'Het was niet eenvoudig, zo'n samengestelde familie'

Lotte (26), consultant, voelde als 5-jarige de bui al hangen toen haar vader een vrouwelijke collega over de vloer had op het moment dat haar moeder naar een vergadering was....

'Mijn moeder was naar een vergadering, en mijn vader nodigde een jongere collega bij ons thuis te eten uit. Ik vond het wel een leuke dame, maar ik voelde dat het niet klopte. Dat bleek: mijn moeder kwam onverwacht eerder thuis, ze werd heel kwaad, en zette die dame én mijn vader het huis uit. Hij bleek een relatie met haar te hebben. Later heb ik het hem nog weleens gevraagd, of hij dit niet had zien aankomen, of hij het er misschien zelfs om gedaan had. Maar hij verzekerde mij dat dit echt niet de bedoeling was geweest.

Zo was mijn vader: de confrontatie ging hij niet graag aan, hij was ook nooit zo openhartig over zijn eigen gevoelens. Hij bleef altijd een beetje ongrijpbaar, was veel weg, ging erg zijn eigen gang, had een hekel aan sociale verplichtingen - hem maakte je echt niet blij met een etentje met zijn schoonouders. Aan de andere kant kon hij goed luisteren en vragen stellen, kon hij goed over andermans gevoelens praten, was hij sportief en creatief. Hij was niet een standaardtype rokkenjager, maar wel iemand die van alle markten thuis was en charmant en aantrekkelijk was. Hij heeft altijd vriendinnen gehad tijdens zijn huwelijken. Uiteindelijk had hij vijf kinderen uit drie relaties. Ik heb twee oudere halfzussen, uit zijn eerste huwelijk, één volle broer, en nog een halfbroertje uit het huwelijk dat volgde nadat hij bij mijn moeder was weggegaan.

Ik was 5 toen mijn ouders uit elkaar gingen. Van meet af aan werd het co-ouderschap goed geregeld. Dat had mijn vader wel geleerd uit zijn eerste huwelijk. Hij had het contact met zijn twee oudste dochters te lang gemist en wilde het nu anders doen. Mijn broertje en ik waren op maandag en vrijdag bij mijn vader, van dinsdag tot en met donderdag bij mijn moeder, en in de weekends om en om bij mijn vader en mijn moeder. Mijn broertje en ik vonden het normaal, wij waren het gewend - gelukkig woonden mijn ouders ook dicht bij elkaar, in de binnenstad van Deventer. Wel verschilde de sfeer nogal. Bij mijn moeder was het gestructureerder en rustiger en toch ook wel vrij. We hoefden heus niet elke dag met thee en koekjes aan de keukentafel. Bij mijn vader was het chaotischer. Je wist nooit of de was wel was gedaan, of er brood in huis was, of de gymspullen klaar lagen - zijn nieuwe vrouw was al net zo'n sloddervos als hij. Mijn moeder vond weleens dat we er smoezelig uitzagen nadat we bij hen waren geweest. Tegen ons zei ze er maar niks van, mijn vader deed erg z'n best.

Mijn moeder is sindsdien altijd alleen gebleven, zelfstandig en geëmancipeerd als ze is. Mijn vader had al twee jaar na de scheiding van mijn moeder een kind bij zijn nieuwe vrouw. Eerst vond ik dat heel leuk, maar op een gegeven moment begon ik het moeilijker te vinden. Ik werd een beetje jaloers: mijn broertje kreeg meer cadeautjes met Sinterklaas, want de vrouw van mijn vader was toch vooral met hem bezig. Ze wilde ook vaak alleen met hem op de foto - niet met ons erbij. Ik heb het er weleens met mijn moeder over gehad. Zij zei dan dat ze niks voor me kon doen. Mijn vader liet het intussen allemaal maar gebeuren.

Wij - en dan vooral de drie dochters - wilden graag allemaal de aandacht van mijn vader en die kon hij niet altijd geven. Dat werd drie jaar geleden nog wat duidelijker. Mijn vader voelde zich belabberd, hij dacht dat er meer aan de hand was dan de maagzweer waarover de dokter sprak. Hij belde mij er zelfs over op; tamelijk ongebruikelijk voor zijn doen. Maar hij had gelijk: het bleek uiteindelijk om ongeneeslijke alvleesklierkanker te gaan. Ik besloot om er zoveel mogelijk voor hem te zijn, zonder opeens geforceerd belangrijke gesprekken met hem te gaan voeren. Ik heb voor hem gezorgd, we zijn zelfs nog samen naar een Duitse kwakzalver geweest. Ik ondersteunde hem zoveel mogelijk en tegelijk wilde ik niet te nadrukkelijk aanwezig zijn, zodat ook anderen de ruimte hadden. Want daar lag toch wel een probleem: veel mensen wilden nog contact met mijn vader in de laatste fase van zijn leven, en dan niet in de laatste plaats zijn dochters, en het was niet altijd even eenvoudig om dat te regelen. Mijn vaders vrouw zag het niet altijd zitten. Uiteindelijk heb ik toch nog een paar echte gesprekken met mijn vader gevoerd. Ik heb gezegd dat ik veel van hem geleerd heb en dat ik er trots op ben hoe hij, met grote waardigheid, zijn lot heeft gedragen.

Maar ik heb toch ervaren dat het niet eenvoudig is, zo'n samengestelde familie, met vijf kinderen uit drie relaties, als de grote verbindende factor stervende is. Twee jaar geleden is mijn vader overleden, vlak na zijn 60ste verjaardag. Lange tijd heb ik, ook na zijn dood, het gevoel gehad dat ik iedereen bij elkaar moest houden. Dat is vanzelfsprekend niet haalbaar.

Zijn vrouw woont nu nog in mijn ouderlijk huis, maar het is nu vooral háár huis geworden. Ik durf niet zomaar meer naar boven te lopen, waar vroeger mijn kamer was. Toen ik een half jaar na zijn overlijden wat spulletjes van hem wilden uitzoeken, voelde dat heel ongemakkelijk. En dat heeft niet alleen met zijn dood te maken. Dat ongemak was er niet geweest als mijn ouders nooit uit elkaar waren gegaan.'

N.B.: Dit artikel is op verzoek van de geïnterviewde en na goedkeuring van de hoofdredactie van de Volkskrant geanonimiseerd in augustus 2013.

Meer over