Het zeehondenvirus is er weer

Het zeehondenvirus houdt weer huis op het Deense eiland Anholt, in 1988 de bron van de epidemie die ook duizenden Nederlandse zeehonden het leven kostte....

VEERTIEN jaar na de vorige epidemie is het weer raak: het zeehondenvirus is op het Deense eiland Anholt uitgebroken. Sinds die uitbraak twee weken geleden zijn er zo'n 290 dieren aan dood gegaan. Niet alleen op Anholt, ook op het noordelijker gelegen eiland Laes - eveneens in het Kattegat - en in Zweden zijn dode dieren aangespoeld.

In 1988 verspreidde de ziekte vanuit Anholt zich snel en waren een maand tot zes weken later ook de zeehonden in de Waddenzee aangetast. 60 Procent van de populatie stierf. Komt het virus nu weer deze kant op en hoe fataal is dat?

'Het is mogelijk dat ook de zeehonden in de Waddenzee weer worden getroffen', zegt viroloog dr. Ab Osterhaus, die aan de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek doet naar het virus. Hij heeft vastgesteld dat nu hetzelfde virus (Phocine distemper) om zich heen grijpt als destijds.

'Besmetting hangt sterk af van de mate van contacten tussen de zieke Deense en Zweedse zeehonden en de Nederlandse', zegt dr. ir. Peter Reijnders, bioloog bij Alterra op Texel en vooraanstaand zeehondenonderzoeker. 'In het voorjaar is de kans op overdracht van het virus groter, omdat de dieren dan een ligplaats zoeken en daardoor eerder met elkaar in contact komen.'

Bij de virusuitbraak van 1988 stelde de onderzoeksgroep van Osterhaus vast dat de boosdoener het zeehondenvirus was (in sommige andere gevallen sterven zeehonden aan een hondenvirus), afkomstig van de zadelrobben bij Groenland.

Die dieren waren wegens gebrek aan voedsel - de Barentszee werd overbevist - naar het zuiden getrokken en kwamen daar in contact met de zeehonden in de Deense wateren. Het Kattegat is een soort trechter waar de dieren wel doorheen móesten en Anholt ligt er middenin, ongeveer even ver van de Deense als de Zweedse kust.

Het centrum van de uitbraak is ook nu weer het eiland Anholt en dat is wel mysterieus. Reijnders vermoedt dat het virus op Anholt heeft overleefd; het eiland kan worden gezien als een reservoir ervan.

Volgens Reijnders is er geen reden voor paniek. Maar het zou ook onverantwoord zijn het probleem te bagatelliseren. 'Voor de getroffen dieren is het natuurlijk een ramp - ze sterven meestal aan longontsteking - maar bekeken vanuit het behoud van de soort is er geen reden om zeer dramatisch te doen.'

Er zijn nu vijfduizend zeehonden in de Nederlandse Waddenzee. Een gezonde populatie moet minimaal vijfhonderd dieren tellen om de genetische variatie veilig te stellen. Als 1988 zich zou herhalen en 60 procent zou doodgaan, dan blijven er tweeduizend zeehonden over en dat is ver boven de minimumgrens. Vanuit dat oogpunt is er dus geen bedreiging voor het voortbestaan van de soort.

In 1988, zo herinnert de Texelse onderzoeker zich, heerste grote ontsteltenis. 'De zeehonden in de Waddenzee hadden veel klappen opgelopen: eerst werd er jacht op ze gemaakt, toen kregen ze vervuiling door pcb's te verwerken waardoor hun voortplanting stagneerde. Toen de jacht was beëindigd en de pcb-verontreiniging was gedaald, floreerde de zeehond weer. Vervolgens kregen we dus het virus.'

Daarna heeft Reijnders een wonderbaarlijk herstel van de populatie meegemaakt. 'Ik vermoed dat het virus vooral heeft huisgehouden onder de verzwakte dieren. Er is een sterke groep uit tevoorschijn gekomen.'

Tegenwoordig is de vervuiling door pcb's (die niet meer geproduceerd worden) aanzienlijk beperkt, maar de naweeën zijn nog merkbaar. Pcb's worden moeilijk afgebroken en blijven nog lang in het milieu. Omdat zeehonden aan de top van de voedselketen staan, hebben zij er lang last van. Bovendien zijn er nieuwe chemische stoffen gekomen, zoals vlamvertragers (polybifenylethers), die soortgelijke werkingen hebben als de polychloorbifenylen.

'We moeten ons wel voorbereiden op het binnendringen van het virus in Nederland, maar laten we elkaar geen crisis aanpraten', zegt ing. Gerrit van Brakel, beleidscoördinator zeehonden bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Woensdag kwam het zeehondenplatform bijeen, waar wetenschappers en deskundigen van de zeehondencrèche in Pieterburen en EcoMare op Texel in zitten, om te bespreken welke maatregelen getroffen moeten worden als het virus Nederland bereikt.

Er gaapt een grote kloof tussen de meningen over de opvang van zeehonden. Maar afgesproken is dat deze nieuwe virus-crisis niet het geschikte moment is om die controverse uit te vechten.

Pieterburen en de Waddenvereniging willen zoveel mogelijk dieren opvangen; de anderen preferen minimaal ingrijpen. Hans Revier, directeur van de Waddenvereniging: 'We moeten aan het gevoel van mensen tegemoet komen die vinden dat de zeehond het symbool is van de Waddenzee. Als de helft van de populatie dreigt uit te sterven, moet je wel energie steken in de opvang.'

'Er is geen reden om massaal naar zieke zeehonden uit te kijken', vindt Reijnders. Het zouden er wel eens duizenden kunnen zijn, veel meer dan in 1988 toen het om een paar honderd dieren ging, omdat de populatie toen veel kleiner was. 'Moeten we die dieren dan in badkuipen stoppen en in legertenten en voetbalstadions gaan opvangen?'

Uit ethische overwegingen is het soms beter een dier uit zijn lijden te verlossen dan zijn leven te rekken. Dat betekent niet dat elk ziek beest een spuitje moet krijgen, stelt Reijnders.

'We moeten vooral de kansrijke jonge zeehonden opvangen. De dieren die niet getroffen zijn door bijvoorbeeld de longwormziekte, dus nog een goede duikcapaciteit hebben en die na een korte verzorging vrijgelaten kunnen worden. Nadat ze zijn gevaccineerd natuurlijk.'

Nederland gaat veel verder met opvang dan Denemarken en Duitsland. De Denen vangen sporadisch zeehonden op; vaak worden zieke exemplaren afgemaakt. Een opgevangen zeehond wordt in Denemarken nooit opnieuw in zee gelaten, omdat de kans groot is dat hij soortgenoten besmet.

Viroloog Osterhaus, ook verbonden aan Pieterburen, acht die kans klein. In Nederland weet iedereen uit de Sterspot dat de crèche bij dageraad zeehonden terugbrengt naar de waterlijn. In die reclamebooschap vinden de dieren de zee begeleid door de klanken van Queens It's a beautiful day. Een perfecte reclame, zeggen vriend en vijand.

Ook in Denemarken en Duitsland konden veel mensen het aanvankelijk moeilijk aanzien hoe zieke zeehonden op het strand aanspoelden en stierven. Sommigen namen zieke dieren mee naar huis en probeerden ze op te lappen. Maar jaar in jaar uit heeft de overheid in die landen uitgelegd waarom opvang niet altijd de aangewezen weg is.

Consequent werd uiteengezet dat het geen barbarij is om dieren uit hun lijden te verlossen, ze verder leed te besparen. Dat heeft veel hatemail en scheldpartijen opgeleverd met termen als 'moordenaar' en 'afstandelijke bureaucraten', maar de overheden zijn niet van hun standpunt geweken.

De twee landen hebben zich gehouden aan de afspraak van het trilaterale Waddenoverleg (Denemarken, Duitsland en Nederland) uit 1992 om terughoudend te zijn met de opvang. Nederland heeft zo'n voorlichtingscampagne nagelaten. Reden waarom velen vrezen dat de bevolking opvang zal eisen bij een mogelijk massale aanspoeling van zieke zeehonden.

Een complicerende factor is dat half juni jonge zeehonden worden geboren. Op een populatie van vijfduizend zullen dat er duizend zijn, zegt Reijnders. Als het virus in Nederland komt, zullen de meeste jonge dieren doodgaan.

Reijnders hoopt niet dat de sentimenten van het publiek een doorslaggevende rol gaan spelen. Hij ziet wat dat betreft een kentering. Tien jaar geleden werd niet geduld dat in natuurgebieden een Schotse hooglander stierf. 'Nu accepteren de meeste mensen dat ook in de natuur een dier dood moet kunnen gaan.'

Meer over