Het wordt tijd voor onderzoek naar Allah in Nederland

Er bestaat nog steeds geen inzicht in de opvattingen van islamitische Nederlanders. August Hans den Boef signaleert vooral een veelheid van deelonderzoeken met tegenstrijdige uitkomsten en bepleit daarom een onderzoek door het Sociaal en Cultureel Planbureau....

AF en toe duiken in de media berichten op over imams die radicale taal uitslaan in de moskeeën. Recent was dat in het tv-programma Nova van 13 juni. De reacties waren voorspelbaar: het gaat om een handvol marginale figuren die door het overgrote deel van de Nederlandse moslims niet serieus wordt genomen. Volgens de pr-verhalen willen de 700 duizend islamitische Nederlanders, op een enkeling na, niets met fundamentalisme te maken hebben, de Nederlandse mensenrechten hoog houden en tolerant en vredelievend door het leven gaan. Aldus moslimorganisaties, politiek correcte partijen en opinieleiders.

Het Kamerlid Femke Halsema (GroenLinks) spant daarbij de kroon. Ze zei onlangs voor Radio 1 dat er negentien betekenissen van het woord jihad waren, maar dat achttieneneenhalf geen 'oorlog' betekenen. Dat is zo'n voorbeeld van een pr-verhaal. Net als het verhaal dat de vrouw volgens de Koran eigenlijk heel zelfstandig is of dat dit heilige boek tussen de regels een pleidooi bevat voor de herenliefde. Die interpretaties bevestigt geen enkele Arabist.

Politici uit de sfeer van de LPF en publicisten als Theo van Gogh suggereren daarentegen juist dat de meeste islamieten in Nederland niets van democratie willen weten, vrouwen en andersgezinden minachten, neerkijken op negers en Chinezen en homoseksuelen en ongelovigen haten. Verwant voelen moslims zich in hun ogen niet met de Nederlandse medeburgers, maar veel meer met islamieten in andere landen, ook al plegen die daar nogal huis te houden onder andersdenkenden. Onbekend met de Nederlandse politieke tradities zijn veel moslims daarom een verlengstuk van nationalistische, theocratische of rechts-radicale partijen in hun land van herkomst.

Dit sombere beeld lijkt te moeten worden gerelativeerd. Net als de verhalen uit de politiek correcte hoek. En omdat ervaringsdeskundigen als de auteur Hafid Bouazza aangeven dat het pr-beeld niet erg klopt. Maar wij hebben geen houvast om die tegenstrijdige verhalen een plaats te geven in ons wereldbeeld. Want er bestaat geen grondig en samenhangend onderzoek naar de opvattingen van islamitische Nederlanders, uitgesplitst in graden van radicaliteit, liberalisme, orthodoxie of fundamentalisme en aanhang.

De afgelopen jaren doken veel deelonderzoeken op die niet alleen weinig samenhang vertonen, maar bovendien zo van opzet verschillen dat je ook zelf de resultaten niet met elkaar kunt verbinden. Sommige onderzoekers expliciteren hun criteria niet, ook de criteria die voor een analyse van de gegevens zijn gebruikt. Zo zijn er onderzoeken die aangeven dat het met de integratie van jonge moslims heel goed gaat, maar tegelijkertijd aangeven dat nog geen procent met iemand uit een andere bevolkingsgroep trouwt. Kennelijk is dat laatste geen criterium om integratie te meten. Andere onderzoekers rapporteren dat de relatief hogere score van islamitische meisjes in het onderwijs een bewijs is van emancipatie. Maar ook lezen we dat islamitische jongens lager scoren en vaker afhaken en dat dat juist een exponent vormt van een gebrek aan emancipatie bij meisjes.

Deelonderzoeken die het beeld van de LPF'ers of de Halsema's lijken te staven, worden gedachteloos als argument gebruikt, onderzoeken die iets aan het beeld afdoen worden door beide groepen van tafel geveegd.

Kortom, wat we nodig hebben is een onderzoek als God in Nederland dat in 1967 is gehouden in opdracht van de Geïllustreerde Pers, maar dan breder. Een onderzoek dat antwoord geeft op vragen als: Wat is fundamentalisme? Hoe groot is het percentage fundamentalisten onder in islamieten die Nederland wonen? Hoeveel willen de sharia voor de moslimgemeenschappen invoeren? Is er een glijdende schaal van fundamentalistisch naar liberaal? Wat is een liberale islamiet? Hoeveel procent hoort daarbij? Wat denkt de middenmoot over de superioriteit van de islam, over vrouwen, homoseksuelen etc? Over de 'harde' passages in de Koran? Is die middenmoot vergelijkbaar met de SGP?

Hoe zit het met nationalisme? Hoe zit het met antisemitisme? Hoe zit het met de sympathie voor rechts-radicale partijen uit het land van herkomst? Hoe zit het met discriminatie van andersdenkenden en andersgekleurden? In hoeverre is de islam een middel om zich af te zetten tegenover de (multiculturele) Nederlandse samenleving? Bestaat er in deze zaken een significant verschil tussen de opvattingen van ouderen en jongeren? Hoe zit het met het democratisch besturen van islamitische verenigingen en de controle?

Het Sociaal en Cultureel Planbureau lijkt de aangewezen instelling voor zo'n onderzoek.

Meer over