Reportage

Het zuiden van Italië snakt naar miljarden uit het Brusselse Herstelfonds

Een station even buiten Matera, een project waaraan al veertig jaar af en toe wordt gewerkt, en dat dan weer stilligt. Een trein naar het zuiden van Italië zoals de bedoeling was, rijdt er nog steeds niet. De inwoners hopen op het Herstelfonds.  Beeld Giulio Piscitelli
Een station even buiten Matera, een project waaraan al veertig jaar af en toe wordt gewerkt, en dat dan weer stilligt. Een trein naar het zuiden van Italië zoals de bedoeling was, rijdt er nog steeds niet. De inwoners hopen op het Herstelfonds.Beeld Giulio Piscitelli

Italië wil met het Europese Herstelfonds voor corona ook het achtergebleven zuiden ontwikkelen. Dat is vaker geprobeerd, veel haalde het meestal niet uit. Zijn de kansen nu beter? Als Europa maar toezicht op ons houdt, klinkt het, kan het deze keer beter aflopen.

Als een moderne tempel schittert het nieuwe Centraal Station van Matera in de brandende zon. Gevels van zandkleurige natuursteen en stijlvolle donkere staalplaten, overkoepeld door een imposant metalen dak met zonnepanelen dat gedragen wordt door zilverkleurige zuilen. Buiten heeft de creatie van sterarchitect Stefano Boeri de allure van een luchthaven, binnen blijkt zij niet meer dan een dorpsstation. Slechts één keer per halfuur stopt een dieseltrein, het boemeltje naar Bari dat een handjevol passagiers meeneemt.

‘Het is een façade’, briest Nicola Pavese, een besnorde vijftiger die ijvert voor de aansluiting van het Zuid-Italiaanse Matera op het nationale spoorwegnet. De toeristische trekpleister Matera had geen behoefte aan architectonische prestigeprojecten, zegt hij, wel aan een goede verbinding met de rest van Italië. Al veertig jaar wordt gewerkt aan een spoorlijn van Matera naar Ferrandina, 40 kilometer naar het zuiden. Van daaruit zou het hele land kunnen worden bereikt.

Helaas, die spoorlijn werd nooit afgemaakt. Pavese neemt ons mee naar een spookstation, even buiten Matera. Eind jaren tachtig werd het al dichtgemetseld. Tussen de perrons, waar de rails had moeten liggen, groeien nu boompjes. Onder de vorige regering, van Giuseppe Conte, werd een aandoenlijke poging gedaan het werk te hervatten. De pilaren op de perrons zijn fris geschilderd, op de enorme parking wijzen verkeersborden de juiste richting aan automobilisten die nooit gekomen zijn. Voor het dichtgemetselde stationsgebouw zijn een paar rolstoelen op het wegdek geschilderd. Het station heeft misschien geen rails, maar wel parkeerplaatsen voor gehandicapten. ‘Door corona is het werk weer stilgelegd. Wij hopen dat het Europees Herstelfonds kan worden gebruikt om de spoorlijn eindelijk te voltooien’, zegt Pavese.

Plannen

Precies een jaar geleden werd op een marathontop in Brussel keihard onderhandeld over een Herstelfonds om de economische schade van de coronapandemie te repareren, vooral in Zuid-Europa. Inmiddels zijn de meeste nationale herstelplannen goedgekeurd. Vanaf deze zomer gaan de miljarden stromen.

Italië is de grootste begunstigde, met 191,5 miljard euro – 68,9 miljard als gift en 122,6 miljard als lening. Italië gaat door het hele land hogesnelheidslijnen aanleggen en glasvezelkabels trekken. Het waterbeheer wordt verbeterd, evenals de vuilverwerking die nu te vaak in handen van de maffia valt. Minstens zo belangrijk zijn de minder zichtbare onderdelen van het plan. De bureaucratie moet worden teruggedrongen en de notoir trage rechtspraak gestroomlijnd, zodat Italië een aantrekkelijker land wordt om zaken te doen.

Het droevige verhaal van het spoorlijntje tussen Matera en Ferrandina laat echter zien dat geld besteed in Italië niet per se nuttig besteed geld is. Er is al zo vaak geprobeerd de Italiaanse economie te versterken, met Italiaanse en Europese fondsen. Zal het Herstelfonds slagen waar eerdere pogingen faalden?

De sleutel ligt in de Mezzogiorno, het Zuiden van Italië, zegt Erik Jones, hoogleraar Europese Studies aan de Johns Hopkins universiteit in Bologna. ‘Noord-Italië is het tweede industriegebied van Europa, een regio met een enorme creativiteit’, zegt hij. Maar het zuiden is relatief arm en achtergebleven, een blok aan het been voor het noorden.

Basilicata

Van de zuidelijke regio’s heeft Basilicata misschien de beste papieren om van het Herstelfonds te profiteren. Met 11 procent is de werkloosheid hoog, maar minder hoog dan in Calabrië of Sicilië (20 procent). Basilicata oogt eerder slaperig dan arm. Tussen de heuvels liggen lome stadjes aan een doorgaande weg waar niemand stopt en de slager de hele dag in de deuropening staat te wachten op een paar klanten. Oude mannetjes keuvelen bij het oorlogsmonument, jongeren zie je nauwelijks. Ze zijn vertrokken naar het noorden van Italië of Europa, op zoek naar werk en kansen.

De infrastructuur in Basilicata is aan het verkruimelen. Water is een van de speerpunten in het Italiaanse herstelplan. Basilicata heeft genoeg water, maar het lekt weg door verouderde leidingen. Stuwmeren kunnen onvoldoende gevuld worden omdat stuwdammen slecht zijn onderhouden.

In de regio Basilicata houdt het werk aan de waterleidingen nooit op. Die zijn zo verouderd dat er altijd wel ergens een lek opduikt.  Beeld Giulio Piscitelli
In de regio Basilicata houdt het werk aan de waterleidingen nooit op. Die zijn zo verouderd dat er altijd wel ergens een lek opduikt.Beeld Giulio Piscitelli

Bij Lavello ligt de indrukwekkende, bijna twee kilometer lange stuwdam van Rendina. ‘Tot 2001 werd hier ’s winters water verzameld in een stuwmeer, zodat we ’s zomer ons land konden irrigeren’, zegt tomatenkweker Saverio Di Ciommo. ‘Maar de dam is slecht onderhouden. Er kwamen scheuren in het beton, het water kwam omhoog.’ Uit angst voor een doorbraak werden de sluizen opengezet.

Het stuwmeer liep leeg, de watervlakte werd een bos, zo ver het oog reikt, met een open plek waar een schaapherder zijn kudde laat grazen. ‘Het kost me nu meer geld en moeite om mijn grond te irrigeren. Bovendien zou ik met meer water ook perziken en abrikozen kunnen kweken, waardoor ik minder afhankelijk zou zijn van een gewas’, zegt Di Ciommo. De boeren in de regio strijden nu voor restauratie van de stuwdam met geld van het Herstelfonds.

Het is niet zo dat er nooit eerder in Zuid-Italië is geïnvesteerd. Bij de dam van Rendina staat een verweerd bord, met het opschrift Cassa del Mezzogiorno, 1957. De Cassa del Mezzogiorno was een staatsfonds dat tussen tussen 1951 en 1991 miljarden lires in het zuiden stak, jaarlijks gemiddeld 0,65 procent van het bruto binnenlands product. De stuwdam van Rendina illustreerde het optimisme van de jaren vijftig en zestig: dankzij investeringen zou het zuiden worden meegetrokken in de economische groei die Italië destijds kende. Nu is het bouwwerk een monument van verloren illusies, van teleurstelling over het onvermogen van de Mezzogiorno zijn tragische geschiedenis te overwinnen.

Historische kloof

Al bij de Italiaanse eenwording in 1861 gaapte een kloof tussen het relatief moderne noorden en het feodale zuiden, waar grootgrondbezitters de bevolking klein hielden. In de jaren dertig werd de arts Carlo Levi onder Mussolini verbannen naar Aliano, een dorp in Basilicata. Hij schreef er een boek over, Cristo si è fermato a Eboli. Christus stopte bij de stad Eboli, ten zuiden daarvan restte slechts een godverlaten gebied van armoede en onwetendheid.

‘Niemand heeft dit gebied ooit aangeraakt, behalve als veroveraar of vijand of onopvallende bezoeker’, schreef Levi. ‘Voor de mensen in Basilicata betekent Rome niets: het is de hoofdstad van heren, centrum van een buitenlandse en kwaadwillende staat.’

De Mezzogiorno was altijd een land van wantrouwen waar het leven draaide om familie en relaties, en de notie van algemeen belang zwak ontwikkeld was. Zo verdampten hervormingen en investeringen op de harde aarde van onverschilligheid, incompetentie, corruptie, cliëntelisme en georganiseerde misdaad.

Gianfranco Tubito, voormalige burgemeester van het dorp Salandra, staat op een weggetje op zo’n barre, winderige hoogvlakte die Carlo Levi zo indringend beschreef. Op de heuvels in de verte draaien windmolens, zoals overal in Basilicata. ‘Allemaal maffia’, zegt Tubito. Ook de maffia vergroent, door subsidies voor windmolens op te strijken. Zodra er geld te verdelen is, staat de maffia vooraan. Dat zal met het Europees Herstelfonds niet anders zijn.

Er is een Italiaans gezegde dat we vaak horen tijdens onze rondgang door Basilicata: Tra il dire e il fare c’è di mezzo il mare. ‘Tussen zeggen en doen ligt de zee.’ Zullen alle mooie plannen werkelijk leiden tot hogere economische groei in Italië, zodat het land zijn hoge schuldenlast (160 procent van het bruto binnenlands product) kan financieren en terugdringen?

Hervormen

Puur economisch gezien zijn de bedragen daarvoor te klein, zegt onderzoeker Adriaan Schout van Instituut Clingendael: 191,5 miljard euro is veel geld, maar het is 3 procent van het bbp gedurende 3 jaar. ‘Maar misschien kan het Italië wel stimuleren om zich te hervormen’, zegt hij.

Toch is Schout sceptisch. ‘Die glasvezelkabels worden echt wel getrokken. Maar hervormen is veel moeilijker. Kijk maar naar Nederland. Hoeveel moeite kost het ons om de aftrek van de hypotheekrente te beperken of zzp’ers meer zekerheid te geven?’

Hoogleraar Erik Jones uit Bologna is optimistischer. ‘Natuurlijk is het Herstelfonds geen wondermiddel. Italië zal niet opeens Duitsland gaan inhalen. Maar het zuiden kan echt profiteren van hogesnelheidslijnen en breedbandinternet. En Mario Draghi voert belangrijke hervormingen door, in de bureaucratie en de rechtspraak. Als hij slaagt en het investeringsklimaat wordt verbeterd, kan echt vooruitgang worden geboekt’, zegt Jones. ‘De hervormingen zijn het belangrijkste. Geld zonder hervormingen is niet ons doel’, zegt Francesco Somma, voorzitter van de Confindustria Basilicata, de bond van industriewerkgevers.

Het Herstelfonds heeft in elk geval een resultaat geboekt: Europa en Italië hebben zich weer met elkaar verzoend. Amper een jaar geleden was Italië nog boos op Europa, vooral op minister Hoekstra van Financiën die durfde te zeggen dat het land te weinig buffers had opgebouwd om de pandemie op te vangen. ‘Als Italiaan voelde ik me toen vernederd, maar er zat wel een kern van waarheid in’, zegt tomatenkweker Saverio Di Ciommo.

Europa kwam over de brug met de miljarden van het Herstelfonds. In Italië maakte de anti-Europese coalitie van de Lega en de Vijfsterrenbeweging plaats voor een pro-Europese regering van nationale eenheid onder Mario Draghi. Toch is het evenwicht tussen Italië en Europa fragiel, zegt Erik Jones. Wat gebeurt er als Mario Draghi vertrekt bij de verkiezingen van 2023, zoals de verwachting is? In de peilingen leiden de extreemrechtse Lega en de nog rechtsere Fratelli d’Italia.

Maar voorlopig is er even rust. In het voorjaar van 2020 was bijna de helft van de Italianen voor een Ital-exit, in november was het nog maar 24 procent. En de mensen die we in Basilicata spreken, zeggen allemaal hetzelfde: Europa, wees streng voor ons! Als Europa maar toezicht houdt, kan het deze keer beter aflopen.

‘De uitvoering, dat is altijd het probleem geweest in Italië’, zegt industrieel Francesco Somma. ‘Het Herstelfonds is een uitzonderlijke kans om het zuiden van Italië dichter bij het noorden te brengen. We kunnen met het verleden breken, dankzij Europa.’

Het nieuwe Centraal Station van Matera is volgens critici vooral een fa­çade. Alles glimt en schittert, maar er vertrekt slechts één boemeltje per halfuur, naar Bari. Beeld Giulio Piscitelli
Het nieuwe Centraal Station van Matera is volgens critici vooral een fa­çade. Alles glimt en schittert, maar er vertrekt slechts één boemeltje per halfuur, naar Bari.Beeld Giulio Piscitelli

Werkloosheid/Bbp per inwoner

Noord-Holland 3,2 % 52,200 euro

Friesland 3,7 % 27,200

EU-gemiddelde 6,3 % 31,000

Lombardije 5,6 % 39,200

Basilicata 10,8 % 22,600

Calabrië 21 % 17,300

Meer over