reportagewildpark oeganda

Het wildpark snakt naar de safaritoerist

Een groep antilopen in het Murchison Fall National Park. Volgens de rangers is het aantal stropers tijdens de coronacrisis enorm toegenomen.Beeld Michele Sibiloni

In het Murchison Falls National Park is nergens een westerse toerist te zien. Normaliter rijden ze met honderden per dag in jeeps door het grootste wildpark van Oeganda. Maar corona houdt ze thuis. ‘Het is een ramp’, zegt parkbeheerder Julius Obwona. ‘Er wordt nu veel meer gestroopt.’

Op het eerste gezicht zou je niet denken dat Eric (21) wilde dieren stroopt. Erg manhaftig ziet hij er niet uit, met zijn opgetrokken schouders en fluisterzachte stem. Zodra hij aan zijn verhaal begint, wordt duidelijk waarom hij zenuwachtig is: ‘Ik vind stropen best eng, ik ben ook pas een beginner’, vertelt hij. ‘Eigenlijk werk ik als brommerchauffeur, maar in maart verloor ik door de lockdown mijn inkomsten.’

Jagen op antilopen, buffels en nijlpaarden mag dan griezelig zijn, voordeel voor Eric is dat hij niet ver hoeft te forenzen om zijn nieuwe werkplek te bereiken. Het grootste wildpark van Oeganda ligt op tien meter van zijn dorpje. Zittend op een houten bankje tussen de hutten van leem en riet wijst Eric naar de savanne die zich uitstrekt achter een verlaten autoweg. ‘’s Nachts, als de gewapende parkwachters niet patrouilleren, steek ik de weg over samen met twee ervaren stropers’, vertelt hij. ‘Er staat toch ook geen hek om het park?’ Zijn nachtelijke escapades maken Eric tot een gevierd man in zijn dorp: ‘Als ik een beest vang, laat ik iedereen ervan mee-eten.’

Met dit verhaal moet je niet aankomen bij Julius Obwona (48), de baas van de ruim driehonderd parkwachters in Murchison Falls, dat door de koloniale Britten werd vernoemd naar Sir Roderick Murchison, oprichter van een club voor ontdekkingsreizigers. In het wildpark, dat groter is dan de provincie Overijssel, laat Obwona zien hoe de lockdown en het inkomensverlies van de omwonenden hem extra kopzorgen geven. Getooid met zijn groene baret en bijpassende mondkapje gaat hij voor naar een keet waarin hij ontmantelde valstrikken opslaat. IJzerdraden en voetklemmen waarmee stropers dieren vangen, liggen tot wel drie meter hoog opgetast. ‘In april ontdekten mijn rangers 1.900 valstrikken, veel meer dan normaal’, verklaart Obwona. ‘Stropers zien we sinds de lockdown ook vaker, tussen maart en mei arresteerden we er 165.’

De rangers van Julius Obwona ontdekte 1.900 valstrikken in april. ‘Veel meer dan normaal.’Beeld Michele Sibiloni

Cel voor de stropers 

Arrestanten zijn ook de reden dat Obwona vandaag wat later dan gepland is komen opdagen. Hij bekeek eerst in een rechtbank de veroordeling van vijf antilope-jagers. Hun celstraffen van vier jaar zijn ‘een overwinning voor natuurbehoud en toerisme’.

Omdat toerisme een belangrijke geldbron voor natuurbescherming in Afrika is, geeft Obwona hoog op van de 100 duizend bezoekers die vorig jaar in Murchison Falls met safari-jeeps rondreden tussen de drieduizend olifanten, of vanaf bootjes op de Nijl foto’s maakten van de krokodillen. ‘Essentieel’, noemt hij de veelal westerse toeristen.

Helaas zit het vliegveld van Oeganda sinds maart dicht. Murchison Falls, dat in juni wel is heropend, mikt voorlopig qua bezoekers op expats die Oeganda niet uit kunnen voor een vakantie, al lopen zij de toegangspoorten niet plat. De zandwegen in het wildpark liggen er verlaten bij.

Een pick-up vol kinderen

De coronapandemie en de wereldwijde reisbeperkingen laten volgens Obwona zien dat Murchison Falls minder afhankelijk moet worden van westerse toeristen. ‘We moeten meer Oegandese bezoekers trekken. Als er dan een ramp gebeurt, blijven we makkelijker overeind.’

Omdat Oegandezen omgerekend 5 euro voor een toegangskaartje betalen, zijn er maar liefst zeven Oegandezen nodig om het entreegeld van één westerse toerist te compenseren, maar volgens Obwona is het een poging waard. Scholieren moeten volgens hem meer belangstelling voor wilde dieren worden bijgebracht, zodat zij natuurreservaten op waarde leren schatten. ‘Het begint bij onze kinderen’, zegt hij, als twee van zijn parkwachters komen voorrijden in een pick-up vol met kinderen. Wat blijkt: de kinderen sprokkelden op illegale wijze hout. Nadat hij ze een standje heeft gegeven, zegt Obwona met een zucht: ‘Mentaliteitsverandering kost tijd.’

Eenvijfde van de opbrengsten uit de kaartverkoop in Murchison Falls wordt gebruikt om de omwonenden verder te doordringen van het belang van natuurbehoud. Dorpelingen worden af en toe verblijd met een waterput of een schoolgebouw, in de hoop dat het hen ertoe beweegt het wildpark met rust te laten. Maar de voorzieningen zijn een druppel op de gloeiende plaat van bevolkingsgroei en armoede, en het budget voor de bouwprojecten is nu verder onder druk komen te staan door het wegblijven van toeristen tijdens de coronacrisis.

Eenvijfde van de opbrengsten uit de kaartverkoop in Murchison Falls wordt gebruikt om de omwonenden verder te doordringen van het belang van natuurbehoud. Beeld Michele Sibiloni

Boer Jimmy Okoth

Jimmy Okoth, een 36-jarige boer, vindt het prachtig dat de school van zijn drie kinderen werd gebouwd dankzij de opbrengsten van Murchison Falls. Tegelijkertijd plaatst hij op zijn akker met cassaveplanten, gelegen op een paar kilometer van het wildpark, valstrikken tegen antilopen. ‘Ons grootste probleem is dat dieren gewassen komen opeten’, verklaart Okoth met een weids gebaar richting talloze hutten en landbouwpercelen.

Op zijn zanderige erf demonstreert Okoth de werking van een valstrik door er een steentje op te laten vallen. Met een harde klap slaat de metalen klem dicht. ‘Als je in zo’n val trapt, verlies je je voet’, zegt Okoth in het gezelschap van zijn driepotige waakhond. Schuldig over het vangen van antilopen – of het verminken van zijn hond – voelt Okoth zich allerminst: ‘Ik bescherm slechts mijn akker.’ Dat hij de gevangen antilopen opeet, moeten we ook begrijpen: ‘Luister, er zijn twee soorten dieren, problematische en belangrijke. Als een dier hierheen komt, is het kennelijk niet belangrijk genoeg voor de toeristen in het wildpark.’

Nelson Okello (28) heeft een afkeer tegen olifanten. ‘Ze eten mijn gewassen op, ze veroorzaken voedseltekorten.’Beeld Michele Sibiloni

De olifant als tegenstander

Hoe dichter bij het wildpark, hoe gevarieerder de dierenoverlast natuurlijk is. Op minder dan een steenworp afstand van Murchison Falls vertelt de 28-jarige Nelson Okello om 2 uur ’s nachts over zijn afkeer van olifanten. ‘Ze eten mijn gewassen op, ze veroorzaken voedseltekorten’, klaagt hij bij een kampvuurtje op zijn akker. Omdat de olifanten graag toeslaan in het donker, houdt Okello elke nacht de wacht, gewapend met een oorverdovende vuvuzela.

De schaal van het conflict tussen mens en olifant is af te lezen aan de lichtbundels van zaklampen: iederéén hier waakt ’s nachts in de buitenlucht. Terwijl Okello geduldig wacht op de olifanten, vertelt hij uit te zien naar nieuwe toeristen in Murchison Falls. ‘Het liefst zie ik het hele wildpark verdwijnen, maar goed, van het geld van de toeristen kan in elk geval een hek rond het park worden gebouwd.’

Nelson Okello (28) met de vuvuzela waarmee hij de olifanten wegjaagt die anders zijn sojagewassen opeten.Beeld Michele Sibiloni

Bewegende struik

Erg waarschijnlijk is de bouw van een hek niet, het zou de migratieroutes van de dieren blokkeren. Dan nog hebben toeristen nut, zegt Okello. ‘Soms komen hun wagens op de paden naar het wildpark vast te zitten in de modder, ik kan wat geld verdienen door ze eruit te duwen.’

Zijn volgende verhaal, over de keren dat hij ’s nachts op zijn akker moest wegrennen voor briesende olifanten, stokt als zijn buren beginnen te klappen en joelen. ‘De olifanten komen onze kant op’, fluistert Okello, terwijl hij met zijn toeter het veld in sluipt. Onder het schijnsel van de sterren wijst hij naar een struik die geen struik blijkt te zijn: ‘Ga weg!’, roept Okello, ‘Slechts één olifant’, stelt Okello tevreden vast. ‘Gisteren waren het er wel twintig.’

Toeristen blijven weg, maar stropers en ontbossers stromen toe: Afrikaanse parken zitten in de knel

De natuurbescherming in Afrika zit door het coronavirus van twee kanten in de knel. De pandemie heeft het buitenlands toerisme lamgelegd dat veel wildparken financiert. En doordat overheden alle energie in de corona-aanpak moeten steken, krijgen stropers en ontbossers ruim baan.

Meer over