Het zal wel aan mij liggen

Eén op de tien Nederlanders zoekt hulp bij psychische problemen - vaak zonder er voor uit te durven komen. Een minstens zo groot aantal lijders aan angsten of depressies mijdt angstvallig elk contact met de geestelijke gezondheidszorg....

DE BUSCHAUFFEUR die door een dronken passagier met een bierfles op zijn hoofd werd geslagen, poept zes jaar later nog in zijn broek als hij in zijn eigen auto de weg op gaat. Niemand van de familie en vrienden wist dat, zolang hij en zijn vrouw in de stad woonden. Toen ze 'naar buiten' verhuisd waren en op geen enkele verjaardag meer verschenen, moesten ze het wel vertellen. De voormalige chauffeur, midden 50, heeft nu al vijf jaar een kantoorbaan, maar de angst zit nog in zijn lijf en ontregelt zijn darmen zonder dat hij het voelt aankomen.

Hij zoekt hulp bij een magnetiseur, voor 115 gulden per consult. Tot nu toe helpt het niet, maar hij moet twaalf keer komen wil het resultaat hebben, heeft de alternatieve genezer gezegd. Een investering van 1350 gulden, uit eigen zak, want het ziekenfonds betaalt geen magnetiseurs.

Zo maar een voorbeeld van iemand die lijdt onder een angst waar hij zich voor schaamt en die niet de hulp vraagt waar hij recht op heeft. Zijn collega's merken niets aan hem, zijn huisarts ook niet.

Het is een fabeltje dat 'iedereen' zich tegenwoordig maar ziek meldt om 'iets dat tussen de oren zit'. Integendeel: tweederde van de Nederlanders die volgens de internationaal vastgestelde criteria lijden aan ziekmakende angst, depressie of verslaving, komt in het geheel niet om hulp. Ook niet bij de huisarts.

Toch zoekt bijna een op de tien volwassen Nederlanders wél hulp voor geestelijke problemen. Het grootste deel van hen alleen bij de huisarts: 600 duizend. Bij de geestelijke gezondheidszorg, dat wil zeggen psychiaters, psychologen en psychosociaal geschoolde maatschappelijk werkers, komen jaarlijks 400 duizend mensen terecht.

Wie baat heeft bij behandeling door een psychiater of psycholoog, loopt daar meestal niet mee te koop. Als 'de Riagg' eens ter sprake komt, is dat bijna altijd in negatieve zin: lange wachtlijsten, slechte organisatie.

Volgens een onderzoek van de Consumentenbond, gepubliceerd in december 1998, heeft driekwart van de Nederlanders weinig vertrouwen in de geestelijke gezondheidszorg. De 'consumenten' menen dat de hulpverleners niet goed samenwerken en niet duidelijk maken waar je met je problemen terechtkunt. De kritiek treft vooral de Riaggs.

Het is waar dat de wachttijd van gemiddeld drie maanden voor behandeling bij de Riaggs veel te lang is en dat de fusiegolf bij die instellingen nog weinig goeds heeft gebracht. Op verjaardagsvisites en in het café luidt de conclusie vaak dat je er maar beter aan doet jezelf te genezen. De spreker heeft zich daarmee vrijgepleit van 'een slap karakter', want dat wordt vaak toegeschreven aan mensen die in het circuit van de geestelijke gezondheidszorg terechtkomen.

'Als je aan een verkoudheid niets doet duurt hij zeven dagen, als je er wel wat aan doet een week', zegt H. van der Wilk (60), de man die 25 jaar geleden de cliëntenbeweging van psychiatrische patiënten oprichtte. Het affiche van Pandora, de stichting waarvan Van der Wilk directeur was, is veel mensen bijgebleven. 'Weleens een normaal mens gezien? En, beviel het?' Door de letters heen zag je jezelf, de tekst was gedrukt op een spiegelende ondergrond.

Van der Wilk: 'Problemen en verdriet horen bij het leven. Je zult veel zelf moeten oplossen. De teleurstelling over de Riaggs is voor een deel te wijten aan het feit dat mensen aangepraat is dat ze recht hebben op geluk. Dat had te maken met de tijdgeest: de illusie dat de wereld maakbaar was.'

De erkenning van ziekte geeft status, zegt hij. 'Dat speelt in de hele gezondheidszorg. Je moet mensen niet onnodig die status geven. Dat maakt afhankelijk.'

Van der Wilk, die als depressieve twintiger het grootste deel van zijn tijd platgespoten in gesloten inrichtingen doorbracht, werkte in de jaren tachtig als hoge ambtenaar op het ministerie van VWS mee aan de totstandkoming van de Wet op de Behandelovereenkomst, waarin de patiëntenrechten geregeld worden.

'Bejegening' is deze week het thema van de Week van de Psychiatrie, een publiekscampagne die jaarlijks georganiseerd wordt door een aantal overkoepelende organisaties in de geestelijke gezondheidszorg. De winkel vraagt dus aandacht voor de manier van omgaan met de cliëntèle.

Volgens het Nemesis-onderzoek, een groot wetenschappelijk onderzoek dat het Trimbos Instituut in 1997 en '98 deed naar psychische ziekte in Nederland, zou de klantenkring veel groter moeten zijn dan hij is. Tweederde van de mensen die volgens dit onderzoek korter of langer psychisch ziek zijn, gaat niet naar de dokter.

Dat is onverstandig, want ook een verwaarloosde griep kan een longontsteking worden. Van der Wilk mag graag relativeren, maar zelf had hij toch iets zwaarders dan een griep en dat geldt voor de meeste mensen die eenmaal over de drempel van de geestelijke gezondheidszorg gekomen zijn.

Dr. R. Bijl, coördinator van het Nemesis-onderzoek, presenteert vandaag nieuwe cijfers op een symposium over 'Prioriteiten in de geestelijke gezondheidszorg'. 38 Procent van de mensen bij wie een diagnose gesteld is op grond van psychische problemen, heeft een jaar later nog steeds of opnieuw klachten. Ook als ze al een jaar geen stoornis meer gehad hebben, functioneren ze slechter dan voorheen.

BIJL: 'Dat zegt iets over de grotere kwetsbaarheid en de noodzaak tot nazorg. Psychische problematiek is langdurig en daarmee belastend voor de naaste omgeving. Het aantal verzuimdagen is groter dan bij mensen met andere ziekten, dus macro-economisch is het ook niet onbelangrijk de zorg serieus te nemen.'

De vraag of de klachten veroorzaakt worden door psychiatrische aandoeningen of door welvaartsproblemen, vindt Bijl niet relevant. 'Een non-discussie', zegt hij. 'Welvaartsproblemen klinkt als aanstellerij. Een normatief oordeel. Als mensen psychisch lijden door het wegvallen van sociale verbanden, door de individualisering, dan kun je dat niet afdoen met het woord welvaartsprobleem. Daar zit iets denigrerends in, alleen mensen die het zelf niet hebben meegemaakt praten zo.'

De onmacht tegenover psychische ziekte maakt boos. Aan iemand die in een rolstoel zit kun je zien dat hij niet kan rennen, maar iemand die apathisch is door depressie wekt al snel irritatie. Bijl: 'Zolang er geen biologisch substraat voor het gedrag gevonden is, zal het wel aan jou liggen. Dat oordeel drukt depressieve en angstige mensen nog verder in de put en weerhoudt hen ervan hulp te zoeken.'

Prof dr. A. van Dantzig, in de jaren zestig en zeventig een van de wegbereiders voor grotere toegankelijkheid van de psychiatrie, vindt dat mensen het recht hebben om met een deskundige 'hun kneuzingen door te werken', zodat ze er voor de rest van hun leven minder pijn van hebben.

Aan Van Dantzig wordt vaak de vraag gesteld hoe die breed toegankelijke geestelijke gezondheidszorg betaald moet worden. 'Daar ga ik niet over', zegt hij. 'Het is een kwestie van beschaving om in een samenleving de zaken die het leven verbeteren voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar te maken.'

Maar het aanbod maakt ook de vraag - hoe ver kun je gaan? Van Dantzig: 'Toen in Engeland de National Health Care werd ingesteld, kwamen meteen heel veel mensen om een bril vragen. Hadden ze toen moeten zeggen: dit wordt te duur, laat ze maar gewoon slecht zien?' Zolang we in Nederland niet eens in staat zijn ernstige kindermishandeling behoorlijk op te sporen, kun je niet zeggen dat de geestelijke gezondheidszorg op peil is, vindt Van Dantzig.

Dr. J. Bakker, directeur patiëntenzorg van het Delta Psychiatrisch Ziekenhuis in Rotterdam, heeft wél een mening over de keuze die gemaakt moet worden voor de betaalbaarheid van geestelijke gezondheidszorg. 'Gezondheid is het ontbreken van ziekte', zegt hij. 'Als je meer wilt met gezondheidszorg, dan ga je schuiven. Je moet geen krukken aanbieden aan iemand die zonder kruk kan lopen.'

Het beeld van de Riaggs is dat van een supermarkt, meent Bakker. 'De cliënt komt met een boodschappenlijstje: een zorgvraag. De zorgverlener haalt iets uit de schappen.' Zo moet het niet. Neem de alcoholverslaafde. De angel is de alcohol: hij moet niet drinken. Verslaving, slaaf, de macht is hem uit handen genomen. Hoe dat gekomen is, kun je later uitleggen. Eerst moet hij bevrijd worden.'

Een diagnose, de kern van het probleem vaststellen, en dan zo efficiënt mogelijk behandelen. Een wachttijd van drie maanden, normaal bij de Riaggs, noemt Bakker 'schandelijk'.

De cijfers van het Nemesis-onderzoek bevestigen wat hij al wist: er is erg veel verborgen depressie. Hij organiseert in het Delta Ziekenhuis cursussen voor huisartsen, om depressies en angststoornissen beter te leren herkennen.

DE DISCUSSIE over psychisch ziek zijn wordt vertroebeld doordat alles op een hoop wordt gegooid. Niet alleen in de volksmond, maar ook in de indeling die de overheid hanteert. De gezondheidszorg is ingedeeld in zeventien categorieën. Hart- en vaatziekten is er een, ziekten van de luchtwegen, van het bewegingsapparaat, etcetera. Alle psychische ziekten zijn ondergebracht in één categorie.

'Psychische ziekten lopen uiteen van griep tot kanker, bij wijze van spreken', zegt dr. R. Bijl. 'Maar dat wordt allemaal onder één categorie gestopt.' De kostenpost voor geestelijke gezondheidszorg is een typisch voorbeeld van 'how to lie with statistics'. Bij elkaar kosten de psychische ziekten 8 procent van het totale budget voor de gezondheidszorg.

'Politici gaan met dat bedrag aan de haal in de discussie over de WAO: wat kost dat wel niet, die psychische klachten. Ze weten niet eens dat de verpleeghuizen voor dementen er ook uit betaald worden.' Politici stellen zich 'de psychiatrische patiënt' voor als een verwaarloosde zwerver, die malend door de stad loopt. Dat beeld is gebaseerd op een heel kleine groep: 0,5 procent van de bevolking heeft last van wanen en hallucinaties.

'De gevaarlijke gek' is soms die zwerver, maar veel vaker is het de dronken voetbalfan. Bijl: 'Iedereen herinnert zich de moord in de Amsterdamse Vrolikstraat, waar een zwaar gestoorde man een meisje doodstak. Dat is zes jaar geleden. Hoeveel mensen zijn er in die tijd wel niet gedood door dronken stappers en automobilisten?'

Meer over