoren. Maar bij Rietveld zijn kalkzandstenen muren ''schoon werk''.

'In de ruwbouwfase moest alles meteen al goed zijn. Dat vereist zoveel zorg. Normaal worden alle hoeken en gaten weggewerkt met aftimmeringen, maar die heb je hier helemaal niet. Het gaat hier niet om centimeters, maar om milimeters.'

Wie de gedreven en vooruitstreven Mulder hoort praten, vergeet dat hij al lang en breed de pensioengerechtigde leeftijd is gepasseerd. Nog steeds werkt hij in 'het bureau' - de Werkplaats voor Architektuur Utrecht die hij in 1960 oprichtte en die inmiddels door zijn dochter is overgenomen. Hun volgende project is de restauratie van de naoorlogse woonwijk Frankendael, bedacht door de beroemde stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren in de Amsterdamse Watergraafsmeer.

Op starheid valt de Utrechtse architect niet te betrappen. 'Nee, Rietveld is niet de belangrijkste architect, hij is dood. Een bureau als Mecanoo heeft de opvattingen van het Nieuwe Bouwen opgepikt, vertaald en gebruikt. Op een hele goede manier. Koolhaas is nu een toonaangevende architect.'

Meer over