Column

Het wordt niet fijner in Europa na een Brexit

Na alles wat ik de afgelopen weken over Bremain en Brexit heb gelezen, ben ik ervan overtuigd dat aan een Brits vertrek uit de Europese Unie grote nadelen, om niet te zeggen grote gevaren zijn verbonden. Voor de Britse economie, voor de positie van Londen als internationaal financieel centrum, voor de Europese constellatie en, last but not least, voor de cohesie van Groot-Brittannië zelf. Want een keuze voor Brexit kan zeer wel leiden tot een nieuwe gooi van de Schotse nationalisten naar afscheiding; in Schotland moeten ze weinig hebben van het anti-Europese sentiment dat in Engeland zo welig tiert.

null Beeld anp
Beeld anp

Maar het debat over het Britse EU-lidmaatschap gaat nog maar zeer ten dele over winst en verlies in de nabije toekomst. Alle cijfers van het Bremain-kamp, alle pleidooien van David Cameron, alle waarschuwingen van president Obama en andere westerse leiders, alle oproepen van Nobelprijswinnaars, alle argumenten van de Financial Times en The Economist lijken op een rotsige bodem te vallen. Wat wel bloeit is dit: de wens om te demonstreren dat een Europese natie anno 2016 haar lot nog steeds in eigen hand kan nemen. Een keuze voor een vertrek uit de EU geeft daaraan natuurlijk op veel pregnantere wijze uitdrukking dan een stem voor de status-quo.

Het misnoegen over het doorgeschoten integratiedenken doet in veel EU-lidstaten opgeld. Maar het kan niet verbazen dat het nu juist in het land waar de term splendid isolation gemunt is en dat in de Tweede Wereldoorlog de ultieme verdedigingslinie vormde tegen het Duitse Europa van Adolf Hitler, zo hoog oploopt dat het kan leiden tot een heuse breuk. De geschiedenis spreekt hier een hartig woordje mee.

Ik houd er niet van om 'het establishment' of 'de elite' van alles en nog wat de schuld te geven, alsof er in onze democratieën een ondoordringbaar hek staat om de macht. De gruwelijke moord op Lagerhuislid en jonge moeder Jo Cox - waarvan de gevolgen op dit moment nog niet zijn te overzien - herinnert er nog eens aan hoe zeer het politieke vak vaak hachelijk mensenwerk is.

Maar de lamentabele situatie van het huidige Europa in ogenschouw nemend, kun je moeilijk anders concluderen dan dat een hele generatie politieke leiders zich ernstig heeft verkeken op het draagvlak voor en het realiteitsgehalte van hun almaar uitdijende Europese project. Met als recentste bewijs van onvermogen de vluchtelingencrisis, die slechts kon worden beteugeld middels nederig eerbetoon aan de sultan van Turkije - en of de beteugeling duurzaam is, valt nog te bezien. Niet voor niets vormt de immigratiekwestie ook weer een succesvol speerpunt in de Brexit-campagne.

Helaas blijft Europa ruim bedeeld met politici die oude reflexen maar niet willen kwijtraken. Illustratief is de houding van SPD-europarlementariër Jo Leinen, die deze week in een interview met het onlinemagazine EurActiv de hoop uitsprak dat in het geval van een Brits vertrek 'Duitsland en Frankrijk het initiatief zullen nemen' om de EU-burgers duidelijk te maken dat 'de integratie zal voortgaan'. En dat een week na een Pew-peiling in tien EU-lidstaten waaruit blijkt dat een meerderheid van de burgers niet meer maar minder Europa wil.

Dat gezegd zijnde, hoop ik toch van harte dat Bremain komende donderdag zal zegevieren. Alle kritiek op het reilen en zeilen van de EU neemt niet weg dat een behoorlijke Europese samenwerking harde noodzaak is. Een Brits vertrek uit de EU kan gemakkelijk een ontbindingsproces op gang brengen dat grote onzekerheid voor iedereen in Europa met zich meebrengt. De toegenomen concurrentie van de opkomende economieën maakt dat instandhouding van de gemeenschappelijke markt meer dan ooit van cruciaal belang is. De acute internationale dreigingen - de restauratiedrang van Vladimir Poetins Rusland en het islamitisch extremisme annex terrorisme vanuit het turbulente Midden-Oosten - kunnen alleen gezamenlijk het hoofd worden geboden.

Zonder Groot-Brittannië wordt de EU nog meer het domein van een dominant maar met zijn leiderschap worstelend Duitsland en een zich overschattend want verzwakt Frankrijk. Zeker vanuit Nederlands perspectief is dat een onverkwikkelijk vooruitzicht. Londen is een belangrijke bondgenoot tegen Brusselse bedilzucht. En waar vrijheid en democratie in het geding zijn, deugt het Britse instinct. Waarbij de ironische kanttekening hoort dat juist op dat punt de Britse geschiedenis nauw is verbonden met die van Europa. Pardon: de rest van Europa.

Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over