Het woord knecht krijgt Breukink nooit over de lippen

De plek des onheils reet bij het slachtoffer geen oude wonden open. Simpelweg omdat Erik Breukink glad was vergeten dat het in de buurt van Alençon was waar hij vier jaar geleden over zijn hoogtepunt als tijdrijder fietste....

Van onze verslaggever

Jaap Visser

ALENÇON

Van 's werelds beste tijdrijder is weinig meer over dan een aanklamper met een rijk verleden. Voor de Erik Breukink van 1995 is de ploegentijdrit een pijnlijke kwelling die hem krampen in al z'n ledematen bezorgt. Met zijn Spaanse ploeg ONCE verloor hij gisteren het gevecht tegen Gewiss, dat alle favorieten voor de ritzege in Alençon achter zich liet. Breukink: 'Ik kon vandaag op geen stukken na zo lang op kop rijden als vroeger, in mijn goede jaren. Ik heb zelfs een paar keer moeten verzaken.'

Berusting kenmerkt Breukink, de verliezer die ooit een winnaar wilde worden. Op zijn 31ste berust hij in een nederlaag bij het tijdrijden voor ploegen ('Het kan nu eenmaal gebeuren dat je op een sterkere ploeg stuit') en berust hij in de ondergeschikte rol die hem bij ONCE is opgedrongen ('Het is niet meer dan normaal dan ik met mijn huidige vorm in dienst van anderen fiets').

Vijf jaar geleden werd Breukink achter LeMond en Chiappucci derde in de Tour en was hij onweerstaanbaar in de tijdritten naar Villard-de-Lans en rond het meer van Vassivière. In 1991 startte hij als één van de favorieten in de Ronde die voor de eerste keer Indurain als winnaar zou krijgen. Na een week leek Breukink toen zelfs de gele trui te zullen grijpen in de 73 kilometer lange tijdrit van Argentan naar Alençon.

Halverwege koesterde de kopman van PDM een voorsprong van zo'n halve minuut op LeMond en Indurain, maar een onwaarschijnlijke inzinking wierp hem in de slotfase ver terug. Gesloopt en als vierde, nog achter Bernard, bereikte Breukink Alençon, de Normandische nederzetting waar zijn kuiten, net als gisteren, van lood leken.

Ferdi Vandenhaute, de Vlaamse assistent van PDM-ploegleider Gisbers, repte destijds van 'een serieuze nederlaag op eigen terrein' en sprak het vermoeden uit dat Breukink slachtoffer van een bedrijfsfout was geworden. 'Ondervoeding', dacht Vandenhaute hardop, maar het zou wel eens besmetting met bedorven Intralipid kunnen zijn geweest.

Immers, vier dagen na Breukinks ineenstorting in de tijdrit verdween de complete PDM-ploeg uit de Tour. Naderhand kwam vast te staan dat de renners waren vergiftigd bij een merkwaardig experiment met het omstreden voedingssupplement Intralipid.

Omdat Breukink en PDM te zeer op revanche uit waren, reden zij zichzelf in de Tour van het jaar er op over de kop. Onderlinge verdeeldheid deed het bolwerk PDM barsten en Breukink liet zich strikken door de Spaanse ploegleider Saiz die in hem nog altijd een potentiële Tourwinnaar zag.

Maar Breukink, die in twee jaar ONCE vier miljoen gulden opstreek, stelde Saiz teleur en mocht dit seizoen alleen in Spaanse dienst blijven rijden als hij akkoord ging met een forse salariskorting. Voor een ton of zeven kon de renner op retour hand- en spandiensten verrichten voor ploegmakkers die zich twee jaar lang voor hem hadden weggecijferd, mannen als Jalabert en Zülle.

De keurige, brave Breukink ging zonder morren akkoord, 'omdat mijn gevoel zegt dat ik in de grote koersen niet meer bij de eerste tien kan rijden'. Hetzelfde gevoel dat hem ooit leerde dat hij fantastisch kon tijdrijden. 'Als onervaren renner knal je er in en als dan blijkt dat je heel lang tegen je grenzen aan kunt rijden, besef je opeens: hé ik ben een tijdrijder. Er in vliegen durf ik nu niet meer, want de kracht om een hele hoge aanvangssnelheid vast te houden, is verdwenen.'

Meestal was het Breukink die in de ploegentijdrit zijn maten pijnigde, maar gisteren, tussen Mayenne en Alençon, werd hij zelf gefolterd. 'Het is niet prettig om aan het lijntje te hangen bij de tempobeulen. Zülle, Jalabert en Mauri waren vandaag ontzettend sterk en ik was al blij dat ik hen kon volgen. Ik heb vandaag niets extra kunnen brengen en dat is een onbevredigend gevoel.'

In Alençon, waar hij vier jaar geleden nog de gestrande Tourfavoriet was, filosofeerde Breukink zonder gene over zijn bestaan als knecht. 'Alleen dat woord, dat zal ik nooit over mijn lippen kunnen krijgen. Ik vind het zo'n stom woord. Ik zeg gewoon: ik rijd in dienst van anderen. Echt leuk is dat niet, maar ik heb het er zelf naar gemaakt.'

Meer over