'Het was nooit:hoedje op en klaar'

Met de compilatie Mannen, het allerbeste! markeren de cabaretiers Erik van Muiswinkel (48) en Diederik van Vleuten (47) hun scheiding na vijf gezamenlijke programma’s....

Waar het nu is
D: ‘We vonden dat we onszelf nog een cadeautje moesten gunnen. Twee weken nadat we besloten er een punt achter te zetten, waren we het daarover eens. Stel je voor dat het zo zou zijn gegaan: de laatste voorstelling van Prediker & Hooglied, ons vijfde programma, een biertje, een portie bitterballen en dan ieder apart de A 44 op, naar huis. Tabee. Dat was het, na 12 jaar.’

E: ‘Dat zou niet feestelijk genoeg zijn. Ons werk leent zich ook wel voor een Best of. Sketches, dialogen. We zagen er nog de lol van in.’

D: ‘Het gaf ineens een rustig gevoel.’

E: ‘Het is een heel ander soort inspanning dan uit het niets iets tevoorschijn toveren.’

D: ‘Je maakt een lijstje. Die acts komen er zeker in. De Romeinen bijvoorbeeld. Maar dan blijkt zo’n voorstelling toch ook eigen wetten te hebben. De verbazing bij de try-outs was groot. Wat?! Zitten de Romeinen er niet in?’

E: ‘Je moet niet uitsluiten dat ze zich op het allerlaatste moment er toch in wurmen. Want zo zijn ze, de Romeinen.’

D: ‘Wat verouderd is, valt eruit. Het moet actueel zijn, en zinvol.’

E: ‘We hebben de Camel Trophy-man acht keer geprobeerd. Acht keer viel hij tegen. Die score is niet hoog genoeg. In 1997 deed hij nog wel iets. Maar kennelijk is de verontwaardiging weggeëbd over zulke figuren die alles wat op hun weg komt volledig verpletteren om een klassement te rijden.’

D: ‘Het is de gemiddelde weggebruiker geworden.’

E: ‘Mensen snappen het probleem niet meer. Natuurlijk moet dat dorpje opzij.’

Waar het eindigde
D: ‘Mannen, het Allerbeste! maakt een eind aan het katterige gevoel. Het was in februari 2008, in het theater Het Kruispunt in Barendrecht. Ons impresariaat vroeg al enige tijd of er nog een zesde programma kwam. De theaters wilden alvast boeken, voor 2010, 2011. Erik zei toen: ik wil nog zoveel andere dingen doen, daar past geen zesde programma meer in. Dan is er een enorm gat, ineens. Hoe ziet 2010 eruit? En 2011? En we moesten nog door. Dat voorkomt wel dat je elkaar de hersens inslaat.’

E: ‘Ik zag er tegenop, dat hele traject voor een nieuw programma. Het was al bijzonder dat we Prediker & Hooglied tot een goed einde hadden gebracht. Dat zou zich eerst afspelen op een advocatenkantoor.’

D: ‘John Prediker en Rob Hooglied.’

E: ‘Het werkte niet, het ging toch weer over onszelf, en of we niet eens moesten stoppen. Dat soort dingen. Een 6+ zou het worden. In grote doodsnood en met heel veel inspanning hebben we in twee of drie weken de boel omgegooid. Het zijn die twee mannen op een bankje geworden, met Nederland als onderwerp. Ik vreesde weer een herhalingsoefening. We hebben in de voorgaande programma’s alle vormen en varianten al geprobeerd, met verschillende regisseurs, met verschillende inspiratiebronnen. We hebben in Prediker & Hooglied echt onze reet moet redden. We wisten het soms gewoon niet meer. Geen misverstand: het was voor het publiek een leuke en prettige voorstelling. Voor onszelf niet.’

D: ‘Ik was pissig, ja. Het was vooral de timing. Ik dacht gelijk: daar loop je al veel langer mee, vriend.’

E: ‘Het was een ongemakkelijke periode. Er bestaan geen recepten voor het juiste moment. Het besluit viel toen ik op vakantie was in Venetië, met Kerst, met mijn jongste dochter. Alsof er ineens een adertje springt in je hoofd. Al die maanden daarvoor overweeg je het wel, natuurlijk. Zware bevallingen zijn onze voorstellingen altijd geweest, maar telkens viel het kwartje in de richting van: we gaan verder. Je moet er vertrouwen in hebben dat het goed komt, dat je er plezier in hebt. Dat ontbrak.’

D: ‘Naar mijn idee was het reservoir nog niet uitgeput. Ik herkende wel wat Erik aanvoerde, maar ik heb altijd gedacht: we gaan er nog een maken. Dat gaat heel veel moeite kosten en alleen lukken als we de agenda’s helemaal schoonvegen, maar het kán wel.’

E: ‘Ik wilde juist ruimte scheppen. Niet nog eens twee jaar jezelf opsluiten in die ene voorstelling. Nee, mijn actie voor een boycot van de Olympische Spelen in China is niet een van de oorzaken geweest. Het was meer een symptoom. Kennelijk zocht ik andere biotopen op. Ik heb dingen voor tv gedaan, Ben Hur met De Ploeg, een kinderprogramma met VOF de Kunst. Diederik was ook met andere dingen bezig. We zijn tegen andere werelden aangelopen.’

Waar het begon
D: ‘Toen we elkaar ontmoetten, in 1988, klikte het meteen. Erik en Justus van Oel vormden Zak en As. Ze zochten een pianist. We kwamen alle drie van het gymnasium, we hadden dezelfde boekenkast, we deelden het gevoel voor humor. Het is krankzinnig hoe ze destijds bij mij terecht zijn gekomen. Justus ontmoette op de Munt in Amsterdam een ex-vriendinnetje van de middelbare school. Hoe gaat het, vroeg ze. Slecht, zei hij. We hebben binnenkort première en ik heb geen pianist. Zij zei: bij mijn broertje in de klas zat iemand die als hij iets op de radio hoorde, het gelijk kon naspelen op de piano. Justus sprong er gelijk op in. Hoe heet ’ie? Waar woont ’ie?’

E: ‘En dan te bedenken dat Justus veel muzikanten kende. Hij zocht een fulltime, professioneel uitgeruste pianist.’

D: ‘Uitgerust was ik niet, toen.’

E: ‘Je had spullen.’

D: ‘Toen Justus er na twee programma’s mee stopte, heb ik er geen seconde over gedacht om met z’n tweeën verder te gaan.’

E: ‘Ik wel. We kregen er juist steeds meer zin in. Maar het was niet verstandig. De vraag zou zijn: hoe zijn die twee zonder Justus?’

D: ‘We kwamen elkaar wel voortdurend tegen. Bij Spijkers met koppen voor de radio, elke week.’

E: ‘We hebben veel dingen apart gedaan, solo, met anderen ook. Maar het lag in de rede toch weer iets samen te doen. Achteraf zeg je: die leerschool was nodig. We hadden na Zak en As veel bochtjes genomen, het moest niet nog zo’n bochtje worden.’

D: ‘De tijd was rijp. Het Parool schreef meteen: logisch dat die twee weer samen op het toneel staan.’

Waar het toe leidde
D: ‘Wat het publiek gaat missen als het voorbij is? Nou ja, superieure, meesterlijke Ach, het moet fijn zijn twee heren op niveau te horen praten.’

E: ‘Er zijn niet veel duo’s. De stroming is stand-up comedy. Recht op het publiek gespeeld. Eindeloze hoeveelheden theaterpersoonlijkheden.’

D: ‘Eigen klerencabaret noemt mijn vrouw het. Veel schreeuwers op gympen. Alsof je toevallig langs liep en maar op het podium bent gaan staan. Nee, wij hechten aan een lichtplan, een regisseur, een behoorlijk pak. Het moet er fatsoenlijk uit zien. Let wel: ik doe niet mee aan het geroep dat het allemaal niveauloos is. Er is alleen heel veel cabaret. Dat houdt ook in dat er veel rommel is, maar ook veel waar ik een diepe buiging voor maak.’

E: ‘Wim Helsen, Theo Maassen, Herman Finkers, The Ashton Brothers, Kommil Foo. Ik kan zo tien topacts noemen. Cabaret is niet dood, zoals Freek de Jonge beweert. De rol is veranderd. Je kunt niet meer vanuit een donker zaaltje met een groot gelijk het volk de les lezen. Er zijn veel meer verschijningsvormen. Ik vind zelfs dat de vaak verguisde Guido Weijers een meester is, op zijn terrein dan, voor zijn publiek. Ik kan er niet naar kijken, maar ik gun hem de volle zalen. Maar bij Hans Liberg.’

D: ‘Hans Liberg! Wat een slechte grappen, zeg. Jezus.’

E: ‘We hebben ons nooit bezig gehouden met de vraag of we iets zouden toevoegen aan het bestaande aanbod. We wilden voortborduren op iets waar we al mee bezig waren. Goede satire. Het is altijd gaandeweg ontstaan. Er was een ideetje, een opzetje hooguit. En dan maar ijsberen. Bekvechten.’

D: ‘Je creëert omstandigheden waarvan je denkt: nu gaat het gebeuren. Je betrekt huisjes, hotelletjes. En dan gebeurt er natuurlijk niks. Ik heb het alleen een keer op Ameland gehad, voor Antiquariaat Oblomow. We hadden alleen het idee van een boekwinkeltje. Ik belde je, vanaf een duintop: ik heb 30 A4-tjes!’

E: ‘Het cliché wil dat de ingeving pas komt als je staat te pissen. Het klopt. De Chinese Paul van Vliet-imitator is echt ontstaan bij het restaurant Jasmin in Hoofddorp. Uitgeput na lange repetities waren we er neergestreken. Je drinkt een sake te veel en je gaat een stemmetje nadoen. Vervolgens heeft het nog wel vijf jaar op de plank gelegen. We konden het nergens kwijt. Maar alle credits gaan naar Jasmin in Hoofddorp.’

D: ‘De rolverdeling was altijd wel duidelijk. Tobber naast lolmaker. Bedachtzame intellectueel naast flierefluiter. Dat we zelden voor de vierde wand spelen, is ook wel typerend. 98 procent van ons materiaal is: ik zeg iets tegen jou, dan reageer jij, en dan loop ik daarheen en ga zo verder.’

E: ‘Natuurlijk moesten er imitaties in. Daar ligt onze kracht. Je vraagt toch ook niet aan Liesbeth List waarom ze telkens weer gaat zingen? Dat kan ze, eh, heel goed. Maar het was nooit: kapstokje achter het podium, hoedje op en klaar.’

D: ‘Ik denk dat we met onze deelname aan Spijkers met Koppen en later met Kopspijkers en Studio Spaan voor de tv wel publiek hebben aangeboord dat zich afvroeg hoe die jongens het in het theater doen. Maar dan is het toch wel frustrerend als je 98 procent eigen tekst doet, twee zinnen zegt als Oltmans of Marcel van Dam, en dan leest: ook Oltmans en Van Dam kwamen voorbij.’

E: ‘Antiquariaat Oblomow was een complete toneelvoorstelling. Wat staat er? Gelukkig waren er een paar heerlijke typetjes.’

D: ‘We zongen Charles Dickens-achtige liedjes. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat je vier Victoriaanse nummers doet.’

Waar het naar toe gaat
D: ‘Het is wel bizar: mijn vader stond op het antwoordapparaat op de avond dat Erik had gezegd dat hij ermee wilde kappen.’

E: ‘Die avond? Dat kan alleen jou overkomen. Let op wat nu volgt.’

D: ‘Hij kwam de volgende ochtend het familiearchief brengen, hij zat in een verhuizing. Ik opende de dozen, er kwamen tropenhelmen uit, sepia fotoalbums, een dagboek van een oom. Ik wist het meteen: dit is een nieuw programma. Het is fantastisch beeldmateriaal. Ik vertel er verhalen bij. Wij woonden op een landgoed bij Bergen. Ik had een half-Indisch vriendinnetje. Ik weet nog dat mijn oma zei: je kunt wel zien dat je gelukkig bent, maar zorg je wel dat Schuilenburg in blanke handen blijft? Zoiets gaat over toen, maar zegt ook wat over nu. Het wordt mijn eerste soloprogramma, Daar werd wat groots verricht. Heel spannend.’

E: ‘Ik werk met bevriende cabaretiers aan het nieuwe tv-programma Van zon op zaterdag als presentator Henk van Zon. Meer is er nog niet. Men weet dat ik vrij ben.’

D: ‘Voor een zesde programma.’

E: ‘Nou ja, sluit niets uit. We kregen niet zo lang geleden een aanbod om als Sherlock Holmes en Dr. Watson in een toneelthriller te spelen. Dan zie ik het meteen voor me. Diederik met geruite muts en pijp, ik als dommekracht er achteraan.’

Meer over