Het was weer goed toeven in Motel Mozaïque

Aan het jaar 2001, waarin Rotterdam 'Culturele Hoofdstad van Europa' was, hebben we ten minste één aardig evenement overgehouden: Motel Mozaïque, tweedaags festival met beeldende kunst, theater en popmuziek, plus de mogelijkheid om te overnachten in kunstwerken en 's ochtends te ontbijten....

Daarmee doet hij zijn festival feitelijk te kort, want opvallender was de uitstekende popprogrammering. Motel Mozaïque heeft snel naam gemaakt als festival waar het voor artiesten aangenaam toeven is.

Het zegt veel dat dEUS-frontman Tom Barman, die vorig jaar prachtig akoestisch speelde, terugkwam en daarnaast op eigen verzoek tot diep in de nacht plaatjes draaide als dj. Of neem het Schotse Belle And Sebastian dat niet al te vaak optreedt, maar voor Motel Mozaïque wel te porren was.

Jammer dat veel belangstellenden de cultus rond de band uit Glasgow onderschatten en te laat naar de schouwburg kwamen, waar 'vol is vol' het motto was. Sommigen eisten hun geld terug, omdat ze speciaal voor Belle And Sebastian een kaartje hadden gekocht. Een enkeling deed dat zelfs huilend van teleurstelling.

De 850 gelukkigen binnen waren getuige van een superieur optreden. Zelden klonk zo'n groot gezelschap (soms dertien muzikanten) zo subtiel en lichtvoetig. Het ging van verstild en pastoraal naar aanstekelijk en dansbaar, met de warme zang van Stuart Murdoch en tintelende melodieën als constanten. Opmerkelijke cover: Here Comes The Sun van George Harrison.

Sprookjesachtig mooi was het, al vonden sommigen Belle And Sebastian te lievig. Zij hielden het snel voor gezien. Zodoende konden ze worden afgelost door een aantal wanhopigen van buiten.

Het liefdevol samengestelde popprogramma kende maar één echte fout: de reguliere dansavond van Nighttown was er geforceerd onderdeel van gemaakt. Tegen de tijd dat de New Yorkse house-pionier Todd Terry zich meldde, was er een opgefokte categorie publiek binnengestroomd, die de gemoedelijke sfeer van Motel Mozaïque op de valreep resoluut om zeep hielp.

Maar ach, er was al veel lekkerder dansmuziek te horen geweest dan de onderhand behoorlijk gedateerde knetterhouse van Terry. Zo was er prachtige afrodance van Femi Kuti en het geweldige Osunlade.

Uitstekende Nederlandse inbreng was er ook. De Haarlemse groep Relax, die knappe live hiphop maakt in de lijn van The Roots, had een prominenter plaatsje, later op de avond, verdiend. Hetzelfde gold voor de theatrale driemansband Stuurboord Bakkebaard die tussen de songs door hele gesprekken hield in onzinnig Amerikaans of Duits. Muzikaal zijn ze één van de leukste en onvoorspelbaarste Nederlandse groepen van dit moment.

Maar het optreden van Stuurboord Bakkebaard was toch niet zo'n bizar als dat van Evan Dando, vroeger zanger van de Amerikaanse band The Lemonheads. Volgens ooggetuigen had hij aan het begin van de avond 'paddo's' zitten eten, alsof het Vlaamse frietjes waren.

Dando was een attractie op zich toen hij voor het podium gebiologeerd de opwindende Zweedse rock 'n' roll-band The Plan op de vingers stond te kijken. Hij was dolenthousiast over The Plan - en hij had gelijk. Na zijn eigen optreden meldde Dando zich tussen het publiek en schreeuwde mee om een toegift. Hij was zo vriendelijk aan zijn eigen roep gehoor te geven.

Een memorabel concert geven, er gratis een potje absurdistisch straattheater bij verzorgen en met iedereen die je in de gangen tegenkomt vriendelijk een praatje maken. Daarmee vatte Evan Dando de essentie van Motel Mozaïque heel aardig samen.

Menno Pot

Meer over