Het woord kinderlijkje strijkt neer waar het wil

Babyhoofdje, babysokje, babymutsje. Babylijkje. Zelden is dat woord zo vaak afgedrukt als de afgelopen week. Het hakte er telkens weer in....

Soms doet een mensenhand iets dat zo onvatbaar gruwelijk en laag is, dat je na kennisname beter kunt slikken en eraan voorbijgaan. Zie de mens. Commentaar overstijgt zelden het gewauwel van hoofdschuddende, beppende buurvrouwen, hangend over de heg: 'Errug hè, dat van die baby's in Beverwijk'.

Maar het woord wordt beeld; het laat zich niet meer terugduwen. Even veinsde ik nog taalkundige interesse. Babylijkje, mmm, vreemd woord. Zelden lees je over de vondst van 'een volwassen lijk'. Dat heet 'het ontzielde lichaam van een 30-jarige man'. Een lijk ligt in een koelcel met een labeltje aan zijn teen. Een lijk dondert rechtstandig uit de kast bij het Theater van de Lach. Een lijk is de onduidelijke inhoud van een grauwe zak, teruggestuurd uit landen waar we de democratie eventjes zouden vestigen. Heeft het lijk een naam dan is het niet langer een lijk. Dan heet het Dennis, of papa. 5-Jarige Vamuliya uit Congo, gestorven aan diarree, op de winnende foto in haar feestjurk.

Het is de ongerijmdheid van het Beverwijkse drama waardoor het babylijkje blijft rondspoken. Het verhaal klopt niet; er zijn te veel bizarre details. Slecht script. Gebeurtenissen waarbij al te argeloze doden vallen, door mens of natuur, tsunami of 11/9, lijken altijd afkomstig uit oververhitte breinen van fictieproducenten.

Zo ook het verhaal van Jeroen en Etta - een beroerde thriller. Doodgewoon stel. Misschien hebben ze een gefiguurzaagde gans voor hun raam. Zij een montere verpleegster, op gezonde schoenen, praktisch in kwesties van leven en dood. Hij wilde geen kinderen, maar bezwangerde haar tot vier keer toe. Zij had de broek aan, zeggen de buren. In december gingen ze uit elkaar; zij trok bij haar moeder in.

Dan duikt opeens het babylijkje op, in hoofdstuk vier, in oma's boodschappentas. Nog drie lijkjes, in de aangeharkte tuin. Vier keer had de collega een dikke buik onder haar strakke verpleegstersuniform. Jarenlang sliep de man met een opbollende echtgenote. Vier bevallingen in het geniep. En niemand die iets merkte? Nee, daar kan de lezer geen chocola van maken.

Life imitates art, maar het leven maakt het altijd bonter. Babylijkjes, er is geen ander woord voor. Een woord loodzwaar van monsterlijke intenties. Vier levens zonder naam, gemaakt om er nooit te zijn, geknakt in een handomdraai. Het woord kind was niet de bedoeling.

Schrijvers maken zich boos om de ongekende ramp van de spellingswijziging. Maarten 't Hart wil de daders, de brave borsten van de Taalunie, de kop afhakken.

Welke straf past dan de kindermoordenaar? Spelling is een huls, een grauwe zak of een feestjurk, maar de woorden vervolgen epidemisch hun gang.

Het woord kinderlijkje strijkt neer waar het wil, gaat van Congo naar Dommelen, waar een meisje van 6 dood ligt in een woning. Het nestelt zich in Turkije. Eerst zijn het nog vogellijkjes en kippenlijkjes - nooit in een leuk kooitje gezeten, nooit verleidelijk uitgestald bij de poelier. Dan speelt een kind met zijn lievelingskip. Of hij voetbalt met een dood exemplaar, gevonden op het erf. Of papa wijst een kip aan die ze vanavond zullen eten; mama bakt hem gedwee. Weer kinderlijkjes.

Woorden liegen niet, ook al vervoeren ze leugens. Zoals: het gebied in Afghanistan is veiliger dan wordt aangenomen. Of, een paar jaar eerder: ze produceren atoomwapens in Irak.

We zijn toch bondgenoten?

Achteraf zijn het precies de woorden die de leugens pasten als een handschoen. Maar dan heeft de werkelijkheid de taal al ingehaald. Dan zijn ze er al, de lijkzakken en lijkenhuizen, met of zonder tussen-n.

Mogen die van D'66 de broze ruggetjes recht houden.

Meer over