Het zeilschip van de vrouwen is voor kerels gebouwd

De hele winter waren de vrouwen van de Rendix bezig technische kennis te vergaren en ze moesten vaak oefenen met het schip....

NANDA TROOST

KRACHT, echte mannelijke spierkracht, ontbreekt. Maar verder is op de Rendix alles aanwezig: veel zeezeilervaring, genoeg technische kennis om als het moet de navigatie-apparatuur te repareren en vooral de wil om te winnen. Niets bijzonders dus, zij het dat de bemanning uit twaalf vrouwen bestaat en er zo voor het eerst sinds jaren weer een volledig vrouwelijke ploeg meevaart in een zeilrace; de eerste lange-afstandsrace Holland-Vilamoura in zuid-Portugal.

Een geheel vrouwelijke bemanning als deelneemster aan een zeilrace is een zeldzaamheid. Zo'n acht jaar geleden maakte The Maiden furore als eerste vrouwenschip bij de Whitbread, de race om de wereld die elke vier jaar wordt gehouden. The Maiden was succesvol; werd tweede in een etappe.

In de laatste Whitbread deed ook een door vrouwen bemand schip mee, de Heineken. En in Amerika bereidt een vrouwenteam zich voor op de America's Cup. 'Er rust een last op onze schouders', zegt schipper Lida Eppenga (48 jaar, fysiotherapeute) van de Rendix. 'Deze race is weliswaar veel korter, maar er wordt naar ons gekeken. Mislukken we, dan kunnen we het voorlopig wel vergeten.'

Het initiatief om een schip weer eens met alleen vrouwen te bemannen, ligt bij een man. Zakenman Anton Renes plaatste vorig jaar een advertentie, waarin hij vrouwen opriep zich te melden. Sinds april dit jaar heeft de bemanning alle weekeinden gevaren, vaak in Nederland.

Vanmiddag is de start, anderhalve mijl uit de kust bij Hoek van Holland. Het traject voert de zeilers - er zijn 53 deelnemers, verdeeld over de race- en de rally-categorie - door Het Kanaal, richting Plymouth, langs Eddystone Rock naar Vilamoura.

De vrouwen denken er tien dagen voor nodig te hebben om de Portugese haven te bereiken; voor nog eens vier dagen is extra voedsel en water ingeslagen. Zullen ze de snelste zijn?

Bemanningslid Astrid: 'Het is zeker een snel schip, maar de rating (handicap, red.) is erg hoog. Wel kunnen we proberen als eerste Vilamoura binnen te varen.'

De Rendix is wat in zeiltermen heet een one-off schip. Er is er maar één van gebouwd, door Ron Holland. Het schip is veertien meter lang, de mast twintig meter hoog. Het heeft zeven voorzeilen en vijf spinakers.

Schipper Eppenga: 'Het is een oud-Admiral Cupper, heeft altijd als raceboot gevaren en is behoorlijk snel. Er is 23 knopen (bijna 43 kilometer, red.) mee gehaald, maar dan zit je echt in een surf. Dat is ook een extreem hoge snelheid, je staat dan met hoge bloeddruk aan het stuurwiel. Aan de andere kant, het schip is in 1979 gebouwd en dat betekent dat het toch wat is verouderd.'

De Rendix wordt door de bemanning omschreven als een lastig schip, maar met veel mogelijkheden. 'Een lastige vent', grapt Astrid. 'De kracht alleen al die nodig is om ermee te zeilen.'

Kracht, of dus juist het gebrek daaraan, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de samenstelling van de bemanning. Er zijn nogal wat kandidates afgevallen, soms geheel tegen de verwachtingen in.

'Een meisje dat eigenlijk aan alle eisen voldeed, viel af omdat het haar allemaal toch te zwaar was', zegt Eppenga. 'Ze had het gevoel dat het schip met haar wegliep. Dit schip is nu eenmaal gebouwd voor kerels. Daarom zijn er wat zaken aangepast. Zo is er een dubbele vertraging op de grootschoot aangebracht.' En er is vaak geoefend. Man-over-boord, uitentreuren, want niemand mag in paniek raken als het er op aan komt.

Een bemanning van twaalf koppen lijkt veel. 'We komen spierkracht te kort en dat moet gecompenseerd worden. Reken voor negen mannen twaalf vrouwen, want je hebt al een vrouw extra nodig om het zeil te hijsen. Verder hebben we alles moeten uitproberen. We kunnen niet automatisch van onze kracht uitgaan, mannen wèl.'

De vrouwen zijn verdeeld over twee ploegen van vijf, elk onder aanvoering van een wachtleidster. Het elfde bemanningslid rouleert, zodat de samenstelling van de ploegen steeds iets wisselt. De schipper navigeert en is er verder vooral voor de lastige situaties. De ploegen werken overdag zes uur aaneen, 's nachts wisselen ze elkaar om de vier uur af.

Elk bemanningslid heeft naast de zeilwerkzaamheden een specifieke taak. Eppenga: 'Henny bijvoorbeeld, is wachtleidster en is verantwoordelijk voor de catering. Sabrine zeilt en heeft maritieme elektronica gestudeerd aan de hogere zeevaartschool. Annemiek is zeilmaakster en Astrid gaat over het onderhoud aan mast en lieren.'

Lida noemt de bemanning volledig self-supporting. 'We kunnen alles zelf repareren, al zijn we wel de hele winter bezig geweest om ons dat eigen te maken. We hebben daarbij hulp gehad van een man, Henk. Want wat technische kennis betreft heb je meestal als meisje al achterstand. Je broer is er voor de reparaties.'

Aan boord heerst een streng regime. Zeilpakken en lifelines hangen op naam en moeten blindelings gepakt kunnen worden. Door het ploegensysteem kunnen twee vrouwen een kooi èn een slaapzak delen, want 'dat scheelt weer in het gewicht'. In de toiletruimte - wc en fonteintje, een douche is er niet - is er per twee vrouwen ook maar één vakje voor de toiletartikelen. En elk bemanningslid mag slechts tien kilo bagage meenemen. 'Wat truien, broeken en misschien een boek voor een stil uurtje. Reken maar dat de bagage wordt gewogen voor die aan boord gaat', zegt Eppenga.

Voor elk bemanningslid is er per dag tweeëneenhalve liter water beschikbaar. Daarvan krijgen ze per dag één liter in een fles, ook weer met de naam van het bemanningslid erop. Henny: 'Afgezien van de koffie, thee en limonade die ze nog krijgen, zullen ze het daarmee moeten doen. Ook tanden poetsen. Het overige water is om te koken en voor thee en koffie.' Astrid: 'Maar we hebben een afgesloten toilet. Dat is luxe aan boord, echt waar.'

De reacties van de collega's zijn positief. Eppenga: 'We krijgen goede adviezen, worden serieus genomen. We zijn duidelijk geen tuttebellen. Collega's zien ons hard werken en zien dat we weten waarmee we bezig zijn. We hoeven ons eigenlijk niet meer te bewijzen. We kunnen zeilen.'

Toch was het soms wennen, ook voor de bemanning. 'Toen we in een haven lagen, vroeg een man ons of er genoeg slipjes aan boord waren. Niemand van ons reageerde. Ik had zoiets van: o nee, krijgen we dat weer. Maar waar komt die man dan mee? Met een zak vol slibtong.'

Meer over